Homo Deus recensie: Harari’s visie op AI en dataisme

Yuval Noah Harari’s Homo Deus schetst een toekomst waarin de mensheid streeft naar onsterfelijkheid, geluk en goddelijkheid. Het is een ambitieus boek, soms briljant in zijn historische analyses, soms frustrerend in zijn voorspellingen. Harari begint ironisch genoeg met de bewering dat voorspellen hoe de wereld eruitziet in de toekomst onzin is – om vervolgens 400 pagina’s aan voorspellingen te wijden. De thematiek van mens, technologie en toekomst kwam ook aan bod in deze VPRO documentaire over mensen, goden en technologie.

Hier mijn aantekeningen en kanttekeningen.

De drie doelen van de moderne mens

Harari stelt dat de moderne mens drie doelen nastreeft: onsterfelijkheid, geluk en goddelijkheid. Dit laatste vereist enige uitleg. Harari bedoelt dat de mens de hele wereld, alle leven, naar zijn hand wil zetten en vormen zoals hij dit wil. De mens heeft zich boven de rest van de wereld gesteld. Belangen van de mens gaan boven de belangen van elk ander wezen.

De portee van dit boek draait om wat er gebeurt als er een intelligentie ontstaat met vergelijkbare of grotere capaciteiten dan de mens. Dan kan het met de mens afgelopen zijn.

Harari illustreert hoe diep onze ambities in de cultuur zitten met een verrassend voorbeeld: het gazon. Het strak bijgewerkte grasveldje dat onze voor- en achtertuinen domineert, is ontstaan als statussymbool. Alleen de rijken konden zich in vroeger tijden een perfect onderhouden gazon permitteren. Nu streeft iedereen ernaar.

Religie breed gedefinieerd

Harari definieert religies opvallend breed. Ook communisme, liberalisme en nazisme ziet hij als religies. Hij legt dit uit aan de hand van het concept intersubjectieve entiteiten – zaken die alleen bestaan in de gedeelde fantasie. De EU, de Wereldbank, geld, naties: ze bestaan alleen omdat we er met zijn allen in geloven. Als we er niet meer in zouden geloven, zouden deze instituten in elkaar storten.

Religie is volgens Harari geloof in morele wetten. Dus ook communisme en liberalisme zijn in die zin religies, al hebben ze geen goden. Religie wil de wereldorde versterken. Een spirituele reis daarentegen is juist loskomen van de wereldorde.

Wetenschap kan de feiten waarop religieuze beweringen zich baseren onderzoeken en relativeren. Zo kan je ethische oordelen tegen feitelijke beweringen afwegen. Maar niet alle ethische disputen kunnen met wetenschappelijke feiten worden beslecht. Als een doel van de mens het streven is naar maximaliseren van menselijk geluk, hoe kun je dan feitelijk beoordelen of je dat doel bereikt? Daarom is volgens Harari altijd een religie nodig voor sturende ethische principes.

In de moderne maatschappij vormen humanisme en wetenschap de fundamenten. Wetenschap geeft macht over oorlog, voedsel, technologie. Religie – of in moderne vorm: humanisme – zorgt voor orde en sociale structuren. Ze werken hand in hand.

Het liberalisme en zijn alternatieven

Marktkapitalisme maakt groei heilig. Het kapitalisme is een succes gebleken – we hebben meer macht dan ooit. De keerzijde is een gebrek aan zingeving. Daarvoor kwam het humanisme op.

Binnen het humanisme zijn verschillende stromingen ontstaan. Het liberalisme stelt wat goed is voor het individu centraal. De vrije wil van het individu is het hoogste goed. Het nationalisme daarentegen streeft naar uniciteit van naties en collectieve identiteit. Het socialisme houdt rekening met de gevoelens van anderen, met als gevolg dat collectivistische instellingen het voor het zeggen hebben. Het evolutionair humanisme tenslotte ziet oorlog als essentieel omdat het de zwakken uitroeit. Dit leidde naar het nazisme.

