Het mos van Toshodai-ji

13 april 2023. Het hert was er al voordat Japanners in Japan gingen wonen. Volgens de Shinto-religie zijn herten boodschappers van de goden. In Nara lopen zo’n 1500 tamme herten los rond door de stad, voornamelijk in het park bij de bekende tempels. Daar worden ze gevoerd door toeristen die speciale ‘koeken’ voor de herten kopen bij kraampjes. Er zijn toeristen die dat niet helemaal snappen en zelf aan zo’n koek gaan knabbelen. De herten snappen het beter: ze zijn opdringerig en gebiedend als je iets eetbaars bij je hebt, en volkomen onverschillig zodra duidelijk is dat je niets meer hebt. Rondom het hert is een hele industrie ontstaan: souvenirs, hertentaartjes, hertenknuffels, herten in veel etalages in Nara. En bij een overheidsgebouw staat een bronzen hert naast de echte bewaker bij de deur. Alsof ze dat zelf ook grappig vinden.

We zijn vroeg op pad voor de hoogste boeddha van Japan: de Daibutsu in de Todai-ji tempel is zestien meter hoog. De hal die hem omhult is het grootste houten gebouw ter wereld — en toch lijkt het ding er nauwelijks in te passen.

Daarna lopen we naar Todai-ji Nigatsudo, de Februarihal, een tempel op een helling met uitzicht over de stad. Een monnik zit met zijn rug naar ons toe, voert een ritueel uit voor een klein vuur. We kijken even en lopen door.

Rond elf uur komt de toeristenstroom goed op gang. Tijd voor ons om een rustiger plek te zoeken.

We wandelen van de ene kant van de vallei naar de andere, langs kleine rijstveldjes. Het is stil. We lunchen bij een restaurantje langs de rivier. Dan verder naar Toshodai-ji, een groot boeddhistisch complex dat in 759 werd gesticht door de Chinese monnik Ganjin, die er na vijf mislukte pogingen en tien jaar reizen eindelijk in slaagde Japan te bereiken — blind, tegen die tijd. We zijn er vrijwel alleen, op een handvol bejaarde Japanners na. Hier is mos de belangrijkste begroeiing. Waar we in Nederland het gras verticuteren om het mos tussen het gras te verwijderen, zie ik hier een tuinman de sprietjes gras tussen het mos uit verwijderen. De mosvlakte tussen de bomen met het lage licht is heel bijzonder. Een haast lichtgevend groen tapijt. Geen drukte, geen selfies, geen geluid behalve de wind.

We nemen de bus terug.

Deze aflevering maakt deel uit van het boek 912 uur Japan, 180 pagina’s, 120+ foto’s.

Zes centimeter tot zes meter Boeddha

12 april 2023. Regen. Volgens verwachting, daarom hebben we een dagje musea gepland. Gelukkig regent het niet heel hard. We redden het zonder paraplu.

Daarna bezoeken we het Kasugataisha Museum. Hier is een kleine, fascinerende tentoonstelling met moderne videokunst: verstilde, geabstraheerde beelden van de rimpeling van wateroppervlak en een gekleurd raster. De beelden contrasteren met de rest van de collectie, die bestaat uit culturele schatten zoals enorme trommels voor boeddhistische rituelen, oude schilderingen op schermen, traditionele zwaarden en pantsers.

We lopen naar het Nara-park, waar de musea en tempels liggen. Eerst bezoeken we het Nara National Museum. Een vleugel is gesloten, maar een ander deel is wel open. Hier staan Boeddhabeelden van meer dan duizend jaar oud — van vijf centimeter hoog tot imposante houten reuzen van een meter of zes.

We verlaten het park en lopen richting het Irie Taikichi Museum. Irie Taikichi was een fotograaf die een halve eeuw lang het alledaagse leven in Nara en omgeving met opmerkelijke precisie vastlegde. Het museumgebouw, speciaal ontworpen voor zijn collectie, is op zich al een bezienswaardigheid. Naast het werk van Irie Taikichi is er een tentoonstelling van Yoshimi Ikemoto, die traditionele Japanse winkels en werkplekken in de afgelegen San’in-streek in het zuidwesten van de provincie Honshu fotografeerde. Zijn foto’s van lokale bedrijfjes zijn bijzonder en intiem.

Terug door de smalle straatjes van de stad stoppen we onderweg voor de lunch. De regen klettert neer en ontneemt ons de zin om verdere plannen te maken. Gelukkig is het opgehouden als we weer buiten staan. We wandelen terug naar het hotel, waar het slechte weer ons uitnodigt tot een wasje en het ordenen van onze spullen.

Aan het eind van de middag gaan we weer naar buiten voor boodschappen en eten. Het is inmiddels opgeklaard.

Deze aflevering maakt deel uit van mijn boek 912 uur Japan, 180 pagina’s, 120+ foto’s.

Achter de gekleurde vlaggetjes aan (Nara)

11 april 2023. Het is weer even knoeien in de bus. Opnieuw een ander systeem voor de kaartjes.

De bus kruipt door de stad. We staan opeengepakt in het gangpad, dat te smal is voor toeristen met bagage. Een Frans meisje is druk met haar broertje en haar moeder in gesprek. Ze tetteren luidruchtig door de volle bus, wat vooral irritant is omdat de Japanners terughoudend zijn en gedempte toon praten. De vader bemoeit zich niet met het gezin. Hij staat voorin de bus en kijkt bezorgd, raadpleegt zijn telefoon elke minuut alsof hij het gevaar van vertraging op het reisschema probeert te bezweren. Of misschien controleert hij wel of de bus de juiste richting uit rijdt.

