Terschelling in de winter: mist, stilte en drie voetgangers

Na een halve dag vertraging zijn we dus op Terschelling beland. Het eiland voelt verlaten.

De eerste dag is het nog vreselijk koud, de dagen daarna wordt het iets warmer maar het blijft mistig, en af en toe druilerig. De Terschellingers zijn anders in de winter. Er zijn nauwelijks toeristen. De meeste winkeltjes en restaurants zijn dicht.

Strand van Hoorn op Terschelling

Gisteren wandelde ik naar West aan Zee. Het was mistig. Het zicht reikte niet verder dan honderd meter. Mijn bril beslaat, en laat zich niet drogen. Dat helpt ook niet.

In het bos ontdek ik dat Terschelling een houthakvereniging heeft. Ze leggen het gehakte hout in een keurige kring.

PLek in het bos  van houthakkersvereniging op Terschelling

Het is weekend. In het hotel zagen we wat meer toeristen arriveren. Maar ze lijken zich schuil te houden. Op weg naar West aan Zee tel ik drie voetgangers, vier fietsers en een auto.

Bushokje in de mist, bij West aan Zee op Terschelling
Strandrestaurant West aan Zee in de mist

De standtent bij West aan Zee is open in het weekend. We strijken hier neer voor lunch. Een meisje een paar tafels verder heeft een Goois accent waarmee ze heel hard over zichzelf vertelt tegen haar vriendin. Als ze buiten staan zegt de vrouw aan het tafeltje naast ons tegen haar man: ‘Tsjonge, wat een kouwe kak.’ Dat hoor je niet vaak meer: de uitdrukking ‘kouwe kak’. Maar ze heeft wel gelijk.

Ik wandel door het bos terug en maak onderweg foto’s van dingen die niet bewegen. Bomen vooral.

Omgewaaide bomen op Terschelling
Bankje in de mist op Terschelling
Heide bij West-Terschelling
Huis in licht van straanlandtaarn bij mist, in West-Terschelling

Vertraagde overtocht naar Terschelling

In het noorden binden ze de schaatsen onder om door de straten te schaatsen. Dan is een laag ijzel op een koude ochtend in de winter een bijzondere belevenis. Maar als je naar Harlingen moet rijden om de boot van 10 uur naar Terschelling te nemen, wordt het een minder grappige toestand.

We verzetten de boot naar de middagdienst. We lummelen in de ochtend, onwennig door de vrijgevallen tijd, naast de ingepakte spullen.

De boot van 15.00 uur wordt naar 17.00 verschoven vanwege het al extra lage water dat door de stevige oostenwind zodanig meer uit de vaargeulen is geblazen dat de veerboot er niet meer door kan.

De haven van Harlingen
Doorkijkje langs een gebouw in de haven van Harlingen

De wind is niet alleen stevig maar ook ijzig. Een wandeling door de haven van Harlingen lijkt op de ervaring van de winter van 1978-1979.

In de tijd die we hebben weten we net het strand van Harlingen te bereiken voor we weer terug moeten. Dik ingepakte wandelaars laten hun de hond uit.

Op de boot worden we getrakteerd op een gratis warme maaltijd. Als goedmakertje voor de verschoven dienst. Ik vraag me af of zo’n rederij, net als een vliegtuigmaatschappij, een compensatieregeling heeft voor opgelopen vertragingen. Maar ik heb geen zin om op te zoeken of het zo is.

De dames aan het tafeltje naast ons klagen over de lange dag die ze hebben gehad. Ze zijn kennelijk naar het ziekenhuis geweest. Drie injecties heeft een van de dames gehad. Ze aaien onze hond terwijl ze doorkwebbelen. ‘Hij heeft twee verschillende kleuren ogen,’ en schakelen in dezelfde zin over naar kaascrackers, en de loaded fries, de hit op het menu van rederij Doeksen. Het is moeilijk te volgen hoe ze van het ene naar het andere gespreksonderwerp doorlussen. Een van de dames wordt er zelf een beetje moe van. ze laat zich languit achterover zakken en doet haar ogen dicht. ‘Even tukken.’ De andere dame gaat soep halen. Toch maar geen loaded fries.

Na anderhalf uur zie je Terschelling vlakbij liggen, op Google Maps dan, en denk je dat je er bijna bent, maar het laatste stukje duurt langer dan je denkt. Het is toch alweer een half uur later voordat je de boot af bent.

Om acht uur hebben we onze spullen naar binnen gesleept. Ik loop nog een rondje met een uitgelaten (ja ja) hond door de vrieskou. En met de camera.

doorkijkje in hotelkamer tussen badkamer en woonkamer
gallerij van hotel op terschelling
bos van west-terschelling in de avond
bos van west-terschelling in de ochtend
huis in west-terschelling in de avond
bos van west-terschelling in de ochtend

5 februari 2015 – 11 jaar later

dame leest boekbij kapper

11 jaar geleden: 5 februari 2015

Ik bladerde door oude notitieboeken. Overmorgen is het exact 11 jaar geleden dat ik dit opschreef.


5 februari 2015, 4 uur ’s ochtends. Te vroeg naar bed gegaan: 21.30 al.

Ik begin aan The Magic of Thinking Big na de laatste pagina’s van Zero to One te hebben gelezen.

