Gerrit Krol is een uitzonderlijke schrijver en een van de weinige schrijvers die ik kan blijven herlezen. Met name Een Fries huilt niet, Het gemillimeterde hoofd en De man achter het raam zijn boeken zonder gelijke, zelfs buiten het Nederlandse taalgebied.
‘Kunstmatige intelligentie, opgeborgen in een automaat, kun je je voorstellen als een zwart doosje: je stopt er iets verstandigs in, en er komt iets verstandigs uit.
Maar je zou pas echt intelligentie gecreëerd hebben als je ook die verstandige input gegenereerd had. Dat vraagt een tweede zwart doosje, dat door de eerste op de rug genomen wordt: binnen- en buitenwereld die elkander voeden.’
De man achter het raam, de gecreëerde intelligentie, in het boek van Krol kent geen dood, geen angst, geen trots en begrijpt kunst niet. Kent geen liefde, geen pijn, is geen kind geweest. Hij beziet de mens en concludeert:
‘Ik weet niet wie God is, maar wat jullie onder God verstaan zit voor je.’
De man krijgt een mensenlichaam om hem menselijker te maken. Zijn maker, Rudy, gelooft dat de wereld moet worden geregeerd door een superintellect. De man achter het raam is het er niet mee eens.
‘‘Veel beter is een regeerder die niet meer verstand heeft dan degene over wie hij regeert, en het beste is misschien een regeerder die een beetje dommer is.
‘Zoals nu.’
‘Zoals nu.’’
Het blijft een verbazingwekkend kijkje in het hoofd van een schrijver die op een unieke manier op de toekomst vooruit wist te lopen.

