Onweer (5 mei 2018)

We nemen een Grab naar de Nationale Moskee. Er is een dienst aan de gang. Een zeer spraakzame en overtuigend klinkende voorganger spreekt woorden in een taal die wij niet kennen, en die weerkaatsen door de ruimte  tussen de witte muren.
De moskee is een strak gearchitectureerd gebouw waarbij de ontwerper een meester in  het beheersen van het licht is. De wijze waarop de ruimte door natuurlijk licht wordt verhelderd is geniaal te noemen.
Helaas wordt er verbouwd en geschilderd; dit doet het sprookjesachtige een beetje teniet.
We wandelen naar het nabijgelegen Museum for Islamic Art. Ook een indrukwekkend gebouw, en gevuld met een mooie verzameling Islamitische (ja wat wil je) kunstvoorwerpen. Er is een tijdelijke fototentoonstelling die de vernietiging van kunst en architectuur in Syrië documenteert. Je wordt er draaierig van als je ziet hoe IS, en waarschijnlijk ook het Syrische regeringsleger eeuwenoude kunstschatten vernietigden.

Google Maps volgend wandelen we door de straten van Kuala Lumpur naar de Central Market. Dat is nu een plek waar vooral toeristen batik en andere kleding kopen, maar eens was het een markt waar de lokale bevolking groente en fruit kocht, en vlees.
In de straat naast de Central Market vinden we een Indiaas restaurant waar we neerstrijken voor de lunch. Ik bestel een grote limoenlimonade. En groot blijkt dan echt groot: een pul van anderhalve liter wordt op tafel gezet. De bediende moet lachen om mijn gezicht als hij het enorme glas voor me neer zet.

We wandelen naar Klein India, min of meer terug van waar we vandaan kwamen. Achtergebleven Indiërs, volgens mijn collega, zelf een Indiër. Klein India, Brickfield heet de wijk, is een vrij klein gebied voor het centraal station van Kuala Lumpur (het nieuwe Sentral, er is ook het voormalige Sentral, niet ver er vandaan gelegen). Een straat, Jalan Tun Sambanthan, is echt volledig Indiaas ingericht.  De rest is de prettige potpoerri van Indiaas, Maleis en Chinees. In deze straten ruikt het sterk naar wierook, wat ook in de winkels in grote variëteiten en hoeveelheden aangeboden wordt.

We lopen naar een boeddhistische tempel in deze buurt. Deze is toegankelijk, maar het licht is uit. Het begint enorm te gieten. Een Indische conciërge, Hindoe zie ik aan de teken op zijn voorhoofd, laat ons schuilen in de tempel. Hij doet het licht voor ons aan. Wel even schoenen uit natuurlijk. Een enorm onweer trekt knetterend over. Een enorme klap, en het licht in de tempel is weer uit. De Indiër kijkt niet op of om, is het kennelijk gewend. We raken aan de praat. Hij verteld dat er vlakbij een inwijding van een Hindoeïstische (Krishna) tempel is dit weekend. Erg aan te raden om daar te gaan kijken. We beloven morgen te gaan kijken. We willen nu eerst naar ons hotel. A. is gevallen en heeft een lelijk wondje aan haar voet dat verzorgd moet worden. We grabben een taxi naar ons hotel als de regen weer een beetje is afgezakt.

22 april 2018 – late post

Grab naar Kuala Lumpur.

Het museum van de nationale bank Bank Negara Malaysia is gevestigd naar het hoofdkantoor van de centrale bank, in een groene, afgelegen deel van de stad op een heuvel. Mijn rugzak wordt bij de ingang geïnspecteerd, op wapens denk ik. Voorlopig ben ik de enige bezoeker en nemen ze alle tijd. Er zit een hele crew met personeel.

Weer een prachtige wenteltrap, net als gisteren in het National Museum for Visual Arts. Ook hier, net als in dat andere museum gisteren, gesloten tentoonstellingsruimtes. Op de bovenste verdieping schilderijen, grafiek, batik. Op de andere verdiepingen tentoonstellingen over de bank en het geld van Maleisië. Modern ingerichte tentsolotellingsruimtes.

Bij het verlaten van het museum wordt mijn rugzak weer gecontroleerd. Ook moet ik voor het verlaten van het gebouw bij de balie het gastenboek tekenen.

O ja, daar zijn ze gek op in Maleisië, registraties. Bij heel veel gelegenheden wordt bijgehouden wie naar binnengaat en wie naar buiten, inclusief tijden, voor en achternamen, bedrijfsnamen, laptopnummers en merken,  kentekennummers, paspoortnummers, rijbewijsnummers, parafen en handtekeningen.

Ik loop nu door de stad, neem foto’s. Ik kom op een kort stukje door buurten van Indiërs, Maleisiërs, mensen uit Bangladesh (hoe noem je die), en Chinezen. En vast nog meer maar dan kan ik ze niet uit elkaar houden.

Eend (4 mei)

Continueren van de culinaire exploratie. Collega G. Neemt ons (d.w.z. A. en mij) mee naar de traditioneel Chinees restaurant dat is gespecialiseerd in Eend. Geroosterde eend (en varken maar toch vooral eend).

Het is een lokaal restaurant waar tussen de middag ook de lokale Chinezen komen eten. Voor schandalig weinig geld krijg je een meesterlijke eend voorgeschoteld (en varken).

De oude baas van het restaurant hakt de beesten zelf in stukken. Als het ritueel en de bediening niet gaat zoals hij wil schreeuwt hij wat naar zijn personeel, boos/aanmoedigend.

Voor de deur staat een rij mensen te wachten tot een tafel vrijkomt.

Sopoong (3 mei)

Allebei hard gewerkt. Hoogtepunt van de dag vandaag de maaltijd.

Koreaan bij Sopoong in de IOI City Mall. Erg goed.

Yong Tou Foo (2 mei)

Niet echt veel te melden. A. werkt op de hotelkamer, ik bij de bank.

‘s Middags het eten, dat is dan wel weer het vermelden waard: Yong Tou Foo, bij Puchong Yong Tau Fu in Seri Kembangan, dat is in de buurt.

Yong Tou Foo is een Chinees specialistisch gerecht dat bestaat uit met vis (en vlees) pasta gevulde tofu. Wordt gekookt in soep (bouillon) en daarin opgediend. Erg lekker. Combinatie men grote wontons.

‘s Avonds sushi bij een Japans restaurant zonder Japanners in de mall: Sushi Zanmai. Best goed, beestje vettig op een of andere manier.