Parkeren bij Verlaat is even zoeken. Ook in dit minidorp moeten de auto’s al naar parkeervakken worden verwezen. Buiten het dorp zijn de bermen ervoor vrijgemaakt.

Een tweetal futurisch gevormde viaducten brengen ons naar de andere kant van het kanaal dat loopt van Oudorp bij Alkmaar (Omval) naar Kolhorn. We lopen het natuurgebiedje Boomerwaal door. Met een steil kippenbruggetje de Boomervaart over.
Even verderop spreekt een tegemoet komende wandelaar ons aan.
‘Ha, echte wandelaars!’ roept hij al van een afstandje.
‘Echte wandelaars? Hoezo?’
‘Jullie schoenen!’ zegt hij. Hij wijst en kijkt naar zijn sandalen. Hij spreekt met een zwaar West-Fries accent dat ik niet zal proberen op te schrijven.
‘Is het hekje nog gesloten?’
Er ontstaat een gesprek over een hekje dat voor de opgang naar het kippenbruggetje zou moeten staan. Maar uiteindelijk begrijp ik welk hekje hij bedoelt en begrijpt hij dat er helemaal geen hekje meer is.
‘Deer zelle ze blait mee weze!’
Oké, een beetje West-Fries. Waar ik vandaan kom zouden ze ‘bloit’ hebben gezegd, niet ‘blait’, maar ook het West-Fries heeft weer zijn varianten.

Door Waarland en de landen daaromheen eentonig langs de autoweg weer naar het kanaal. Over een dicht met distels begroeid pad, de schapen doen hier half werk, langs het water terug naar Verlaat.
