Wandeling Bergen: Ecodorp, bunkers en de Philisteinse molen

27 december 2024

Vandaag liep ik een rondje blokjes van het Noord-Holland grid project bij Bergen. Een langetermijnproject waarin ik de provincie systematisch fotografeer. Bergen ligt vlakbij, maar toch ging ik grotendeels door een gebied waar ik nog nooit was geweest.

Ik parkeer bij de voetbalvelden van FC Bergen. Het is bewolkt en gelukkig staat er niet meer die ijskoude wind van gisteren. Ik loop naar het zuiden langs de Groeneweg tot bij Ecodorp Bergen. Het bestaan van van deze gemeenschap die zich richt op duurzaam leven kende ik nog niet.

Weiland bij Bergen

Ik ga het terrein niet op maar sla linksaf en even verderop rechts, langs het terrein. Het is een bijzonder stuk grond. Er staat nog een zeer militair aandoend toegangshek en een bordje waarop staat dat dit een terrein van Defensie is.

Het terrein is een voormalig vliegveld, lees ik later op Defensiefotografie.nl. Dat is dan weer een club met de bijzondere missie “om de krijgsmacht en de defensiesector op een eerlijke en beeldende manier te tonen”. Defensie heeft een deel van het terrein verkocht aan Ecodorp Bergen. Het is “Verkocht wegens Vrede”, meldt de website.

Het hek herken ik. Ik kwam hier eerder vanaf de Hoeverweg tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef. Even verderop staat langs de weg een bord: ‘Verboden voor drones.’ Defensie zal hier dan dus nog wel iets doen, gezien dat het en het droneverbod. Ik neem aan dat de Ecodorpelingen niet zo’n toegangshek met een pasje nodig hebben, en zich tegen drones moeten beschermen.

Er ligt een dode reiger in de wei. Ik loop door langs de weg, bij de Bergerringsloot sla ik rechtsaf en volg het water. Een minuut of 10 later kom ik voor het eerst iemand tegen tijdens mijn wandeling, een man die zijn hond hier uitlaat. Onderaan de dijk van de ringsloot zijn betonnen verstevigingen aangelegd, vermoedelijk door Defensie.

Verderop rechtsaf, langs de Ringsloot van de Bergermeer. Ik loop langs een grote manege met pony’s. Een vrouw zit op een pony op een verhoging in het terrein langs het water. Ze kijkt geconcentreerd voor zich uit. Ik groet haar. Ze zegt niets terug. Als ik me 100 meter verderop omdraai, staat ze daar nog steeds, nog steeds bewegingloos.

Ik kom in het bunkergebied van Bergen. Betonnen koepels tussen de duinen, half verscholen onder zand en braamstruiken. Een bijzonder landschap.

Bij de Philisteinse molen steek ik het water weer over. Ik zoek waarom deze molen deze bijzondere naam heeft. Vanwege de naam van de polder die hij droogmaalt: de Philisteinse polder. Maar de zoektocht naar de oorsprong van de naam van de polder blijft onvruchtbaar, en ik stop er na een minuut of 10 mee. Je duikt het ene konijnenhol in na het andere.

De molen wordt verbouwd. Vers riet, de wieken liggen in het gras.

Een hele fijne mist zakt over het land. Mijn bril beslaat. Ik loop langs de rand van Bergen. In het weiland loopt een man met een metaaldetector. Hij detecteert iets, neemt een spade van zijn schouder en begint te graven. Ik kan door de wazige glazen niet zien wat hij opgraaft.

Een stukje door het bos terug naar de auto. Twee uur gelopen, bijna acht kilometer. Een stuk onverwacht Noord-Holland, vlakbij huis.

