Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham over zwerven, koffie en vrijheid

Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham - boek cover

Toen ik het boek Het geluk van de wandelaar van Stephen Graham kreeg, dacht ik aan een boek in een van de categorieën : The Peregrine van J.A. Baker, of van die andere wandelaar, Robert McFarlane, of Vagabonding van Rolf Potts. Maar het boek lijkt op geen van deze boeken.

Het geluk van de wandelaar is topisch ingedeeld in hoofdstukken per wandelaspect. Het is dus geen diepgaand verhaal over een wandeling of reis, maar een meta-boek over het fenomeen. Dat maakt het eigenlijk minstens zo interessant. Het boek kwam uit in 1925, maar het is nog steeds relevant en boeiend.

Stevige wandelschoenen zijn noodzakelijk, en dat wordt door Graham als een van de eerste onderwerpen aangepakt. Met dikke wollen sokken. Het hoofdstuk over de plunjezak kan probleemloos worden gelezen als je in gedachten de plunjezak vervangt door een rugzak.
Ook het stuk over de koffiekan, de overjas (regenjas), de emaille (plastic) beker en het inpakken in verschillende katoenen (plastic) zakken om de boel uit elkaar te houden in de plunje/rugzak zijn nog steeds van toepassing.

Stukken over vuur maken, het bed, de duik (in een meertje), over regen en weer opdrogen. Een uitgebreid betoog over hoe kleding te drogen bij het vuur, in de zon of met vloeipapier. Een stuk over bietsen. Dingen gratis krijgen is een bijzondere gave, vindt Graham.

Hij schrijft over koken tijdens het wandelen, maar vooral ook over het belang van koffie zetten. Zes van de tien pagina’s in het hoofdstuk ‘Koken’ gaan over koffiezetten. Koffie is erg belangrijk voor Graham. En terecht, denk ik.

Hij schrijft ook over roken, maar Stephen Graham lijkt behalve af en toe een sigaar geen enthousiaste roker te zijn.

De kleding: aan de kleding ziet men wie je bent. Het wandeltenue echter verhult iemands maatschappelijke klasse. En die onbestemdheid geeft je vrijheid. Meer filosofieën van deze aard. Tijdens de wandeling kan je de samenleving beschouwen zonder rangen en standen in acht te nemen. Als wandelaar sta je onderaan de maatschappelijke ladder. Je hoort niet bij enige maatschappelijke klasse. Dat geeft vrijheid.

Het leven is een domein; het ontspringt aan een middelpunt en waaiert uit in alle richtingen. Het is geen aaneenschakeling van gebeurtenissen. Toevallige ontmoetingen zijn een bron van verrijking, vooral als het onbekendheden betreft.
De wandelaar heeft het vermogen het leven te nemen zoals het komt.

Over geld:
“Met wandelen voorzie je niet in je levensonderhoud, maar in je levensgeluk.’

De beste reisgenoten zijn volgens Graham degenen die je vrij laten. Pas als je samen een verregende nacht hebt doorgebracht, verdwaald bent en je een tijdje niks hebt gegeten, kan je beoordelen of je de juiste reisgenoot hebt.

Wandelmethoden: maak er een avontuur van: volg een rechte lijn met het kompas in de hand, of wandel juist zigzag, een links, volgende rechts enzovoorts. Random wandelen brengt je op de meest onbekende plekken.

Amerikanen lopen niet. Graham wist het al: waarom lopen als je ook kunt rijden?

Bij het beschrijven van de wandelbestemming is Graham ook ongewoon actueel: over Lourdes, Spanje, Italië, Zwitserland, Zuid-Duitsland en andere landen in Europa, Rusland. Veel bestemmingen ver weg, maar dichtbij, om de hoek, zijn net zoveel te halen, weet Graham.

Je moet een boek meenemen als je gaat wandelen. En in een boek hoor je aantekeningen te maken. Het moet vol krabbels komen te staan. Hij geeft een lijst van aanbevolen boeken, de meeste ook nog steeds actueel, zoals Thoreau’s Walden, Shaw, Dostojevski en Shakespeare.