Bij het station zit een fotograaf in elkaar gedoken tegen een muur. Geconcentreerd probeert hij iets te maken van de benen van de mensenmassa die aan hem voorbij trekt. Ik probeer een foto te maken van hoe hij probeert een foto te maken.

Nara ligt niet ver van Kyoto. We zijn er rond een uur of elf. We laten onze bagage in ons hotel achter en wandelen de stad in. Nara is een relatief kleine stad. Het komt wat provincialer over dan de meeste andere steden die we tot nu bezochten. Er heerst rust. Geen overheersende neonreclames, geen kakofonie van elektronische geluiden, hoge meisjesachtige reclame stemmen en geen J-Pop op de achtergrond.

In de middag bezoeken we de oudste tempel van Japan, in Hōryū-ji. Vanuit Nara is het een paar haltes met de trein. De tempel ligt in een groot complex dat dateert uit de negende en tiende eeuw. Sommige gebouwen zijn iets nieuwer, omdat de originelen in brand zijn gestoken door moordlustige monniken, aldus een brochure. Toeristen zijn er nauwelijks, wel stoeten met scholieren in uniform.

Het is erg warm maar de scholieren lopen strak in het gelid. Met een megafoon in de hand leiden de leraren de scholieren door het uitgestrekte tempelcomplex. Een juf loopt voor de klas uit met een felgekleurd vlaggetje. Als ze stilhoudt, moeten de kinderen zich netjes achter haar opstellen. Ze bekijken een beeld of een schildering, waarna ze een signaal geeft en de pubers verder marcheren naar het volgende gebouw.

Een onderwijzer jaagt achterblijvers op. Steeds zijn er een paar jongens die de teksten bij de getoonde voorwerpen nader willen bekijken. Maar daar is kennelijk geen tijd voor. Het tempo ligt hoog. Een korte uitleg bij elke bezienswaardigheid, even rondkijken en dan weer verder.

De ene na de andere ploeg kinderen haalt ons in terwijl we over het terrein dwalen. Als wij na meer dan een uur weer buiten staan, zien we in de verte de laatste klassen weg marcheren, achter de gekleurde vlaggetjes aan.

Deze aflevering maakt deel uit van het boek 912 uur Japan, 180 pagina’s, 120+ foto’s.

Nachtegaalvloeren

10 april 2023. Onze hotelkamer heeft een raam dat open kan en uitzicht biedt op een ruimte van een meter of drie breed tussen het hotel en het volgende gebouw. We kijken tegen een blinde muur waarlangs met verwarmingsbuizen en waterafvoerpijpen naar beneden lopen. Het maakt niet uit. We zijn alleen in onze hotelkamer om uit te rusten, niet voor het uitzicht.

Het is weer warm en zonnig. We wandelen langs de rivier. De huizen staan hoog langs de oevers van de rivier de Kamo die door de stad stroomt. We steken over naar de geishawijk Gion. Smalle straten, veel tempels, een levendige sfeer. Een geisha komen we niet tegen — daarvoor is het waarschijnlijk ook nog te vroeg.

We bezoeken tempels die minder in trek zijn bij de grote toeristenstromen, maar die zeker zo mooi zijn. Aan de rand van de wijk ligt het Kenninji-tempelcomplex, met de oudste zen-tempel van Japan. Een enorme poort geeft toegang tot het complex. We beklimmen de poort, vanwaar we een uitzicht hebben over de stad. Bij de ingang schoenen in het rek, pantoffels aan. We bekijken de donkere zaal met de beroemde plafondtekeningen van draken.

Aan het eind van de middag wandelen we naar Nijō Castle. We zijn laat, het is heerlijk rustig. Het kasteel dateert uit 1603, gebouwd voor shogun Tokugawa Ieyasu. De vloeren kraken opzettelijk, de Japanners noemen het “nachtegaalvloeren”, om indringers te verraden. We lopen door de lege zalen, gefascineerd door de schuifdeuren met goudschilderingen. Buiten zijn de tuinen net zo zorgvuldig aangelegd als de vloeren: symmetrisch, gecontroleerd, elegant.

Onderweg zien we een paar keer oudere mensen op een bankje in de zon, rustig een manga lezend.

Deze aflevering maakt deel uit van het boek 912 uur Japan, 180 pagina’s, 120+ foto’s.

912 uur Japan

912 uur Japan is nu verkrijgbaar!

912 uur japan niek de greef book cover

Een reisverslag van 38 dagen door Japan — van Tokyo tot Shikoku, per trein, te voet en met een paraplu.

In maart en april 2023 reisde ik door Japan. Ik keek rond, liep veel, fotografeerde en schreef op wat me opviel: tempels en treinen, stille straten en drukke steden, rituelen, landschappen en alledaagse momenten.

Het boek telt 180 pagina’s en bevat meer dan 120 full-colour foto’s.

Lees de reisserie, dag voor dag.
Bestel het boek direct via mij. Of op een van de grotere online boekwinkels – zie de boekpagina.
Meer over het boek — inhoud en foto’s — op de boekpagina.