Tommy Wieringa reist, ziet niet

Ik lees het verhaal ‘Wit paard, gezien door een barst in de muur’ in De Familie Onderweg van Tommy Wieringa. (De titel is geleend van een Chinese uitdrukking, gevonden Rudy Kousbroek.) Het verhaal vertelt over Wieringa’s reis in de Silk Road Express van Moskou naar Peking. Wieringa lijkt niet te zien. Murw door het reizen in het groep, naar eigen zeggen, of beperkt door de ruimte die het verhaal mag hebben in het tijdschrift van zijn opdrachtgever. In Wolgograd wil hij niet dood gevonden worden, Door Kazachstan rijdt hij in meditatieve leegte, hij excuseert zich als hij vergeet te vertellen over de landschappen en gebeurtenissen die het opschrijven waard waren, vraagt zich af wat er te vertellen valt over een reis in een glazen lift die horizontaal door de wereld schoot.

Heel veel, lijkt me. Vraag het Paul Theroux. Wieringa is een groot schrijver, maar een matig reiziger.

A Heartbreaking Work

Earlier, I posted that I had read The Every by Dave Eggers and found it punishing.

I am now reading A Heartbreaking Work of a Staggering Genius. It is almost inconceivable that these two books are by the same author. AHOASG is raw and unpolished, while The Every is a smoothed-out, emotionless book.

In between, I read Lord of the Flies, William Golding’s classic that I should have read much earlier, and Over de lengte van een gang by Herman Koch.

The Every, meh

I finished reading The Every by Dave Eggers yesterday. What a tedious, humorless book, and not even very well written. The only surprising thing about the book was (spoiler) the ending: not a happy ending, the protagonist disappears into a ravine.

I am immediately having fun.

De Brief van Cees Nooteboom

Cees Nooteboom - De brief, boekomslag

Ik lees het miniboekje De Brief, van Cees Nooteboom, uitgegeven in de Juweeltjesreeks. Het boekje bestaat uit drie verhalen.

Het eerste verhaal, met de titel De Brief, verhaalt over hoe Nooteboom een brief aan zijn uitgever verwisselde met een brief aan zijn geliefde. De verwisseling wordt opgemerkt door Nooteboom’s uitgever en op wonderbaarlijke wijze komt de brief aan de geliefde via een Nederlandse diplomaat en schrijver in Mexico toch goed terecht. Ik probeer te vinden wie de diplomaat was. Ik vermoedde F. Springer, maar die is niet in Mexico gestationeerd geweest. Helman lijkt het ook niet te zijn. Het blijft een raadsel.

Het verhaal doet me denken aan het verhaal Oculare Biesheuvel, van Maarten Biesheuvel, waarin de bril van Biesheuvel hem achterna reist door Oost-Europa.

Het tweede verhaal heet De koning van Suriname. Het verhaalt over de terugreis van Nooteboom uit het oerwoud van Suriname met een klein vliegtuigje. Zijn medepassagier is een hoge ambtenaar in wie Nooteboom de koning van Suriname ziet.

Het laatste verhaal lijkt een gedroomd reisverhaal.

Porseleinen Brieven aan Camondo van Edmund de Waal

Ik kreeg het boekje Brieven aan Camondo, geschreven door Edmund de Waal. Het heeft tot onderwerp het leven van een zeer welgestelde Joodse man en zijn familie in Parijs, en ook het antisemitisme in het Frankrijk van de eerste helft van de vorige eeuw.

De Waal beschrijft de ziekelijke verzamelwoede van Camondo en de even pathologische inrichting van de Parijse woning van Camondo met zijn strak geordende verzameling objecten in stofvrije kamers. De stijl van De Waal is bijpassend: stijf, afstandelijk en stofvrij. Ik krijg het er benauwd van.

Het doet een beetje denken aan de manier waarop Nooteboom ruimtes en kunst kan beschrijven. Maar waar Nooteboom een museum of een schilderij te leven weet te wekken op papier, blijft het bij De Waal overkomen als een protserig nauwkeurige opsomming van spullen.

“U wilde dingen compleet maken, had de behoefte dingen weer bij elkaar te brengen, u moet geweten hebben hoe scheiding voelt. Verspreiding voelt.”

Dat wil zeggen: diaspora.

Ik krijg steeds meer de neiging om het keurige porselein van De Waal op de stenen stuk te gooien. De stijl helt over naar pedanterie en elitarisme.

Camondo creëert met een megalomane egoïsme een museum van verzamelde spullen, en verordonneert dat daaraan nooit meer iets veranderd mag worden. Zelfs mogen zijn spullen niet uitgeleend worden.

De koude opsomming van de geschiedenis van de vernietiging van het grootste deel van de familie door de Nazi’s is ijselijk en hartverscheurend.

Aan het eind van het boek neemt De Waal in bedekte termen een standpunt in over de verzamelwoede van Camondo: hij hoeft de erfenissen en zijn archief niet door te geven (in tegenstelling to Camondo), en schenkt zijn archief weg.