912 uur Japan – Himeji kasteel en Engyo-ji tempel

We gaan op weg naar Himeji, waar een van de mooiste kastelen van Japan staat. Het is een uur reizen met de trein vanuit Osaka. Inmiddels beginnen we de ondergrondse stad steeds beter te begrijpen. Je begrijpt het pas als je het ziet. De treinreis is leuk. We genieten van het geboemel door het Japanse landschap.

Osaka vanuit de trein naar Himeiji

Het weer is opgeklaard. Bij het uitstappen zien we het kasteel meteen liggen: Himeji jo, ook wel de witte reiger genoemd door zijn elegante vorm. Het ligt er heel fraai bij, maar de drukte is overweldigend. Er zijn nog tickets, maar het is te veel. We lezen dat het aantal tickets gemaximaliseerd is op 15000 (!). We bekijken het mooie kasteel van de buitenkant, en nemen wat foto’s.

Himeji kasteel Japan witte reiger

Nu we wat tijd over hebben in ons schema bezoeken we Engyo ji, een tempel iets ten noorden van Himeji, uit het jaar 966. De kabelbaan naar de berg waarop de tempel ligt blijkt stuk, dus wandelen we zelf de berg op. Het is een bijzondere wandeling, langs een smal paadje. Onderweg worden we begeleid door kleine bodhisattva beeldjes en een bordje van de berg Shoshazan zelf, die ons welkom heet. Het is heerlijk rustig, we komen amper mensen tegen. Behalve een stel lachende Japanse meiden, die vrolijk kwekkend en vol energie de berg op rennen.

Op weg naar Engyo ji, een tempel op een heuvel iets ten noorden van Himeji

De tempel ligt midden in het bos, zonder de felle kleuren van Nikko, maar het houtsnijwerk en de omvang zijn indrukwekkend. En vooral: de stilte. Een wereld van verschil met het drukke kasteel beneden. Het mooiste blijft toch wat je onverwacht vindt.

Engyo ji, een tempel iets ten noorden van Himeji
Vanaf de Engyo ji tempel

Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vorige aflevering.

Alle reizen.

Afdaling vanaf Engyo ji, langs een steile helling door het bos

Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham over zwerven, koffie en vrijheid

Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham - boek cover

Toen ik het boek Het geluk van de wandelaar van Stephen Graham kreeg, dacht ik aan een boek in een van de categorieën : The Peregrine van J.A. Baker, of van die andere wandelaar, Robert McFarlane, of Vagabonding van Rolf Potts. Maar het boek lijkt op geen van deze boeken.

Het geluk van de wandelaar is topisch ingedeeld in hoofdstukken per wandelaspect. Het is dus geen diepgaand verhaal over een wandeling of reis, maar een meta-boek over het fenomeen. Dat maakt het eigenlijk minstens zo interessant. Het boek kwam uit in 1925, maar het is nog steeds relevant en boeiend.

Stevige wandelschoenen zijn noodzakelijk, en dat wordt door Graham als een van de eerste onderwerpen aangepakt. Met dikke wollen sokken. Het hoofdstuk over de plunjezak kan probleemloos worden gelezen als je in gedachten de plunjezak vervangt door een rugzak.
Ook het stuk over de koffiekan, de overjas (regenjas), de emaille (plastic) beker en het inpakken in verschillende katoenen (plastic) zakken om de boel uit elkaar te houden in de plunje/rugzak zijn nog steeds van toepassing.

Stukken over vuur maken, het bed, de duik (in een meertje), over regen en weer opdrogen. Een uitgebreid betoog over hoe kleding te drogen bij het vuur, in de zon of met vloeipapier. Een stuk over bietsen. Dingen gratis krijgen is een bijzondere gave, vindt Graham.

Hij schrijft over koken tijdens het wandelen, maar vooral ook over het belang van koffie zetten. Zes van de tien pagina’s in het hoofdstuk ‘Koken’ gaan over koffiezetten. Koffie is erg belangrijk voor Graham. En terecht, denk ik.

