Van de week Het Schip bezocht, het toonbeeld van de Amsterdamse School, ontworpen door Michel de Klerk. Een geweldig gebouw langs het spoor tussen de stations Amsterdam Centraal en Amsterdam Sloterdijk.
We bekijken de tentoonstelling over Fré Cohen, vormgever, feministe, socialiste. Ze wist in haar korte leven een indrukwekkende productie van toonaangevend werk te creëren, beïnvloed door Art Deco en De Stijl. De tentoonstelling is erg goed.
Gisteren bezochten we de tentoonstelling “Misschien valt er wat te lachen“, een overzichtstentoonstelling over het werk van Peter van Straaten in het Allard Pierson museum. Grappig te zien, die gniffelende mensen in een te kleine ruimte. Niet te klein wat betreft Covid, maar wat betreft de tentoonstelling. Die had van mij wel wat meer ruimte en materiaal mogen hebben. Toch heel leuk gedaan.
Verder gelopen door de verwarrende tentoonstelling “Amsterdam, Creatieve Stad”. De rest van het museum hebben we laten liggen voor een andere keer.
Gisteren bezochten we museum De Fundatie in Zwolle. Ik kom niet vaak in Zwolle. De stad verrast. In mijn herinnering is Zwolle een saaie plattelandsstad, in werkelijkheid zag ik een behoorlijk hippe, modern stad. De mensen zijn van deze tijd, de winkels zijn fleurig en modern en er is een boekwinkel waar je U tegen zegt, en De Fundatie.
Vergelijk dat met Alkmaar, de stad waar ik dicht bij woon, en die van vergelijkbare omvang is. Dan is Alkmaar een stad met een armoedige saaie uitstraling, de winkelstraten zijn oubollig en saai, er is geen fatsoenlijke boekwinkel meer sinds Feijn (toch al niet te vergelijken met Waanders in de Broeren in Zwolle) zijn deuren heeft gesloten, het museum van Alkmaar, het Stedelijk Museum Alkmaar, is onvergelijkbaar met De Fundatie, afgezien van het waterige mengsel van kunst en geschiedenis dat het Stedelijk biedt.
In de Fundatie zien we de expositie over John Heartfield – PHOTOGRAPHY PLUS DYNAMITE. John Heartfield is een Duitse dadaist (geboren als Helmut Hertzfelde) en communistische activist die fotocollages maakte, uitvinder was van het concept fotomontage. Hij was een vroeg en scherp criticus van het opkomend fascisme van Hitler in Duitsland.
Het werk van Heartfield is creatief, grimmig, meedogenloos verrassend. Hij maakte vele affiches, illustraties en boekomslagen.
Het werk van Heartfield doet nog steeds modern aan. Het mist een beetje humor, maar dat kan zijn omdat ik de dadaïstische stijl associeer met Duchamp en Monty Python.
De aanpalende expositie van moderne Nederlandse moderne Nederlandse activistische kunstenaars in de serie Whose is the World? is indrukwekkend. Het mist de consistentie van Heartfield, en eigenlijk is dat ook best fris.
Ondanks zijn gebrekkige realisatie en de uiterst onvriendelijke ondersteuning, is de Nederlandse Museumkaart een onmisbare uitvinding waar we toch een beetje trots op mogen zijn. Musea zijn enorm duur, losse kaartjes voor een beetje museum kosten ergens tussen de 10 en 20 euro, maar voor 65 euro, en de helft daarvan voor jongeren, koop je de Museumkaart waarmee je een heel jaar lang alle Nederlandse musea in kan.
Zijn weergave van stof is geweldig. Ik zie een knoop in een gehaakte stropdas die uit een schilderij springt, en een portret van Henri Isaäc Keus in een tweed pak dat meer een portret van een tweed pak is met een man er in. Willink steekt Zurbarán, de Spaanse meester van het afbeelden van stof naar de kroon. Maar mijn vrouw wijst me ook op de handen van de mand, die vlezig op de leuning van een stoel liggen. Je ziet de aderen van de man kloppen.
Andere, landschappelijke schilderijen doen met denken aan Beeple, een moderne digitale realist.