Persoonlijke aantekeningen door Niek de Greef over cultuur, politiek, media en maatschappij. Doorleefde essays over het hedendaagse leven.

Terschelling in de winter: mist, stilte en drie voetgangers

Na een halve dag vertraging zijn we dus op Terschelling beland. Het eiland voelt verlaten.

De eerste dag is het nog vreselijk koud, de dagen daarna wordt het iets warmer maar het blijft mistig, en af en toe druilerig. De Terschellingers zijn anders in de winter. Er zijn nauwelijks toeristen. De meeste winkeltjes en restaurants zijn dicht.

Strand van Hoorn op Terschelling

Gisteren wandelde ik naar West aan Zee. Het was mistig. Het zicht reikte niet verder dan honderd meter. Mijn bril beslaat, en laat zich niet drogen. Dat helpt ook niet.

In het bos ontdek ik dat Terschelling een houthakvereniging heeft. Ze leggen het gehakte hout in een keurige kring.

PLek in het bos  van houthakkersvereniging op Terschelling

Het is weekend. In het hotel zagen we wat meer toeristen arriveren. Maar ze lijken zich schuil te houden. Op weg naar West aan Zee tel ik drie voetgangers, vier fietsers en een auto.

Bushokje in de mist, bij West aan Zee op Terschelling
Strandrestaurant West aan Zee in de mist

De standtent bij West aan Zee is open in het weekend. We strijken hier neer voor lunch. Een meisje een paar tafels verder heeft een Goois accent waarmee ze heel hard over zichzelf vertelt tegen haar vriendin. Als ze buiten staan zegt de vrouw aan het tafeltje naast ons tegen haar man: ‘Tsjonge, wat een kouwe kak.’ Dat hoor je niet vaak meer: de uitdrukking ‘kouwe kak’. Maar ze heeft wel gelijk.

Ik wandel door het bos terug en maak onderweg foto’s van dingen die niet bewegen. Bomen vooral.

Omgewaaide bomen op Terschelling
Bankje in de mist op Terschelling
Heide bij West-Terschelling
Huis in licht van straanlandtaarn bij mist, in West-Terschelling

Meer over de Waddeneilanden:

Vertraagde overtocht naar Terschelling

In het noorden binden ze de schaatsen onder om door de straten te schaatsen. Dan is een laag ijzel op een koude ochtend in de winter een bijzondere belevenis. Maar als je naar Harlingen moet rijden om de boot van 10 uur naar Terschelling te nemen, wordt het een minder grappige toestand.

We verzetten de boot naar de middagdienst. We lummelen in de ochtend, onwennig door de vrijgevallen tijd, naast de ingepakte spullen.

De boot van 15.00 uur wordt naar 17.00 verschoven vanwege het al extra lage water dat door de stevige oostenwind zodanig meer uit de vaargeulen is geblazen dat de veerboot er niet meer door kan.

De haven van Harlingen
Doorkijkje langs een gebouw in de haven van Harlingen

De wind is niet alleen stevig maar ook ijzig. Een wandeling door de haven van Harlingen lijkt op de ervaring van de winter van 1978-1979.

In de tijd die we hebben weten we net het strand van Harlingen te bereiken voor we weer terug moeten. Dik ingepakte wandelaars laten hun de hond uit.

Op de boot worden we getrakteerd op een gratis warme maaltijd. Als goedmakertje voor de verschoven dienst. Ik vraag me af of zo’n rederij, net als een vliegtuigmaatschappij, een compensatieregeling heeft voor opgelopen vertragingen. Maar ik heb geen zin om op te zoeken of het zo is.

De dames aan het tafeltje naast ons klagen over de lange dag die ze hebben gehad. Ze zijn kennelijk naar het ziekenhuis geweest. Drie injecties heeft een van de dames gehad. Ze aaien onze hond terwijl ze doorkwebbelen. ‘Hij heeft twee verschillende kleuren ogen,’ en schakelen in dezelfde zin over naar kaascrackers, en de loaded fries, de hit op het menu van rederij Doeksen. Het is moeilijk te volgen hoe ze van het ene naar het andere gespreksonderwerp doorlussen. Een van de dames wordt er zelf een beetje moe van. ze laat zich languit achterover zakken en doet haar ogen dicht. ‘Even tukken.’ De andere dame gaat soep halen. Toch maar geen loaded fries.

Na anderhalf uur zie je Terschelling vlakbij liggen, op Google Maps dan, en denk je dat je er bijna bent, maar het laatste stukje duurt langer dan je denkt. Het is toch alweer een half uur later voordat je de boot af bent.

Om acht uur hebben we onze spullen naar binnen gesleept. Ik loop nog een rondje met een uitgelaten (ja ja) hond door de vrieskou. En met de camera.

doorkijkje in hotelkamer tussen badkamer en woonkamer
gallerij van hotel op terschelling
bos van west-terschelling in de avond
bos van west-terschelling in de ochtend
huis in west-terschelling in de avond
bos van west-terschelling in de ochtend

5 februari 2015 – 11 jaar later

dame leest boekbij kapper

11 jaar geleden: 5 februari 2015

Ik bladerde door oude notitieboeken. Overmorgen is het exact 11 jaar geleden dat ik dit opschreef.


