Tien minuten te vroeg op het station. Het is 17 graden veel te warm voor 6 oktober 6 uur 16.
Op een bankje zit een man luid te praten tegen zijn collega naast hem. De collega kijkt voor zich uit. ‘Moet ik dit geleuter aanhoren, op dit tijdstip van de dag?’
Voor me loopt een jongen in een lichtgekleurde joggingbroek. Op zijn kont tekent zich een grote natte Rorschachvlek af.
In het wachthokje ligt iemand op de bank te slapen. Op de grond voor de bank staan een paar versleten schoenen met ingetrapte hakken, naast een opengescheurde verpakking waar sandwiches in hebben gezeten. Rondom het hokje hangt een geur van vergeten natte was.

