Voor de “Virtual Reality experience lock-out game” staan we voor een gesloten deur bovenaan een betonnen trappetje van vier treden in een steeg in de Rotterdamse binnenstad. Via een geheim telefoonnummer krijgen we een wachtwoord doorgestuurd. Na het noemen van het wachtwoord door een klein raampje in de deur worden we naar binnen gelaten. Een man in een kostuum uit de jaren dertig van de vorige eeuw, met mouwophouders als meest in het oog springende detail, leidt ons een trap af naar een kleine donkere ruimte met een bar en tafeltjes. Hij vertelt dat hij conceptontwikkelaar is en dat deze bar ’s avonds een speakeasy is. Ik kende het concept niet.
Wij spelen hier overdag een VR-game waarbij we met een VR-bril op een adventure-achtige game moeten doorlopen. In cocktailrestaurant Heart Melt drinken we wat en eten we. Ik eet de wasabi in een uitgeholde schijf op; in het gedempte licht dacht ik een sushi met komkommer te zien. De tweede bestelling arriveert nooit bij ons tafeltje, dus we staan om half tien weer buiten met nog een lichte honger. Ik loop naar mijn logeeradres, terwijl de rest via een snackbar naar het station loopt.

De volgende dag wandelen we over Zuid en via het Noordereiland naar de Stadsdriehoek, waar zelfs voor een vroege lunch nog niet veel open is. Dus we lopen door naar de Witte de Withstraat en bij NRC eet ik twee mini-vegaburgers voor 14 euro — zo’n twee euro meer dan ze waard zijn. Op weg naar het fotomuseum haal ik bij Bram Ladage Kop van Zuid een patatje.
Het Nederlands Fotomuseum is verhuisd en nu gevestigd in Pakhuis Santos, een enorm gebouw, en heeft daarmee zijn intimiteit verloren. Het lijkt wel of de mensen van het museum zelf ook geen raad hebben geweten met de overvloed aan ruimte. Voor de bezoeker, voor mij althans, zijn de zes of zeven etages te veel van het goede.

