Een reisverslag van 38 dagen door Japan — van Tokyo tot Shikoku, per trein, te voet en met een paraplu.
In maart en april 2023 reisde ik door Japan. Ik keek rond, liep veel, fotografeerde en schreef op wat me opviel: tempels en treinen, stille straten en drukke steden, rituelen, landschappen en alledaagse momenten.
Het boek telt 180 pagina’s en bevat meer dan 120 full-colour foto’s.
9 april 2023. Vandaag gaan we relatief vroeg op pad om op tijd te zijn bij het bekende Fushimi Inari-tempelcomplex.
Het is er zoals we hoopten nog rustig. De wandeling door de duizenden oranje torii, almaar heuvelopwaarts, is zwoegen. En de klim is een stuk langer dan we verwachtten. Hoe hoger we komen, hoe minder collega-toeristen er poseren voor fotomomenten.
De beloning op de top is een fabuleus uitzicht over de stad en even verderop een prachtige plek vol kleine schrijnen. Op de kaart zien we een alternatief pad voor de terugweg. Het pad leidt door de bossen naar beneden, maar is supersteil. We dalen behoedzaam af en lopen een buitenwijk in. We bezoeken hier de Tofuku-ji tempel.
Zo hebben we een lange ochtend en een hele wandeling achter de rug. En dus een gezonde trek gekregen. In de buurt van het station eten we lunch bij een heel oud stel dat een traditioneel restaurant runt langs de kant van de weg, tussen een autoweg en de spoorlijn ingeklemd.
We reizen een stukje terug met de trein van Tofukuji naar Jingu-Marutamachi Station en lopen dan naar de Ginkaku-ji tempel. Onderweg komen we toevallig de Hyakumanben Chion-ji tempel tegen. We gaan naar binnen. Een fraaie houten poort geeft toegang tot het complex.
We lopen terug naar ons hotel. We volgen het Pad van de Filosoof dat langs een klein stroompje loopt. Het pad is genoemd naar Nishida Kitaro, die hier volgens het verhaal met zijn wandelingen geest en lichaam in gezondheid hield. We passeren zijn gedenksteen.Onderweg zien we een oudere vrouw in een winkel, stoïcijns gezeten onder een roze zonnescherm. Het licht zet haar grijze haar in een waas van roze. Ze kijkt niet op als we passeren.
We kopen ninjasokken voor de baby van onze nicht, en eten honingsoftijs – een lokale specialiteit die ons wordt aangeraden door een meisje in honkbalkleding. Het is een uitzonderlijke zonnige middag.
Dit is de zeventiende aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.
Het duurde even i.v.m. een week Wandelon en andere bezigheden, maar hier is de nieuwe nieuwsbrief.
Weer een rant over de AI-onzin die we regelmatig voorgeschoteld krijgen, wat ik las, over boeken in het Nederlands lezen, en meer gedachten over digital sovereignty.
Stevig ontbijt in onze Langelose B&B. We verlaten het Groot Frieslandpad weer. Onze bestemming is Noordlaren, net te ver van de reguliere route voor een dagtrip.
We nemen de bus via Assen naar Gasteren. Hier stappen we uit om dwars over de Drentsche Aa naar Noordlaren te lopen.
We stuiten direct op het hunebed met de prozaïsche naam Dolmen D10. Als je dat gaat googlen verdwijn je binnen de kortste keren in een rabbit hole van hunebednieuws. De ene site is goed vanwege de info (hunebeddeninfo.nl), de andere heeft fijne 90’s-blinkies (hunebedden.nl).
De Drentsche Aa. Onze route loopt onbedoeld een stukje langs het Pieterpad en dat lijkt, in ieder geval vandaag, een beetje de Kalverstraat van de wandelaar. Als het pad zich een beetje voor ons uitstrekt zien we steeds minstens tien wandelaars. Het Pieterpad wandelen kan sowieso al nauwelijks voor de lol; het lijkt of je hier niet aan kunt beginnen zonder een hogere existentiële zingeving. Twee keer worden we aangeklampt door wildvreemde voorbijgangers met de vraag ‘Zijn jullie Pieterpadwandelaars?’ Een vraag waar ik echt geen antwoord op weet. Wat is een Pieterpadwandelaar?
Maar goed, de route door de Drentsche Aa gaat met weinig asfalt. De uitzondering is een stukje langs de N34. Het waait hard. Als we wat eten waait de plak kaas letterlijk tussen mijn boterham vandaan.
