Territorium

De nieuwsbrief van deze week als blog post.

Ik las Matthijs Deen’s De Wadden. Een beeldend geschreven historie over de ontwikkeling van het Waddengebied sinds de Romeinse tijd. Als Terschelling-liefhebber kom ik er een beetje karig af.

We kijken naar oude Bond films die nu op Netflix te zien zijn. Thunderball. De eerste Bond-film waarin 007 niet rookt, zegt wikipedia, . Later deze week ook Die Another Day, de film waarin Halle Berry en Madonna een rol hebben.

Judith Herzberg noemt in een interview met NRC het werken aan gedichten een vorm van spijbelen. ‘Omdat je altijd eigenlijk de afwas zou moeten doen die er van gisteravond nog staat.’ Als dat werk dat eigenlijk gedaan moet worden zoals de was doen en stofzuigen, dat blijft gewoon liggen als je aan je kunst bezig gaat. Een bijzondere benaderingswijze, een beetje het tegenovergestelde van procrastineren, waarbij je je werk aan je gedichten (fotografie, schrijven, tekenen, …) juist uitstelt door bezig te zijn met de prullenbakken legen, stof afnemen, etcetera.

Ik las Territorium, het fotoboek van Henk Wildschut over veehouderij en natuurbeheer in zijn geboortegrond op de Veluwe. Wildschut maakte er een paar jaar lang foto’s en interviewde mensen die iets met het gebied hebben, van kalverhouders tot wandelaars en ecologen. Naast hele mooie foto’s levert dat ook inzicht in het soms ongenuanceerde onbegrip over de gevolgen van de stikstofneerslag in het gebied.

Territorium, het fotoboek van Henk Wildschut en Tony Dočekal The Color of Money and Trees

Tony Dočekal maakte een mooi fotoboek over haar trip door het westen van de Verenigde Staten, The Color of Money and Trees. Het lijkt verschillende invloeden samen te brengen. Ik meen er Bertien van Manen in terug te zien (Moonshine, bij zo’n mooi zinneetje als ‘where cell reception is flaky’), een Gurski-achtig landschap (Bahrein I), Eggleston (telefoontoestel aan kleurloze muur in een hotelkamer, een hondje op een groene trap), de collage-achtige pagina’s en tekstjes aan American Geography van Matt Black. Mooi boekje, gekocht bij de ‘viering’ van de sluiting van de fysieke winkel van Wolf Books. Ze gaan online door.

Wolf books fyieke winkel in arnhem bij sluiting

Een magere fotoweek. Vakantie en persoonlijke beslommeringen. Ik bezocht Museum Arnhem en liep een fotorondje door de miezerregen.

parkeerplaats in arnhem, desolaat
kleurig detail van een muurtje met mos

Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham over zwerven, koffie en vrijheid

Het geluk van de wandelaar — Stephen Graham - boek cover

Toen ik het boek Het geluk van de wandelaar van Stephen Graham kreeg, dacht ik aan een boek in een van de categorieën : The Peregrine van J.A. Baker, of van die andere wandelaar, Robert McFarlane, of Vagabonding van Rolf Potts. Maar het boek lijkt op geen van deze boeken.

Het geluk van de wandelaar is topisch ingedeeld in hoofdstukken per wandelaspect. Het is dus geen diepgaand verhaal over een wandeling of reis, maar een meta-boek over het fenomeen. Dat maakt het eigenlijk minstens zo interessant. Het boek kwam uit in 1925, maar het is nog steeds relevant en boeiend.

Stevige wandelschoenen zijn noodzakelijk, en dat wordt door Graham als een van de eerste onderwerpen aangepakt. Met dikke wollen sokken. Het hoofdstuk over de plunjezak kan probleemloos worden gelezen als je in gedachten de plunjezak vervangt door een rugzak.
Ook het stuk over de koffiekan, de overjas (regenjas), de emaille (plastic) beker en het inpakken in verschillende katoenen (plastic) zakken om de boel uit elkaar te houden in de plunje/rugzak zijn nog steeds van toepassing.

