22 april 2018 – late post

Grab naar Kuala Lumpur.

Het museum van de nationale bank Bank Negara Malaysia is gevestigd naar het hoofdkantoor van de centrale bank, in een groene, afgelegen deel van de stad op een heuvel. Mijn rugzak wordt bij de ingang geïnspecteerd, op wapens denk ik. Voorlopig ben ik de enige bezoeker en nemen ze alle tijd. Er zit een hele crew met personeel.

Weer een prachtige wenteltrap, net als gisteren in het National Museum for Visual Arts. Ook hier, net als in dat andere museum gisteren, gesloten tentoonstellingsruimtes. Op de bovenste verdieping schilderijen, grafiek, batik. Op de andere verdiepingen tentoonstellingen over de bank en het geld van Maleisië. Modern ingerichte tentsolotellingsruimtes.

Bij het verlaten van het museum wordt mijn rugzak weer gecontroleerd. Ook moet ik voor het verlaten van het gebouw bij de balie het gastenboek tekenen.

O ja, daar zijn ze gek op in Maleisië, registraties. Bij heel veel gelegenheden wordt bijgehouden wie naar binnengaat en wie naar buiten, inclusief tijden, voor en achternamen, bedrijfsnamen, laptopnummers en merken,  kentekennummers, paspoortnummers, rijbewijsnummers, parafen en handtekeningen.

Ik loop nu door de stad, neem foto’s. Ik kom op een kort stukje door buurten van Indiërs, Maleisiërs, mensen uit Bangladesh (hoe noem je die), en Chinezen. En vast nog meer maar dan kan ik ze niet uit elkaar houden.

Eend (4 mei)

Continueren van de culinaire exploratie. Collega G. Neemt ons (d.w.z. A. en mij) mee naar de traditioneel Chinees restaurant dat is gespecialiseerd in Eend. Geroosterde eend (en varken maar toch vooral eend).

Het is een lokaal restaurant waar tussen de middag ook de lokale Chinezen komen eten. Voor schandalig weinig geld krijg je een meesterlijke eend voorgeschoteld (en varken).

De oude baas van het restaurant hakt de beesten zelf in stukken. Als het ritueel en de bediening niet gaat zoals hij wil schreeuwt hij wat naar zijn personeel, boos/aanmoedigend.

Voor de deur staat een rij mensen te wachten tot een tafel vrijkomt.

Sopoong (3 mei)

Allebei hard gewerkt. Hoogtepunt van de dag vandaag de maaltijd.

Koreaan bij Sopoong in de IOI City Mall. Erg goed.

Yong Tou Foo (2 mei)

Niet echt veel te melden. A. werkt op de hotelkamer, ik bij de bank.

‘s Middags het eten, dat is dan wel weer het vermelden waard: Yong Tou Foo, bij Puchong Yong Tau Fu in Seri Kembangan, dat is in de buurt.

Yong Tou Foo is een Chinees specialistisch gerecht dat bestaat uit met vis (en vlees) pasta gevulde tofu. Wordt gekookt in soep (bouillon) en daarin opgediend. Erg lekker. Combinatie men grote wontons.

‘s Avonds sushi bij een Japans restaurant zonder Japanners in de mall: Sushi Zanmai. Best goed, beestje vettig op een of andere manier.

Hot Seat – de uitdagingen van een Tech Startup baasje

Schrijver niet te verwarren met fotograaf Daniel Shapiro die ik ken van Instagram. 

Woordje vooraf: Hot Seat: The Startup CEO is ook interessant als je niet direct aspiraties hebt om een start-up entrepreneur te worden. Shapiro deelt zijn ervaringen als meervoudig ondernemer van tech-startups. Een groot aantal zaken komen daarbij kijken – zeker ook interessant voor mensen zonder startup aspiraties. Daarnaast is het boek gewoon goed geschreven en wordt de materie geïllustreerd met smeuïge verhalen uit de praktijk van de startups van Shapiro.

Een soort boek dat ik nog nooit  eerder las.

Hoe belangrijk is het om een goede co-founder te vinden. De founders hebben idealiter complementaire skills, veelal is de een CTO, technisch en inhoudelijk georiënteerd, de ander is CEO en meer met business, funding en relaties bezig.

Hoe genereer en selecteer je goede business-ideeën. Ramit Sethi heeft herivoor een aanpak waarbij je kijkt naar marktgrootte en potentieel en dat uitgaat van de sterke kanten van de oprichter(s). De aanpak van Shapiro zet gegenereerde ideeën (brainstormen) uit tegen de “virtues”, de voordelen van de ideeën. Daarna worden er gewichten aan de ideeën toegekend, en worden de ideeën op een schaal van 1-10  gerankt. Dan kan je uitrekenen welke de ideeën zijn met de grootste potentie.

Shapiro gaat verder in op hele praktische uitdagingen, waaronder:

  • Hoe verdeel je de aandelen onder de oprichters, en schetst een aanpak gebaseerd op “skin in the game”, en toegevoegde waarde.
  • Hoe de juiste investeerders te vinden onder venture capitalists, angel investors, banken en andere partijen die geld in kunnen brengen.
  • Welke zaken moet je als CEO niet uit handen geven: team selecteren, visie bewaken, strategie bepalen, kritieke relaties beheren, cultuur bepalen.
  • Recruiting.
  • Hoe met board members om te gaan.
  • Interessante adviezen: probeer markten te bedienen die anderen mijden omdat deze markten (beperkte) nadelen hebben. Dat biedt een onderscheidende propositie.
  • Een goede CEO lijdt aan een gezonde vorm van het Imposter Syndrome: is bang dat hij er eigenlijk niet bij hoort en een bedrieger is die elk moment door de mand kan vallen; dat zijn succes puur een kwestie van geluk is, en niet van kunde.
  • Effectiviteit: een combinatie van Empowerment en doortastendheid.  Vermijd beslissingen door commissies, dat is misschien iets voor grote ondernemingen, maar desastreus voor startups.
  • Het verkopen van het bedrijf: wat is de waarde van de onderneming: het team, het product, of een volledige business.

Goed boek.