Hij schrijft ook over roken, maar Stephen Graham lijkt behalve af en toe een sigaar geen enthousiaste roker te zijn.

De kleding: aan de kleding ziet men wie je bent. Het wandeltenue echter verhult iemands maatschappelijke klasse. En die onbestemdheid geeft je vrijheid. Meer filosofieën van deze aard. Tijdens de wandeling kan je de samenleving beschouwen zonder rangen en standen in acht te nemen. Als wandelaar sta je onderaan de maatschappelijke ladder. Je hoort niet bij enige maatschappelijke klasse. Dat geeft vrijheid.

Het leven is een domein; het ontspringt aan een middelpunt en waaiert uit in alle richtingen. Het is geen aaneenschakeling van gebeurtenissen. Toevallige ontmoetingen zijn een bron van verrijking, vooral als het onbekendheden betreft.
De wandelaar heeft het vermogen het leven te nemen zoals het komt.

Over geld:
“Met wandelen voorzie je niet in je levensonderhoud, maar in je levensgeluk.’

De beste reisgenoten zijn volgens Graham degenen die je vrij laten. Pas als je samen een verregende nacht hebt doorgebracht, verdwaald bent en je een tijdje niks hebt gegeten, kan je beoordelen of je de juiste reisgenoot hebt.

Wandelmethoden: maak er een avontuur van: volg een rechte lijn met het kompas in de hand, of wandel juist zigzag, een links, volgende rechts enzovoorts. Random wandelen brengt je op de meest onbekende plekken.

Amerikanen lopen niet. Graham wist het al: waarom lopen als je ook kunt rijden?

Bij het beschrijven van de wandelbestemming is Graham ook ongewoon actueel: over Lourdes, Spanje, Italië, Zwitserland, Zuid-Duitsland en andere landen in Europa, Rusland. Veel bestemmingen ver weg, maar dichtbij, om de hoek, zijn net zoveel te halen, weet Graham.

Je moet een boek meenemen als je gaat wandelen. En in een boek hoor je aantekeningen te maken. Het moet vol krabbels komen te staan. Hij geeft een lijst van aanbevolen boeken, de meeste ook nog steeds actueel, zoals Thoreau’s Walden, Shaw, Dostojevski en Shakespeare.

Een aantekeningenboekje is ook essentieel. Het maakt de wandelaar bewust van zijn ervaringen. Ervaringen verbleken zonder deze geheugensteuntjes. Het hoofdstuk over aantekeningenboekjes en het maken van notities is veruit het langste hoofdstuk. Zeer belangrijk voor Stephen Graham. Er is een lege pagina “voor de eigen aantekeningen van de lezer”.

Je zult van dag tot dag een logboek bijhouden, een dagboek van de ziel, en eerst denk je misschien dat dit niet meer dan een feitelijk reisverslag is, maar er komt meer bij kijken: poëzie, de nieuwe poëzie in je leven, en als je ogen hebt om te zien, zul je ervaren dat je langzaam in een levenskunstenaar verandert. Je raakt bedreven in de edele kunst van het wandelen, en daaraan ontleen je het plezier van een kunstenaar in zijn scheppend vermogen.

Een mooi boek over vagabonding. Zwerven is eigenlijk geen goede vertaling. Rondtrekken, wellicht, dat mist die negatieve bijklank van zwerven.

Met een voorwoord van Matthijs Deen, een schrijver die ik (mea culpa) nog niet kende maar waarvan ik zojuist zijn boek De Wadden aan het lezen ben. De toeval van het web van boeken.

Lees hier meer over boeken.

Surely You’re Joking, Mr. Feynman — Gelezen op Terschelling

Surely You're Joking Mr Feynman boek cover Richard Feynman autobiografie

De afgelopen dagen waren we op de Wadden. Terschelling en Ameland. Het waren eerst koude, daarna vochtige mistige dagen. Maar aangenaam want relaxed.

