Over boeken, literaire reflecties en het web van literatuur, door Niek de Greef. Werner Herzog, Paul Theroux, V.S. Naipaul en meer. Nederlandse en Engelstalige boeken.

912 uur Japan

912 uur japan door niek de greef - boekomslag

Nieuw boek – nu verkrijgbaar!

912 uur Japan

Een reisverslag van 38 dagen door Japan — van Tokyo tot Shikoku, per trein, te voet en met een paraplu.

In maart en april 2023 reisde ik bijna zes weken door Japan. Ik keek rond, liep veel, fotografeerde en schreef op wat me opviel: tempels en treinen, stille straten en drukke steden, rituelen, landschappen en alledaagse momenten.

Het boek telt 180 pagina’s en bevat meer dan 120 full-colour foto’s.

Lees de reisserie op dit blog.

Bestel het boek direct: €20 inclusief verzendkosten
Nu ook verkrijgbaar via bol.com.

Lees meer op de speciale pagina over het boek.

Beyond reading

Neil Postman schreef dat een transitie naar visuele media de neergang van de aandacht voor lezen zou inhouden. Boeken, essays, lange artikelen, dat zijn media waarvoor je moeite moet doen, en die dus geen hapklare ‘messages’ zijn. The Medium is The Message, schreef McLuhan.

Nu lijken we steeds een punt te bereiken met nieuwe media waarbij we bedenken: what’s next. Nieuwe media, nieuwe messages. Radio, TV, Ebooks, blog, vlogs, AI. Of is het een cyclus, en moeten we wachten op een nieuwe technologie, die het lezen een andere message brengt. En brengt een nieuw medium het vorige medium om, of heeft het oudere medium nog steeds bestaansrecht, met zijn eigen uniek kenmerken – en … ‘message’.

Schrijver Maria Konnikova schrijft op haar blog: “We lose critical thinking ability. We lose our memory. We lose analytical skills. We lose metacognitive awareness. We lose creative thought. When we lose deep reading, we lose deep thinking.”

Maar eigenlijk is het het omzeilen van moeilijke dingen:

When things are easy, we often come away with the false impression of learning, knowledge, and comprehension. We think we know something when we actually don’t. The process of struggling with material, of grappling with new ideas, of trying things that are difficult, both mentally and physically, is how we learn to do the thing, how we grow, how we go from thinking we know to actually knowing.”

Dus volgens Konnikova gaat het om het verlies van kritisch denken en kennis. Een kritiek die in de lijn ligt van de zorgen van Neil Postman. Waarbij het kennelijk als makkelijker wordt beschouwd om iets te leren via een video, of andere medium dan via lezen. De vraag is of dat waar is, en of deze reactie op de effecten van nieuwe media niet dezelfde onderschatting is als waar McLuhan over schreef met betrekking tot het nieuwe medium televisie.

The main cause for disappointment in and for criticism of television is the failure on the part of its critics to view it as a totally new technology which demands different sensory responses.”

Podcaster en schrijver Tim Ferriss (dubbel r dubbel s) speculeert op zijn blog over hoe AI de markt voor een categorie non-fictieboeken heeft beïnvloed. Hij voert als bewijslast de verkoopcijfers van zijn eigen boeken aan. Wat Ferriss er niet bij vertelt, is dat hij met de Four Hour Workweek een boek heeft gepubliceerd dat een uitzonderlijk lange tijd goed heeft verkocht. En als je meer context bij zijn cijfers geeft, is de vraag of een uiteindelijke decline niet te verwachten was. Zijn laatste boek publiceerde hij meer dan 10 jaar geleden. Misschien is de glans gewoon van Ferriss af. De nieuwe lezer kent hem niet. Daarnaast denk ik dat als je boek zich laat samenvatten tot een paar ideeën en de vorm van het boek een opgeblazen ballon rond deze ideeën vormt, zoals ik eerder schrijf over bijvoorbeeld Tony Robbins, dan kan een tool die de lucht uit zo’n boek laat lopen ook als een zegen beschouwd worden. Niet voor de auteur of de uitgever, maar wel voor de lezer, de markt.

Zijn het de schrijvers die klagen over hun klanten – het lezerspubliek – of is er echt iets gaande, iets wat McLuhan en Postman voorzagen. Of is er iets dat verder gaat dan een teruggang van het aantal lezers, maar ook van ons vermogen om onze aandacht vast te houden bij moeilijke zaken. Is het zo dat er zoveel nieuwe media bijgekomen zijn dat we niet weten waar we onze aandacht bij moeten houden en steeds achter een in onze ogen groter konijn aanjagen, tot er een nog vetter mediakonijn voorbijschuift. Aangejaagd door de aandachtstechnieken waarvan de media- en advertentieorganisatie de media mee ‘verrijken’.

