Rondom Aartswoud, en een kroeg met een coca cola hoek

kerstster in een veld bij aartswoud

Het wordt niet licht vandaag. De Mienakker is een dijkje dat maar één auto breed is. Er zijn passeerplaatsen met asfaltvleugels die inscheuren.

De parkeerplaats van V.V. AGSV herinnert me aan bijna vijftig jaar geleden. Een modderige grasveld waarop we de auto moesten parkeren kondigde een keiharde wedstrijd in de natte prut aan. Nu heeft AGSV een nette parkeerplaats met parkeervakken.

Ik loop langs Café de Stompe Toren. Tegenover de kerk zonder toren. Later, op Google Reviews, lees ik over dit cafe:

“Een dorpskroeg die de laatste 50 jaar niet is veranderd. Gemoedelijk, vriendelijk en een sfeer en huiselijkheid uitstralen wat je alleen in kleine dorpjes tegen kom. “

“Super! 2 biljarts en een coca cola hoek. “

Driehoeken van hout, geabstraheerde kerstbomen langs de kant van de weg en kerststerren van hout.
Via de Zwarteweg loop ik de Weelkade op. Langs de Weelpolder, een natuurgebiedje. In de sloten staan de ranke witte reigers. Geirriteerd gakkend vliegen ze op als ik langsloop. Eenden scheren langs en landen verderop. Ik kan een slobeend en een casarca herkennen, maar deze niet.

Een natte, koude wind van 3 graden maakt het best onaangenaam. Ik heb geen handschoenen meegenomen. De camera om mijn nek, handen in mijn jaszakken.

Meerkoeten duiken onder water als ratten. In het veld knallen jagers op wild. Kieviten vliegen op. Maken die zich klaar voor hun vertrek? Of gokken ze op een winter in Nederland?

Later, weer op de weg, komen de jagers me tegemoet in hun pick-up. De laadbak hangt open. Een man zit op de rand, met een geweer dwars over zijn knieën. Hij kijkt schuldig. Terecht.
Een gemetseld bouwwerk aan twee zijden van het kanaal. Kunnen de resten van een brug zijn, maar ook van een sluis. Tegen de dijk aan de andere kant een rommelig erf. Een bedrijfje dat theaterkleding verhuurt, zie ik later.

“hallo, ik wil 2 pietenpakken reserveren voor 26 november. kan dat? is het 1 maat?”, heeft iemand aan Google gevraagd.

Verderop, vlakbij een kruispunt van wegen is een boerderij verbouwd tot een bed and breakfast met een vervoersthema. In de tuin zie ik een tram, vliegtuig, een trein, een bus. Nieuwsgierig bekijk ik de uitstalling.

Weer op de Mienakker zie ik in de verte de jagers in het veld lopen het veld. Een enkele knal.

13/12/2024

Frik, De Noord

Een man staat onder zijn Japanse sierkers en kijkt naar de bloesemwolk die uit zijn boom waait. Ik stop bij zijn boom. “Het sneeuwt”, zegt hij trots.

Maar in het echt is het regen die dreigt. Een paar minuten dikke druppels, daar blijft het bij.

Vanaf een boerenerf drentelen twee meisjes op twee pony’s voor me de weg op. “We gaan een rondje rijden, langs de dijk”, zegt het oudste meisje, ze wijst in de richting van de A.C. de Graafweg. “Is het niet saai, hier langs die rechte weg hier?” vraag ik. “Nee helemaal niet,” zegt ze. Ze kijkt alsof ik gek ben en buigt zich over het hoofd van de pony. Het kleinste meisje haalt een witte boterham uit haar rugzak terwijl ze met losse handen de pony voortdrijft.

Een man achter het stuur van een passerende auto heft ongelovig zijn handen naar me op. “Wat is dat nu jij hier?”, lijkt hij te zeggen. Er is altijd wel iemand die zich opwind en je moet ze maar negeren.

Ik koop een kooltje bij Moos’ winkeltje langs de weg. Ik heb geen contant geld bij me, maar gelukkig heeft deze moderne agrariër een QR-code op een plank geplakt, die me leidt naar een betaalverzoek.

Een jongen uit het dorp test de snelheid van zijn opgevoerde brommer op het gladde asfalt van de polderweg. Met veel kabaal blèrt hij het dorp uit, de polder in, en weer terug.

Tussen Oterleek en Ursem

Ondanks slappe knieën en koortsig gevoel van de corona-naweeën ga ik toch maar op pad.

Er staat een strakke zon en een matige lentewind. Het licht is nog koud, eind april. Daar kan geen klimaatverandering iets aan doen. Ik heb me te warm aangekleed; mijn jas hangt al snel open.

In de polder heerst schaarste aan prikkels. Opletten dus. Een schapenboer heeft een groot schilderij laten maken van zichzelf met zijn schapen in de wei. Het is tegen een weerbarstige schuur gehangen. Ik zie het pas als ik me omdraai.

Motorfietsen rijden als krankzinnigen met hoge toerentallen en open uitlaten over de dijk.

Als het weer stil is mis ik vogelgeluiden. Waar zijn de vogels? Ik zie eenden en koeten en ganzen, maar ik kan geen zangvogels ontdekken.

Aan de rand van de bebouwde kom bouwt Heerhugowaard een hart- en horizonverscheurend flatgebouw.

Het laatste stukje vanaf de Gouden Karper volg ik gedwongen de autoweg. Waarom is hier geen voetpad, vraag ik me af. Gelukkig zie ik dat een traktor en paarden onderaan de dijk een bonkig pad in uitgeharde klei hebben achtergelaten. Een uitdaging voor de enkels maar beter dan langs de weg waar de autospiegels mijn ellebogen schampen.

Hij ligt er aanlokkelijk bij maar de Molendijk laat ik liggen voor een andere keer.

Het Kalf

Het Kalf, 26/12/2019.

Een Zaans buurtschap met de schitterende naam Het Kalf.

In Het Kalf een olieraffinaderij gevestigd: ZOR – Zaanse Olieraffinaderij. Voor deze wandeling wist ik niet dat Zaandam een olieraffinaderij had. Een straat doorsnijdt de installaties van de ZOR.

Ik maakte een praatje gemaakt met een paar ZOR mensen, die stonden te roken onder een afdakje, met hun papieren haarnetjes nog aan. Een van hen hield zich een beetje bezig met fotografie en zei dat de pakhuizen aan de andere kant van het water ’s nachts prachtig verlicht zijn. Hij liet me wat foto’s zien op zijn telefoon.

Het kleine schiereiland Hemmes zou een bijzondere plek kunnen zijn, maar de grond is zwaar vervuild en het gebied is grotendeels omheind.
.
Blok 25O-Q3.