Ik las in al die mist ‘Surely You’re Joking, Mr Feynman’. Bij het lezen van de eerste hoofdstukken dacht ik: Wat is dit voor een zelfgenoegzame man? Het leek een soort schelmenroman, waarin de hoofdpersoon zichzelf een beetje te interessant vindt.

Die schelmeninslag blijft wel, maar al snel wordt de toon wat ingetogener. De verhalen zijn vermakelijk; het is snel geschreven.

Feynman — controversieel en afstandelijk?

Feynman is een controversiële persoon, werkt als theoretisch fysicus, hangt graag rond in bars, verliest op jonge leeftijd zijn vrouw aan TBC, omringt zich graag met mooie vrouwen, die blijken zijn recht-door-zee karakter verfrissend te vinden, en zijn ongepolijste manieren wel waarderen.

Maar nergens kijken we echt diep in de ziel van Feynman. Hij blijft afstandelijk waar het emoties betreft. Over zijn jeugd — van zijn vader erft hij een hekel aan pompeus gedrag — en over bijvoorbeeld het overlijden van zijn vrouw — het wordt bijna terloops verteld, zonder diepe emoties. Toch staat hij te huilen als een rok in de etalage hem aan zijn vrouw doet denken. En als hij een crack-down heeft, vertelt hij dit terloops.

Op zich maakt dit alles het boek ook wel weer consistent: een schelmenroman over een uitzonderlijke wetenschapper met een brede interesse in de wereld. Die ook nog een Nobelprijs wint. Terwijl hij naar eigen zeggen in zijn hele leven maar 1 keer een echte uitvinding heeft gedaan.

Wetenschap en cultuur

Feynman heeft geprobeerd wetenschap en cultuur dichter bij elkaar te brengen. Maar hij stuitte hierbij vaak op wederzijds onbegrip. Hij ergert zich aan de pompeuze vaagheid en het wollige van de alfawetenschappers op een conferentie. Wat staat er eigenlijk in het rapport: helemaal niks.

In het laatste hoofdstuk van het boek graaft hij dieper in een oproep om gedegen wetenschappelijk werk na te streven. En geen shortcuts te bedrijven om commerciële belangen of budgettaire redenen.

Hij ziet een trend naar doelredeneren en waarschuwt dat waarheidsvinding gedegen en integer moet zijn.

Heel actueel in een tijdperk waarin de autocratische leiders afstand nemen van wetenschappelijke bevindingen.

Persoonlijk had ik gehoopt iets meer te lezen over zijn bijdrage aan het ontstaan van Quantum Computing. Maar dat zal ik elders moeten zoeken.

McLuhan op de stapel

Het is interessant. Ik heb inmiddels Douglas Coupland’s biografie over Marshall McLuhan gelezen als volgende op de stapel: Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work!”

McLuhan was ook iemand die de brug tussen beta en alfa — techniek en cultuur — sloeg. Met sensationele consequenties.

Weten we wat Feynman van McLuhan vond?

Beide mannen waren gefascineerd door de manier waarop we de werkelijkheid waarnemen en modelleren. Een confrontatie tussen de harde, empirische wetenschap van Feynman en de speculatieve, synthetiserende geesteswetenschappen van McLuhan lijkt mij interessant.

Amazon over de McLuhan biografie van Douglas Coupland (ik kopieer hier Coupland’s stijl in het boek zelf):

Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work! Hardcover – November 30, 2010
by Douglas Coupland (Author)
4.7 4.7 out of 5 stars (21)
3.9 on Goodreads
804 ratings
See all languages and editions

A crackling look at the philosopher whose founding ideas were at once obscure and eerily prophetic.
Marshall McLuhan, the celebrated social theorist who defined the culture of the 1960s, is remembered now primarily for the aphoristic slogan he coined to explain the emerging new world of global communication: “The medium is the message.” Half a century later, McLuhan’s predictions about the end of print culture and the rise of “electronic inter-dependence” have become a reality—in a sense, the reality—of our time.

