A Heartbreaking Work

Earlier, I posted that I had read The Every by Dave Eggers and found it punishing.

I am now reading A Heartbreaking Work of a Staggering Genius. It is almost inconceivable that these two books are by the same author. AHOASG is raw and unpolished, while The Every is a smoothed-out, emotionless book.

In between, I read Lord of the Flies, William Golding’s classic that I should have read much earlier, and Over de lengte van een gang by Herman Koch.

The Every, meh

I finished reading The Every by Dave Eggers yesterday. What a tedious, humorless book, and not even very well written. The only surprising thing about the book was (spoiler) the ending: not a happy ending, the protagonist disappears into a ravine.

I am immediately having fun.

De Brief van Cees Nooteboom

Cees Nooteboom - De brief, boekomslag

Ik lees het miniboekje De Brief, van Cees Nooteboom, uitgegeven in de Juweeltjesreeks. Het boekje bestaat uit drie verhalen.

Het eerste verhaal, met de titel De Brief, verhaalt over hoe Nooteboom een brief aan zijn uitgever verwisselde met een brief aan zijn geliefde. De verwisseling wordt opgemerkt door Nooteboom’s uitgever en op wonderbaarlijke wijze komt de brief aan de geliefde via een Nederlandse diplomaat en schrijver in Mexico toch goed terecht. Ik probeer te vinden wie de diplomaat was. Ik vermoedde F. Springer, maar die is niet in Mexico gestationeerd geweest. Helman lijkt het ook niet te zijn. Het blijft een raadsel.

Het verhaal doet me denken aan het verhaal Oculare Biesheuvel, van Maarten Biesheuvel, waarin de bril van Biesheuvel hem achterna reist door Oost-Europa.

Het tweede verhaal heet De koning van Suriname. Het verhaalt over de terugreis van Nooteboom uit het oerwoud van Suriname met een klein vliegtuigje. Zijn medepassagier is een hoge ambtenaar in wie Nooteboom de koning van Suriname ziet.

Het laatste verhaal lijkt een gedroomd reisverhaal.

Porseleinen Brieven aan Camondo van Edmund de Waal

Ik kreeg het boekje Brieven aan Camondo, geschreven door Edmund de Waal. Het heeft tot onderwerp het leven van een zeer welgestelde Joodse man en zijn familie in Parijs, en ook het antisemitisme in het Frankrijk van de eerste helft van de vorige eeuw.

De Waal beschrijft de ziekelijke verzamelwoede van Camondo en de even pathologische inrichting van de Parijse woning van Camondo met zijn strak geordende verzameling objecten in stofvrije kamers. De stijl van De Waal is bijpassend: stijf, afstandelijk en stofvrij. Ik krijg het er benauwd van.

Het doet een beetje denken aan de manier waarop Nooteboom ruimtes en kunst kan beschrijven. Maar waar Nooteboom een museum of een schilderij te leven weet te wekken op papier, blijft het bij De Waal overkomen als een protserig nauwkeurige opsomming van spullen.

“U wilde dingen compleet maken, had de behoefte dingen weer bij elkaar te brengen, u moet geweten hebben hoe scheiding voelt. Verspreiding voelt.”

Dat wil zeggen: diaspora.

Ik krijg steeds meer de neiging om het keurige porselein van De Waal op de stenen stuk te gooien. De stijl helt over naar pedanterie en elitarisme.

Camondo creëert met een megalomane egoïsme een museum van verzamelde spullen, en verordonneert dat daaraan nooit meer iets veranderd mag worden. Zelfs mogen zijn spullen niet uitgeleend worden.

De koude opsomming van de geschiedenis van de vernietiging van het grootste deel van de familie door de Nazi’s is ijselijk en hartverscheurend.

Aan het eind van het boek neemt De Waal in bedekte termen een standpunt in over de verzamelwoede van Camondo: hij hoeft de erfenissen en zijn archief niet door te geven (in tegenstelling to Camondo), en schenkt zijn archief weg.

Fahrenheit 451 and The Hours

Two books I read recently: The Hours, which I read this week, and Fahrenheit 451 today. (That makes Fahrenheit 451 the first book of 2022 – not a bad start.)

The impossible: comparing these two totally different books. I’m going to try, very briefly. I will tell you in advance that I found Fahrenheit 451 to be a lot more my thing.

The story in The Hours is told from a three-person perspective. The story contains a lot of monologue interior and relatively little action. I would call Cunningham’s style baroque. The main characters in The Hours suffer under the great lives of others, which makes them feel limited. They want to break free from that, which is this book’s theme. It reminds me of Hanya Yanagihara’s overrated A Little Life, but in The Hours, unlike the pathetic protagonists in A Little Life, the protagonists do manage to move themselves to positive action.

The story in Fahrenheit 451 is told from the perspective of one person. The story is built primarily around action, and the background is mainly told in dialogues between the protagonist and the extras. Bradbury’s style is tight and firm. The main character lives in a dystopian country in the future, where people’s abilities are suppressed, and all books must be burned. The protagonist “awakens” from his role in this dictatorship and takes action against it, which reminds me of 1984.