Filosofie, een duiker en de middenmacht

De boeken van de afgelopen week.

De troost van de filosofie

Alain de Botton, uit de ramsh van mijn zoon geplukt en herlezen.

We proberen ons aan te passen en aardig gevonden te worden, zegt De Botton, maar de wijsgeer zwicht niet voor impopulariteit en verkettering door de staat. In de wijsgeren vindt hij een tegenwicht tegen de slaafse neiging om maatschappelijk goedgekeurde gewoontes en denkbeelden te volgen. De gedachten van Socrates, Epicurus, Seneca, Montaigne, Schopenhauer en Nietzsche bieden hem inspiratie om onze eigen overtuigingen te vormen en vooral om ze kritisch te bekijken.

Ook al zijn mensen nog zo belangrijk, ze kunnen ongelijk hebben. En dat komt doordat ze nooit logisch hebben nagedacht over hun opvattingen. Socrates leert dat een stelling pas echt waar is als ze niet te weerleggen valt, en dat we onze denkbeelden dus kritisch moeten toetsen, met redenen én met tegenargumenten.

Epicurus leert ons onze vage gevoelens van angst en lust te onderzoeken. Een aangenaam leven heeft volgens hem een paar essentiële ingrediënten: vriendschappen die gaan om het innerlijk en niet om uiterlijke schijn, vrijheid en reflectie. Epicurus zegt ook dat geluk en vermogen maar heel beperkt met elkaar samenhangen. Boven een minimale vermogensdrempel betekent geld niet dat je gelukkiger bent. Of andersom: als je niet gelukkig bent met weinig geld, zal je het ook niet worden met meer.

Volgens Seneca worden we vooral geplaagd door frustraties die we niet hebben zien aankomen en die we niet kunnen bevatten. Als we anders omgaan met onze verwachtingen, kunnen we kalmer blijven bij tegenslagen. Als we geen zulke hooggespannen verwachtingen hadden, zouden we ons ook minder kwaad maken wanneer ze uitblijven. Het leven is niet rechtvaardig, en daar moeten we ons bij neerleggen. Als je je angsten inbeeldt als iets dat zeker gaat gebeuren, kun je jezelf er ook gemakkelijker aan conformeren: dan kan het hoogstens meevallen. En als iemand je krenkt, geloof niet dat die persoon dat opzettelijk deed. Geef gebeurtenissen niet steeds het slechtste mogelijke etiket. Leg niet alles verkeerd uit. Sommige dingen kunnen we niet veranderen, maar wel de manier waarop we ermee omgaan.

In Montaigne vindt De Botton verschillende opbeurende gedachten. We moeten onze zwakheden en dwaasheden toegeven. Er blijft dan genoeg over. Montaigne verbaast zich ook over de bekrompenheid van mensen die het onbekende als slecht beoordelen. Wat de ene samenleving vreemd vindt, is in een andere heel normaal. Voor Montaigne is vriendschap bovendien een essentieel onderdeel van een gelukkig leven. Hij maakt onderscheid tussen geleerdheid en wijsheid, heeft oog voor het nederige, het kleine, en ergert zich aan hoogdravendheid. Filosofie en wetenschap zouden net zo goed leesbaar moeten zijn als andere boeken. Filosofen die zich bedienen van woorden die je op straat niet hoort, ziet hij als mensen met schoolmeesterachtige eerzucht. Wees niet bang om je grote voorbeelden in twijfel te trekken; alleen zo bereik je originaliteit. Neem je tijdgenoten net zo serieus als de groten uit het verleden, want zij zijn net zo interessant. De klassieken konden net zo bekrompen en saai zijn. Papegaai niet na. IJdelheid en gebrek aan zelfvertrouwen maken dat je je vastklampt aan het bekende. Maar in ieder leven zijn interessante ideeën te vinden.

Volgens Schopenhauer wordt ons onbewuste geregeerd door de wil tot leven, terwijl ons bewuste daaraan ondergeschikt is—heel rudimentair. We worden verliefd en trouwen, omdat we met die persoon gezonde kinderen kunnen voortbrengen. Dus als een verliefdheid mislukt of we worden afgewezen, is dat volgens zijn logica minder erg: dan waren we niet geschikt om met die persoon een evenwichtig nageslacht te produceren. Een mooie zin van Schopenhauer over kunst luidt: “De essentie van de kunst is dat een geval representatief is voor duizend andere.”