Kanazawa per Shinkansen: Kenroku-en tuin en een magnetron-restaurant

22 maart 2023

Na twee dagen in de bergen van Nikko is het tijd voor de westkust. We reizen 600 kilometer naar Kanazawa, van Nikko naar de westkust van Honshu. Voor de zekerheid controleren we onze reisplannen bij het JR station in Nikko, nog niet helemaal gewend aan het treinensysteem. Maar de trein rijdt als we dachten. We regelen hier ook gelijk de rest van de reserveringen voor de tot nu geplande Shinkansen ritten.

Toeristen kunnen een Japan Rail Pass kopen, waarmee je een, twee of drie weken aansluitend met de meeste treinen en bussen kunt reizen, inclusief de Shinkansen lijnen. De ingangsdatum van de pass regel in Japan zelf op een JR Station.

Op het perron proberen we een flesje warme koffie uit een automaat. Automaten met diverse producten kom je overal in Japan tegen. In de meeste afgelegen plekken kan je opeens tegen een automaat aanlopen met thee, koffie, en frisdranken. De koffie is niet goed en niet slecht; drinkbaar, wat ons eigenlijk meevalt.

We zijn nog niet zo lang in Japan dus de strakke lijnen op het perron waarmee wordt aangegeven hoe je moet voorsorteren voor het instappen zijn nog indrukwekkend. Zoals we in Nederland chaotisch samendrommen voor de treindeuren is in Japan ondenkbaar. Niemand dringt voor.

Japanners zijn echt heel erg behulpzaam. Vanochtend staan we even bij een automaat te prutsen met de Google app om te vertalen wat de automaat verkoopt. Van de andere kant van het perron komt een man naar ons toe om te vragen of hij ons kan helpen. Dat is al de vijfde of zesde keer dat dit ons gebeurt in de korte tijd dat we in Japan zijn. Dit lijkt te contrasteren met de schuwheid die je soms ook ervaart. Misschien dat de Japanners die Engels spreken zich ogenblikkelijk geroepen voelen om buitenlanders in hun land te helpen.

De trein naar Utsonomia blijkt een metro. De overstap op de Shinkansen naar Omiya en dan naar Kanazawa is vanzelfsprekend.

Jammer genoeg kan je niet veel van het landschap zien waar we doorheen reizen. De Shinkansen rijdt de meeste tijd in een halfhoge betonnen bak waar je vanuit de trein net niet overheen kunt kijken. Maar waar we het landschap kunnen zien, is het fantastisch. Een landschap dat voor ons nieuw is. De heuvels, dalen en rivieren lijken niet op iets dat we al kennen. Overal is de inrichting van het landschap verzorgd. Japan is natuurlijk dicht bevolkt, zeker vergeleken met Nieuw-Zeeland waar we net vandaan komen. Toch is het nergens chaotisch. Alles lijkt onder controle.  

De snelheid van de trein is indrukwekkend. We moeten twee keer overstappen en een stuk met de bus in de stad, en toch staan we 5 uur later en 600 km verderop voor ons nieuwe onderkomen in Kanazawa.

Uitzicht over Kanazawa, Japanse meiden op een bank op de voorgrond

Omdat het weer zo prachtig is, gaan we direct de Kenroku-en tuin bezoeken; naar zeggen een van de mooiste tuinen van Japan. Met het middaglicht dat eind van de dag langzaam steeds lager zakt en langere schaduwen trekt, krijgen de oude bemoste bomen en de vroegbloeiende bloesembomen een aparte sfeer. Jongeren lopen in traditionele kleding, we kwamen dit ook in Tokyo tegen.

Jonge vrouwen in traditionele kleding op een brug in Kenroku-en tuin in Kanazawa
Met palen ondersteunde bomen in Kenroku-en tuin in Kanazawa

Tegen 7 uur gaan we op zoek naar een restaurant. Hoewel we aan de rand van het centrum van de stad zitten, blijken veel restaurants al gesloten. We vinden een klein restaurantje onderin een onaanzienlijk grijs betonnen gebouw, waar een op een bord te lezen is dat ze koffie en breakfast verkopen. Ishikawamon Coffee is inmiddels gesloten. Op het internet vond ik een teleurgesteld bericht dat ik helemaal begrijp: https://kanazawa-drifter.net/entry/cafe/closed/ishikawa-mon

