Met pulserende aderen onder de klemmende mijter zwoegt Sinterklaas door de dag. Hij barst van de koppijn. De kamer kantelt, instabiel, onscherp. De schelle ruis van kiftende kinderen galmt in zijn oren, verdikt die aanhoudende, nee, toenemende spanning op zijn schedel. De kamer vult zich, golft voor zijn ogen, een rode gloed. De klem drukt zijn brein in elkaar. Als een spons wordt het vocht uit zijn hersens geperst. Zweet gutst achter de dikke pruik langs zijn nek, over zijn rug. Onder de schurende polyester-mantel broeit een tropisch klimaat. In de aangeschroefde mijter klotst het kokende water. De kinderen schreeuwen van dichtbij. Hij duizelt, drukt zich achterover in zijn stoel. De hoofdpijn priemt in zijn slapen, bonkt in zijn nek, vernevelt zijn blik. De mijter moet af. De donkere schier-afro zou tevoorschijn poppen, die onwillige bos die hij zo zorgvuldig had afgesnoerd. De kinderen zouden krijsen. Hij vervloekt die strakke mijter. Vreest voor cruciale vaten, striemen in zijn hoofdhuid. De littekens zal hij moeten dragen, getuigenis van de mijter-proef.
‘Zullen we het ergens anders over hebben?’ durfde hij uiteindelijk tegen haar te zeggen.
Eventjes ging het over haar zoon en haar dochter, of over een tv-programma of haar kleindochter. Maar op een of andere manier was het onderwerp opeens toch weer covid vaccinaties die chips inbrengen onder de huid, een virus dat verspreid wordt via 5G, de Apollo maanlanding die in scene is gezet, of big pharma die, geleid door de Illuminatie, ziektes creëren om medicijnen te kunnen verkopen. Het kon niet gek genoeg.
Tijdens de Covid pandemie wilde ze geen mondkapje dragen. Hij zei: zonder mondkapje kan ik je ook niet behandelen. Dan kan ik je zelfs helemaal niet binnen laten. Toen ging ze toch maar een mondkapje dragen.
‘Je zou een boek kunnen schrijven’, zei ik weinig origineel.
Het ging maar door.
‘Sssst,’ zei ik op een dag, ‘je weet toch dat tussen die klanten van mij ook lui van de NSA zitten?
Ze keek op.
‘Nee?’
‘Luister!’ zei ik. Ze was gelijk stil.
‘Hoor je die radiosignalen?’
Heel zachtjes was het geluid van de radio te horen die ik die ochtend onder de behandeltafel had bevestigd. Ze knikte. Ik boog me naar haar toe.
‘Ik heb dit nooit eerder aan iemand vertelt, maar ik kan het wel bij jou kwijt,’ fluisterde ik ik haar oor. ‘Ik word al jaren gebruikt door hun agenten. Ik zal je zo meer laten zien, maar gisteren heb ik gegeten bij die Griek op de hoek. Toen ik thuis kwam, hoorde ik opeens deze radiosignalen. Ze moeten in de Loukoumades met chocoladesaus een nano—zender hebben verstopt, zodat ze je overal kunnen afluisteren.’
‘Echt?’ zei ze, nauwelijks hoorbaar.
‘Dat is nog niet alles, zoals ik zei. Kijk hier eens…’
Ik liet haar het bultje op mijn schouder zien die ik had opgelopen toen ik op mijn achtste een keer van de crossfiets was gevallen.
‘Ik heb dit nooit aan eerder iemand vertelt. Deze heb ik al heel lang. Een repeater waarmee ze me al jarenlang volgen. Het kan ook geheime berichten doorsturen naar handlangers zodra die binnen het bereik van de repeater zijn. Zo hebben ze een heel netwerk van agenten die met elkaar kunnen communiceren zonder gebruik te hoeven maken van de reguliere infrastructuren.’
Grote ogen staarden me aan.
‘En hoelang ik deze heb weet ik niet zeker meer; ik lette er toen nog niet zo op.’
Ik wees op een moedervlek op mijn jukbeen.
‘Zat er een paar jaar geleden ook opeens. Een biologische-cel-camera. Blijf daar staan, anders kunnen ze je zien!’
Ik draaide mijn hoofd van haar af, maar ze schoof al naar de deur.
I’m not sure where I dug up the reference to Tim Kreider’s We Learn Nothing, but I am sure it was from a self-help book.
So, when I began with this book, I was quite confused. It was like taking a sip of coffee, expecting the bitterness of a black coffee but testing the sweet, creamy flavor from the choice of your friend opposite you with your cup and a disgusted frown on his forehead after tasting yours.
So, this is not a self-help book. They are essays about the strangeness in Tim Kreider’s life. Just to mention a few:
He is stabbed in the throat and escapes death.
A year-long friend passes away and is found to have lived in a slum and has suffered from severe mental problems. Tim and his friends continue to love him, not even forgivingly, but rather naturally.
A friend has a sex operation and changes into a woman, but very much remains Tim’s old-school friend.
We learn Tim is adopted and how he later in life finds his biological mother and two sisters.
Friendship, Love and the Mess In Between
The book’s theme is friendship and love, and the confusing interrelationship and differences between them.
It came as a belated epiphany to me when I learned that the Greeks had several different words for the disparate phenomena that in English we indiscriminately lump together under the label love. Our inability to distinguish between, say, eros (sexual love) and storgé (the love that grows out of friendship) leads to more than semantic confusion. Careening through this world with such a crude taxonomical guide to human passion is as foolhardy as piloting a plane ignorant of the difference between stratus and cumulonimbus, knowing only the word cloud.
On Defriending
Also, about the laziness and passive character of de-friending, real-life defriending, not Facebook defriending. I found it very recognizable, and I am sure most of my defriending was due to this laziness. I am equally sure most of these friendships would have continued if the other person had reached out.
Defriending isn’t just unrecognized by some social oversight; it’s protected by its own protocol, a code of silence. Demanding an explanation wouldn’t just be undignified; it would violate the whole tacit contract on which friendship is founded. The same thing that makes friendship so valuable is what makes it so tenuous: it is purely voluntary. You enter into it freely, without the imperatives of biology or the agenda of desire.
An achievement to write about such topics and dramatic events in an undramatic but sensitive style. Humorous and nicely illustrated (though very difficult to read on Kindle).