Een aantekeningenboekje is ook essentieel. Het maakt de wandelaar bewust van zijn ervaringen. Ervaringen verbleken zonder deze geheugensteuntjes. Het hoofdstuk over aantekeningenboekjes en het maken van notities is veruit het langste hoofdstuk. Zeer belangrijk voor Stephen Graham. Er is een lege pagina “voor de eigen aantekeningen van de lezer”.

Je zult van dag tot dag een logboek bijhouden, een dagboek van de ziel, en eerst denk je misschien dat dit niet meer dan een feitelijk reisverslag is, maar er komt meer bij kijken: poëzie, de nieuwe poëzie in je leven, en als je ogen hebt om te zien, zul je ervaren dat je langzaam in een levenskunstenaar verandert. Je raakt bedreven in de edele kunst van het wandelen, en daaraan ontleen je het plezier van een kunstenaar in zijn scheppend vermogen.

Een mooi boek over vagabonding. Zwerven is eigenlijk geen goede vertaling. Rondtrekken, wellicht, dat mist die negatieve bijklank van zwerven.

Met een voorwoord van Matthijs Deen, een schrijver die ik (mea culpa) nog niet kende maar waarvan ik zojuist zijn boek De Wadden aan het lezen ben. De toeval van het web van boeken.

Lees hier meer over boeken.

Surely You’re Joking, Mr. Feynman — Gelezen op Terschelling

Surely You're Joking Mr Feynman boek cover Richard Feynman autobiografie

De afgelopen dagen waren we op de Wadden. Terschelling en Ameland. Het waren eerst koude, daarna vochtige mistige dagen. Maar aangenaam want relaxed.

Ik las in al die mist ‘Surely You’re Joking, Mr Feynman’. Bij het lezen van de eerste hoofdstukken dacht ik: Wat is dit voor een zelfgenoegzame man? Het leek een soort schelmenroman, waarin de hoofdpersoon zichzelf een beetje te interessant vindt.

Die schelmeninslag blijft wel, maar al snel wordt de toon wat ingetogener. De verhalen zijn vermakelijk; het is snel geschreven.

Feynman — controversieel en afstandelijk?

Feynman is een controversiële persoon, werkt als theoretisch fysicus, hangt graag rond in bars, verliest op jonge leeftijd zijn vrouw aan TBC, omringt zich graag met mooie vrouwen, die blijken zijn recht-door-zee karakter verfrissend te vinden, en zijn ongepolijste manieren wel waarderen.

Maar nergens kijken we echt diep in de ziel van Feynman. Hij blijft afstandelijk waar het emoties betreft. Over zijn jeugd — van zijn vader erft hij een hekel aan pompeus gedrag — en over bijvoorbeeld het overlijden van zijn vrouw — het wordt bijna terloops verteld, zonder diepe emoties. Toch staat hij te huilen als een rok in de etalage hem aan zijn vrouw doet denken. En als hij een crack-down heeft, vertelt hij dit terloops.

Op zich maakt dit alles het boek ook wel weer consistent: een schelmenroman over een uitzonderlijke wetenschapper met een brede interesse in de wereld. Die ook nog een Nobelprijs wint. Terwijl hij naar eigen zeggen in zijn hele leven maar 1 keer een echte uitvinding heeft gedaan.

Wetenschap en cultuur

Feynman heeft geprobeerd wetenschap en cultuur dichter bij elkaar te brengen. Maar hij stuitte hierbij vaak op wederzijds onbegrip. Hij ergert zich aan de pompeuze vaagheid en het wollige van de alfawetenschappers op een conferentie. Wat staat er eigenlijk in het rapport: helemaal niks.

In het laatste hoofdstuk van het boek graaft hij dieper in een oproep om gedegen wetenschappelijk werk na te streven. En geen shortcuts te bedrijven om commerciële belangen of budgettaire redenen.

Hij ziet een trend naar doelredeneren en waarschuwt dat waarheidsvinding gedegen en integer moet zijn.

Heel actueel in een tijdperk waarin de autocratische leiders afstand nemen van wetenschappelijke bevindingen.

