Een reisverslag van 38 dagen door Japan — van Tokyo tot Shikoku, per trein, te voet en met een paraplu.
In maart en april 2023 reisde ik bijna zes weken door Japan. Ik keek rond, liep veel, fotografeerde en schreef op wat me opviel: tempels en treinen, stille straten en drukke steden, rituelen, landschappen en alledaagse momenten.
Het boek telt 180 pagina’s en bevat meer dan 120 full-colour foto’s.
L.F. Céline’s De brug van Londen is een ware tombola. Het is een bevrijding om het uit te hebben, maar het is tegelijkertijd verslavend. De lezer spoelt door een stroomversnelling van het ene bloedstollende moment naar het volgende, snakt het hele boek door naar een rustpunt dat maar niet komt. Hijgend legt hij het weg, maar het smaakt naar meer. Dat tempo.
Ik wil alles van Céline maar weer eens herlezen, vanaf Reis naar het einde van de nacht.
Ik las vervolgens Nick Cave, De dood van Bunny Munro. Een haperend begin met rare zinnen als “… een hoog krassend viool die wordt bespeeld door een ontsnapte aap ofzo” en “Hij stoot met de afstandsbediening naar de tv, die statisch schuimend uitgaat” (pg 9 resp. pg 1). Het kan de vertaling zijn.
Het eerste hoofdstuk komt moeizaam en krampachtig op gang, dan begint het te lopen, en de climax van het boek, net als de titel, hakt erin.
We wandelen een stukje van het LAW Vogeltrekpad. Het begint bij het NIVON in Bergen.
Het eerste stuk gaat door de bossen van Bergen aan Zee. We steken de Zeeweg over, en volgen het pad door de PWN duinen. Links en rechts staan hier in de schrale grond taaie krinkeleikjes, die te weinig voedsel krijgen om flink door te groeien. Als mensen die krom groeien bij de Engelse ziekte. Verderop enorme bramenstruiken, met volle bramen, onberoerd door menselijke plukhanden.
We passeren de huisjes die hier midden in de duinen zijn neergezet. Te Warskip. Als je geen Westfries kent weet je niet dat die ‘uit logeren’ betekent. Geen auto kan hier zorgen voor de bevoorrading, en even later komen we dan ook vakantievierders tegen die hun ingeslagen voorraden in grote tassen door de duinen naar hun vakantiewoning slepen.
Verderop een viertal zestigers met een emmer vol bramen. ‘Ja we moeten zo weer aan het werk,’ zegt een van de dames als we verwonderd in de emmers kijken.
Op een boomstam in de buurt van de Egmonder volkstuintjes en camping eten we een bammetje. Dan de polder in.
Halverwege de polder tussen Egmond en Heiloo bedenken we dat we de huissleutel in de auto hebben laten liggen. Terug? Een bus zien te vinden? We besluiten door te lopen.
Bij het kippenbruggetje verlaten we het LAW en we lopen via het jaagpad langs het water en de Zuiderneg terug naar huis.
Ik klim via het balkon naar binnen. Gelukkig stond er nog een deur op een kier. Ik fiets terug naar Bergen aan Zee om de auto op te halen.
Neil Postman schreef dat een transitie naar visuele media de neergang van de aandacht voor lezen zou inhouden. Boeken, essays, lange artikelen, dat zijn media waarvoor je moeite moet doen, en die dus geen hapklare ‘messages’ zijn. The Medium is The Message, schreef McLuhan.
Nu lijken we steeds een punt te bereiken met nieuwe media waarbij we bedenken: what’s next. Nieuwe media, nieuwe messages. Radio, TV, Ebooks, blog, vlogs, AI. Of is het een cyclus, en moeten we wachten op een nieuwe technologie, die het lezen een andere message brengt. En brengt een nieuw medium het vorige medium om, of heeft het oudere medium nog steeds bestaansrecht, met zijn eigen uniek kenmerken – en … ‘message’.
Schrijver Maria Konnikova schrijft op haar blog: “We lose critical thinking ability. We lose our memory. We lose analytical skills. We lose metacognitive awareness. We lose creative thought. When we lose deep reading, we lose deep thinking.”
Maar eigenlijk is het het omzeilen van moeilijke dingen:
“When things are easy, we often come away with the false impression of learning, knowledge, and comprehension. We think we know something when we actually don’t. The process of struggling with material, of grappling with new ideas, of trying things that are difficult, both mentally and physically, is how we learn to do the thing, how we grow, how we go from thinking we know to actually knowing.”
Dus volgens Konnikova gaat het om het verlies van kritisch denken en kennis. Een kritiek die in de lijn ligt van de zorgen van Neil Postman. Waarbij het kennelijk als makkelijker wordt beschouwd om iets te leren via een video, of andere medium dan via lezen. De vraag is of dat waar is, en of deze reactie op de effecten van nieuwe media niet dezelfde onderschatting is als waar McLuhan over schreef met betrekking tot het nieuwe medium televisie.
“The main cause for disappointment in and for criticism of television is the failure on the part of its critics to view it as a totally new technology which demands different sensory responses.”
Podcaster en schrijver Tim Ferriss (dubbel r dubbel s) speculeert op zijn blog over hoe AI de markt voor een categorie non-fictieboeken heeft beïnvloed. Hij voert als bewijslast de verkoopcijfers van zijn eigen boeken aan. Wat Ferriss er niet bij vertelt, is dat hij met de Four Hour Workweek een boek heeft gepubliceerd dat een uitzonderlijk lange tijd goed heeft verkocht. En als je meer context bij zijn cijfers geeft, is de vraag of een uiteindelijke decline niet te verwachten was. Zijn laatste boek publiceerde hij meer dan 10 jaar geleden. Misschien is de glans gewoon van Ferriss af. De nieuwe lezer kent hem niet. Daarnaast denk ik dat als je boek zich laat samenvatten tot een paar ideeën en de vorm van het boek een opgeblazen ballon rond deze ideeën vormt, zoals ik eerder schrijf over bijvoorbeeld Tony Robbins, dan kan een tool die de lucht uit zo’n boek laat lopen ook als een zegen beschouwd worden. Niet voor de auteur of de uitgever, maar wel voor de lezer, de markt.
Zijn het de schrijvers die klagen over hun klanten – het lezerspubliek – of is er echt iets gaande, iets wat McLuhan en Postman voorzagen. Of is er iets dat verder gaat dan een teruggang van het aantal lezers, maar ook van ons vermogen om onze aandacht vast te houden bij moeilijke zaken. Is het zo dat er zoveel nieuwe media bijgekomen zijn dat we niet weten waar we onze aandacht bij moeten houden en steeds achter een in onze ogen groter konijn aanjagen, tot er een nog vetter mediakonijn voorbijschuift. Aangejaagd door de aandachtstechnieken waarvan de media- en advertentieorganisatie de media mee ‘verrijken’.