Over boeken, literaire reflecties en het web van literatuur, door Niek de Greef. Werner Herzog, Paul Theroux, V.S. Naipaul en meer. Nederlandse en Engelstalige boeken.

Vogels, vergeten accu’s en veel bier – een dag op Terschelling

Ik ben niet zo’n vogelaar, maar het achtergrondconcert op de vroege ochtend in West aan Zee is indrukwekkend en divers. Een minuutje Merlin levert een fraaie verzameling vogels op: grasmus, fazant, wulp, boerenzwaluw, groenling, huismus, koekoek, putter, kneu, barmsijs, kokmeeuw, scholekster, kauw, grauwe gans, winterkoning.

Later langs het strand. Hier is niks, en ik loop met een fototoestel en maak foto’s van niks. Steltlopertjes en aalscholvers die met hun uitgespreide vleugels op het strand staan, poserend als bodybuilders. Bij de strandopgang van Midsland aan Zee zie ik een fotoshoot van een zwangere vrouw. Haar enorme witte buik schittert in de zon.

more days at the morisaki bookshop van satoshi yagisawa - book cover

Terug in ons huisje. Ik lees More Days at the Morisaki Bookshop, van Satoshi Yagisawa, het vervolg op Days at the Morisaki Bookshop. Ik zak in slaap in het zonnetje. Als ik op de fiets wil stappen om me bij de rest van de uitgewinkelde familie te voegen kom ik er achter dat ik de accu van de fiets thuis heb laten liggen.

Ik wandel een half uurtje naar Midsland. Een man met een gebruinde waddenkop en felblauwe ogen helpt me geroutineerd aan een fiets.

‘Dit is wel een bedrijf, he’ zegt hij tegen een collega die iets vanuit de andere kant van de winkel tegen hem zegt dat ik niet versta.

Lunch bij Puravida in het dorp aan een wankel tafeltje. Aan de andere kant van de straat verschonen zes volwassenen met veel theater een baby.

Later in de strandtent. Hier wordt veel bier gedronken. Een groepje brallerige dertigers is luidruchtig en aangeschoten. Naast ons zitten een gebruinde vrouw en een kale man met een petje bier te drinken. In de tijd dat wij op het terras tikken ze ieder minstens vijf vaasjes weg.

More Days at the Morisaki Bookshop uitgelezen. Een leuk boek met een mooi einde. Jane Friedman’s The Business of Being a Writer is de volgende op de stapel. Samen met The Convenience Store by the Sea.

We rijden naar Formerum voor zonnebrandcrème. Ook vergeten, en zeker nodig. We rijden door naar Heartbreak Hotel bij Oosterend. Een vader doet op de parkeerplaats een dansje met zijn dochters. Muziek schettert uit de smartphone van een van de meisjes. Katy Perry, of Taylor Swift, of een van die andere zangeressen die ik niet goed kan identificeren. Op het terras is het plotseling dringen.

‘s Middags wandelt ik een rondje. Ik was hier in februari, toen was het barkoud en kaal. Nu dwingen loslopende runderen met tot een klein omweggetje door het struweel.

Gelezen: De Arrogante Aap, Murakami en anderen

Christine Webb is een leerling van Frans de Waal. Ze schreef een boek met de grappige naam De Arrogante Aap. Ik vond het lastig te lezen. Het is zo’n boek dat één idee helemaal uitspint in

verschillende richtingen, voorziet van wetenschappelijke onderbouwing en een web van citaten. Ik heb daar al snel genoeg van. Ik scande het door op zoek naar een volgend idee, maar het komt niet.

Dat ene idee: de mens is geen uniek wezen, maar één van de vele levensvormen op aarde. Kinderen maken van nature geen onderscheid tussen mens en dier. Taal maakt ons niet uniek – ook dieren communiceren. En onze taal creëert bewust afstand: we zeggen biefstuk, niet koeienvlees. Gereedschapsgebruik? Niet exclusief menselijk. Wetenschappers die apen in gevangenschap bestuderen zien ander gedrag dan in de vrije natuur – een methodologisch probleem dat meer zegt over de wetenschap dan over de apen. Minder antropocentrisme zou ook tot minder racisme leiden. Webb bepleit een nieuw mensbeeld, zonder menselijk exceptionalisme, met meer mededogen voor de aarde en de andere wezens die er op leven. Een interessante kijk. Maar met de huidige wereldleiders onderdrukt je het cynisme nauwelijks.