Succesvolle religies, stelt Harari, zijn religies die de technologische realiteit erkennen en erop anticiperen. In eerste instantie was dit de reden voor het succes van het socialisme. Later raakte het socialisme de relatie met de realiteit kwijt en ging het ten onder. Het liberalisme daarentegen heeft technologie omarmd. Maar dit is ook zijn eigen valkuil, en dat is het belangrijkste beeld dat Harari wil weergeven in dit boek.

De vrije wil als illusie

Harari stelt dat de vrije wil een illusie is. Bewustzijn is een stroom van processen. De wil is een uitkomst, geen stuurmechanisme. Dit is te manipuleren, met transcraniale simulatoren bijvoorbeeld.

Ons zelf bestaat uit twee delen: een ervarende ik en een verhalende ik. De verhalende ik maakt een verhaal van onze werkelijke ervaringen. Dit verhaal is niet noodzakelijk accuraat.

De verhalende mens kan losgelaten worden en overgedragen aan statistische diensten als Google, die ons kunnen sturen op basis van gegevens over ons gedrag, DNA, etc. Zo kan het liberalisme ondergraven worden. Het verhalende zelf kan worden vervangen door een algoritme dat mijn mening beter kent en beter weet wat goed voor mij is.

Dataisme: de nieuwe religie

Harari voorspelt dat mensen hun economische waarde verliezen. Veel vormen van intelligentie worden overgenomen door computers. Taken die patroonherkenning vereisen. Volgens Harari kunnen uiteindelijk alle vormen van intelligentie door computers worden overgenomen. Wat is het nut nog van de mensheid?

Er dreigt een gevaar voor het ontstaan van elites: technologie alleen voor de waardevolle elite, inclusief bijvoorbeeld gezondheidszorg. Hierdoor ontstaat een “geüpgrade” supermens en een massa nutteloze mensen.

Harari identificeert twee nieuwe religies. Het dataisme stelt dat het stokje van de mensheid aan nieuwe entiteiten moet worden overgedragen. Het hoogste goed is vrijheid van informatie. Wat maakt mensen waardevol in dataisme? Ze kunnen bijdragen aan de datastroom. Het techno-humanisme daarentegen stelt dat een geüpgrade mens relevant blijft, maar zich moet blijven upgraden met nanotechnologie, computerinterfaces en genetische modificatie.

Het dilemma van techno-humanisme: hoe mensen upgraden zonder menselijke wil en beleving weg te reduceren? Gevaren zijn het kwijtraken van menselijke eigenschappen als dromen en fantaseren, omdat dit afleidt en inefficiënt is.

De mensheid als dataverwerkend systeem heeft tot doel een nóg efficiënter dataverwerkend systeem te maken. Zodra dat klaar is, is de betekenis van de mens verdwenen.

Waar Harari het mis heeft over AI

Hier kom ik bij mijn voornaamste kritiek op Harari’s betoog. Hij gaat eraan voorbij – en veel mensen weten dat niet – dat de huidige AI en machine learning hype geen fundamenteel nieuwe wetenschap tot basis heeft. Het enige waarop de ontwikkeling nu drijft is rekenkracht.

De leermechanismen zijn gebaseerd op geavanceerde stochastische berekeningen die al in de jaren negentig zijn bedacht. Deze algoritmen hebben nooit grote toepassingen gekend tot op heden omdat de rekenkracht van computers te laag was. Hardware-ontwikkelingen, zoals GPU’s, zorgen ervoor dat deze algoritmen nu wel bruikbaar zijn geworden.

De basis van deze mechanismen is een stochastisch leerproces. Door proberen van uitkomsten leert een algoritme wat de beste uitkomsten zijn. Dit is krachtig, maar men moet zich realiseren dat deze processen dus geen nieuwe algoritmen bedenken. Ze weten bestaande algoritmen dieper door te rekenen, waardoor bepaalde zaken met meer gegevens beter voorspeld kunnen worden.

De uitkomsten zijn waarschijnlijkheden. Door meer data en dieper rekenen kan de waarschijnlijkheid van een antwoord nauwkeuriger worden bepaald. Dat is iets fundamenteel anders dan een algoritme verbeteren, laat staan creëren. Er komen dus door AI en machine learning niet meer slimme algoritmen. Daarvoor is tot op heden nog steeds de mens nodig. En daar is nog geen begin van een alternatief voor in de computerwetenschap. Ik schreef hier eerder over in AI considered not so harmful.