Persoonlijk had ik gehoopt iets meer te lezen over zijn bijdrage aan het ontstaan van Quantum Computing. Maar dat zal ik elders moeten zoeken.

McLuhan op de stapel

Het is interessant. Ik heb inmiddels Douglas Coupland’s biografie over Marshall McLuhan gelezen als volgende op de stapel: Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work!”

McLuhan was ook iemand die de brug tussen beta en alfa — techniek en cultuur — sloeg. Met sensationele consequenties.

Weten we wat Feynman van McLuhan vond?

Beide mannen waren gefascineerd door de manier waarop we de werkelijkheid waarnemen en modelleren. Een confrontatie tussen de harde, empirische wetenschap van Feynman en de speculatieve, synthetiserende geesteswetenschappen van McLuhan lijkt mij interessant.

Amazon over de McLuhan biografie van Douglas Coupland (ik kopieer hier Coupland’s stijl in het boek zelf):

Marshall McLuhan: You Know Nothing of My Work! Hardcover – November 30, 2010
by Douglas Coupland (Author)
4.7 4.7 out of 5 stars (21)
3.9 on Goodreads
804 ratings
See all languages and editions

A crackling look at the philosopher whose founding ideas were at once obscure and eerily prophetic.
Marshall McLuhan, the celebrated social theorist who defined the culture of the 1960s, is remembered now primarily for the aphoristic slogan he coined to explain the emerging new world of global communication: “The medium is the message.” Half a century later, McLuhan’s predictions about the end of print culture and the rise of “electronic inter-dependence” have become a reality—in a sense, the reality—of our time.

Douglas Coupland, whose iconic novel Generation X was a “McLuhanesque” account of our culture in fictional form, has written a compact biography of the cultural critic that interprets the life and work of his subject from inside. A fellow Canadian, a master of creative sociology, a writer who supplied a defining term, Coupland is the ideal chronicler of the uncanny prophet whose vision of the global village—now known as the Internet—has come to pass in the 21st century.
Print length 224 pages
Language English
Publisher Atlas
Publication date November 30, 2010
Dimensions 0.54 x 0.09 x 0.74 inches
Next slide of product details

Hardcover
$201.10

You Earn: 200 pts Learn more
$37.14 Shipping & Import Fees Deposit to Netherlands Details

Delivery Wednesday, February 25

Deliver to Netherlands

Only 1 left in stock – order soon.

Add to cart

Buy Now

Meer over Terschelling in de mist.

Meer over boeken.

Gelezen: Sneeuw van Orhan Pamuk

Boekomslag van Sneeuw door Orhan Pamuk

Drie boeken over onderdrukking achter elkaar: The Handmaid’s Tale, Mensenwerk, en nu Sneeuw. Pamuk schrijft in Sneeuw een verhaal in een verhaal in een verhaal. Het werkt.

Zelfmoord en verliefdheid: de redenen om naar Kars te komen

De Turkse dichter Ka woont in Duitsland en reist af naar het Turkse plaatsje Kars. Hij wil zijn oude geliefde Ipek ontmoeten en haar ten huwelijk vragen. Als dekmantel voor zijn reis gebruikt hij een onderzoek naar het hoge aantal zelfmoorden onder meisjes. Het stadje raakt door sneeuw afgesloten van de buitenwereld.

Meisjes in Kars plegen zelfmoord omdat ze de druk niet meer aankunnen. Wereldse en streng religieuze stromingen vechten om hen. De ene partij verplicht een hoofddoek, de andere verbiedt deze op school. Gemangeld door beide kanten, in families die verscheurd raken, worden de vrijheidsbeperkingen en intolerantie te veel.

Het theater

Tijdens Ka’s onderzoek vinden er gebeurtenissen plaats die de meningsverschillen tussen de partijen doen ontvlammen tot geweld.

Op een theateravond, waarbij Ka zijn nieuwe gedicht ‘Sneeuw’ heeft voorgelezen, laaien gewelddadigheden op als een actrice tijdens een stuk haar hoofddoek verbrandt. Er ontstaat rumoer. Soldaten schieten op het publiek. Meerdere doden vallen. De politiemacht neemt met geweld de macht over in het stadje. Ka zet zijn onderzoek voort en raakt steeds meer verstrikt in het geschil.