Ik las ook Satoshi Yagisawa’s Days at the Torunka Café. Ik kende hem van Days at the Morisaki Bookshop – liep tegen dit boek aan en kocht het onmiddellijk. Drie verhalen die enigszins over elkaar liggen, over bezoekers en personeel van een koffiehuis in Tokyo.

Op fotofestival West-Friesland hielp ik bij twee lezingen van fotograaf Govert de Roos, en kocht zijn fotoboek Prince – Detroit 1984. De Roos raakte bekend in de scene rond Prince via foto’s die hij maakte van Vanity 6, en met een omweg werd hij uitgenodigd om tijdens een concert in Detroit het hele optreden te fotograferen. Als je Govert hoort vertellen begrijp je ook waarom artiesten met deze warme man wegliepen.

Van Haruki Murakami las ik Jazzportretten. Ik ben op geen enkele manier into jazz, maar als Murakami er over schrijft krijg je meteen zin om er naar te luisteren.

 Satoshi Yagisawa's Days at the Torunka Café cover
Govert de roos - vanity 6
govert de roos - prince detrot 1984

Nieuwe dingen geprobeerd: Proton, Eurosky en een provider die zichzelf opblaast

Ik heb al een tijdje een herinnering in mijn agenda staan: welke nieuwe dingen heb je geprobeerd.

Proton Calendar. Ik vergeet te veel verjaardagen en wilde tegelijkertijd af van de mix van Google- en Apple-kalenders. Omdat ik Proton al gebruik voor vpn en cloudopslag was dit een inkopper. Je importeert je bestaande kalenders zonder gedoe.

Foto van mijn SE gefotografeerd met een oude iPhone 6 gefotografeerd met mijn SE

Standard Notes. Apple Notes is prima, maar draait onder het Amerikaanse regime. In het Proton-ecosysteem stuitte ik op Standard Notes, onlangs door Proton overgenomen. Een uitstekende app. Niet helemaal zo goed als Apple Notes, maar voldoende.

Eurosky. Nog een soevereiniteitsactie: mijn Bluesky-data verplaatsen naar een Europese server. Via eurosky.tech/accounts/migrate.

De Fairphone. De batterij van mijn iPhone SE uit 2022 houdt het bij intensief gebruik al geen dag meer vol. Ik las dat je er e/OS op kunt draaien, om dezelfde redenen. Maar de nieuwste Fairphone is al meer dan een jaar oud en zou een achteruitgang zijn. Ik laat voorlopig de batterij vervangen.

Mijn telefoonprovider stuurde een e-mail. Per 1 juni gaan de kosten van mijn sim only-contract met één euro omhoog. Niet veel, maar het is een contract openbreken. Ik bel. Iemand neemt op. De medewerker is het met me eens: dit kan volgens de eigen algemene voorwaarden inderdaad niet. Daarom worden per 1 juni ook de algemene voorwaarden aangepast. Mijn contract is daarmee niet meer geldig. Binnen een dag ben ik over naar een andere provider. Ik was best tevreden.

Ik las Banana Yoshimoto’s Moshi Moshi. Deze Japanse schrijfster werd beroemd met Kitchen. In Moshi Moshi probeert de hoofdpersoon, een jonge vrouw, haar leven op te rapen nadat haar vader zichzelf onder bizarre omstandigheden van het leven heeft beroofd. Yocchan verzet zich tegen het knellende raamwerk van de Japanse maatschappij.

moshi moshi van banana yoshimoto book cover

‘… de leugen die dicteert dat je een fatsoenlijk leven moet leiden. … ik dacht dat het vreselijk met me zou aflopen als ik niet volgens de norm leefde…’

… ik vermoedde dat mensen niet altijd dichtbij zichzelf konden blijven, of volledig voor de pure en mooie delen van hun leven konden leven. Misschien hielden ze zichzelf met veel moeite in stand door te doen alsof ze blij waren met hun eigen keuzes, omdat ze uit elkaar vielen als ze dat niet minstens nastreefden …

Territorium

De nieuwsbrief van deze week als blog post.