The Magic of Thinking Big is een boek uit 1959. Pas toen de tunnel tussen Engeland en het continent als “Big idea for the future” werd beschreven, realiseerde ik me hoe oud het boek is. Salarissen voor verkopers variëren van $12.000 voor slecht performende tot $60.000 voor toppers. Dat zijn geen bedragen van de 21e eeuw.

Ondanks dat het boek oud is, is het nog steeds zeer leesbaar.

Van Jim Collins (Good to Great) noteer ik over Level 5 leiderschap:

  • Set up for a successor
  • Exercise humility, compelling modesty
  • Fulfill the goal to graciously leave without leaving a gap

James Altucher podcast: heb een mening en kom ervoor uit.

Van Grunberg’s blog:

The big attraction of literature, of storytelling in general, is that the reader, listener, consumer is not able to make choices. The story (or the narrative mode for that matter) functions as fate; the only way to escape fate (the narrative) is to close the book, to stop reading. In this sense storytelling is an exercise in detachment.

Fijn zo’n web van quotes.


11 jaar later:

The Magic of Thinking Big heb ik nooit meer bekeken. Zero to One wel nog een paar keer. Level 5 leiderschap bleef hangen. Altucher’s advies deed ik niet genoeg.

Die Grunberg quote over storytelling als detachment klopt nog steeds.

Fijn, zo’n oud notitieboek.

Koud werkje, fotograferen bij Koedijk

volkstuintjes bij koedijk

Gisteren haalde ik een paar vakjes van het Noord-Holland Grid project in bij Koedijk. Ik parkeer onderaan de dijk, aan de kant van de polder dus. In Koedijk, heb ik wel eens gehoord, kun je op de dijk wonen, of onderaan de dijk. De mensen op de dijk kijken neer op de mensen onderaan de dijk. Volgens mijn bron, die ik eigenlijk niet vertrouw.

Ik loop richting Geestmerambacht, de recreatieplas die in de jaren zestig van de vorige eeuw werd uitgeschept. Het eerste stukje loop ik tegen een ijzige tegenwind in. Ik loop langs een fors volkstuingebied. Iedereen moet hier een tuintje hebben, reken ik grof uit, aan de hand van het aantal tuintjes en het aantal huizen. De tuintjes zijn ingepakt en wat bloot staat is vooral boerenkool en, denk ik, spruiten: lange, statige groene staken met een beetje begroeiing. Net te ver weg om het goed te kunnen onderscheiden.

Ik heb geen zin om over het fietspad te lopen en glibber over het halfbevroren pad aan de andere kant van de weg, waar ik over het water kan uitkijken. Als je geen hond hebt vertoon je je hier niet. Dat lijken de mensen te denken die ik hier tegenkom. Ze hebben wel een beetje gelijk natuurlijk. Zeker met deze wind. Wat doe ik hier?

Bij de plas aangekomen die Zomerdel heet, volg ik het pad dat Lamslik heet. Ze doen hier aan fraaie namen. Bij de brug over het Lamslik staat iemand te vissen. Ik maak nog maar een foto.

Verder langs het water, Saskevaart – ook niet slecht – tot terug aan de Kanaaldijk. Dan weer onderlangs de dijk over het Achtergraft terug naar de auto. Achtergraft betekent ‘gracht achterlangs’, zoek ik thuis uit.

In de auto heb ik het direct warm. Koud werkje, fotograferen.

aanlegsteiger in het geestmerambacht
geestmerambacht
visser bij Lamslik bij het geestmerambacht
langs de dijk bij de Saskevaart
langs de dijk bij de Saskevaart
boerderij in laag winterlicht in koedijk

Wachtkamer, verhuizen, foodhallen

foto prints van niek de greef

1 februari 2026

Hoi,
Deze week begint in het ziekenhuis als A. in de badkamer valt. Dezelfde wachtkamer waarover ik vorige week toevallig schreef. Gelukkig laten de foto’s zien dat er niets gebroken is.

Leuk! Ik verkoop een paar prints via mijn Let’s Go Analogue winkeltje.

Vrijdag en zaterdag twee dagen fysiek bezig geweest: P. helpen verhuizen. Ouderwetse spierpijn in mijn bovenbenen door het geknutsel aan IKEA-meubelen. Maar het is dan ook een room met een view, in een gerestaureerd pakhuis op de Kop van Zuid in Rotterdam.

Zaterdagmiddag lunch in de Foodhallen. Vietnamees, Surinaams, Koreaans, Spaans, Japans – alles onder één dak. Erg leuke plek, op 2 minuten afstand van P.’s nieuwe huis. Net als het Fotomuseum in Rotterdam, overigens. Daar kijk ik naar uit, zodra ik geen IKEA-meubeltjes meer hoef in elkaar te zetten.

De leeslijst van de afgelopen tijd wacht op mijn notities. Alleen die van Stephen Graham is klaar (handgeschreven manuscript), dus volgende week iets te doen.

Komende week: Reizen naar Terschelling, Ameland, Lauwersoog en Schiermonnikoog. Hou de mail in de gaten.

Tot volgende week, Niek

wachtkamer in ziekenhuis
stapeltje boeken
uitzicht uit kamer van appartement in rotterdam
foodhallen rotterdam