Tenslotte arriveert De Botton bij Nietzsche. Die zegt: een bevredigend leven bereik je niet door pijn te vermijden, maar door te aanvaarden dat pijn en wrijving natuurlijke onderdelen zijn van iets goeds tot stand brengen. Vreugde ligt dicht bij leed. De kunst van het leven bestaat er volgens Nietzsche uit voordeel te doen met je tegenslagen. Talent is overschat: de groten hebben zich door tegenslagen laten vormen. Ook hij pleit tegen verhevenheid en voor de degelijke ernst van de ambachtsman. Drank en christendom ontmoedigen ons om onze problemen te koesteren en ontnemen ons zo de kans op voldoening.

De Duiker – Mathijs Deen

De Duiker is het tweede deel in de Waddenthrillers-serie van Deen.

Bij een wrak dat al jaren in de Waddenzee ligt, wordt het lichaam gevonden van een duiker die recent is overleden. Het ziet er duidelijk naar uit dat hij is vermoord. Rechercheur Lieuwe Cupido, de hoofdpersoon in de Waddenthrillers, gaat op zoek naar de dader. Terwijl het onderzoek vordert, verweeft het verhaal zich met Cupido’s persoonlijke leven, dat wordt getekend door eerdere keren dat iemand bij een ongeluk op zee verdronk.

Goed geschreven. Ik lees zeker de rest ook.

De kracht van de middenmacht – Remco Breuker en Casper Wits

De kracht van de middenmacht laat zien hoe Zuid-Korea, Japan en Taiwan zich staande proberen te houden in het mondiale machtsverkeer tussen China, Rusland en de Verenigde Staten. Het betoog stelt dat Europa en Nederland lessen kunnen trekken uit de manier waarop deze landen hun regionale en geopolitieke problemen benaderen. De auteurs verbazen zich over het gebrek aan kennis over de Aziatische regio bij Nederlandse ambtenaren en diplomatieke functies. Ook binnen de EU is een afhankelijkheid van China ontstaan in infrastructuur en de productiesector, wat vraagt om een betere strategische aanpak.

Zuid-Korea kan daarbij een sleutelrol spelen in de omgang met China, omdat het de afgelopen zeventig jaar al eens zo’n proces heeft doorgemaakt. In Zuid-Korea is, ondanks alle spanningen, ruimte voor kritische stemmen: het opleggen van zwijgen wordt niet geaccepteerd. Dat zou immers het begin van onvrijheid zijn. Bovendien investeerde Zuid-Korea bewust in kennis van de Chinese cultuur, zodat het gericht kon kiezen welke aspecten het wilde overnemen en welke juist wilde afwijzen. Daardoor zijn Korea en, in vergelijkbare zin, Japan goed in staat hun eigen beleid op het gebied van wetenschap, innovatie en techniek te combineren met een evenwichtig buitenlands beleid.

Ook militair presenteren de auteurs Zuid-Korea als exemplarisch voor de EU. Zuid-Korea heeft sterk geïnvesteerd in een robuust leger en in een defensie-industrie. Een militaire samenwerking tussen Zuid-Korea, Japan en de EU kan daarom, zeker nu de VS mogelijk wegvallen onder Trump, wel eens een slimme strategie zijn.

Japan is na het afschudden van de Yoshida-doctrine die het land beperkte in het ontwikkelen van een eigen leger, in een vergelijkbare positie gekomen. Het land is een actieve speler geworden in het opbouwen van samenwerkingsverbanden met de middelgrote landen in Azië, en geldt daardoor als vergelijkbaar voorbeeld voor de EU naast Zuid-Korea.

Taiwan heeft, na een heel andere voorgeschiedenis rond de oorlog tussen de communisten en de Kuomintang (KMT), ook een vergelijkbare middenpositie weten te bereiken. Net als in Zuid-Korea heeft de bevolking ook in Taiwan autocratische ontwikkelingen weten te onderdrukken, wat een illustratie is van hoe een land met interne spanningen en buitenlandse druk toch sociale en economische vooruitgang kan boeken. Tegelijk benadrukken de auteurs dat Taiwan laat zien dat het toegeven aan de eisen van China de veiligheid in de regio juist verslechtert. Een stevigere opstelling zou volgens hen juist als tegenwicht kunnen dienen.

De auteurs vatten hun betoog in het boekje samen tot concrete beleidsaanbevelingen voor betere samenwerking. Die zou voor Nederland en de EU enerzijds en voor de drie betrokken landen anderzijds wederzijds gunstig zijn, op de terreinen economie, defensie en diplomatie.