Als we naar binnen lopen, zien we drie zachtjes-kletsende tienermeisjes zitten aan een tafeltje; de ruimte is verder leeg. We twijfelen of dit wel is wat we zoeken, de meisjes zitten aan de thee. Net als we denken verderop ons geluk te proberen, komt er een heel kleine, gebogen, magere oude dame naar ons toe. Ze viel niet meteen op; de vloer achter de bar is verlaagd waardoor ze net aan met haar neus boven de bar uit komt. Ze schuifelt naar ons toe en wijst ons een tafeltje. Ik kijk om mij heen maar ik zie geen keuken. ‘Misschien ergens achter?’, denk ik nog. Met gebaren en wat Japanse woorden maken we duidelijk dat we wat willen eten en verdomd; ze komt met een kleine menukaart aan, in het Japans.

Onze vriendelijke gastvrouw blijkt een paar woorden Engels te spreken, waardoor we er samen uitkomen. We kunnen kiezen uit huisgemaakte curry, pasta of pilav. Geen Japans? We kiezen beide voor de curry. De dame verdwijnt achter de bar, rommelt wat in een vriezer en als ze weer tevoorschijn komt, heeft ze twee Tupperware-bakjes in haar handen waarmee ze achter een gordijntje verdwijnt. We horen een deurtje open en weer dichtklappen en daarna het bekende geluid van knoppen die ingedrukt worden, gevolgd door het zoemende geluid van een magnetron. De curry met rijst is dan opgewarmd, maar desalniettemin zeer smakelijk. Morgen maar eens proeven wat voor breakfast ze voor ons kan toveren.

Ishikawamon Coffee is inmiddels gesloten.  https://kanazawa-drifter.net/entry/cafe/closed/ishikawa-mon

Met palen ondersteunde bomen in Kenroku-en tuin in Kanazawa
Met palen ondersteunde bomen in Kenroku-en tuin in Kanazawa
Huis in Kanazawa met lpanten en een boom
Straat in Kanazawa in de avond

Dit is de vijfde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vijfde aflevering.

Sally Mann’s Creative Process: Limitation, Luck and Tenacity

Sally Mann - Art Work - On the Creative Life - book cover

“We discover who we are by being who we are and making what we make.” This raw truth, from Sally Mann’s memoirs in Art Work (subtitle: On the Creative Life), captures the unvarnished, direct, and human core of her work. Both in photography and now in writing.

The Southern Voice: No Bullshit, Just Story

Forget polished, theoretical treatises on creativity. Sally Mann’s writing has the same extraordinary, direct tone as her photography, delivered in the cadence of her Southern American accent. Storytelling without gloss: unapologetic yet warm. She tells us about the junkies who wrecked her caravan, a meeting with an Emir in Qatar, and countless failed road trips. She describes these “shitty things happening” in a way that is wildly entertaining. Stories interspersed with advice, illustrated from the happenings her own life.

The Alchemy of Limitation: Short on Time, Short on Money

Mann’s creative engine grew despite constraint. Pressed for time while raising three children, short on money and resources, she turned her lens inward and started shooting her family in her living room. Where else to go? It did not start as a grand artistic statement but a practical necessity. It became her masterpiece. She proves a vital truth: limitation doesn’t stifle creativity. It focuses it. She tells us to this principle further, reducing daily choices: eat the same thing, wear the same clothes – to conserve creative energy for the work that mattered.

The Unlikely Bedfellows: Insecurity, Luck, and Tenacity

Her process demystifies talent. She reviews her early pictures in het typical style:

These show you exactly why the gods didn’t take the trouble, at the moment, to wipe the ambrosia off their hands and slap the upstart down.

She pairs youthful courage with the inevitable necessity of insecurity.