Schrijver, dichter, verteller – alles loopt door elkaar

Het verhaal wordt voor het grootste deel verteld vanuit het perspectief van dichter Ka. Maar ook de schrijver van het verhaal wordt ten tonele gevoerd. Schrijver Orhan doet onderzoek naar het leven van dichter Ka, nadat Ka vier jaar na zijn terugkeer naar Duitsland wordt vermoord.
Een wirwar van gebeurtenissen en personages aan de randen van het verhaal. Het perspectief van de schrijver voegt een extra dimensie van verwikkeling toe. De schrijver identificeert zich met de dichter, tot aan verliefd worden op Ipek toe. Toch blijft ook hij buitenstaander. Ondanks alle moeite kan hij niet doordringen tot het karakter van Ka en, net als Ka, de beweegredenen van de mensen in Kars niet doorgronden.

Sneeuw

Het gedicht dat Ka voor de lezing in het theater maakt heet ‘Sneeuw’. Met een symmetrische sneeuwvlok visualiseert Ka in zijn notitieboekje de logica in de verschillende krachten die aan zijn persoonlijke leven trekken: politieke en religieuze krachten, liefde, hoop, filosofische overwegingen. Door de sneeuwval wordt de stad van de buitenwereld afgesloten.

Voorspellen en terugkijken

Een mooie constructie: een lokale krant waarvan de hoofdredacteur berichten publiceert over gebeurtenissen die nog plaats moeten vinden. En die vinden dan ook plaats. De krant bericht dat Ka een gedicht zal voorlezen waarvan Ka nog niet eens weet dat hij het zal schrijven. Ook de moord in het theater wordt voorspeld.

Niet alleen de berichtgeving in de krant speelt zo met de tijd. De verhalende stijl doet dit ook.
“Hij sperde zijn ogen open, waarvan er een zesentwintig minuten later samen met zijn hersenen uiteen zouden spatten.”

En Orhan schrijft: “Net als bij dit gedicht het geval is, is het moeilijk te zeggen in hoeverre hij deze beslissingen meteen al op dat moment nam en in hoeverre ze het gevolg zijn van de verborgen symmetrie in zijn leven – waarvan dit boek de geheimen tracht te ontrafelen.”

Waarheid

Schrijver Orhan schetst een wereld waarin niemand de waarheid lijkt te spreken, en waarin waarheden door de dichter en de schrijver niet begrepen kunnen worden.

De geschiedenis rond de ‘Armeense’ kwestie (aanhalingstekens van de schrijver van het boek), Koerdische groeperingen en verschillende religieuze en seculiere bewegingen vormen voor buitenstaanders een onontwarbare kluwen.

Schrijver Orhan maakt het zichzelf en de lezer niet makkelijker. Niemand moet geloof hechten aan wat de schrijver over Kars schrijft, zegt hij.

Hij voert de verwarring verder op door een ander boek op te voeren: ‘Het Zwarte Boek’. Dat is ook werkelijk een boek van de echte schrijver Orhan Pamuk. In het verhaal refereert Kadife, de zus van Ipek, aan Rüya, een personage in Het Zwarte Boek. Rüya is de dochter van de schrijver in Het Zwarte Boek, maar de echte schrijver Orhan Pamuk heeft ook een dochter met die naam.

Zo lopen niet alleen in het verhaal rond Kars de waarheden door elkaar, ook bij de verteller lopen werkelijkheid en fictie door elkaar.

Ik moest goed mijn aandacht erbij houden om te begrijpen wat er gebeurt, wie wat vertelt. Ka vertelt zijn verhaal. Schrijver Orhan onderzoekt Ka. Pamuk zelf refereert naar zijn eigen boeken. Lagen in lagen.
Het werkt omdat Pamuk het expliciet maakt. Niemand begrijpt Kars volledig. Niet Ka, niet Orhan, dus ook niet wij.

