Koud werkje, fotograferen bij Koedijk

Gisteren haalde ik een paar vakjes van het Noord-Holland Grid project in bij Koedijk. Ik parkeer onderaan de dijk, aan de kant van de polder dus. In Koedijk, heb ik wel eens gehoord, kun je op de dijk wonen, of onderaan de dijk. De mensen op de dijk kijken neer op de mensen onderaan de dijk. Volgens mijn bron, die ik eigenlijk niet vertrouw.
Ik loop richting Geestmerambacht, de recreatieplas die in de jaren zestig van de vorige eeuw werd uitgeschept. Het eerste stukje loop ik tegen een ijzige tegenwind in. Ik loop langs een fors volkstuingebied. Iedereen moet hier een tuintje hebben, reken ik grof uit, aan de hand van het aantal tuintjes en het aantal huizen. De tuintjes zijn ingepakt en wat bloot staat is vooral boerenkool en, denk ik, spruiten: lange, statige groene staken met een beetje begroeiing. Net te ver weg om het goed te kunnen onderscheiden.
Ik heb geen zin om over het fietspad te lopen en glibber over het halfbevroren pad aan de andere kant van de weg, waar ik over het water kan uitkijken. Als je geen hond hebt vertoon je je hier niet. Dat lijken de mensen te denken die ik hier tegenkom. Ze hebben wel een beetje gelijk natuurlijk. Zeker met deze wind. Wat doe ik hier?
Bij de plas aangekomen die Zomerdel heet, volg ik het pad dat Lamslik heet. Ze doen hier aan fraaie namen. Bij de brug over het Lamslik staat iemand te vissen. Ik maak nog maar een foto.
Verder langs het water, Saskevaart – ook niet slecht – tot terug aan de Kanaaldijk. Dan weer onderlangs de dijk over het Achtergraft terug naar de auto. Achtergraft betekent ‘gracht achterlangs’, zoek ik thuis uit.
In de auto heb ik het direct warm. Koud werkje, fotograferen.





