Then there’s luck. She talks to a random man in town who turns out to be the exact person with the scarce knowledge of the wet-plate collodion process she sought. Later, she magically finds the specialist image-maker from Pixar she needed. But Mann’s point is sharper: luck is begotten by action. You have to be out there, talking to people, pushing doors, for serendipity to find you.

The Process Is the Point: Making, Failing, Weeding

Mann is a gifted writer who spits her heart onto paper, an act she sees as deeply related to photography. Both are observant, self-centered (in the necessary sense), analytical activities that require a long breath and ruthless editing, a constant weeding.

Sally Mann selected work

Her central tenet is to make a lot of work, as good as possible. She writes extensively about failed pictures, the necessity of taking many to get one good one. You only understand a work and yourself after the fact:

We can only make the work by discovering it through the process. You can make what you are. Only that.

She keeps the paraphernalia of these endeavors, the physical traces of the process that tell their own story. Her mantra is to avoid gimmicks; funny lenses are just noise. She’s looking for the pictures with the Tabasco in the Bloody Mary: the essential, potent kick.

Forget Opinions: Sincerity, Scandal, and Self-Censorship

Mann tackles the orthodoxy of public opinion head-on. She recounts the uproar over a picture like “The Three Graces Peeing”. The reaction often says more about the viewer’s own cultural fundamentalism than the art itself. Her lesson: Forget people’s opinions about your art. Your sincerity is important only to you.

This connects to a very current issue: the slide into self-censorship. She observes how, in response to perceived external fundamentalism, society can contract into its own dogma. The real danger isn’t the provocative work but the instinct to silence it, to create a Handmaid’s Tale of the mind.
She also writes with raw honesty about her own perceived cowardice, like when photographing her “black man” series. The relatable pinch that it brings to me: Why am I not braver in expressing my opinion in the work I make?

Sally Mann selected work

The Takeaway: Passion, Tenacity, and Who You Are

So, what’s the useful advice from all this? Take it easy. Don’t be too hard on yourself. You can be totally distracted with life, but that’s good for something. Stay on the bus. At some point, it will pay out in your work. Talent is real, but passion and tenacity are what get the work done. The 10,000 hours, the deliberate practice of showing up in the living room with your kids, in the caravan after the junkies, on the road trip that goes nowhere.

Start where you are. Look nearby, close to home. Keep going. And trust that one day, someone will find the beauty in what you made.

We discover who we are by being who we are and making what we make. That’s it. That’s the whole thing. A beautiful book.

Also read about: I Will be Wolf from Bertien van Manen.

Nikko: kekkō, shimenawa en een ongeduldige gids

21 maart 2023 – Nikko

Het hotel biedt geen ontbijt, maar op de eerste verdieping is een klein zitje waar we zelf filterkoffie kunnen maken. Een bejaard echtpaar helpt ons. De vrouw is vriendelijk en behulpzaam, geduldig uitleggend hoe het koffiezetapparaat werkt. De man is nors en kortaf, knikkend als we iets vragen maar verder niets zeggend.

“My son,” zegt de oude vrouw. Ze knikt naar de norse jongeman achter de receptiebalie.

We drinken koffie bij het raam. De zon licht het laatste restje winterse sneeuw op de bergtoppen op. De lucht is helder en scherp, zoals alleen op hoogte mogelijk is.

tempel in het tempelcomplex van nikko

Nikko Kekkō

De Japanners hebben een gezegde: je kunt pas zeggen dat iets kekkō (prachtig) is, nadat je Nikko hebt gezien.

We wandelen opnieuw door het park. We zijn vroeg, het is nog rustig. We zien andere dingen nu. De echte omvang van het complex vooral. Hoeveel tempels, musea, mausolea en torii er werkelijk zijn, verstopt tussen de dikke bemoste bomen en oude stenen muurtjes.

een beeld in rood bij het tempelcomplex van nikko

Het mos op de stenen is dik als een tapijt. Bomen grijpen zich met kronkelende wortels vast aan de rotsen.

