Nieuwsbrief 11 januari 2026

Heiloo in de winter

Hoi,
Kou in Nederland. Hier in Noord-Holland valt het mee. Ook met de sneeuw. Maar ik kom niet veel buiten.

Deze week:

De edit van de tekst en de foto’s 912 uur Japan gaat gestaag voort. Een nieuw stukje over een dag in Kanazawa hier.

Een stukje over Wereld en wandel van Michael K een boek van de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee.

Ik maakte een paar nieuwe ’torn zines, zie onder. Bij sommige abonnementen krijg je ongevraagd een magazine. Zoals bij de ANWB, de krant, of de televisieomroep. Ik kijk er nauwelijks in maar vind het wel leuk om ze te verscheuren tot iets anders: een ’torn zine’ dus.

Het concept is simpel. De beperking die ik mijzelf opleg is dat de gescheurde pagina’s op hun originele plaats in het magazine vast moeten zitten, voor ik de boel fixeer met een laag acrylmedium.

Ik herbekeek een van de beste videoclips ooit: Sober van Tool. Stop-motion, claymation, griezelig.

Een mooi interview met Sayaka Murata. Ik kreeg haar boek Vanishing World cadeau. Eerder las ik Earthlings en dat was geweldig. Ik kijk uit naar Vanishing World.

Tot volgende week,
Niek

Coetzee – Wereld en wandel van Michael K

De roman Wereld en wandel van Michael K van John Coetzee is een vreemd boek. Een zwakbegaafde of autistische man (ik wil de psychische kwalificatie even daar laten) met een hazenlip woont in Kaapstad jarenlang bij zijn moeder. Hij raakt aan de grond nadat zijn moeder haar baan is kwijtgeraakt. Zijn leven wordt een scharrelend bestaan, vol tegenslagen, waar hij wonderbaarlijk flexibel maar ook naïeve (en misschien wel daardoor flexibele) wijze zijn weg in vindt.

Mijn vader kocht het boek ergens in de jaren 90. Het kostte fl. 25,00 met daarachter tussen haakjes (E 11,34). In het boek steekt een bladwijzer van Fairtrade Coffee. Koperslager 14 heeft hij op de bladwijzer geschreven.

Prijstag uit de jaren 90 van boek van John Coetzee - Wereld en Wandel van Michael K

Andere posts over boeken van Coetzee: Portret van een jongeman.

Portret van een jongeman – J.M. Coetzee

Portret van een jongeman - J.M. Coetzee

In Portret van een jongeman (Youth) vertelt Coetzee het verhaal van een Zuid-Afrikaanse jongeman die schrijver wil worden, maar gevangen zit in zijn angsten.

John is een zorgelijke student die zichzelf veel vragen stelt en niet veel antwoorden heeft. Hij komt niet voor zichzelf op, mensen walsen over hem heen, en als hij ze zat is heeft hij niet het lef om er iets aan te doen. Zelfs zijn studie getuigt van een halfslachtige aanpak: hij studeert wiskunde, maar wil eigenlijk literatuur studeren.

Hij leest veel en kent veel schrijvers. Hij denkt na over de schrijvers die hij bewondert en in het verhaal zijn korte essayistische innerlijke monologen over het werk van deze schrijvers en dichters verweven.

John wil zelf schrijver, kunstenaar worden, maar hij blijft uitstellen en excuses verzinnen.

De kunstenaar hoeft niet moreel bewonderenswaardig te zijn. Die koorts van de kunstenaar maakt de kunst. Dezelfde koorts die hen slecht en immoreel maakt. Het wordt niet duidelijk wat hij precies bedoelt met slecht. Soms spreek hij zichzelf tegen.

Om de dienstplicht in Zuid-Afrika te ontlopen verlaat John Zuid-Afrika en gaat naar Londen. (Hij bezoekt er de boekhandel Foyle’s aan de Thames. Dezelfde Foyle’s uit mijn artikel over What Is The What? Mooi webje.)

Hij vindt zichzelf niet goed genoeg, zijn kijk is niet uniek, daarom ziet hij af van publicatie, en geeft zijn drang om kunst te maken op.

Hij is initiatiefloos. De wereld overkomt hem. Ook in Londen vallen relaties met vrouwen hem in de schoot, maar hij beleeft ze zonder passie, zonder zelf iets te willen van een relatie. Hij laat met zich sollen en is nog steeds niet in staat de relaties maar niet beëindigen als hij er geen heil meer in ziet. Hij is kruiperig en laf.

Hij verandert steeds meer in iemand die zijn ambities heeft verloren.

Zich hechten aan iemand vind hij vernederend.

Zolang zijn moeder leeft behoort zijn leven hemzelf niet toe.

Hij krijgt een baan bij IBM maar laat die na enige tijd achter zich om dichter te worden. Tegen zijn baas bij IBM zegt hij dat hij weg gaat omdat hij geen vriendschappen bij IBM kan maken. Hoewel hij nu de gewenste vrije tijd maakt hij geen gedichten. Hij houdt zichzelf en anderen voor de gek. Ook hier weer spreekt John’s angst voor een mogelijke vernedering.

Na een tijd te hebben gelanterfant gaat hij weer bij een computerbedrijf werken om te programmeren. Hij smacht er niet meer naar om dichter te worden. Maar ook zijn programmeerwerk vind hij betekenisloos. Hij vergelijkt zich met de wetenschappers die volgens hem echt werk doen. De wetenschappers zijn aardig tegen hem, omdat, zo denkt hij, ze hem geen gezichtverlies willen laten lijden.

Hij weet dat hij niet doet wat hij zou moeten doen om dichter te worden. Hij maakt zichzelf wijs dat hij saai zou moeten zijn, maar hij is nu gewoon slecht. Hij zou moeten schrijven maar kan zich er niet toe brengen. Hij heeft niet de wilskracht. Hij accepteert zijn mislukking als schrijver. Bang voor schrijven, bang voor vrouwen. Bang om vernederd te worden. Hij weet dat hij niet de koppigheid heeft om mislukking te incasseren. Daarmee wordt zijn leven voor zichzelf ook betekenisloos. Waarmee de roman eindigt. Hij heeft zichzelf niet kunnen overwinnen. Hij

… speelt zich met iedere zet verder de hoek en de nederlaag in.