Waar de mens en zijn wetenschap goed in zijn, is het bedenken van regels voor processen: de algoritmen. Het hoogst denkbare is in de natuurkunde een geünificeerde theorie die geldt op grote schaal en ook op kleine schaal – zowel voor astronomie als voor deeltjestheorie. Een algoritme bepaalt niet een waarschijnlijkheid, een algoritme berekent exact een uitkomst. Een fundamenteel verschil.

Overigens, ook algoritmen kunnen zeer onvoorspelbaar gedrag laten zien. De chaostheorie heeft dit laten zien. Een prachtig eenvoudig algoritme vertoont zeer complex gedrag, soms zelfs volkomen chaotisch gedrag. Ook Wolfram heeft hier uitgebreid verslag van gedaan in zijn “A New Kind of Science“.

Wat ontbreekt: doelen

Harari begint met de definitie van drie doelen die de mens nastreeft, en die de drijfveer vormen voor alle technologische ontwikkelingen: onsterfelijkheid, geluk en goddelijkheid. Alle datastromen die op gang zijn gebracht zijn middelen om deze doelen te bereiken.

Het dataisme van Harari stelt dat andere intelligenties deze middelen op een gegeven moment verder zouden kunnen ontwikkelen zonder dat daar voor de mens nog een rol is weggelegd.

Wat in het beeld van Harari echter ontbreekt zijn de doelen die deze intelligenties dan zouden nastreven. Hij definieert vrijheid van informatie als grootste goed, maar waar moet die vrijheid van informatie zich dan naartoe bewegen?

Nog een vraag die Harari niet beantwoordt: Is intelligentie los te koppelen van een bewustzijn? En als een andere niet-menselijke intelligentie een bewustzijn heeft, gaat deze dan niet aan dezelfde uitdagingen ten onder als de mens in het verhaal van Harari?

Bewustzijn en de ziel

Harari’s redenering over bewustzijn is curieus. Hij schrijft: “Het bestaan van de ziel is dus niet in overeenstemming te brengen met de evolutietheorie.” Wat een bijzondere betoogtrant. Ik zie niet in waarom hetzelfde niet zou opgaan voor bewustzijn.

Na de verhandeling die concludeert dat de ziel speculatie is, verdwijnt ook het bewustzijn inderdaad naar de prullenmand. “Het bewustzijn is het biologisch nutteloze nevenproduct van onze hersenen,” schrijft Harari. Het heeft morele waarde. En dat maakt ons juist menselijk.

Wat ons mensen uniek maakt is volgens Harari het vermogen om te kunnen samenwerken in grote groepen. Niet ons bewustzijn. Betekenis ontstaat door een web van verhalen. Betekenis kan langzaam uit elkaar vallen – ontkerkelijking bijvoorbeeld.

Tot slot

Harari’s definitie van een werkelijk bestaande entiteit: als het kan lijden. Bedrijven, geld, naties bestaan alleen in de verbeelding. Het wordt steeds moeilijker het onderscheid te blijven maken tussen wat echt is en wat we verzinnen.

Menselijke verzinsels worden vertaald naar genetische en biologische codes en veranderen zo de objectieve realiteit. Schrift beschrijft en vervormt de werkelijkheid.

Harari sluit af met een observatie die het hele boek samenvat: “Tegenwoordig ben je machtig als je weet wat [welke informatie] je kunt negeren.” In een wereld van oneindige datastromen is selectie macht.

Homo Deus is een fascinerend boek dat belangrijke vragen stelt over onze toekomst. Harari’s historische analyses zijn vaak scherpzinnig. Zijn voorspellingen over AI en dataisme zijn minder sterk, omdat ze voorbijgaan aan fundamentele beperkingen van huidige technologie. Toch blijft de kernvraag die hij stelt relevant: wat gebeurt er met de mensheid als we onze economische en misschien zelfs culturele waarde verliezen?

