Een reisverslag van 38 dagen door Japan — van Tokyo tot Shikoku, per trein, te voet en met een paraplu.
In maart en april 2023 reisde ik door Japan. Ik keek rond, liep veel, fotografeerde en schreef op wat me opviel: tempels en treinen, stille straten en drukke steden, rituelen, landschappen en alledaagse momenten.
Het boek telt 180 pagina’s en bevat meer dan 120 full-colour foto’s.
Gerrit Krol is een uitzonderlijke schrijver en een van de weinige schrijvers die ik kan blijven herlezen. Met name Een Fries huilt niet, Het gemillimeterde hoofd en De man achter het raam zijn boeken zonder gelijke, zelfs buiten het Nederlandse taalgebied.
‘Kunstmatige intelligentie, opgeborgen in een automaat, kun je je voorstellen als een zwart doosje: je stopt er iets verstandigs in, en er komt iets verstandigs uit.
Maar je zou pas echt intelligentie gecreëerd hebben als je ook die verstandige input gegenereerd had. Dat vraagt een tweede zwart doosje, dat door de eerste op de rug genomen wordt: binnen- en buitenwereld die elkander voeden.’
De man achter het raam, de gecreëerde intelligentie, in het boek van Krol kent geen dood, geen angst, geen trots en begrijpt kunst niet. Kent geen liefde, geen pijn, is geen kind geweest. Hij beziet de mens en concludeert:
‘Ik weet niet wie God is, maar wat jullie onder God verstaan zit voor je.’
De man krijgt een mensenlichaam om hem menselijker te maken. Zijn maker, Rudy, gelooft dat de wereld moet worden geregeerd door een superintellect. De man achter het raam is het er niet mee eens.
‘‘Veel beter is een regeerder die niet meer verstand heeft dan degene over wie hij regeert, en het beste is misschien een regeerder die een beetje dommer is.
‘Zoals nu.’
‘Zoals nu.’’
Het blijft een verbazingwekkend kijkje in het hoofd van een schrijver die op een unieke manier op de toekomst vooruit wist te lopen.
13 april 2023. Het hert was er al voordat Japanners in Japan gingen wonen. Volgens de Shinto-religie zijn herten boodschappers van de goden. In Nara lopen zo’n 1500 tamme herten los rond door de stad, voornamelijk in het park bij de bekende tempels. Daar worden ze gevoerd door toeristen die speciale ‘koeken’ voor de herten kopen bij kraampjes. Er zijn toeristen die dat niet helemaal snappen en zelf aan zo’n koek gaan knabbelen. De herten snappen het beter: ze zijn opdringerig en gebiedend als je iets eetbaars bij je hebt, en volkomen onverschillig zodra duidelijk is dat je niets meer hebt. Rondom het hert is een hele industrie ontstaan: souvenirs, hertentaartjes, hertenknuffels, herten in veel etalages in Nara. En bij een overheidsgebouw staat een bronzen hert naast de echte bewaker bij de deur. Alsof ze dat zelf ook grappig vinden.
We zijn vroeg op pad voor de hoogste boeddha van Japan: de Daibutsu in de Todai-ji tempel is zestien meter hoog. De hal die hem omhult is het grootste houten gebouw ter wereld — en toch lijkt het ding er nauwelijks in te passen.
Daarna lopen we naar Todai-ji Nigatsudo, de Februarihal, een tempel op een helling met uitzicht over de stad. Een monnik zit met zijn rug naar ons toe, voert een ritueel uit voor een klein vuur. We kijken even en lopen door.
Rond elf uur komt de toeristenstroom goed op gang. Tijd voor ons om een rustiger plek te zoeken.
We wandelen van de ene kant van de vallei naar de andere, langs kleine rijstveldjes. Het is stil. We lunchen bij een restaurantje langs de rivier. Dan verder naar Toshodai-ji, een groot boeddhistisch complex dat in 759 werd gesticht door de Chinese monnik Ganjin, die er na vijf mislukte pogingen en tien jaar reizen eindelijk in slaagde Japan te bereiken — blind, tegen die tijd. We zijn er vrijwel alleen, op een handvol bejaarde Japanners na. Hier is mos de belangrijkste begroeiing. Waar we in Nederland het gras verticuteren om het mos tussen het gras te verwijderen, zie ik hier een tuinman de sprietjes gras tussen het mos uit verwijderen. De mosvlakte tussen de bomen met het lage licht is heel bijzonder. Een haast lichtgevend groen tapijt. Geen drukte, geen selfies, geen geluid behalve de wind.
We nemen de bus terug.
Deze aflevering maakt deel uit van het boek 912 uur Japan, 180 pagina’s, 120+ foto’s.
Tien minuten te vroeg op het station. Het is 17 graden veel te warm voor 6 oktober 6 uur 16.
Op een bankje zit een man luid te praten tegen zijn collega naast hem. De collega kijkt voor zich uit. ‘Moet ik dit geleuter aanhoren, op dit tijdstip van de dag?’
Voor me loopt een jongen in een lichtgekleurde joggingbroek. Op zijn kont tekent zich een grote natte Rorschachvlek af.
In het wachthokje ligt iemand op de bank te slapen. Op de grond voor de bank staan een paar versleten schoenen met ingetrapte hakken, naast een opengescheurde verpakking waar sandwiches in hebben gezeten. Rondom het hokje hangt een geur van vergeten natte was.
Bij de kapper zit een dame met zwartgeverfd haar tegenover me. Ze vertelt.
Ze zoekt een appartement en heeft eindelijk een bezichtiging. Ze staat tweede op de kandidatenlijst. Ze bekijkt het appartement en ziet het helemaal zitten. Maar ook de nummer één van de lijst loopt heel geïnteresseerd rond.
Gespannen blijft de dame met het zwarte haar in de woonkamer wachten terwijl de nummer één door het appartement wordt geloodst. De vrouw van de woningcorporatie knipoogt naar haar als de nummer één via de woonkamer de tweede slaapkamer inloopt.
Even later hoort ze de voordeur. De vrouw van de woningcorporatie komt naar haar toe en steekt haar hand uit.
‘Gefeliciteerd. U heeft hem, hoor.’
De dame met het zwarte haar is verbaasd.
‘Ik dacht dat die mevrouw die nummer één staat hem wel zou willen. Ze was zo enthousiast aan het rondkijken.’
‘Welnee, voor haar is het alleen maar een hobby.’
‘Hè? Wat is een hobby?’
‘Huizen bezichtigen. Ze staat al jaren op nummer één en bekijkt elke week wel een paar appartementen. Ze komt er helemaal voor uit Hilversum rijden.’
De kapster die met mijn haar bezig is giechelt. We wisselen een blik in de spiegel.