Tegen het middaguur begint het druk te worden. We eten een Anpan bij een kraampje. Dat is een broodje met een zoete rodebonenpasta. Dan verlaten we het complex. Een een stroom mensen beweegt langs ons, van het station naar het tempelcomplex. Voor het overgrote deel zijn het Japanners. Hier en daar horen we Amerikaans, Frans of Duits. Maar het zijn uitzonderingen.

Kanaya Hotel History House

We bezoeken het Kanaya Hotel History House, een stukje lopen vanaf de uitgang van het tempelcomplex. Ongeveer vierhonderd jaar geleden was dit een woning voor samoerai-krijgers. In 1873 werd het omgebouwd tot Kanaya Cottage Inn, een van de eerste plekken in Japan waar buitenlanders konden logeren.

Bij de ingang wordt het ticket uit het boekje gescheurd en krijgen we een muntje in onze hand gedrukt. Om het museum te bereiken moeten we door een zaal met deftig geklede mensen die zitten te lunchen. Vreemd om door iemands lunchruimte te moeten lopen om bij een museum te komen.

Het muntje is bedoeld voor de toegangspoort, een klein mechanisch poortje, ouderwets. Het klikt open en we gaan door.

De bejaarde gids met een schema

De entree van het museum is een kale ruimte. Hier kunnen we onze schoenen uitdoen en sloffen aantrekken. Bruine plastic sloffen, veel te groot, die klepperen bij elke stap.

We zijn de enige bezoekers.

Er hangen pijltjes aan de muur die de route aangeven. Ruimte na ruimte. Het huis is nagenoeg leeg. Geen meubels, geen decoraties. Alleen houten vloeren en die typische kamerschermen die ruimtes groter of kleiner kunnen maken.

Na een minuut of vijf verschijnt er plots een bejaarde Japanse vrouw. Ze spreekt ons aan op driftige toon, in moeilijk verstaanbaar Engels. Veel gebaren. Wijzend naar ons, naar de pijltjes, naar de volgende ruimte, terug naar waar we vandaan komen. De boodschap is desalniettemin duidelijk: we mogen niet op eigen houtje rondlopen. We moeten haar volgen.

In hoog tempo worden we door de rest van het pand geleid. Ze loopt snel voor een oude vrouw. Ze wijst, zegt dingen die we niet verstaan, opent schuifdeuren en sluit ze weer. Soms blijft ze staan en wacht ongeduldig tot we hebben gekeken. Dan loopt ze alweer door.

De tuin achter het gebouw is fraai. Keurig verzorgd. Kleine boompjes, zorgvuldig gesnoeid. Een vijver met koi. Stenen paden. Het is stil hier, vredig, in schril contrast met het ongeduld van onze gids.

“Beautiful,” zeg ik.

Ze knikt. “Yes, yes. Now we go.”

En dan worden we weer op straat gezet. Ze begeleidt ons naar de uitgang, buigt kort, en verdwijnt weer het gebouw in.

Kijkje op het park bij Nikko Tamozawa Imperial Villa

Nikko Tamozawa Imperial Villa

We wandelen door naar Nikko Tomazawa Imperial Villa. Een traditionele woning uit het begin van de twintigste eeuw, gelegen in een mooi park. De villa diende als buitenverblijf voor de keizerlijke familie tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw.

We dwalen door de lege ruimtes en het stille park. We genieten van de rust na de afgelopen dagen van stads- en toerismedrukte. Het park en de woning zijn in strakke stijl neergezet en vormen een geheel dat gebalanceerd aanvoelt.

Shimenawa: een touw als grens

We leren dat in Japan een touw aan een steen gebonden en op het pad gelegd of opgehangen een teken is voor verboden toegang. Dit heet een shimenawa, een traditioneel symbool om grenzen aan te geven.

Nikko Tamozawa Imperial Villa - shimenawa

Zo. Het is mooi geweest.

We lopen terug richting het centrum. De zon staat lager nu, de schaduwen worden langer.

