Deze week liepen we over de Engbertsdijkvenen. We spotten een een zeldzame vogel, de blauwborst (Luscinia svecica) . Met behulp van de app Merlin Bird ID, waarmee je vogels kunt beluisteren zoals je ze nog nooit hebt gehoord.
We zagen ook Homo copiarius avium, een soort Homo sapiens uitgerust met een fotocamera met een 800 mm-lens. Ik kan deze soort vrij goed inschatten, aangezien ik tot de verwante ondersoort Homo copiarius platea behoor, eveneens uitgerust met een camera, maar dan met een 28 of 35 mm-lens. Terwijl de Homo copiarius platea zoals ik vaker wordt aangetroffen in bewoonde gebieden, waar hij over het algemeen geïsoleerd opereert, wordt de Homo copiarius avium aangetroffen in natuurreservaten, waar ze opereren in groepen van 3 tot 7 soortgenoten, en zich vaak verzamelen in observatiehutten om hun verzamelingen van vastgelegde vogels te delen.
Ik ben bezig met het afdrukken van deze serie zwart-witfoto’s en eindelijk gaat nu goed. De afdrukken op Canson Infinity Baryta Photographique II (bedenk eens zo’n naam voor een papiersoort) zien er erg mooi uit.
Nu wil ik de resultaten van dit werk delen, dus moet ik een goede foto van de afdruk maken. Dat is niet zo eenvoudig als het lijkt. Ondanks de glans van het papier reflecteert de afdruk licht, waardoor er donkere vlekken op de foto ontstaan. Niet zo mooi.
Het wordt niet licht vandaag. De Mienakker is een dijkje dat maar één auto breed is. Er zijn passeerplaatsen met asfaltvleugels die inscheuren.
De parkeerplaats van V.V. AGSV herinnert me aan bijna vijftig jaar geleden. Een modderige grasveld waarop we de auto moesten parkeren kondigde een keiharde wedstrijd in de natte prut aan. Nu heeft AGSV een nette parkeerplaats met parkeervakken.
Ik loop langs Café de Stompe Toren. Tegenover de kerk zonder toren. Later, op Google Reviews, lees ik over dit cafe:
“Een dorpskroeg die de laatste 50 jaar niet is veranderd. Gemoedelijk, vriendelijk en een sfeer en huiselijkheid uitstralen wat je alleen in kleine dorpjes tegen kom. “
“Super! 2 biljarts en een coca cola hoek. “
Driehoeken van hout, geabstraheerde kerstbomen langs de kant van de weg en kerststerren van hout. Via de Zwarteweg loop ik de Weelkade op. Langs de Weelpolder, een natuurgebiedje. In de sloten staan de ranke witte reigers. Geïrriteerd gakkend vliegen ze op als ik langsloop. Eenden scheren langs en landen verderop. Ik kan een slobeend en een casarca herkennen, maar deze niet.
Een natte, koude wind van 3 graden maakt het best onaangenaam. Ik heb geen handschoenen meegenomen. De camera om mijn nek, handen in mijn jaszakken.
Meerkoeten duiken onder water als ratten. In het veld knallen jagers op wild. Kieviten vliegen op. Maken die zich klaar voor hun vertrek? Of gokken ze op een winter in Nederland?
Later, weer op de weg, komen de jagers me tegemoet in hun pick-up. De laadbak hangt open. Een man zit op de rand, met een geweer dwars over zijn knieën. Hij kijkt schuldig. Terecht. Een gemetseld bouwwerk aan twee zijden van het kanaal. Kunnen de resten van een brug zijn, maar ook van een sluis. Tegen de dijk aan de andere kant een rommelig erf. Een bedrijfje dat theaterkleding verhuurt, zie ik later.
“hallo, ik wil 2 pietenpakken reserveren voor 26 november. kan dat? is het 1 maat?”, heeft iemand aan Google gevraagd.
Verderop, vlakbij een kruispunt van wegen is een boerderij verbouwd tot een bed and breakfast met een vervoersthema. In de tuin zie ik een tram, vliegtuig, een trein, een bus. Nieuwsgierig bekijk ik de uitstalling.
Weer op de Mienakker zie ik in de verte de jagers in het veld lopen het veld. Een enkele knal.
…novelty that reflects the powerful but less prominent forces of any culture is interesting and worthy of exploration.
I recognize this in photography. Pictures of the parade are never as interesting as pictures of what is happening on its edges. The people watching the events are more interesting than the event itself.
In an ever-flattening world of downloaded non-physical experiences, the crafted object is in the ascendant and ultimately might prove to be the trunk of the tree that gives rise to the next dominant wave of modern art.
The essays are from some time ago, and we have since seen the rise and death of the NFT as an ultimate non-physical experience in art. Yet, the analog world gets new attention when digital artifacts emerge.
The experience in concerts and festivals emerged when music went digital and streamed. At the same time, streaming channels have the distribution of music accessible to anyone. They are no longer limited to large record companies. This allows more novelty and experiments on the edge. Now, analog music media such as vinyl and cassettes reappear, and “merch”—another name for analog artifacts sold directly by the musicians—has become the standard and is more profitable for many bands than their music.
In the literary world, a similar flattening change has taken place. The internet has reduced the volume of the book-reading audience. Still, at the same time, it has opened up a channel for sharing writing and ideas. While the mainstream e-book business seems dominated by Amazon, there is enough opportunity to access readers with some additional marketing efforts, and these efforts can make a significant difference.
Social media have turned into sales channels for photography and other arts—and we should treat them as such—but analog experiences such as books, zines, prints, and expositions are where art is enjoyed.