De schrijver is een derwisj die de wereld als een kluwen aan elkaar fantaseert. Niets is zoals het lijkt.

Andere boeken

Alsof de duivel ermee speelde las ik na ‘The Handmaid’s Tale’ en ‘Mensenwerk’ in korte tijd dit derde boek over onderdrukking. Net als in beide andere boeken is er een retrospectief thema: de terugkijkende onderzoeker. In dit boek schrijver Orhan, die de laatste jaren van Ka’s leven onderzoekt. Net als in The Handmaid’s Tale ligt religieuze intolerantie ten grondslag aan de conflicten.

Sneeuw (oorspronkelijke titel: Kar) verscheen in 2002 en is een van Orhan Pamuks bekendste romans. Pamuk won in 2006 de Nobelprijs voor Literatuur.

Meer boeken:

The Handmaid’s TaleMargaret Atwood

Mensenwerk – Han Kang

PS: gekocht voor 1,50 bij de tweedehandswinkel waar ik de oude cassettes voor mijn mixtapes koop. Veel lol voor weinig geld.

Orhan Pamuk's Sneeuw omslag achterkant

Van Atwood naar Kang: twee dystopische meesterwerken die je raken

Margaret Atwood - The handmade's Tale boekomslag

Na The Handmaid’s Tale van Margaret Atwood las ik Mensenwerk van Han Kang. Beide dystopische boeken delen een dystopische wereld, maar waar ik Atwoods verhaal over onderdrukking al kende, verraste Kang me met een vergelijkbare, maar onverwacht rauwe benadering. De overeenkomsten tussen de twee romans zijn fascinerend, maar het zijn juist de verschillen die ze zo indringend maken.

Religie en macht: de wortels van onderdrukking

Zowel The Handmaid’s Tale als Mensenwerk spelen zich af in een wereld waar een totalitair regime de bevolking onderdrukt. Bij Atwood is de macht in handen van een fictioneel orthodox-christelijk gezag, dat vrouwen reduceert tot broedmachines in een theocratische staat. Kang daartegenover schetst een reëel nihilistisch, militair dictatoriaal bewind van Zuid-Korea, waar geweld en willekeur de norm zijn. Beide regimes gebruiken intimidatie, onderdrukking en geweld om hun greep op de samenleving te behouden. Hoewel de ideologieën verschillen, is de uitkomst hetzelfde: een wereld waarin de menselijkheid is verdwenen.

Han Kang - Mensenwerk boek omslag

Een vrouwelijk perspectief op verlies en verzet

Beide romans worden verteld vanuit een vrouwelijk perspectief, maar de manier waarop is opvallend anders. In The Handmaid’s Tale is de onderdrukking van vrouwen het centrale thema. Offred, de hoofdpersoon, leeft in een wereld waar haar lichaam niet van haar is. Haar gedachten zijn haar enige vluchtroute, en haar herinneringen aan haar dochter en man houden haar staande. De toon is koel, bijna klinisch. Een afstandelijkheid waarmee ze zichzelf beschermt tegen de gruwelen om haar heen.

Mensenwerk daartegenover is emotioneel en onverbiddelijk. Het geweld wordt niet verzacht, maar in al zijn rauwe details beschreven. Bloed, pijn en verdriet zijn niet alleen onderdelen van het verhaal, ze zijn de essentie. De vrouwelijke personages in Kang’s boek ervaren het geweld niet alleen fysiek, maar ook emotioneel. Het verlies van een kind, een thema dat in beide boeken centraal staat, wordt bij Kang intens envan dichtbij beschreven.

Afstand versus rauwe werkelijkheid

Atwoods stijl is beheerst, bijna afstandelijk. Offreds dagboeknotities weerspiegelen haar poging om zichzelf te beschermen door emotionele afstand te creëren. Kang kiest voor het tegenovergestelde: ze sleurt je mee in een wereld van bloed, tranen en onverdraaglijke keuzes. Waar Atwood je als lezer laat nadenken, dwingt Kang je om te voelen. Het contrast tussen deze twee benaderingen maakt de boeken complementair: Atwoods koelte confronteert je met de systematische wreedheid van een regime, terwijl Kang je dwingt om de emotionele consequenties te ervaren.

