We gaan op weg naar Himeji, waar een van de mooiste kastelen van Japan staat. Het is een uur reizen met de trein vanuit Osaka. Inmiddels beginnen we de ondergrondse stad steeds beter te begrijpen. Je begrijpt het pas als je het ziet. De treinreis is leuk. We genieten van het geboemel door het Japanse landschap.

Het weer is opgeklaard. Bij het uitstappen zien we het kasteel meteen liggen: Himeji jo, ook wel de witte reiger genoemd door zijn elegante vorm. Het ligt er heel fraai bij, maar de drukte is overweldigend. Er zijn nog tickets, maar het is te veel. We lezen dat het aantal tickets gemaximaliseerd is op 15000 (!). We bekijken het mooie kasteel van de buitenkant, en nemen wat foto’s.

Nu we wat tijd over hebben in ons schema bezoeken we Engyo ji, een tempel iets ten noorden van Himeji, uit het jaar 966. De kabelbaan naar de berg waarop de tempel ligt blijkt stuk, dus wandelen we zelf de berg op. Het is een bijzondere wandeling, langs een smal paadje. Onderweg worden we begeleid door kleine bodhisattva beeldjes en een bordje van de berg Shoshazan zelf, die ons welkom heet. Het is heerlijk rustig, we komen amper mensen tegen. Behalve een stel lachende Japanse meiden, die vrolijk kwekkend en vol energie de berg op rennen.

De tempel ligt midden in het bos, zonder de felle kleuren van Nikko, maar het houtsnijwerk en de omvang zijn indrukwekkend. En vooral: de stilte. Een wereld van verschil met het drukke kasteel beneden. Het mooiste blijft toch wat je onverwacht vindt.


Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.
Lees hier de vorige aflevering.