Ik las Matthijs Deen’s De Wadden. Een beeldend geschreven historie over de ontwikkeling van het Waddengebied sinds de Romeinse tijd. Als Terschelling-liefhebber kom ik er een beetje karig af.

We kijken naar oude Bond films die nu op Netflix te zien zijn. Thunderball. De eerste Bond-film waarin 007 niet rookt, zegt wikipedia, . Later deze week ook Die Another Day, de film waarin Halle Berry en Madonna een rol hebben.

Judith Herzberg noemt in een interview met NRC het werken aan gedichten een vorm van spijbelen. ‘Omdat je altijd eigenlijk de afwas zou moeten doen die er van gisteravond nog staat.’ Als dat werk dat eigenlijk gedaan moet worden zoals de was doen en stofzuigen, dat blijft gewoon liggen als je aan je kunst bezig gaat. Een bijzondere benaderingswijze, een beetje het tegenovergestelde van procrastineren, waarbij je je werk aan je gedichten (fotografie, schrijven, tekenen, …) juist uitstelt door bezig te zijn met de prullenbakken legen, stof afnemen, etcetera.

Ik las Territorium, het fotoboek van Henk Wildschut over veehouderij en natuurbeheer in zijn geboortegrond op de Veluwe. Wildschut maakte er een paar jaar lang foto’s en interviewde mensen die iets met het gebied hebben, van kalverhouders tot wandelaars en ecologen. Naast hele mooie foto’s levert dat ook inzicht in het soms ongenuanceerde onbegrip over de gevolgen van de stikstofneerslag in het gebied.

Territorium, het fotoboek van Henk Wildschut en Tony Dočekal The Color of Money and Trees

Tony Dočekal maakte een mooi fotoboek over haar trip door het westen van de Verenigde Staten, The Color of Money and Trees. Het lijkt verschillende invloeden samen te brengen. Ik meen er Bertien van Manen in terug te zien (Moonshine, bij zo’n mooi zinneetje als ‘where cell reception is flaky’), een Gurski-achtig landschap (Bahrein I), Eggleston (telefoontoestel aan kleurloze muur in een hotelkamer, een hondje op een groene trap), de collage-achtige pagina’s en tekstjes aan American Geography van Matt Black. Mooi boekje, gekocht bij de ‘viering’ van de sluiting van de fysieke winkel van Wolf Books. Ze gaan online door.

Wolf books fyieke winkel in arnhem bij sluiting

Een magere fotoweek. Vakantie en persoonlijke beslommeringen. Ik bezocht Museum Arnhem en liep een fotorondje door de miezerregen.

parkeerplaats in arnhem, desolaat
kleurig detail van een muurtje met mos

Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham over zwerven, koffie en vrijheid

Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham - boek cover

Toen ik het boek Het geluk van de wandelaar van Stephen Graham kreeg, dacht ik aan een boek in een van de categorieën : The Peregrine van J.A. Baker, of van die andere wandelaar, Robert McFarlane, of Vagabonding van Rolf Potts. Maar het boek lijkt op geen van deze boeken.

Het geluk van de wandelaar is topisch ingedeeld in hoofdstukken per wandelaspect. Het is dus geen diepgaand verhaal over een wandeling of reis, maar een meta-boek over het fenomeen. Dat maakt het eigenlijk minstens zo interessant. Het boek kwam uit in 1925, maar het is nog steeds relevant en boeiend.

Stevige wandelschoenen zijn noodzakelijk, en dat wordt door Graham als een van de eerste onderwerpen aangepakt. Met dikke wollen sokken. Het hoofdstuk over de plunjezak kan probleemloos worden gelezen als je in gedachten de plunjezak vervangt door een rugzak.
Ook het stuk over de koffiekan, de overjas (regenjas), de emaille (plastic) beker en het inpakken in verschillende katoenen (plastic) zakken om de boel uit elkaar te houden in de plunje/rugzak zijn nog steeds van toepassing.

