The dangerous but exciting habit of always carrying a camera
I always carry a camera with me. Even in the car. Admittedly that is dangerous, but it can also be rewarding. Yesterday I caught this picture.

I always carry a camera with me. Even in the car. Admittedly that is dangerous, but it can also be rewarding. Yesterday I caught this picture.

I tried reading On Photography by Susan Sontag. The book was recommended to me as a must-read for photographers. I will not doubt it is a classic analysis photography, but my mind seems incapable of absorbing the sentences.
The book analyses why people make photographs, what it means, how it relates to other art forms, how people pursue photography. And more, like an article about Diane Arbus’ work.
I find the theoretical analysis quite problematic, being a photographer myself. While taking pictures I do not want to (nor can I) philosophize about the picture-taking itself. I don’t want to know. I want to think as little as possible about the process, but focus on the act, on the picture. Of course I have a frame of reference. But it’s somewhere back in my head, in the unconscious probably.

I put the book away about halfway through. I feel defeated.

In mijn jeugd was sneeuw in de winter niet zo ongewoon. Deze winter nadert een week van sneeuw en vorst, en dat leidt tot nogal hysterische voorzorgsmaatregelen. Treinen en bussen rijden niet meer. Mensen slaan voorraden in. De regering waarschuwt ons met een code rood alarm.
Voor veel andere plaatsen, zoals Scandinavische landen, Rusland, staten in Noord-Amerika en Canada, zou de sneeuw die wij krijgen een babywinter zijn. Als zij op zo’n klein beetje sneeuw zouden reageren als wij, zouden hun plaatsen het grootste deel van het jaar onbewoonbaar zijn.
Ik haalde mijn oude sneeuwlaarzen uit de kast en ging een (foto)wandeling maken. Halverwege de wandeling merkte ik dat mijn laarzen begonnen te lekken. Een beetje onderzoek leerde me dat dat niet zo vreemd was. De rubberen zool van mijn laarzen moet in de loop der jaren in de kast helemaal zijn uitgedroogd. Grote scheuren in de onderkant van de ene laars, een groot gat in de andere.












Gisteren in het bizarre industriegebied Westhaven in Amsterdam foto’s gemaakt. Naar Zaandam gereden en geparkeerd bij Tamoil tegenover het Hembrug terrein om vanaf daar de tocht te beginnen.
Met het pondje naar de overkant. Aan beide kanten van het kanaal staan interessante snackbars. Uiteraard gesloten nu i.v.m. de lockdown.
Vanaf de pont loop ik naar rechts, het industrieterrein op. Bij de pond is een eigenwijs buurtje met een handvol woonhuizen. Het is wel een keuze om hier te willen wonen, zo omgeven door industrie. Met een magnifiek uitzicht over het Noordzeekanaal, dat wel. De tuintjes zijn meest volgeplempt met buizen, bootjes, gereedschap, dakpannen, hout en ander ondefinieerbaar bouwmateriaal.
Ik loop langs een enorm opslagterrein. Grote bergen zwart gruis. Geen idee wat het is. Kolen? Enorme kranen en andere indrukwekkende apparaten staan op het terrein om het zwarte gruis te verplaatsen en te verwerken.
Langs de industriële gebouwen aan de andere kan staat een strakke rij populieren.
Bij een rangeerterrein voor treinen breekt het beeld weer iets: enorme windmolens, treinwagons en materiaal voor rails. Een enorme transportbuis steekt de weg over.
Ik loop terug, en steek over via een weggetje dat Kajuitpad heet. Aan het eind van het pad is een afvalverwerkingsbedrijf aan. Een rij ooievaars staat op het dak opgesteld om het afval te lijf te gaan. Als ik dichterbij kom trekken ze zich terug het dak op, uit het zicht.
Bij de pont loop ik langs het grote beeld van het kussende stelletje in Delfts blauw. Leuk idee hier langs de uitgestrektheid van het kanaal.










A fun blog post by Joel Meyerowitz with photos of his daily life during this f**king lockdown period.
Just continue taking pictures.