Sisters in Yellow van Mieko Kawakami

De onzekere en onhandige tiener Hana vindt houvast bij haar mysterieuze vriendin Kimiko. Samen beginnen ze een bar, maar al snel verlangt Hana naar een heel andere vorm van vrijheid, zoals ze die ziet in Kiki, uit Miyazaki’s Kiki’s Delivery Service.

“I just thought how amazing it would be to leave home and work as much as I wanted, the way Kiki did.”

Terwijl de bar draait, het dagelijks leven zich ontwikkelt en de gebeurtenissen zich opstapelen nadat ze de deuren van de bar na een brand hebben moeten sluiten, blijkt Hana gaandeweg veranderd. Tot haar eigen verbazing groeit ze uit tot een taaie, zelfstandige jonge vrouw, die zowel haar eigen hoofd boven water weet te houden als dat van haar vriendinnen.

Geweldige, verrassende roman van Mieko Kawakami.

Lezen in de hitte

Zelfs lezen is lastig bij een temperatuur van tegen de 35 graden Celsius. Toch las ik afgelopen week een paar boeken uit.

GH Hardy Apologie van een wiskundige

G.H. Hardy – Apologie van een wiskundige

Ergens las ik dat Ionica Smeets het boek Apologie van een wiskundige aanraadde – ik denk in Het Exacte Verhaal. G.H. Hardy was een bekende Britse wiskundige en Nobelprijswinnaar. Hij richt zich in het boekje, een flink essay, met een relatief lang voorwoord van C.P. Snow, op de vraag of wiskunde nuttig is, en of hij als wiskundige een nuttig leven heeft geleid. Hij begint zelfrelativerende: verklaring en kritiek het werk is van tweederangs denkers. Wiskundigen hebben tot taak iets nieuws te doen. Toch zet Hardy door en analyseert zijn eigen leven.

Iemand die volgens Hardy zijn bestaan en bezigheden wil rechtvaardigen, moet weten of zijn werk de moeite waard is en waarom hij doet wat hij doet. Iemand kan voor dat laatste twee verklaringen hebben:

1. Omdat hij het goed kan.

2. Er is niets wat hij goed kan. Hij doet wat hij doet omdat het op zijn pad kwam.

Hardy identificeert drie drijfveren voor een onderzoeker:

1. Intellectuele nieuwsgierigheid.

2. Beroepseer. Tevreden willen zijn met je eigen prestaties.

3. Ambitie. Verlangen naar faam, positie, macht, geld.

Dan kijkt Hardy naar de relevantie van wiskunde. Sommige onderdelen van de wiskunde zijn irrelevant, zoals een schaakprobleem alleen binnen de context van het schaakspel relevant is. Significante wiskundeproblemen hebben een bredere verbinding binnen en mogelijk ook buiten de wiskunde.

Hardy maakt een onderscheid tussen ‘echte’ wiskunde en een beperkte wiskunde. De eerste combineert relevantie en schoonheid. Hij noemt een aantal voorbeelden van wiskundige schoonheid, zoals de stellingen van Pythagoras, Euclides, en recenter de overaftelbaarheid van de oneindigheid die Cantor ontdekte.

Soms wordt wiskunde pas relevant ver nadat deze is bedacht, dus relevantie blijft een lastig criterium. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van priemgetallen in de cryptografie, en de toepassing van principes van de quantummechanica in quantum computing. (Hardy schreef het boekje in 1940 en speculeerde er al over dat quantummechanica wellicht ooit een praktische toepassing zou kunnen krijgen. Dat is zelfs nog voordat Feynman had bedacht dat je quantumprincipes zou kunnen toepassen als basis voor berekeningen.)

Met behulp van zijn eigen criteria analyseert Hardy zijn eigen bijdrage aan het wiskundige bouwwerk. Die is waarschijnlijk het grootst tijdens zijn jonge jaren – de meeste wiskundigen vroeg pieken, sommigen sterven zelfs heel jong, zoals Galois en Abel. Maar dat het ook nuttiger had gekund.

Om af te sluiten met Hardys eigen relativisme: wat is het nut van deze zelfanalyse? Het blijft in de lucht hangen.

thijs hoekstra kuren omslag

Thijs Hoekstra – Kuren

Kuren koos ik om zijn omslag. Ik wilde iets lezen van een jonge Nederlandse auteur, iets dat ik helemaal niet kende.

