Wachtkamer 2: Röntgen en coronalijnen

Te hard gefietst, sta ik hijgend in wachtkamer 2 van Radiologie. Ik hang mijn jas aan de kapstok die bijna omvalt onder het gewicht van mijn winterjas met pocketcamera in de zak.

Ik kijk naar de versleten rode coronalijnen over het groene linoleum. Niet weggehaald, zodat ze hier gelijk weer de anderhalve meter kunnen invoeren. Ik hoop het niet. Dat was wel genoeg voor een mensenleven.

Ik ben te vroeg met mijn harde fietsen, maar toch word ik al voor mijn tijd opgehaald voor de foto van mijn elleboog.

Ik mag gaan zitten in een schemerdonkere kamer met een hokje met grote glazen. Een jonge verpleegkundige schuift onder mijn elleboog een elektronisch plateau dat lijkt op een iPad. De batterijen blijken leeg. De verpleegkundige loopt naar het hokje en vervangt de batterijen.

Ze geeft me aanwijzingen hoe ik mijn arm moet leggen en verdwijnt achter het glas van het hokje. Twee foto’s, een van een uitgestrekte arm en een van een gebogen arm.

Ik mag terug naar wachtkamer 2 om te wachten op de echo van mijn schouder.

Dat duurt ook niet lang. De radioloog scant mijn ontblote schouder met het apparaatje waarmee ook baby-echo’s worden gemaakt. Inclusief de gel die niet over mijn buik maar op mijn schouder wordt aangebracht.

Op de foto zijn kalkafzettingen op de kop en extra vocht onder het schoudervlies te zien. Toch ook maar een foto, zegt de radioloog.

Naar wachtkamer 1. Even later hetzelfde donkere fotokamertje weer in. Ik moet nu rechtop staan en mijn schouder tegen de muur gedrukt houden.

De uitslag ligt deze week bij de huisarts dus daar een afspraak maken.

Hard terugfietsen en thuis uithijgen.

(15 december 2025)

Rondje Lankies: Eggleston en honden

Om een uur of drie breekt de zon door en werpt lange schaduwen over het land. Naar buiten en een rondje foto’s maken.

Op de parkeerplaats bij Egmond aan Zee tref ik beelden bij een marktwagen die mij aan Eggleston doen denken. Ik maak foto’s van dit niets.

Eigenlijk is Eggleston wel de leukste van zijn generatie. Niet qua persoon, maar qua instelling. Hij mist die bloedserieuze houding. Vragen om foto’s uit te leggen zijn stupid questions. Een foto is een foto. Eggleston lijkt maar wat te doen. Dat brengt uiteindelijk toch het meest verrassende beeld voort. Sommigen ergeren zich aan wat zulke voor de hand liggende beelden lijken.

Ik loop langs de volkstuintjes, de Lankies. De huisjes en de tuintjes in de duinen hebben bijna het hele jaar onderhoud nodig. Als de boel niet onder water staat, moet er grond of mest aangevoerd worden. Op het zilte duinzand groeit alleen distelachtig onkruid uitbundig.

Ik passeer een dame die haar hond strak tegen zich aan trekt.

‘Blijf maar kaaaaalm,’ zegt ze. Tegen de hond.

Mijn hond, een border collie, loopt los. Ze heeft geen interesse in andere honden en loopt met een grote boog om de vrouw met hond heen.

Af en toe stop ik om een foto te maken. Als ik bij een schuurtje voorovergebogen sta, duikt een meisje naast me op. Ze kijkt verbaasd hoe ik een vlag probeer te fotograferen.

Verderop gaat een labradoedel plat op zijn buik liggen, middenop het pad, als hij mijn hond ziet aankomen. Het baasje sleurt aan de riem. De labradoedel laat zich niet wegslepen. Mijn border collie gaat er weer in een grote boog omheen. De labradoedel staat teleurgesteld op.

Een hardloopster haalt me in en passeert me. Een Duitse herder dribbelt achter haar aan. Verderop staat de vrouw met de hond die ‘Kaaaaalm’ moet blijven. Ze trekt de hond tegen zich aan. De hardloopster passeert. De herder volgt, negeert de vrouw en de hond.

Op de parkeerplaats staat nu een auto naast de mijne geparkeerd. Een man staat naast de auto. Hij kijkt boos als hij mij ziet aankomen met mijn onaangelijnde hond. Hij doet de achterklep van zijn auto open. Twee honden springen naar buiten. Hij graait naar de riemen van de honden. Voortgetrokken door de honden loopt hij weg. Hij passeert een oude vrouw met een klein poedeltje. De honden grauwen naar het poedeltje. De man wordt bijna omvergetrokken en vloekt. Geeft een van de honden een schop.

De oude vrouw loopt langs me. Kijkt me even aan. Haar hondje volgt haar, onaangedaan.