Nikko is inderdaad kekkō. Maar ook een beetje bizar.

Beelden met Jizo, de rode mutsjes op de beelden

Dit is de vijfde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vierde aflevering.

Nikko: Opzettelijke onvolkomenheid

20 maart 2023 Nikko

De naam Nikko deed me denken aan speelgoedautootjes. Kleine rode racewagens die over de keukenvloer scheurden. Maar Nikko Toys blijkt een bedrijf in Hong Kong te zijn, totaal ongerelateerd aan Nikko, het stadje een uur boven Tokyo, bekend om zijn historische tempelcomplex en UNESCO werelderfgoed.

Treintickets naar Nikko

We nemen de metro naar Kita-Senju station. Hier willen we tickets naar Nikko kopen, en lopen we tegen de complexiteit van het Japanse treinennetwerk aan. Het probleem is dat er verschillende exploitanten zijn, net als in Nederland. Maar in Japan heeft elk treinbedrijf zijn eigen systeem van tickets, stoelreserveringen websites en tarieven. JR East, Tobu Railways, Keisei Electric Railway.

Uitzicht over de rivier bij Nikko

We staan voor een ticketmachine bij het Tobu Railways loket. De Limited Express naar Nikko vertrekt over twintig minuten. Moeten we reserveren, kunnen we gewoon instappen? Het ticket lijkt niet het hele traject te dekken. Er zijn meerdere Nikkō stations, wij moeten naar Tōbu-nikkō. Moet je eerst een basisticket kopen en dan een Express-supplement, of is het een gecombineerd ticket? Een vriendelijke Japanse man ziet ons worstelen en legt iets uit dat we niet begrijpen. We kopen tickets. We denken dat het de juiste zijn. We stappen in de Limited Express.

Als we het Tōbu-nikkō station verlaten en onze tickets door de poortjes halen, beseffen we dat er toch iets niet klopt. De machine piept, maar laat ons door. We moeten iets verkeerd hebben gedaan. Ik denk dat we technisch gezien hebben zwartgereden tussen Imaichi Station en Tōbu-nikkō Station. Maar niemand houdt ons tegen. Ook de Japanners moeten het systeem zo absurd complex vinden dat ze niet van buitenlanders verwachten dat ze het snappen. Later lezen we dat buitenlanders dit voortdurend verkeerd doen. Het systeem is niet gemaakt voor toeristen. Het is gemaakt voor mensen die hier wonen, die de nuances kennen, die weten welk bedrijf welke lijn exploiteert en hoe de tarieven werken.

Dan is de OV-chipkaart in Nederland simpel. Aan de andere kant: de Japanse treinen rijden altijd. En op tijd.

550 meter hoogte

We verlaten het station en kijken omhoog. Bergen. Sneeuw op de toppen. Een frisse wind die anders aanvoelt dan de warme stadslucht in Tokyo. Een bordje vertelt ons dat we hier op 550 meter hoogte zitten. Dat hadden we ons nog niet gerealiseerd. En de lucht voelt helder als berglucht.

We lopen naar ons hotel, een vreemd smal gebouw met een sleets uiterlijk. De Japanse jongeman achter de balie is nors. Hij spreekt nauwelijks, en al helemaal geen Engels. We geven hem onze namen. We krijgen een sleutel. Geen uitleg. Kamer zoveel, derde verdieping. We wurmen ons in het kleine liftje. De voorzieningen in de kamer zijn karig. Een futon op een verhoging in de vloer. Een kleine tafel. Een kast. De gedeelde badkamer is in de hal. De inrichting is traditioneel Japans. Tatami matten. Schuifdeuren van rijstpapier. Een laag raam dat uitkijkt over het dorp en de bergen, met nog hier en daar een besneeuwde top.