5 februari 2015, 4 uur ’s ochtends. Te vroeg naar bed gegaan: 21.30 al.

Ik begin aan The Magic of Thinking Big na de laatste pagina’s van Zero to One te hebben gelezen.

The Magic of Thinking Big is een boek uit 1959. Pas toen de tunnel tussen Engeland en het continent als “Big idea for the future” werd beschreven, realiseerde ik me hoe oud het boek is. Salarissen voor verkopers variëren van $12.000 voor slecht performende tot $60.000 voor toppers. Dat zijn geen bedragen van de 21e eeuw.

Ondanks dat het boek oud is, is het nog steeds zeer leesbaar.

Van Jim Collins (Good to Great) noteer ik over Level 5 leiderschap:

  • Set up for a successor
  • Exercise humility, compelling modesty
  • Fulfill the goal to graciously leave without leaving a gap

James Altucher podcast: heb een mening en kom ervoor uit.

Van Grunberg’s blog:

The big attraction of literature, of storytelling in general, is that the reader, listener, consumer is not able to make choices. The story (or the narrative mode for that matter) functions as fate; the only way to escape fate (the narrative) is to close the book, to stop reading. In this sense storytelling is an exercise in detachment.

Fijn zo’n web van quotes.


11 jaar later:

The Magic of Thinking Big heb ik nooit meer bekeken. Zero to One wel nog een paar keer. Level 5 leiderschap bleef hangen. Altucher’s advies deed ik niet genoeg.

Die Grunberg quote over storytelling als detachment klopt nog steeds.

Fijn, zo’n oud notitieboek.

Wachtkamer, verhuizen, foodhallen

foto prints van niek de greef

1 februari 2026

Hoi,
Deze week begint in het ziekenhuis als A. in de badkamer valt. Dezelfde wachtkamer waarover ik vorige week toevallig schreef. Gelukkig laten de foto’s zien dat er niets gebroken is.

Leuk! Ik verkoop een paar prints via mijn Let’s Go Analogue winkeltje.

Vrijdag en zaterdag twee dagen fysiek bezig geweest: P. helpen verhuizen. Ouderwetse spierpijn in mijn bovenbenen door het geknutsel aan IKEA-meubelen. Maar het is dan ook een room met een view, in een gerestaureerd pakhuis op de Kop van Zuid in Rotterdam.

Zaterdagmiddag lunch in de Foodhallen. Vietnamees, Surinaams, Koreaans, Spaans, Japans – alles onder één dak. Erg leuke plek, op 2 minuten afstand van P.’s nieuwe huis. Net als het Fotomuseum in Rotterdam, overigens. Daar kijk ik naar uit, zodra ik geen IKEA-meubeltjes meer hoef in elkaar te zetten.

De leeslijst van de afgelopen tijd wacht op mijn notities. Alleen die van Stephen Graham is klaar (handgeschreven manuscript), dus volgende week iets te doen.

Komende week: Reizen naar Terschelling, Ameland, Lauwersoog en Schiermonnikoog. Hou de mail in de gaten.

Tot volgende week, Niek

wachtkamer in ziekenhuis
stapeltje boeken
uitzicht uit kamer van appartement in rotterdam
foodhallen rotterdam

Wachtkamer 2: Röntgen en coronalijnen

Te hard gefietst, sta ik hijgend in wachtkamer 2 van Radiologie. Ik hang mijn jas aan de kapstok die bijna omvalt onder het gewicht van mijn winterjas met pocketcamera in de zak.

Ik kijk naar de versleten rode coronalijnen over het groene linoleum. Niet weggehaald, zodat ze hier gelijk weer de anderhalve meter kunnen invoeren. Ik hoop het niet. Dat was wel genoeg voor een mensenleven.

Ik ben te vroeg met mijn harde fietsen, maar toch word ik al voor mijn tijd opgehaald voor de foto van mijn elleboog.

Ik mag gaan zitten in een schemerdonkere kamer met een hokje met grote glazen. Een jonge verpleegkundige schuift onder mijn elleboog een elektronisch plateau dat lijkt op een iPad. De batterijen blijken leeg. De verpleegkundige loopt naar het hokje en vervangt de batterijen.

Ze geeft me aanwijzingen hoe ik mijn arm moet leggen en verdwijnt achter het glas van het hokje. Twee foto’s, een van een uitgestrekte arm en een van een gebogen arm.

Ik mag terug naar wachtkamer 2 om te wachten op de echo van mijn schouder.

Dat duurt ook niet lang. De radioloog scant mijn ontblote schouder met het apparaatje waarmee ook baby-echo’s worden gemaakt. Inclusief de gel die niet over mijn buik maar op mijn schouder wordt aangebracht.

Op de foto zijn kalkafzettingen op de kop en extra vocht onder het schoudervlies te zien. Toch ook maar een foto, zegt de radioloog.

Naar wachtkamer 1. Even later hetzelfde donkere fotokamertje weer in. Ik moet nu rechtop staan en mijn schouder tegen de muur gedrukt houden.

De uitslag ligt deze week bij de huisarts dus daar een afspraak maken.

Hard terugfietsen en thuis uithijgen.

(15 december 2025)