Homo Deus is de moeite waard voor iedereen die geïnteresseerd is in waar technologie ons naartoe brengt. Harari schrijft helder en toegankelijk. Zijn historische analyses zijn vaak verhelderend. Zijn voorspellingen neem je met een korrel zout, maar ze prikkelen wel tot nadenken. En dat is uiteindelijk waar een goed boek voor dient.

Heb je Homo Deus gelezen? Wat vond jij van Harari’s voorspellingen? Laat je gedachten in een reactie achter.

De belangrijkste factor voor de kwaliteit van het Internet

Douglas Coupland schrijft in Bit Rot:

… it’s porn that drives up the quality of the internet…

Dit deed me denken aan een bezoek dat ik een tijd geleden bracht aan een van de grootste Internet en data center leveranciers ter wereld.

We maakten een tour door een van hun onwaarschijnlijk grote data centers, een flinke wandeling van bijna een uur door de vele zalen van het gebouw. De oppervlakte van het data center besloeg een tiental aantal voetbalvelden. Het personeel, een handvol technici, reed met elektrische wagentjes door de zalen.

Tijdens de nazit vertelde de directeur over de grote getallen. Servers bestelden ze in batches van 50000 of meer afnamen van hun leveranciers. (Vijftigduizend, geen typfout in de nullen.) Hij noemde ook de bandbreedte die ze verbruikten. Ik weet het getal niet meer maar ze waren verantwoordelijk voor het gebruikt van meer dan de helft van de capaciteit van het Nederlandse Internet.

Ik vroeg hem wat de belangrijkste soort applicaties dat dan waren die ze hier hosten en zo veel Internet capaciteit verbruikten.

“Porno. Als we alle servers zouden uitzetten waarop porno draait zou het hier stil worden.”

Analoog

Ik lees het boekje Shopping in Jail van Douglas Coupland. Coupland doet onder andere verslag van zijn bezoek aan China ten behoeve van onderzoek voor zijn andere boek Kitten Clone: Inside Alcatel-Lucent. In zekere zin zie ik deze werken van Coupland ook weer als een tijdbeeld over een tijdbeeld. Het lijkt alsof broadband zaligmakend is. Als we allemaal online zijn, en ongelimiteerd data kunnen streamen, is de wereld af, zijn we allemaal gelukkig.

Daarom zijn de Unmute Us betogingen van het afgelopen weekend in Nederland erg bemoedigend. De acties laten zien dat de online, digitale beleving duidelijke grenzen kent en dat mensen behoefte hebben aan fysieke ervaringen.
Zelfs als de bandbreedte oneindig is, dan nog hebben we behoefte aan fysieke ervaringen en analoge contacten.

Thé Tjong-Khing en Die Brücke in Bergen

Vanochtend museum Kranenburg bezocht. Ik ging er vooral heen om de tentoonstelling over de expressionisten van Die Brücke te bekijken, was ik minstens zo onder de indruk van het werk van Thé Tjong-Khing, over wiens werk een overzichtstentoonstelling is te zien in Bergen.

De werken van Die Brücke kunstenaars zijn overwegend grafische werken, houtsnede’s en litho’s, en ik hou veel meer van de rauwe schilderijen. De schilderijen die er hingen waren niet de topstukken in felle kleuren.

De tentoonstelling over Thé Tjong-Khing is fris en luchtig. Heel aardig is de grote ruimte waarin wordt getoond waar de illustrator zijn inspiratie vandaan haalde. Van Munch, Hokusai tot en met Jheronimus Bosch, Thé leende van het werk en gaf er zijn eigen draai aan.

https://www.kimcrabeels.be/wp-content/uploads/2015/03/Th%C3%A9_Tjong_Khing_Hokusai.png
https://milledoni.nl/image/2016/4/28/afbeelding_site_pagina.jpg(mediaclass-facebook_image.5c568932e11cc457671a8fe4b7db644ec6306f6f).png?t=3758
'De sprookjesverteller - Sprookjes van Andersen' van Thé ...

