Christine Webb is een leerling van Frans de Waal. Ze schreef een boek met de grappige naam De Arrogante Aap. Ik vond het lastig te lezen. Het is zo’n boek dat één idee helemaal uitspint in

verschillende richtingen, voorziet van wetenschappelijke onderbouwing en een web van citaten. Ik heb daar al snel genoeg van. Ik scande het door op zoek naar een volgend idee, maar het komt niet.
Dat ene idee: de mens is geen uniek wezen, maar één van de vele levensvormen op aarde. Kinderen maken van nature geen onderscheid tussen mens en dier. Taal maakt ons niet uniek – ook dieren communiceren. En onze taal creëert bewust afstand: we zeggen biefstuk, niet koeienvlees. Gereedschapsgebruik? Niet exclusief menselijk. Wetenschappers die apen in gevangenschap bestuderen zien ander gedrag dan in de vrije natuur – een methodologisch probleem dat meer zegt over de wetenschap dan over de apen. Minder antropocentrisme zou ook tot minder racisme leiden. Webb bepleit een nieuw mensbeeld, zonder menselijk exceptionalisme, met meer mededogen voor de aarde en de andere wezens die er op leven. Een interessante kijk. Maar met de huidige wereldleiders onderdrukt je het cynisme nauwelijks.
Ik las ook Satoshi Yagisawa’s Days at the Torunka Café. Ik kende hem van Days at the Morisaki Bookshop – liep tegen dit boek aan en kocht het onmiddellijk. Drie verhalen die enigszins over elkaar liggen, over bezoekers en personeel van een koffiehuis in Tokyo.
Op fotofestival West-Friesland hielp ik bij twee lezingen van fotograaf Govert de Roos, en kocht zijn fotoboek Prince – Detroit 1984. De Roos raakte bekend in de scene rond Prince via foto’s die hij maakte van Vanity 6, en met een omweg werd hij uitgenodigd om tijdens een concert in Detroit het hele optreden te fotograferen. Als je Govert hoort vertellen begrijp je ook waarom artiesten met deze warme man wegliepen.
Van Haruki Murakami las ik Jazzportretten. Ik ben op geen enkele manier into jazz, maar als Murakami er over schrijft krijg je meteen zin om er naar te luisteren.



