Een beetje kakkineuze indruk, krijg ik in eerste instantie van Ouderkerk aan de Amstel. Onbetaalbare woningen langs het water, met voor de deur een modieuze Tesla en/of een Range Rover en/of Porsche Cayenne en/of een kekke Mini.
In de kapel wordt aan Peter R. gedacht.
Een stuk verder. De Ouderkerkerplas zie ik hier nu eens van de andere kant, dan vanaf de A9. Een mooi en ruim recreatiegebied. Hengelsporters en hondenuitlaters langs het water. Een enkel windstil zeilbootje op de plas. Een meisje roept haar hondje, “Ollie!”.
In het park borstelen hondeneigenaren hun langharige hond. Anderen proberen onwennig hun tent weer eens op te zetten. Openlucht-fitness langs het water. Een jonge vrouw met een huilende baby staart vermoeid over de plas. Kraaien pikken in de vuilnisbakken, en verspreiden de inhoud over het gras.
Terug in het dorp. Ouderkerk heeft twee grote hippe fietsenwinkels vlak naast elkaar. Een man heeft zijn vrouw meegenomen om een fiets voor hem uit te zoeken. Ze bekijken een mooie MTB. Zijn vrouw vindt de fiets erg cool, de man is minder enthousiast. De verkoopster begrijpt de man niet. Ze neemt de fiets weer mee naar binnen. Tegen de man roept ze: “Droom dan maar lekker verder!”
Gisteravond bij IJmuiden foto’s gemaakt. Geparkeerd aan de Harlingenstraat, aan de noordkant van het jachthaventje van IJmuiden aan Zee (als het zo heet). Tussen de Harlingenstraat en de zeekant is een hoge betonnen muur opgetrokken. Aan de andere kant is een duin gemaakt waartegen twee lange rijen strandhuisjes zijn neergezet, met een klein strandje als voortuin. Het strandje, zo lees ik later op Google maps, heet dan ook het Kleine Strand. Rechts, voor de bewoners, uitzicht op de Hoogovens/Tata/Corus.
Ik loop over de pier langs het strandje, met de bedoeling bij het grote strand van IJmuiden uit te komen. Helaas heb ik geen rekening gehouden met de haveningang, die het onmogelijk maakt via deze weg het strand te bereiken. Ik herinner me nu dat ik er al eens eerder in was getuind. Om het strand te bereiken vanaf hier moet je helemaal om het jachthaventje heen lopen, of rijden. Ik besluit het laatste te doen, en slenter terug naar de auto.
Aan de andere kant is een enorme parkeerplaats. Ik parkeer bij het hotel vooraan de Kennemerboulevard, en slenter over de boulevard naar het strand. Halverwege zit een Chinese familie te dineren.”Een oorlel zo groot als een biefstuk, door die wespensteek,” vang ik op.
Het strand is behoorlijk leeg. De laatste dagjestoeristen verlaten het strand en de strandtenten zijn aan het opruimen. Alleen bij de strandhuisjes is nog leven. Hier een nog langere rij van drie etages strandhuisjes.
Beachvolleybal in de ondergaande zon. Twee vrienden zitten op een blok beton naar de horizon te kijken, een fles aan hun voeten.
In mijn jeugd was sneeuw in de winter niet zo ongewoon. Deze winter nadert een week van sneeuw en vorst, en dat leidt tot nogal hysterische voorzorgsmaatregelen. Treinen en bussen rijden niet meer. Mensen slaan voorraden in. De regering waarschuwt ons met een code rood alarm.
Voor veel andere plaatsen, zoals Scandinavische landen, Rusland, staten in Noord-Amerika en Canada, zou de sneeuw die wij krijgen een babywinter zijn. Als zij op zo’n klein beetje sneeuw zouden reageren als wij, zouden hun plaatsen het grootste deel van het jaar onbewoonbaar zijn.
Ik haalde mijn oude sneeuwlaarzen uit de kast en ging een (foto)wandeling maken. Halverwege de wandeling merkte ik dat mijn laarzen begonnen te lekken. Een beetje onderzoek leerde me dat dat niet zo vreemd was. De rubberen zool van mijn laarzen moet in de loop der jaren in de kast helemaal zijn uitgedroogd. Grote scheuren in de onderkant van de ene laars, een groot gat in de andere.