
Een meisje loopt huilend de speeltuin uit.
‘Stoppen met huilen!’ roept vader die achter haar aan loopt.
‘Doe ff rustig,’ zegt de moeder met gedempte stem.
Het meisje huilt nog.
‘Stoppen met huilen!’ roept vader nog eens naar het meisje.
‘Doe ff normaal,’ sist de moeder naar de vader.
Het meisje klimt tegen haar moeder op.
‘Je moet stoppen met mij corrigeren, Lies. Ze moet gewoon luisteren. Het gaat maar door.’
Verderop, bij een viaduct, maak ik een foto van jongens die in een hek klimmen. Ze komen naar me toe. Ik moet de foto van ze verwijderen. Dat gaat niet, zeg ik. Waarom maak ik foto’s? Ik leg uit wat ik doe. Dat ik fotograaf ben. Ah, dat is een heel ander verhaal.

‘Ik kom toch niet in je boek, hè?’ zegt de jongen die net nog zoveel branie had.
‘Vast niet,’ zeg ik, maar het zou zo maar kunnen van wel.

(Alkmaar)