Coolish Show & Tell (video) – Recomendo TV

Mark Frauenfelder, Kevin Kelly and Claudia Dawson are experimenting with a Live video version of Recomendo.

Watch this great experiment from these sympathetic folks.

De schrijver is een alleenstaande moeder – Hagar Peeters

Ik ben geen heel groot gedichtenlezer. Wel liefhebber, op zijn tijd. Rutger Kopland vind ik mooi, maar ook Bukowski, Gerrit Krol. Misschien heb ik wel een beetje een rauwe smaak. Tijdens onze vakanties struinen mijn vrouw en ik vaak boekwinkels af in de plaatsen die we bezoeken.

Zo kwam het dat ik een bundel van Hagar Peeters uit de kast pakte in Zutphen, en begon te lezen in “De schrijver is een alleenstaande moeder“. Ik schoot ogenblikkelijk in de rails van het gedicht “Over M.G.”

Over M.G.


De man met de snor

is bekoorlijk en snel

is een terror en fel

is het vuur van de hel

is van hitte de stoom

is van slapen de droom

is van woorden de klank

is van afscheid de dank

En zo dendert het gedicht door.

Aangeschaft. Geweldig werk.

Australië, hoe er een beetje bij te horen – Cees Nooteboom

In de bundel Australïe zijn de reizen van Cees Nooteboom naar Australie, Samoa en Tonga samengebracht.

Het maakt voor de lezer van de verhalen van Nooteboom eigenlijk niet uit waar de reis naartoe gaat. Zijn proza leest als poezie. Je vergeet waar je bent, je zit in het hoofd van Nooteboom en hij danst met je door zijn wereld.

De aboriginals zijn de aarde geworden, zegt Nooteboom. Zonder dat hij het expliciet maakt, trekt hij een parallel met de moderne mens die duizenden jaren lang heeft geprobeerd de aarde te veranderen, maar na al die tijd moet concluderen dat het beter is zelf te veranderen.

“Bussen en treinen zijn mijn televisie.”

Als Nooteboom bij het Australian War Memorial op bezoek gaat leren we dat het met name de Australiers waren die de door de jonge Winston Churchill geleide slag bij Gallipoli in de eerste wereldoorlog het leven lieten.

Nooteboom analyseert zijn eigen reiservaring.

“Wat moet je weten om iets goed te kunnen zien.”

En daarbij de behoefte van Nooteboom zich los te maken van zijn reiziger-zijn, en bij de lokale bevolking te willen horen.

“Pas als je je zo gedraagd dat je niet waargenomen wordt hoor je er een beetje bij.”

Hij bezoekt het Samoa waar Robert Louis Stevenson leefde en overleed.

In het Australisch Broome werden Nederlandse vluchtelingen, ontkomen aan de Japanse bezetting van Indonesië, op een vliegveld gebombardeerd.Bij een vliegtuigcrash van een Nederlandse DC3 door de Japanners overlijden vier Nederlanders, en verdwijnt een pakketje diamanten op mysterieuze wijze..

Denk als een kunstenaar – een kijkje in de creatieve geest

Denk als een kunstenaar beschrijft zonder kunst bla bla wat een kunstenaar drijft en hoe zij denkt.

Denk als een kunstenaar

Het meest in het oog springend is waar Gompertz mee begint: een kunstenaar is een ondernemer. Alle grote kunstenaars wisten op een of andere manier goed hun werk aan de man te brengen. Sommigen zijn zelfs topondernemers… Gompertz neemt Rubens, Warhol, Van Gogh (Vincent en zijn broer Theo), als voorbeelden. Kunstenaars die bewust met een markt bezig waren. En Theaster Gates, een Amerikaanse kunstenaar die kunstprojecten maakt en zich daarbij inzet voor de minder bedeelden. Maar “schaamteloos” commercieel.

En Ogilvy: Als het niet verkoopt is het niet creatief.

Een kunstenaar kent geen mislukkingen. Maar bouwt voor. Ontwikkelt zo een eigen stem, stijl.
Vele kunstenaar deden er jaren over om hun eigen stijl te vinden. Mondriaan, Roy Lichtenstein, David Ogilvy, The Rolling Stones.
Allemaal begonnen met prutsen en nadoen en langzamerhand een eigen “merk” ontwikkeld.