Traditionele hotelkamer in Nikkom met tatami en futons

Het tempelcomplex

We wandelen naar het toeristencentrum even verderop. We vragen om een kaartje van de omgeving en het tempelcomplex. De dame vraagt of we de tempels in het complex willen bezoeken. Ze wijst ons op een all-in-one ticket. Dat is voor twee dagen aanzienlijk voordeliger als je van plan bent meerdere bezienswaardigheden te bezoeken. We krijgen een ticketboekje op A6 formaat. Op elke pagina een ticket voor een bezienswaardigheid, die er de komende dagen uitgescheurd zullen worden.

Even verderop aan dezelfde straat strijken we neer bij klein restaurant in het voorhuis van een bejaard echtpaar. De man kookt. De vrouw bedient. Ze spreken geen Engels, maar wijzen naar foto’s op de menukaart. We bestellen iets dat op de kaart een Japanse galette wordt genoemd, een soort pannenkoek gevuld met groente en vis. De oude vrouw brengt ons groene thee zonder dat we erom hebben gevraagd.

De heilige Shinkyo brug

We wandelen naar het tempelcomplex. We passeren de Shinkyo brug, de heilige brug, rood geschilderd, overspannend de Daiya rivier. In 1999 werd de brug tot UNESCO werelderfgoed uitgeroepen, samen met de tempels en heiligdommen op de heuvel. De brug is oorspronkelijk gebouwd in de achtste eeuw; de huidige versie dateert uit 1636. Volgens de legende werd de brug gecreëerd door twee gigantische slangen die hun lichamen over de rivier wikkelden zodat de boeddhistische monnik Shōdō Shōnin kon oversteken.

Nu kun je er overheen lopen voor iets van 300 yen. Of je loopt gewoon over de moderne brug ernaast, gratis.

 Shinkyo brug, de heilige brug, bij Nikko

Tempels, poorten, goud

Het park op de heuvel is groot en indrukwekkend. Overal zijn tempels, poorten, tuinen, heiligdommen. Sommige zijn bescheiden, kleine houten structuren tussen de bomen. Andere zijn overdadig, bedekt met gouden versieringen en ingewikkelde houtsnijwerk.

De Yōmeimon poort is het meest opvallend. Twaalf meter hoog, bedekt met meer dan vijfhonderd sculpturen van draken, leeuwen, bloemen en mythologische figuren. Elk detail is beschilderd in felle kleuren. Het is te veel om in één keer te zien.

Bemoste tuin met schilderachtig riviertje in het tempelcomplex van Nikko

Een Japanse gids vertelt een groep toeristen dat de poort opzettelijk één omgekeerd geplaatste sculptuur bevat, een bescheiden onvolkomenheid om de goden niet te beledigen. Perfectie is alleen voor goden, niet voor mensen.

We lopen verder. In een klein museum zien we voorwerpen uit de Tokugawa periode: zwaarden, schilden, rituele maskers, kimono’s. Een bordje legt uit dat Nikko de rustplaats is van Tokugawa Ieyasu, de eerste shogun van het Tokugawa shogunaat. Hij stierf in 1616. Zijn graf ligt hier, op deze heuvel, omringd door deze tempels.

In het tempelcomplex van Nikko
Tempel in het tempelcomplex van Nikko

Het is indrukwekkend. Een overweldigende concentratie van visuele attracties.

We wandelen terug naar het hotel. Het begint al licht te schemeren en de temperatuur is gedaald. De bergen zijn scherp fotogeniek afgetekend tegen de avondlucht.

De norse jongeman achter de balie zegt nog steeds niets. We halen onze sleutel op. Het nauwe liftje weer in naar onze kamer.

De futon ligt al uitgerold op de tatami. Iemand is binnen geweest. Er liggen twee verse handdoeken op het bed. We schuiven de rijstpapieren deur open en kijken naar buiten terwijl we een biertje drinken. Op het kruispunt onder ons beweegt het verkeer in staccato langs de stoplichten.

uitzicht vanuit een hotelkamer in Nikko op de weg langs het hotel
De gang in een japans hotel in Nikko

Dit is de vierde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de derde aflevering.