Een wetenschappelijke blik: alsof je een onderzoek leest

Wat beide boeken bijzonder maakt, is hun vertelstructuur. Ze presenteren de gebeurtenissen alsof ze deel uitmaken van een wetenschappelijk onderzoek, een historische, sociologische analyse van een donkere periode.

In The Handmaid’s Tale wordt het verhaal verteld aan de hand van teruggevonden dagboeknotities van Offred, alsof een toekomstige onderzoeker haar woorden analyseert. Het voelt alsof je als lezer een reconstructie leest, een poging om de gruwelen van Gilead te begrijpen en te documenteren.

In Mensenwerk worden archieven geanalyseerd en gaat de beschrijving nog een stap verder. Het verhaal wordt niet alleen verteld vanuit meerdere personages, maar zelfs vanuit de stemmen van overledenen. Dit geeft het boek een vreemde mythische kwaliteit. Het is alsof Kang de lezer uitnodigt om de gebeurtenissen te bestuderen, alsof het een casestudy is in menselijk lijden. Beide boeken confronteren je niet alleen met de gruwelen zelf, maar ook met de vraag: hoe kunnen we dit ooit begrijpen?

Waarom deze boeken nu relevanter zijn dan ooit

Ik zou willen dat ik zou hoeven zeggen dat beide boeken vandaag de dag niet actueler hadden kunnen zijn. Orthodox-religieuze en militaristische regimes domineren nog steeds het wereldnieuws. The Handmaid’s Tale en Mensenwerk zijn niet alleen waarschuwingen uit het verleden. Ze zijn spiegels die ons confronteren met de kwetsbaarheid van onze eigen vrijheid.

Welke wereld trof jou?

Atwood waarschuwt, Kang confronteert. Beide boeken laten zien hoe literatuur ons de donkerste kanten van de mensheid doet begrijpen. Heb jij één van deze romans gelezen? Welk boek trof jou het meest?

Verder lezen?

Lees ook Neil Postman over Huxley en Orwell of over Fahrenheit 451 van Ray Bradbury.

Meer book reviews op mijn book reviews page.

Otterspeer over W.F. Hermans – deel I

 De mislukkingskunstenaar Willem Frederik Hermans
Auteur: Willem Otterspeer

Ik las het eerste deel van de biografie van Willem Otterspeer over W.F. Hermans – De mislukkingskunstenaar. Goed geschreven, al had de detailanalyse van bepaalde aspecten, zoals zijn werk, wat beknopter gekund. Of weggelaten. Otterspeer lijkt geen detail te kunnen overslaan, wat ertoe heeft geleid dat de biografie twee dikke pillen beslaat.

Daarnaast verbaas ik me af en toe. Otterspeer doet nauwgezet, tot vervelens toe, analyse van het werk van Hermans en de relatie tussen de romanpersonages en hun wederwaardigheden met het leven van de auteur zelf. Vervolgens is Otterspeer verbaasd dat er een sprekende overlap is te ontdekken tussen Hermans’ leven en werk. Dat is zoiets als naar Frankrijk reizen en je er dan over verbazen dat de inwoners van dat land allemaal Frans lijken te spreken.

Voor mij het meest karakteriserend: Hermans’ eigen analyse van wat betekenisvolle literatuur levert. Volgens Hermans moet de schrijver zich bezighouden met de vreemdheden om ons heen, deze gefascineerd analyseren en zich daar zonder met een ander rekening te houden in verdiepen. Dat leidt tot de enige waardevolle literatuur. Maar ook tot een onbegrijpend en onverschillig publiek, en tot een eenzame schrijver.

Dat is een uitstekende zelfanalyse van de schrijver die haast systematisch iedereen van zich af duwde en genadeloos de zelfgenoegzaamheid in het werk van anderen exposeerde.

Otterspeer beschrijft dit allemaal uitvoerig. Misschien wel té uitvoerig.

Meer book reviews op mijn book reviews page.