Douglas Coupland, whose iconic novel Generation X was a “McLuhanesque” account of our culture in fictional form, has written a compact biography of the cultural critic that interprets the life and work of his subject from inside. A fellow Canadian, a master of creative sociology, a writer who supplied a defining term, Coupland is the ideal chronicler of the uncanny prophet whose vision of the global village—now known as the Internet—has come to pass in the 21st century.
Print length 224 pages
Language English
Publisher Atlas
Publication date November 30, 2010
Dimensions 0.54 x 0.09 x 0.74 inches
Next slide of product details

Hardcover
$201.10

You Earn: 200 pts Learn more
$37.14 Shipping & Import Fees Deposit to Netherlands Details

Delivery Wednesday, February 25

Deliver to Netherlands

Only 1 left in stock – order soon.

Add to cart

Buy Now

Meer over Terschelling in de mist.

Meer over boeken.

Eilandje hoppen van Terschelling naar Ameland

Laatste dag op Terschelling. We ruimen het appartement op en laden onze spullen in de auto, klaar om over te steken naar Ameland. Eilandje hoppen van Terschelling naar Ameland.

Van Terschelling naar Holwerd

Boodschappen bij Jumbo in Formerum, de enige aanzienlijke supermarkt van het eiland. We wandelen een rondje in het bos bij de Bessenschuur. Plus koffie met een pecancranberry puntje (review mode: 4 sterren). Elektronische niets-aan-de-hand muzak met Spaanse inslag op de auditieve achtergrond.

In de duinen in de buurt van de bessenschuur op terschelling

Probleemloze terugtocht naar Harlingen, afgezien van kinderachtige ergernis aan een niet opgevoed hondje dat elke vijf minuten even moet blaffen.

We rijden over de vlakte van Noord-Friesland naar Holwerd. Dachten we dat de kop van Noord-Holland vlak was, maar hier hebben ze de overtreffende trap van vlakheid. Niets; begroeiing boven 1 meter hoogte is beperkt tot de directe omgeving van de boerderijen.

De haven van Holwerd

De haven van Holwerd bestaat niet. Er is een pier aangelegd door de kwelders. Van wel een kilometer lengte, dwars door het wad. Op de kop van de pier is de aanlegsteiger van de veerboot. We zijn te vroeg en er valt hier niets te beleven, dus we rijden terug naar Holwerd dorp.

In Holwerd is het ook niet druk. Het is een dorpje dat je laat verdwalen in smalle weggetjes en dat je daarbij verwart met eenrichtingsverkeer. Tot twee keer worden we door een strenge dame in een auto gewezen op een verboden-in-te-rijden-bord. Vingertje omhoog, wijzen over haar schouder naar het verbodsbord. Die hadden we ook wel gezien, maar we proberen uit dit doolhof te ontsnappen.

kruising in de dorpje Holwerd

We wandelen uiteindelijk langs de dijk, half door de bagger, half door het gras. Als we zijn uitgewandeld rijden we de pier maar weer op. In de wachtruimte voor de veerboot is niets te doen. Er is een koffieautomaat en een snoepgoedautomaat waarmee de behoeften van de wachtende inwendige mens op minimale wijze kunnen worden verzorgd.

uitzicht over het wad bij het friese dorp holwerd

Bij de aanlegsteiger vaart een baggerscheepje heen en weer dat de haven op diepte houdt. (Ik zoek terug in ons huisje op het internet naar ‘baggerschip huren’ en je komt in een prachtige nieuwe wereld van baggertoestellen terecht, van nieuw tot tweedehands. Een rabbit-hole dat ik maar laat voor wat het is.)

Het aan boord gaan gaat hier wat losser dan op de boot naar Terschelling. Ook het van boord gaan: een beetje zoek-het-maar-uit-het-komt-wel-goed gevoel. Een enorm kraanachtig apparaat op metalen rupsbanden staat schuin voor ons. We moeten er zelf maar een beetje omheen manoeuvreren om de boot af te komen.