Stukken over vuur maken, het bed, de duik (in een meertje), over regen en weer opdrogen. Een uitgebreid betoog over hoe kleding te drogen bij het vuur, in de zon of met vloeipapier. Een stuk over bietsen. Dingen gratis krijgen is een bijzondere gave, vindt Graham.

Hij schrijft over koken tijdens het wandelen, maar vooral ook over het belang van koffie zetten. Zes van de tien pagina’s in het hoofdstuk ‘Koken’ gaan over koffiezetten. Koffie is erg belangrijk voor Graham. En terecht, denk ik.

Hij schrijft ook over roken, maar Stephen Graham lijkt behalve af en toe een sigaar geen enthousiaste roker te zijn.

De kleding: aan de kleding ziet men wie je bent. Het wandeltenue echter verhult iemands maatschappelijke klasse. En die onbestemdheid geeft je vrijheid. Meer filosofieën van deze aard. Tijdens de wandeling kan je de samenleving beschouwen zonder rangen en standen in acht te nemen. Als wandelaar sta je onderaan de maatschappelijke ladder. Je hoort niet bij enige maatschappelijke klasse. Dat geeft vrijheid.

Het leven is een domein; het ontspringt aan een middelpunt en waaiert uit in alle richtingen. Het is geen aaneenschakeling van gebeurtenissen. Toevallige ontmoetingen zijn een bron van verrijking, vooral als het onbekendheden betreft.
De wandelaar heeft het vermogen het leven te nemen zoals het komt.

Over geld:
“Met wandelen voorzie je niet in je levensonderhoud, maar in je levensgeluk.’

De beste reisgenoten zijn volgens Graham degenen die je vrij laten. Pas als je samen een verregende nacht hebt doorgebracht, verdwaald bent en je een tijdje niks hebt gegeten, kan je beoordelen of je de juiste reisgenoot hebt.

Wandelmethoden: maak er een avontuur van: volg een rechte lijn met het kompas in de hand, of wandel juist zigzag, een links, volgende rechts enzovoorts. Random wandelen brengt je op de meest onbekende plekken.

Amerikanen lopen niet. Graham wist het al: waarom lopen als je ook kunt rijden?

Bij het beschrijven van de wandelbestemming is Graham ook ongewoon actueel: over Lourdes, Spanje, Italië, Zwitserland, Zuid-Duitsland en andere landen in Europa, Rusland. Veel bestemmingen ver weg, maar dichtbij, om de hoek, zijn net zoveel te halen, weet Graham.

Je moet een boek meenemen als je gaat wandelen. En in een boek hoor je aantekeningen te maken. Het moet vol krabbels komen te staan. Hij geeft een lijst van aanbevolen boeken, de meeste ook nog steeds actueel, zoals Thoreau’s Walden, Shaw, Dostojevski en Shakespeare.

Een aantekeningenboekje is ook essentieel. Het maakt de wandelaar bewust van zijn ervaringen. Ervaringen verbleken zonder deze geheugensteuntjes. Het hoofdstuk over aantekeningenboekjes en het maken van notities is veruit het langste hoofdstuk. Zeer belangrijk voor Stephen Graham. Er is een lege pagina “voor de eigen aantekeningen van de lezer”.

Je zult van dag tot dag een logboek bijhouden, een dagboek van de ziel, en eerst denk je misschien dat dit niet meer dan een feitelijk reisverslag is, maar er komt meer bij kijken: poëzie, de nieuwe poëzie in je leven, en als je ogen hebt om te zien, zul je ervaren dat je langzaam in een levenskunstenaar verandert. Je raakt bedreven in de edele kunst van het wandelen, en daaraan ontleen je het plezier van een kunstenaar in zijn scheppend vermogen.

Een mooi boek over vagabonding. Zwerven is eigenlijk geen goede vertaling. Rondtrekken, wellicht, dat mist die negatieve bijklank van zwerven.

Met een voorwoord van Matthijs Deen, een schrijver die ik (mea culpa) nog niet kende maar waarvan ik zojuist zijn boek De Wadden aan het lezen ben. De toeval van het web van boeken.

Lees hier meer over boeken.