Gisteren een heldhaftige poging gedaan om een fotowandeling te maken bij De Meer in Amsterdam. Het begon droog. Het eindigde doorweekt.
Ik parkeer bij het voetbalveld van Zeeburgia. De route: langs het Science Park van de UVA naar het Amsterdam-Rijnkanaal, dan zuidelijk richting Diemen. Onder de A10 door bij Oud-Diemen, en dan het pad onder de snelweg volgen.
De Meer is een vreemde plek. Industrieel Amsterdam. Datacenters, volkstuinen, sportvelden, snelwegen. Het grenst aan niets en alles tegelijk. Niet mooi, niet fotogeniek.
De aanhoudende motregen heeft me inmiddels doorweekt. Mijn camera is nat. Mijn kleding is doorweekt. Bij de eerste gelegenheid weer onder de A10 door, De Meer in, snel naar de auto.
Afgedropen dus.
ZeeburgiaEquinixAmsterdam-RijnkanaalOnder de A10DiemenVolkstuin, Diemen
Van de week door Beverwijk gelopen. Mijn partner bij het ziekenhuis afgezet. Een dik wolkendek hangt over Noord-Holland. Het beperkte licht lijkt de kleuren te dempen.
In de hoofdstraat van Berverwijk is de markt nog in opbouw.
“Ik ben een marktkoopman, geen watje,” zegt de man die kleding aan het uitladen is tegen zijn buurman.
Ik kan er niet zoveel mee, met dit fletse Beverwijk. Dwars op de hoofdstraat is een straat waarin de huizen vrijwel allemaal in vervallen staat zijn, of al helemaal verlaten.
Ik rijd naar de haven. Bij een oranje silo die met kant is bekleed ligt een enorm schip met zand. Het wordt overgestort in de silo. Onder de silo staat een oude trekker met een aanhangwagen. Een heftruck laadt fietsbanden uit een vrachtwagen. Een man bij de viskraam hoor ik een broodje paling bestellen.
Ik had gemikt op de Prinses Amaliabrug. Maar langs de smalle wegen bij de brug kan ik geen parkeerplek naar mijn zin vinden.
Daarom terug naar Krommenie. Ik zet de auto bij REM-eiland neer. Een voormalig terrein van de waterleidingmaatschappij PWN, lees ik later als ik de oorsprong van dit REM eiland probeer te vinden. De oorsprong van de naam REM-eiland blijft me onduidelijk. Er is een industrieterrein waar het mogelijk ooit beter is gegaan, maar toch niet veel. Ik loop over de Industrieweg met zijn typische vrijgevochten woonbootterreinen. Men lijkt hier alles te bewaren wat maar mogelijk is.
Over een serviceweg voor brugmonteurs loop ik omhoog naar de provinciale weg. De weg gaat over in een overwoekerd pad tot op de brug. Ik voel me illegaal, hoor hier niet te zijn. De auto rijden op een meter langs me.
Aan de andere kant van het water kom ik uit op het uiterste stukje van de Zuidervaartdijk. De laatste twintig meter van de Zuidervaartdijk is een soort privéterrein voor de bewoner van het huis in de hoek van weg en water hier. Rode palen verbieden auto’s langs het fietspad de provinciale weg te bereiken. De bewoners van dit laatste huis hebber er een privé oprit naar de provinciale weg aan.
De bewaarwoede van de mensen hier lijkt nog heviger dan van hun dorpsgenoten aan de andere kant. De restanten van een grote kraan staan er weg te rotten naast een heftruck, een afgedankte paardenwagen en overgroeide aanhangwagens.
Krommenie – Nauernase vaart
Via het dorp loop ik met een omweg weer naar de kruising met de provinciale weg. Ik steek over en loop langs de fabriek van de Forbo. Als je het over de geur van stopverf hebt die rondom de fabriek hangt, weet niemand meer waar je het over hebt. Een product dat met mijn generatie uit zal sterven vermoed ik. Forbo ruikt er ouderwets naar.
Onder de N8 door, rechtsaf via een tunneltje onder het spoor door. Gelijk weer rechts om onder het viaduct uit te komen. De onderkant van het viaduct is in ruime mate van graffiti voorzien. Verschillende resten van kampvuren. Een man zit tegen een pilaar aan, een rugzak naast zich. Ik denk dat hij hier nog minder te zoeken heeft dan ik. Ik loop door over het veld tot aan het water van de Nauernasche vaart. Er lopen wandelpaadjes verder door het veld, maar ik kan niet zien waar heen. Terug onder het viaduct is de man verdwenen.
Gisteravond bij IJmuiden foto’s gemaakt. Geparkeerd aan de Harlingenstraat, aan de noordkant van het jachthaventje van IJmuiden aan Zee (als het zo heet). Tussen de Harlingenstraat en de zeekant is een hoge betonnen muur opgetrokken. Aan de andere kant is een duin gemaakt waartegen twee lange rijen strandhuisjes zijn neergezet, met een klein strandje als voortuin. Het strandje, zo lees ik later op Google maps, heet dan ook het Kleine Strand. Rechts, voor de bewoners, uitzicht op de Hoogovens/Tata/Corus.
Ik loop over de pier langs het strandje, met de bedoeling bij het grote strand van IJmuiden uit te komen. Helaas heb ik geen rekening gehouden met de haveningang, die het onmogelijk maakt via deze weg het strand te bereiken. Ik herinner me nu dat ik er al eens eerder in was getuind. Om het strand te bereiken vanaf hier moet je helemaal om het jachthaventje heen lopen, of rijden. Ik besluit het laatste te doen, en slenter terug naar de auto.
Aan de andere kant is een enorme parkeerplaats. Ik parkeer bij het hotel vooraan de Kennemerboulevard, en slenter over de boulevard naar het strand. Halverwege zit een Chinese familie te dineren.”Een oorlel zo groot als een biefstuk, door die wespensteek,” vang ik op.
Het strand is behoorlijk leeg. De laatste dagjestoeristen verlaten het strand en de strandtenten zijn aan het opruimen. Alleen bij de strandhuisjes is nog leven. Hier een nog langere rij van drie etages strandhuisjes.
Beachvolleybal in de ondergaande zon. Twee vrienden zitten op een blok beton naar de horizon te kijken, een fles aan hun voeten.