Na een net iets te lang recht pad genaamd Middenlaan, een beetje chagrijnig omdat het onze laatste kilometers van de dag zijn, komen we aan bij onze bestemming.
We huren fietsen en doen boodschappen in Zuidlaren, waar men met Porsches en Land Rovers de boodschappen doet. Het begint te regenen. We schuilen bij Bij Cosineros en na een drankje fietsen we weer terug.
De dag erna fietsen we richting Groningen om de spieren in de benen een beetje los te houden. Een dag later terug met de trein.
Rustdag. Wat doe je tijdens een rustdag? Je maakt een wandeling. We hebben een rondje over de Duurswouderheide uitgezocht.
We wandelen door ’t Oude Bosch naar de Freulevijver, genoemd naar de dame met de naam Eritia Ena Romelia Lycklama à Nijeholt. Er is een vreemd gebouwtje op de kop van de vijver.
De Hervormde Kerk Duurswoude langs de weg heeft een begraafplaats. Het kerkje is helaas gesloten.
Op de Duurswouder Heide wordt de natuur hardhandig hersteld. Van heide is nauwelijks sprake meer. De paden zijn omgevormd tot twee rubberbanden breed, onbegroeid, kaal zand, dat recht tussen de bomen door en over de heide trekt. Links en rechts slagvelden van tot de enkels afgezaagde dennen.
Wat de herfst aan moois brengt: enorme paddenstoelen, in overvloed. Eekhoorntjesbrood zo groot als autobanden.
In Bakkeveen brandt in Café De Brink het haardvuur. Op een beeldscherm aan de muur wel te verstaan. Ze tappen Maallust. We duiken een kaartspel van 123inkt op en spelen ongeïnspireerd een potje pesten. Dat wordt gauw vervelend. De kinderen van de waard helpen met het dekken van de tafels voor het diner straks.
‘Wat we vanmiddag aten, is dat de dagpot?’ Het is de dagpot.
Om half 6 is onze tafel gereserveerd (dus we moeten vóór die tijd opkrassen).
We snacken aan de overkant, bij Plaza De Kolk. Een kennelijk zeer goedlopende snackbar die speciaal is ingericht voor mensen met coeliakie. Een klein legertje bediening zorgt ervoor dat de wachttijd voor de gasten tot een minimum beperkt blijft. Een strakke organisatie waarvoor de hele regio naar Bakkeveen lijkt te komen.
In de regen wachten we op de bus, stappen in, en een halte, twee kilometer verderop, weer uit, lopen door de regen naar onze B&B, maar met een warme vette hap in de maag.
18 september
Het eerste stuk smokkelen we weer met een stukje bus naar Waskemeer om daar het Groot Frieslandpad weer op te pakken.
Als we uitstappen in Waskemeer, hangen zware wolken boven ons, waaruit een minuut later gespetter valt en twee minuten later een stevige bui. We schuilen in het bushokje aan de andere kant van de weg.
We wandelen door het Blauwe Bos naar Haulerwijk. Drinken koffie in Pand 1880 in het very centrum van het dorp. Het dorp uit en het begint weer te regenen. We lopen 10 minuten in onze poncho’s totdat de wolk is overgetrokken. Het is nu veel langs de asfaltweg.
In de buurt van Norg slaan we af en verlaten het pad om onze B&B in Langelo te bereiken. Een vervelend stuk langs een weg richting de gasopslag bij Langelo, dat eindigt met uitzicht op het afzichtelijk brutalistische gebouw van de NAM bij de gasopslag. Je vraagt je af wie er toestemming geeft om zulke afzichtelijke dingen midden in een mooi landelijk gebied neer te zetten. Je hoeft er niet veel moeite voor te doen om het wat aantrekkelijker te maken, en een gebrek aan geld kan het niet zijn geweest.
We bereiken iets te vroeg voor de inchecktijd bij de B&B. We hebben flink doorgelopen en hebben iets meer dan 20 kilometer in de benen. Gelukkig kunnen we al inchecken.
‘Waar komen jullie vandaag vandaan gelopen?’ vraagt onze gastvrouw. We kijken elkaar aan. We zijn zo verwilderd dat we het niet meer kunnen reproduceren.
We hangen uit en nemen daarna de bus naar Roden om boodschappen te doen. In Roden is het Rodermarktfestival in voorbereiding. Het dorp is afgezet en er klinkt alvast luide 100% NL uit de kroegen. Niet echt ons ding.
Met de bus terug naar onze afspraak voor het diner in De Norgerberg.