Stukken over vuur maken, het bed, de duik (in een meertje), over regen en weer opdrogen. Een uitgebreid betoog over hoe kleding te drogen bij het vuur, in de zon of met vloeipapier. Een stuk over bietsen. Dingen gratis krijgen is een bijzondere gave, vindt Graham.

Hij schrijft over koken tijdens het wandelen, maar vooral ook over het belang van koffie zetten. Zes van de tien pagina’s in het hoofdstuk ‘Koken’ gaan over koffiezetten. Koffie is erg belangrijk voor Graham. En terecht, denk ik.

Hij schrijft ook over roken, maar Stephen Graham lijkt behalve af en toe een sigaar geen enthousiaste roker te zijn.

De kleding: aan de kleding ziet men wie je bent. Het wandeltenue echter verhult iemands maatschappelijke klasse. En die onbestemdheid geeft je vrijheid. Meer filosofieën van deze aard. Tijdens de wandeling kan je de samenleving beschouwen zonder rangen en standen in acht te nemen. Als wandelaar sta je onderaan de maatschappelijke ladder. Je hoort niet bij enige maatschappelijke klasse. Dat geeft vrijheid.

Het leven is een domein; het ontspringt aan een middelpunt en waaiert uit in alle richtingen. Het is geen aaneenschakeling van gebeurtenissen. Toevallige ontmoetingen zijn een bron van verrijking, vooral als het onbekendheden betreft.
De wandelaar heeft het vermogen het leven te nemen zoals het komt.

Over geld:
“Met wandelen voorzie je niet in je levensonderhoud, maar in je levensgeluk.’

De beste reisgenoten zijn volgens Graham degenen die je vrij laten. Pas als je samen een verregende nacht hebt doorgebracht, verdwaald bent en je een tijdje niks hebt gegeten, kan je beoordelen of je de juiste reisgenoot hebt.

Wandelmethoden: maak er een avontuur van: volg een rechte lijn met het kompas in de hand, of wandel juist zigzag, een links, volgende rechts enzovoorts. Random wandelen brengt je op de meest onbekende plekken.

Amerikanen lopen niet. Graham wist het al: waarom lopen als je ook kunt rijden?

Bij het beschrijven van de wandelbestemming is Graham ook ongewoon actueel: over Lourdes, Spanje, Italië, Zwitserland, Zuid-Duitsland en andere landen in Europa, Rusland. Veel bestemmingen ver weg, maar dichtbij, om de hoek, zijn net zoveel te halen, weet Graham.

Je moet een boek meenemen als je gaat wandelen. En in een boek hoor je aantekeningen te maken. Het moet vol krabbels komen te staan. Hij geeft een lijst van aanbevolen boeken, de meeste ook nog steeds actueel, zoals Thoreau’s Walden, Shaw, Dostojevski en Shakespeare.

Een aantekeningenboekje is ook essentieel. Het maakt de wandelaar bewust van zijn ervaringen. Ervaringen verbleken zonder deze geheugensteuntjes. Het hoofdstuk over aantekeningenboekjes en het maken van notities is veruit het langste hoofdstuk. Zeer belangrijk voor Stephen Graham. Er is een lege pagina “voor de eigen aantekeningen van de lezer”.

Je zult van dag tot dag een logboek bijhouden, een dagboek van de ziel, en eerst denk je misschien dat dit niet meer dan een feitelijk reisverslag is, maar er komt meer bij kijken: poëzie, de nieuwe poëzie in je leven, en als je ogen hebt om te zien, zul je ervaren dat je langzaam in een levenskunstenaar verandert. Je raakt bedreven in de edele kunst van het wandelen, en daaraan ontleen je het plezier van een kunstenaar in zijn scheppend vermogen.

Een mooi boek over vagabonding. Zwerven is eigenlijk geen goede vertaling. Rondtrekken, wellicht, dat mist die negatieve bijklank van zwerven.

Met een voorwoord van Matthijs Deen, een schrijver die ik (mea culpa) nog niet kende maar waarvan ik zojuist zijn boek De Wadden aan het lezen ben. De toeval van het web van boeken.

Lees hier meer over boeken.