Een nieuw jaar. Een nieuwe dag, week, maar dan net een beetje anders.
Hierboven een foto van de log van mijn Noord-Holland Grid project. Een falende methode om bij te houden welke blokken ik heb bezocht. Goed voornemen: de backlog inlopen. Dat voornemen laat ik meteen varen. Ik heb mijn tijd nodig voor andere dingen. Foto’s maken, bijvoorbeeld.
Deze week: Ik begon de week goed: in de ochtend van 1 januari verwijderde ik per abuis een setje verse foto’s.
De edit van de tekst en de foto’s van onze reis door Japan – project 912 uur Japan – loopt lekker door met een stukje over Kanazawa. Ik wil uiteindelijk een boekje maken, met tekst en foto’s. Dus niet een puur fotoboek.
Het leukste van Netflix zijn de films van Ghibli. Deze week zag ik Miyazaki and the Heron, een documentaire over de productie van Miyazakai’s laatste film. Ik ontdekte deze pas kortgeleden.
Weer een paar torn zines gemaakt, zie onder (nog nat en kreukelig van acryl medium).
Een biografie die in tegenstelling tot wat de titel zou kunnen suggereren vooral een zeer levendig boek over het leven van de fotografe. De levenslessen komen mee maar overheersen niet.
Vermakelijk boek met een afdronk die zwaarder lijkt dan hij wordt opgediend. Wat ons helpt om door onzekerheid te navigeren: studie, veel lezen, wandelen. Het zoeken naar de waarheid blijft een essentiële, existentiële zoektocht.
Bij Ishikawamon Coffee, waar we gisteravond dineerden, ontbijten we bij de ontzettend aardige oude dame. Het ontbijt is eenvoudig, maar prima.
De Nagamachi wijk en de tuinen
We wandelen naar Nagamachi, de voormalige wijk van de samoerai van de Maeda-clan. Nu staan er nog oude houten woningen, sommige zo goed als origineel. De sfeer is rustig, misschien wel dankzij het zwaarbewolkte weer dat regen dreigt. We bekijken een paar traditionele huizen met mooie tuinen. Ik vergeet helaas de namen van de woningen op te schrijven.
We eten en drinken iets bij een gezellige gelegenheid met de grappige naam Moron Cafe. Ik probeer op te zoeken of dat iets speciaal betekent in het Japans, maar ik kom tot de conclusie dat het dezelfde betekenis heeft als in het Engels.
Het kasteel van Kanazawa, Gyikusen-inmaru en tuinen
We wandelen door naar het Kasteel van Kanazawa via Gyokusen-inmaru Garden, een historische tuin aan de voet van het kasteel. De tuin is heel fraai aangelegd, heel strak. Het doet een beetje surrealistisch aan. Ik probeer de toeristen buiten de foto te houden en dan lijkt het wel een landschap als in een model-treinbaan.
Op een enorme heuvel midden in de stad is een kasteel met tuinen gerestaureerd: Kanazawa Castle Park. We bezoeken een van de enorme houten gebouwen die volledig opnieuw zijn opgebouwd, op traditionele manier. Dat wil zeggen met enorme balken en houten wiggen en spieën, zonder gebruik van enig metaal.
Via de tuinen van het kasteel lopen we naar de vismarkt van Kanazawa, Omicho. De markt is een grote overdekte ruimte met verschillende steegjes, waar veel viswinkels zijn samengebracht. De vis wordt meest ter plekke gegeten. We lunchen in een van de sushi-restaurants in de markt. Er is nog net een plekje voor twee personen aan de bar waar de koks ter plekke de gerechten staan klaar te maken. Met eerbiedig-spottende blikken volgen de Japanners ons gepriegel met de stokjes om de gladde rauwe vis in bedwang te krijgen.
Tenslotte bezoeken we een traditionele villa. Ook deze is omringd is door een onwaarschijnlijk mooie tuin waar we doorheen dwalen. Het begint te regenen en de belletjes langs de afvoer van de daken beginnen te tingelen.
We dwalen nog even door de stad, maar de regen wordt heviger en zoeken relatief vroeg ons appartementje weer op.
Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.
In de nieuwjaarspolder heerst nat, koud en wind. De dunne vochtige wind kruipt door de kieren van mijn jas in mijn nek. Na tien minuten klemt mijn spijkerbroek zich klam tegen mijn bovenbenen aan.