Het verhaal is minder grappig: een adolescent wordt behandeld voor kanker op de ziekenhuisafdeling voor kinderen met kanker. Een thema dat contrasteert met Thijs Hoekstra luchtige, relativerende en humoristische vertelstijl.

De zieke jongeman, David, ondergaat gelaten de verplichte bezoekjes van klasgenoten en van ongewenste cliniclowns. Hij wil vooral met rust gelaten worden, en dat de mensen een beetje normaal blijven doen. Een mooie rode draad is de verliefdheid van David op zijn nuffige klasgenoot Hélène de Boer.

matthijs deen de hollander omslag

Mattijs Deen – De Hollander

Via De Wadden van Matthijs Deen, raakte ik ook met zijn thrillers bekend die op de Wadden spelen. De Hollander is een goed geschreven detective met als hoofdpersoon een Duits-Nederlandse rechercheur die de dood van een wadloper onderzoekt. Leuk boek, gelijk het tweede deel, De Duiker, gekocht.

Haruki Murakami – Jazzportretten

haruki murakami jazzportretten

Niet omdat ik zo van jazz houdt, maar omdat ik gewoon alles van Murakami gelezen wil hebben. Jazzportretten bevat interessante beschrijvingen van bekende en (voor mij in ieder geval) minder bekende jazzmuzikanten. De stukjes maken je nieuwsgierig naar de muziek die deze mensen maakten. En dan luister ik toch opeens naar Thelonious Monk, Charles Mingus, Sonny Rollins, Charlie Parker en Miles Davis, en vind ik dat donkere gevoel in veel jazz toch erg leuk. Vooral ‘s avonds. Met gedimd licht. Of in een slecht verlichte kroeg.

Vogels, vergeten accu’s en veel bier – een dag op Terschelling

Ik ben niet zo’n vogelaar, maar het achtergrondconcert op de vroege ochtend in West aan Zee is indrukwekkend en divers. Een minuutje Merlin levert een fraaie verzameling vogels op: grasmus, fazant, wulp, boerenzwaluw, groenling, huismus, koekoek, putter, kneu, barmsijs, kokmeeuw, scholekster, kauw, grauwe gans, winterkoning.

Later langs het strand. Hier is niks, en ik loop met een fototoestel en maak foto’s van niks. Steltlopertjes en aalscholvers die met hun uitgespreide vleugels op het strand staan, poserend als bodybuilders. Bij de strandopgang van Midsland aan Zee zie ik een fotoshoot van een zwangere vrouw. Haar enorme witte buik schittert in de zon.

more days at the morisaki bookshop van satoshi yagisawa - book cover

Terug in ons huisje. Ik lees More Days at the Morisaki Bookshop, van Satoshi Yagisawa, het vervolg op Days at the Morisaki Bookshop. Ik zak in slaap in het zonnetje. Als ik op de fiets wil stappen om me bij de rest van de uitgewinkelde familie te voegen kom ik er achter dat ik de accu van de fiets thuis heb laten liggen.

Ik wandel een half uurtje naar Midsland. Een man met een gebruinde waddenkop en felblauwe ogen helpt me geroutineerd aan een fiets.

‘Dit is wel een bedrijf, he’ zegt hij tegen een collega die iets vanuit de andere kant van de winkel tegen hem zegt dat ik niet versta.

Lunch bij Puravida in het dorp aan een wankel tafeltje. Aan de andere kant van de straat verschonen zes volwassenen met veel theater een baby.

Later in de strandtent. Hier wordt veel bier gedronken. Een groepje brallerige dertigers is luidruchtig en aangeschoten. Naast ons zitten een gebruinde vrouw en een kale man met een petje bier te drinken. In de tijd dat wij op het terras tikken ze ieder minstens vijf vaasjes weg.

More Days at the Morisaki Bookshop uitgelezen. Een leuk boek met een mooi einde. Jane Friedman’s The Business of Being a Writer is de volgende op de stapel. Samen met The Convenience Store by the Sea.

We rijden naar Formerum voor zonnebrandcrème. Ook vergeten, en zeker nodig. We rijden door naar Heartbreak Hotel bij Oosterend. Een vader doet op de parkeerplaats een dansje met zijn dochters. Muziek schettert uit de smartphone van een van de meisjes. Katy Perry, of Taylor Swift, of een van die andere zangeressen die ik niet goed kan identificeren. Op het terras is het plotseling dringen.

‘s Middags wandelt ik een rondje. Ik was hier in februari, toen was het barkoud en kaal. Nu dwingen loslopende runderen met tot een klein omweggetje door het struweel.