Een kunstenaar is altijd nieuwsgierig en aan het pielen. Experimenteren.
Gompertz noemt een aantal fasen waar een kunstenaar typisch doorheen gaat
Interesse, nieuwsgierigheid, inspiratie, experimenteren, innovatie, gerealiseerd idee.

Een kunstenaar jat schaamteloos ideeën en beelden van anderen. Maar bouwt er op voort en maakt er iets eigens van.
Gompertz laat zien hoe de bekende stier van Picasso zich ontwikkelde van een realistisch beeld, gejat van Goya en Dürer, naar een geabstraheerd beeld, bestaand uit slecht een paar lijnen: een Picasso, iets nieuws.

Als Socrates vragen blijven stellen. Vragen die niet steeds stof doen opwerpen maar vragen die juist zaken helder maken. Zo komt een kunstenaar tot de kern en ontdekt een niewue waarheid. Nieuwe vragen, die de kunstenaar zelf beantwoord met nieuwe antwoorden.

Het meisje van Vermeer heeft een heel klein likje rozeverf op haar mondhoek. De ingang naar een schilderij, zegt Luc Tuymans, Belgisch kunstenaar. De kunstenaar overziet het geheel maar heeft ook groot ook voor detail.

Hij plant de layout van de komende tentoonstelling nog voor het werk gemaakt is, maar maar zich ook druk over een klein vlekje iets donkerder verf boven het oog van een geportreteerde.

“… alleen met onze opvattingen kunnen we iets maken dat uitzonderlijk en anders dan dat van anderen is.”

Een kunstenaar heeft een eigen gezichtspunt. Heeft iets te zeggen. Dat is essentieel.

Moed. Opstaan, je gevoelens en ideeën uiten voor een vijandig publiek. Dat is waarom kunstenaars een angst moeten overwinnen. Art and Fear.

“De samenleving probeert iedereen tot een bepaald gedrag te dwingen. … Alleen een heel moedige kunstenaar durft dat gevecht aan…”

Duchamp was hét voorbeeld van een kunstenaar die de tijd nam om na te denken. Een kunstenaar denk na. Over grote en kleine details. Hij laat niets aan het toeval over.

Over de kunstacademie, die dit allemaal bij zou moeten brengen. Belangrijkste doel van een kunstacademie: leren denken buiten de lijntjes. Creativiteit draait om het overteden van de regels, de ontdekking van nieuwe dingen. De kunstacademie leert onafhankelijk denken en met zelfvertrouwen eigen ideeën formuleren. Kijken, begrijpen, oordelen en daarna een fysiek voorwerp maken als oplossing voor een kwestie.

Gompertz pleit ervoor dat dit op alle scholen wordt nagestreefd.

Gompertz sluit af met een pleidooi voor de creatieve geest. En een verandering van maatschappij van massa producten naar individuele meer creatieve producten. Een downscaling gedreven door creatieve geesten die een interessantere samenleving als gevolg zal hebben.

Geen index. Grrr.

Cees Nooteboom – 533 – een dagenboek

Een dagenboek. Nooteboom verteld over zijn dagen in zijn Menorcaanse woning. Microscopische beschouwingen over zijn cactussen, de insecten rond zijn woning, de yucca, de ruines op Menorca.

Zorgvuldig beschreven in een nauwkeurige stijl die doet denken aan de veel minder bekende Tim Robinson die de Aran eilanden beschreef en ik leerde kennen via Boudewijn Buch.

Nooteboom schrijft over Brecht en Frisch. Over de muziek waar hij naar luistert.
En dan ook macroscopische beschouwingen over de reis van de Voyagers.
Over de kleine en grote dingen van het leven.

Een prachtige kruimel op de rok van Nooteboom’s universum. (naar Lucebert)

Jean Smith’s one hundred dollar paintings

I love that: artist Jean Smith sells her paintings for $100 and they go like hot cakes.

https://jeansmithpainter.wordpress.com/2016/04/

Featured in New York Times.