Op deze vlakte van niets komt iemand me tegemoet. Een vreemde driehoekige vorm steekt boven de vlakte uit. Als de persoon dichterbij is gekomen zie ik dat het een vrouw is die een enorme sjaal om haar hoofd en bovenlichaam heeft geslagen. Ik groet haar, ze knikt. In haar hand een witte rozenkrans. Misschien is ze op weg naar het huis verderop. Maar als ik omkijk, loopt ze er voorbij. Waarheen? Het putje?
Een hardloopster passeert me. Ze draagt een kort jasje dat bij het rennen opwipt. Blote rug. Koud. Langs de straat liggen stapels zwartgeblakerde dozen. Als kadavers van het vannacht afgestoken recordvuurwerk. In de berm ligt een bloederig karkas van een meerkoet. Onsmakelijk. Zelfs de hond loopt er met een bocht omheen.
Ik maak foto’s onderweg, die ik thuis onbesuist kwijtraak. Bij het importeren ruk ik ongeduldig de SD kaart te vroeg uit het slotje. Ik formatteer de kaart. Te laat zie ik dat de import nog bezig was. Geen onvergetelijk beelden kwijtgeraakt, maar wel suf.
Vandaag liep ik een rondje blokjes van het Noord-Holland grid project bij Bergen. Een langetermijnproject waarin ik de provincie systematisch fotografeer. Bergen ligt vlakbij, maar toch ging ik grotendeels door een gebied waar ik nog nooit was geweest.
Ik parkeer bij de voetbalvelden van FC Bergen. Het is bewolkt en gelukkig staat er niet meer die ijskoude wind van gisteren. Ik loop naar het zuiden langs de Groeneweg tot bij Ecodorp Bergen. Het bestaan van van deze gemeenschap die zich richt op duurzaam leven kende ik nog niet.
Ik ga het terrein niet op maar sla linksaf en even verderop rechts, langs het terrein. Het is een bijzonder stuk grond. Er staat nog een zeer militair aandoend toegangshek en een bordje waarop staat dat dit een terrein van Defensie is.
Het terrein is een voormalig vliegveld, lees ik later op Defensiefotografie.nl. Dat is dan weer een club met de bijzondere missie “om de krijgsmacht en de defensiesector op een eerlijke en beeldende manier te tonen”. Defensie heeft een deel van het terrein verkocht aan Ecodorp Bergen. Het is “Verkocht wegens Vrede”, meldt de website.
Het hek herken ik. Ik kwam hier eerder vanaf de Hoeverweg tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef. Even verderop staat langs de weg een bord: ‘Verboden voor drones.’ Defensie zal hier dan dus nog wel iets doen, gezien dat het en het droneverbod. Ik neem aan dat de Ecodorpelingen niet zo’n toegangshek met een pasje nodig hebben, en zich tegen drones moeten beschermen.
Er ligt een dode reiger in de wei. Ik loop door langs de weg, bij de Bergerringsloot sla ik rechtsaf en volg het water. Een minuut of 10 later kom ik voor het eerst iemand tegen tijdens mijn wandeling, een man die zijn hond hier uitlaat. Onderaan de dijk van de ringsloot zijn betonnen verstevigingen aangelegd, vermoedelijk door Defensie.
Verderop rechtsaf, langs de Ringsloot van de Bergermeer. Ik loop langs een grote manege met pony’s. Een vrouw zit op een pony op een verhoging in het terrein langs het water. Ze kijkt geconcentreerd voor zich uit. Ik groet haar. Ze zegt niets terug. Als ik me 100 meter verderop omdraai, staat ze daar nog steeds, nog steeds bewegingloos.
Ik kom in het bunkergebied van Bergen. Betonnen koepels tussen de duinen, half verscholen onder zand en braamstruiken. Een bijzonder landschap.
Bij de Philisteinse molen steek ik het water weer over. Ik zoek waarom deze molen deze bijzondere naam heeft. Vanwege de naam van de polder die hij droogmaalt: de Philisteinse polder. Maar de zoektocht naar de oorsprong van de naam van de polder blijft onvruchtbaar, en ik stop er na een minuut of 10 mee. Je duikt het ene konijnenhol in na het andere.
De molen wordt verbouwd. Vers riet, de wieken liggen in het gras.
Een hele fijne mist zakt over het land. Mijn bril beslaat. Ik loop langs de rand van Bergen. In het weiland loopt een man met een metaaldetector. Hij detecteert iets, neemt een spade van zijn schouder en begint te graven. Ik kan door de wazige glazen niet zien wat hij opgraaft.
Een stukje door het bos terug naar de auto. Twee uur gelopen, bijna acht kilometer. Een stuk onverwacht Noord-Holland, vlakbij huis.