Lezen in de hitte

Zelfs lezen is lastig bij een temperatuur van tegen de 35 graden Celsius. Toch las ik afgelopen week een paar boeken uit.

GH Hardy Apologie van een wiskundige

G.H. Hardy – Apologie van een wiskundige

Ergens las ik dat Ionica Smeets het boek Apologie van een wiskundige aanraadde – ik denk in Het Exacte Verhaal. G.H. Hardy was een bekende Britse wiskundige en Nobelprijswinnaar. Hij richt zich in het boekje, een flink essay, met een relatief lang voorwoord van C.P. Snow, op de vraag of wiskunde nuttig is, en of hij als wiskundige een nuttig leven heeft geleid. Hij begint zelfrelativerende: verklaring en kritiek het werk is van tweederangs denkers. Wiskundigen hebben tot taak iets nieuws te doen. Toch zet Hardy door en analyseert zijn eigen leven.

Iemand die volgens Hardy zijn bestaan en bezigheden wil rechtvaardigen, moet weten of zijn werk de moeite waard is en waarom hij doet wat hij doet. Iemand kan voor dat laatste twee verklaringen hebben:

1. Omdat hij het goed kan.

2. Er is niets wat hij goed kan. Hij doet wat hij doet omdat het op zijn pad kwam.

Hardy identificeert drie drijfveren voor een onderzoeker:

1. Intellectuele nieuwsgierigheid.

2. Beroepseer. Tevreden willen zijn met je eigen prestaties.

3. Ambitie. Verlangen naar faam, positie, macht, geld.

Dan kijkt Hardy naar de relevantie van wiskunde. Sommige onderdelen van de wiskunde zijn irrelevant, zoals een schaakprobleem alleen binnen de context van het schaakspel relevant is. Significante wiskundeproblemen hebben een bredere verbinding binnen en mogelijk ook buiten de wiskunde.

Hardy maakt een onderscheid tussen ‘echte’ wiskunde en een beperkte wiskunde. De eerste combineert relevantie en schoonheid. Hij noemt een aantal voorbeelden van wiskundige schoonheid, zoals de stellingen van Pythagoras, Euclides, en recenter de overaftelbaarheid van de oneindigheid die Cantor ontdekte.

Soms wordt wiskunde pas relevant ver nadat deze is bedacht, dus relevantie blijft een lastig criterium. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van priemgetallen in de cryptografie, en de toepassing van principes van de quantummechanica in quantum computing. (Hardy schreef het boekje in 1940 en speculeerde er al over dat quantummechanica wellicht ooit een praktische toepassing zou kunnen krijgen. Dat is zelfs nog voordat Feynman had bedacht dat je quantumprincipes zou kunnen toepassen als basis voor berekeningen.)

Met behulp van zijn eigen criteria analyseert Hardy zijn eigen bijdrage aan het wiskundige bouwwerk. Die is waarschijnlijk het grootst tijdens zijn jonge jaren – de meeste wiskundigen vroeg pieken, sommigen sterven zelfs heel jong, zoals Galois en Abel. Maar dat het ook nuttiger had gekund.

Om af te sluiten met Hardys eigen relativisme: wat is het nut van deze zelfanalyse? Het blijft in de lucht hangen.

thijs hoekstra kuren omslag

Thijs Hoekstra – Kuren

Kuren koos ik om zijn omslag. Ik wilde iets lezen van een jonge Nederlandse auteur, iets dat ik helemaal niet kende.

Het verhaal is minder grappig: een adolescent wordt behandeld voor kanker op de ziekenhuisafdeling voor kinderen met kanker. Een thema dat contrasteert met Thijs Hoekstra luchtige, relativerende en humoristische vertelstijl.

De zieke jongeman, David, ondergaat gelaten de verplichte bezoekjes van klasgenoten en van ongewenste cliniclowns. Hij wil vooral met rust gelaten worden, en dat de mensen een beetje normaal blijven doen. Een mooie rode draad is de verliefdheid van David op zijn nuffige klasgenoot Hélène de Boer.

matthijs deen de hollander omslag

Mattijs Deen – De Hollander

Via De Wadden van Matthijs Deen, raakte ik ook met zijn thrillers bekend die op de Wadden spelen. De Hollander is een goed geschreven detective met als hoofdpersoon een Duits-Nederlandse rechercheur die de dood van een wadloper onderzoekt. Leuk boek, gelijk het tweede deel, De Duiker, gekocht.

Haruki Murakami – Jazzportretten

haruki murakami jazzportretten

Niet omdat ik zo van jazz houdt, maar omdat ik gewoon alles van Murakami gelezen wil hebben. Jazzportretten bevat interessante beschrijvingen van bekende en (voor mij in ieder geval) minder bekende jazzmuzikanten. De stukjes maken je nieuwsgierig naar de muziek die deze mensen maakten. En dan luister ik toch opeens naar Thelonious Monk, Charles Mingus, Sonny Rollins, Charlie Parker en Miles Davis, en vind ik dat donkere gevoel in veel jazz toch erg leuk. Vooral ‘s avonds. Met gedimd licht. Of in een slecht verlichte kroeg.

Updates: wekelijks in je inbox

Instax picture of two girls at Kamakura beach, Japan. Photo by Niek de Greef

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.