Ameland: groene lantaarns en pizza

Het is inmiddels donker en we rijden over de autoweg naar Hollum. Langs de weg staan lantaarnpalen die een gedempt groen licht uitstralen. Beter voor de vogels, zegt het internet.

We gaan wat eten bij het lokale restaurant. Bij het ene restaurant kies je waar de kok zijn ei in kwijt kan. Bij het andere restaurant kies je waar de kok zo weinig mogelijk aan kan verprutsen. Hier kiezen we voor het laatste: pizza. Die blijkt met de hand gemaakt, met verse groente en uitstekend van smaak.

De jongen die ons bedient houdt van praten. Hij vertelt dat Jutta goud heeft op de 1000 meter, dat je prachtig het eiland kunt rondrijden op de fiets en nog veel meer.

vakantiepark in de avond bij hollum op ameland

Zonsopgang bij de vuurtoren

Een mooie zonsopgang aan de westkant van het eiland is een kadootje. We wandelen over het strand naar de vuurtoren die in 1880 is opgericht door ‘Willem III, koning der Nederlanden enz. enz. enz.’ (zie foto).

Zonsopgang duinen Ameland westkant oranje roze licht
Vuurtoren Ameland vanuit de duinen bij zonsopgang
Vuurtoren Ameland 1880 Willem III koning der Nederlanden
Vuurtoren Ameland vanuit het bos aan de voet

De zon piekt een klein half uurtje boven de wolken uit en zet de duinen in het oranje-roze licht. Dan nemen de wolken het weer over en bedekken de komende uren het eiland in een steeds dikkere mistlaag.

Fietsen door de mist

We fietsen naar Sjoerd voor lunch (een superbe wrap rendang van jackfruit voor mij: 5 sterren).

bij strandrestaurant sjoerd op ameland

Via Buren en Nes, een overdadig toeristisch, maar nu totaal verlaten plaatsje, rijden we naar Hollum.

boompje bij de vuurtoren op ameland
bij de waddendijk bij nes op ameland

Meer over de Waddeneilanden:

Terschelling in de winter: mist, stilte en drie voetgangers

Na een halve dag vertraging zijn we dus op Terschelling beland. Het eiland voelt verlaten.

De eerste dag is het nog vreselijk koud, de dagen daarna wordt het iets warmer maar het blijft mistig, en af en toe druilerig. De Terschellingers zijn anders in de winter. Er zijn nauwelijks toeristen. De meeste winkeltjes en restaurants zijn dicht.

Strand van Hoorn op Terschelling

Gisteren wandelde ik naar West aan Zee. Het was mistig. Het zicht reikte niet verder dan honderd meter. Mijn bril beslaat, en laat zich niet drogen. Dat helpt ook niet.

In het bos ontdek ik dat Terschelling een houthakvereniging heeft. Ze leggen het gehakte hout in een keurige kring.

PLek in het bos  van houthakkersvereniging op Terschelling

Het is weekend. In het hotel zagen we wat meer toeristen arriveren. Maar ze lijken zich schuil te houden. Op weg naar West aan Zee tel ik drie voetgangers, vier fietsers en een auto.

Bushokje in de mist, bij West aan Zee op Terschelling
Strandrestaurant West aan Zee in de mist

De standtent bij West aan Zee is open in het weekend. We strijken hier neer voor lunch. Een meisje een paar tafels verder heeft een Goois accent waarmee ze heel hard over zichzelf vertelt tegen haar vriendin. Als ze buiten staan zegt de vrouw aan het tafeltje naast ons tegen haar man: ‘Tsjonge, wat een kouwe kak.’ Dat hoor je niet vaak meer: de uitdrukking ‘kouwe kak’. Maar ze heeft wel gelijk.

Ik wandel door het bos terug en maak onderweg foto’s van dingen die niet bewegen. Bomen vooral.

Omgewaaide bomen op Terschelling
Bankje in de mist op Terschelling
Heide bij West-Terschelling
Huis in licht van straanlandtaarn bij mist, in West-Terschelling

Meer over de Waddeneilanden: