Kochi in Japan: botanische tuin, mangamuseum en een surrealistische middag

5 april 2023. Ontbijt in een steriele ontbijtzaal. Op de achtergrond klinkt ondefinieerbare klassieke pianomuziek, alsof iemand een cd heeft ingedrukt en erbij is weggelopen. De tafels staan anderhalve meter uit elkaar, waardoor je je voelt als de enige gast in een verlaten hotel. Een groot raam biedt uitzicht over de straat voor het hotel. Het is bewolkt. De voorspelling: regen. Maar voorlopig blijft het droog.

Kale ontbijtzaal van ons hotel in Kochi
Kale ontbijtzaal van ons hotel in Kochi

Gelukkig, want zo kunnen we wandelen in de Kochi Prefectural Makino Botanical Garden. Bij het station nemen we een bus die ons afzet onderaan de heuvel waarop de tuin ligt. Later ontdekken we dat er ook een buslijn is die tot aan de ingang rijdt. Maar goed, we wandelen omhoog via een pad dat volgens de bordjes speciaal is aangelegd voor monniken op bedevaart. Halverwege komt ons een monnik tegemoet, met een rugzakje op zijn rug. Hij grijnst en groet in het voorbijgaan. Puur toeval, want we zullen er geen tweede tegenkomen.

Straatbeeld in Kochi, Japan
Straatbeeld in Kochi

Boven bekijken we eerst de Chikurin-tempel, dan de botanische tuin zelf, die in een klein dal en op de hellingen ligt. Veel staat nog niet in bloei — over een maand of twee moet het hier nog mooier zijn. We nemen de bus terug, die wel voor de ingang stopt.

Kochi Prefectural Makino Botanical Garden in Japan
In de botanische tuin van Kochi

In de middag bezoeken we het Ryuichi Yokoyama Memorial Manga Museum. Veel mangakunstenaars komen uit deze provincie, en hun films hebben regelmatig prijzen gewonnen in Cannes. Kochi heeft zelfs model gestaan voor een film van Miyazaki. Leuk om plekken eerst op foto’s en dan in tekeningen terug te zien.

Het museum zit in een enorm, verder leegstaand kantoorpand. Met de lift naar de derde verdieping. De dames achter het loket zijn vriendelijk, maar verstaan geen woord Engels. Met gebaren, buigingen en een plattegrond begrijpen we dat de tentoonstelling over drie verdiepingen is verdeeld. We lopen onzeker rond — er is een strakke route met pijltjes, maar we mogen ook zelf kiezen. We zijn de enigen.

De tweede afdeling is nog te vinden, maar de derde? We raken het spoor bijster. Moeten we een lift nemen? En waar is die lift? Terug bij de receptie typt een van de dames een tekst in Google Translate. Desalniettemin loopt ze voor ons uit, neemt ons mee in de lift naar de zevende etage, en brengt ons via gangetjes naar een tafeltje waarachter twee oudere dames de wacht houden. We worden overgedragen, bedanken haar uitbundig, en ze verdwijnt weer naar beneden. De oudere dames willen nog wel even ons ticket zien. Regels zijn regels.

We bekijken de ruimtes op deze verdieping. Dan is het tijd om te gaan. Maar hoe? De dames lachen en zwaaien, maar begrijpen niet wat we willen. Op goed geluk lopen we door de gangen. We zien weer een tafeltje, weer twee dames. Met buigingen en beleefdheden proberen we de weg te vragen, maar eerst moeten we een formulier invullen: naam, adres. Een man die erbij staat spreekt vijf woorden Engels: “Where you live?”

“Netherlands.”

“What?”

“Holland.”

“Ah! Holland!”

We worden naar een andere zaal geduwd. Daar staan stoeltjes van onbewerkte houten takjes. “He made, he made!”, roept de man enthousiast, wijzend met een aanwijsstok met een roze handje eraan. Een andere man grijnst trots naast de stoeltjes. We kijken elkaar aan. Waar zijn we in godsnaam terechtgekomen? Achter onze mondkapjes verbergen we een lach.

“Nice!”, zeggen we. We worden door de zaal geleid. Achter ons verzamelt zich een groepje oudere mensen. We horen “Holland” een paar keer vallen, gevolgd door oh’s en ah’s. Waar komen die mensen opeens vandaan?

Uit het gezelschap stapt een excentriek geklede dame naar voren. Ze wijst naar kunstwerkjes aan de muur, dan naar zichzelf. We complimenteren haar met het werk. We lopen door zaal na zaal, steeds verder meegevoerd door de kunstenares, met de man van vijf-woorden-Engels vrolijk kwekkend achter ons aan, zwaaiend met zijn stok met roze handje.

Een half uur later staan we eindelijk buiten.

Uitgang van het museum
Bushalte bij AEON Mall in Kochi tijdens regen
Wachtend op de bus, in de regen, bij de AEON mall in Kochi

Het is gaan regenen. We besluiten om wat spullen te kopen in de AEON Mall van Kochi, een groot overdekt winkelcentrum ten noorden van het station. We pakken de bus er naartoe. In de mall kopen we wat praktische spullen, struinen wat rond en eten wat. Als we weer buiten staan, regent het Hollandse pijpenstelen. We nemen de bus terug en komen niet meer van onze kamer af.

In de bus terug naar ons hotel in Kochi
In de bus terug naar ons hotel in Kochi

Dit is de veertiende aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vorige aflevering.

Alle reizen.

Nikko: kekkō, shimenawa en een ongeduldige gids

21 maart 2023 – Nikko

Het hotel biedt geen ontbijt, maar op de eerste verdieping is een klein zitje waar we zelf filterkoffie kunnen maken. Een bejaard echtpaar helpt ons. De vrouw is vriendelijk en behulpzaam, geduldig uitleggend hoe het koffiezetapparaat werkt. De man is nors en kortaf, knikkend als we iets vragen maar verder niets zeggend.

“My son,” zegt de oude vrouw. Ze knikt naar de norse jongeman achter de receptiebalie.

We drinken koffie bij het raam. De zon licht het laatste restje winterse sneeuw op de bergtoppen op. De lucht is helder en scherp, zoals alleen op hoogte mogelijk is.

tempel in het tempelcomplex van nikko

Nikko Kekkō

De Japanners hebben een gezegde: je kunt pas zeggen dat iets kekkō (prachtig) is, nadat je Nikko hebt gezien.

We wandelen opnieuw door het park. We zijn vroeg, het is nog rustig. We zien andere dingen nu. De echte omvang van het complex vooral. Hoeveel tempels, musea, mausolea en torii er werkelijk zijn, verstopt tussen de dikke bemoste bomen en oude stenen muurtjes.

een beeld in rood bij het tempelcomplex van nikko

Het mos op de stenen is dik als een tapijt. Bomen grijpen zich met kronkelende wortels vast aan de rotsen.

Tegen het middaguur begint het druk te worden. We eten een Anpan bij een kraampje. Dat is een broodje met een zoete rodebonenpasta. Dan verlaten we het complex. Een een stroom mensen beweegt langs ons, van het station naar het tempelcomplex. Voor het overgrote deel zijn het Japanners. Hier en daar horen we Amerikaans, Frans of Duits. Maar het zijn uitzonderingen.

Kanaya Hotel History House

We bezoeken het Kanaya Hotel History House, een stukje lopen vanaf de uitgang van het tempelcomplex. Ongeveer vierhonderd jaar geleden was dit een woning voor samoerai-krijgers. In 1873 werd het omgebouwd tot Kanaya Cottage Inn, een van de eerste plekken in Japan waar buitenlanders konden logeren.

Bij de ingang wordt het ticket uit het boekje gescheurd en krijgen we een muntje in onze hand gedrukt. Om het museum te bereiken moeten we door een zaal met deftig geklede mensen die zitten te lunchen. Vreemd om door iemands lunchruimte te moeten lopen om bij een museum te komen.

Het muntje is bedoeld voor de toegangspoort, een klein mechanisch poortje, ouderwets. Het klikt open en we gaan door.

De bejaarde gids met een schema

De entree van het museum is een kale ruimte. Hier kunnen we onze schoenen uitdoen en sloffen aantrekken. Bruine plastic sloffen, veel te groot, die klepperen bij elke stap.

We zijn de enige bezoekers.

Er hangen pijltjes aan de muur die de route aangeven. Ruimte na ruimte. Het huis is nagenoeg leeg. Geen meubels, geen decoraties. Alleen houten vloeren en die typische kamerschermen die ruimtes groter of kleiner kunnen maken.

Na een minuut of vijf verschijnt er plots een bejaarde Japanse vrouw. Ze spreekt ons aan op driftige toon, in moeilijk verstaanbaar Engels. Veel gebaren. Wijzend naar ons, naar de pijltjes, naar de volgende ruimte, terug naar waar we vandaan komen. De boodschap is desalniettemin duidelijk: we mogen niet op eigen houtje rondlopen. We moeten haar volgen.

In hoog tempo worden we door de rest van het pand geleid. Ze loopt snel voor een oude vrouw. Ze wijst, zegt dingen die we niet verstaan, opent schuifdeuren en sluit ze weer. Soms blijft ze staan en wacht ongeduldig tot we hebben gekeken. Dan loopt ze alweer door.

De tuin achter het gebouw is fraai. Keurig verzorgd. Kleine boompjes, zorgvuldig gesnoeid. Een vijver met koi. Stenen paden. Het is stil hier, vredig, in schril contrast met het ongeduld van onze gids.

“Beautiful,” zeg ik.

Ze knikt. “Yes, yes. Now we go.”

En dan worden we weer op straat gezet. Ze begeleidt ons naar de uitgang, buigt kort, en verdwijnt weer het gebouw in.

Kijkje op het park bij Nikko Tamozawa Imperial Villa

Nikko Tamozawa Imperial Villa

We wandelen door naar Nikko Tomazawa Imperial Villa. Een traditionele woning uit het begin van de twintigste eeuw, gelegen in een mooi park. De villa diende als buitenverblijf voor de keizerlijke familie tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw.

We dwalen door de lege ruimtes en het stille park. We genieten van de rust na de afgelopen dagen van stads- en toerismedrukte. Het park en de woning zijn in strakke stijl neergezet en vormen een geheel dat gebalanceerd aanvoelt.

Shimenawa: een touw als grens

We leren dat in Japan een touw aan een steen gebonden en op het pad gelegd of opgehangen een teken is voor verboden toegang. Dit heet een shimenawa, een traditioneel symbool om grenzen aan te geven.

Nikko Tamozawa Imperial Villa - shimenawa

Zo. Het is mooi geweest.

We lopen terug richting het centrum. De zon staat lager nu, de schaduwen worden langer.

Nikko is inderdaad kekkō. Maar ook een beetje bizar.

Beelden met Jizo, de rode mutsjes op de beelden

Dit is de vijfde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vierde aflevering.

912 uur Japan – Tokyo: Hassha merodi een huwelijk in Meiji

Onder een strakblauwe hemel bezoeken we Shinjuku en Shibuya in West-Tokyo. De voorjaarshitte heeft zich aangekondigd. Overal lopen mensen in korte mouwen, hoewel het voor Nederlandse begrippen nog fris is.

Kleine straatjes van tokyo - fto Niek de Greef

Hassha merodi

De deuren van de metro gaan open. Een geluid als kerstklokken klinkt op—hoog, helder, melodieus. We stromen naar binnen tussen salarymen in identieke donkere pakken en scholieren in matrozenpakjes.

Ik zeg stromen omdat het druk is, maar dit is niet de beruchte als-harinkjes-in-een-ton drukte waarmee de metro van Tokyo altijd wordt geassocieerd. Niemand duwt. Niemand staat ongemakkelijk tegen een ander aan geperst. Er is ruimte genoeg om te ademen, om je krant te lezen, om op je telefoon te kijken zonder iemands gezicht te raken met je elleboog.

Zodra de deuren dicht zijn, stopt het geluid.

Bij elke halte klinkt een andere melodie. Hassha merodi, de vertrekmelodieen. Sommige stations hebben hun eigen compositie, geschreven door lokale musici of schoolkinderen. Andere gebruiken fragmenten van klassieke muziek. Het is in elk geval aangenamer dan de doordringende pieptonen in Nederlandse treinen.

Een huwelijk in de Meiji tempel

We wandelen door het Yoyogi park richting de Meiji tempel. In het park is een hardloopwedstrijd aan de gang. Langs de hekken staan groepjes mensen te juichen. Sommigen hebben borden met tekst die ik niet kan lezen. Anderen roepen aanmoedigingen. De hardlopers lijken het niet te horen. Ze kijken strak voor zich uit, geconcentreerd, zwetend in de vroege voorjaarszon.

Met een omweg bereiken we de Meiji tempel. Dit is een recente Shinto tempel, gebouwd in 1920, ter ere van keizer Meiji en zijn vrouw. We lopen het complex door. Een groot open plein met grind. Gebouwen met donkere houten pilaren en koperen daken. Alles is groter, leger en stiller dan ik had verwacht. Toeristen fluisteren. Japanners buigen bij het altaar en klappen twee keer in hun handen voordat ze bidden.

traditionele trouwstoet bij de meiji tempel, met rode parasol en bruid met tsunokakushi - foto Niek de Greef

Net als we besluiten weer verder te gaan, komt uit een van de gebouwen een trouwstoet het plein op.

De bruid draagt een witte kimono, een ingewikkeld kapsel, bedekt met een witte hoofddoek, de tsunokakushi, de ‘hoornbedekker’, lees ik later, die haar jaloerse impulsen moet verbergen. De bruidegom draagt een zwarte kimono met brede schouders. Ze lopen langzaam, bijna plechtig, begeleid door familieleden in traditionele kleding.

Een priester in witte gewaden met een hoge hoed loopt voorop. Hij draagt een staf met belletjes die rinkelen bij elke stap.

Een bediende houdt een rode parasol boven het hoofd van de bruid. Het rood steekt fel af tegen het wit van haar kimono.

De stoet loopt over het plein. Houdt stil in het midden. Vormt een halve cirkel. De priester begint te zingen of te bidden, het is moeilijk te zeggen. Het klinkt als een monotone cantilatie, oud en vreemd. Niemand in de stoet beweegt. De bruid houdt haar ogen neergeslagen. De bruidegom staat recht, met zijn handen voor zich gevouwen.

traditionele japanse trouwstoet op het plein van de meiji tempel

Toeristen staan langs de randen van het plein en maken foto’s. Ik ook. Het voelt ongemakkelijk, als binnendringen in een privémoment, maar niemand lijkt er bezwaar tegen te hebben. Misschien is een huwelijk in de Meiji tempel altijd half-privé, half-publiek.

Na een paar minuten loopt de stoet verder, het gebouw weer in. De priester voorop, de belletjes rinkelend, de rode parasol wiegend boven het hoofd van de bruid.

En dan is het voorbij. Het plein is weer leeg.

Manga-stijl in Shibuya

We wandelen naar het centrum van Shibuya. Dit is een van de plekken waar manga- en anime-liefhebbers elkaar ontmoeten, vaak verkleed als een van hun favoriete karakters. De winkels verkopen hier veel manga-spullen.

De drukte op de bekende shibuya crossing - foto niek de greef

Bij Yoyogi National Stadium is een grote groep jongeren in manga-stijl samengekomen. Grote pruiken in felle kleuren. Uitbundige kostuums met capes, vleugels, gevechtsharnas van karton. Ze poseren voor elkaars camera’s. Ze zijn serieus bezig. Dit is geen grap. Dit is kunst, toewijding, identiteit.

de drukte van takeshita street

Op een groot scherm zien we dat hier later op de middag een cosplay-evenement plaatsvindt. We blijven niet lang. Het is druk, luid, te veel.

Het zakmes-incident in Wakaba East Park

Later zijn we in Shinjuku Gyoen, een groot park in het centrum. De sakura bomen staan in volle bloei en het is ook hier krankzinnig druk. Het lijkt alsof heel Tokyo dit park in wil om de bloesem te bewonderen. Overal zitten mensen onder de bomen. Ze maken foto’s van de bloesem, van elkaar, van zichzelf met de bloesem op de achtergrond.

We lopen verder. De drukte wordt minder. We bereiken Wakaba East Park, een kleinere tuin.

Vriendelijke maar resolute Japanners in uniform wijzen ons naar de ingang. Deze is niet waar je zou verwachten. Er is een lange rij. We wachten.

Om het park in te kunnen, moet je door een veiligheidscontrole die niet onderdoet voor die op een internationale luchthaven. Rugzakken moeten door een scanner. Jassen moeten uit. Een beveiligingsbeambte meet onze lichaamstemperatuur met een infraroodpistool. Waterflessen worden opengemaakt en geroken.

Dan gaat een pieper af. Een drietal beveiligingsbeambten verzamelt zich rond onze rugzakken. Ze kijken naar het scherm van de scanner. Ze wijzen. Ze overleggen. Een van hen opent mijn rugzak en haalt er voorzichtig, met twee vingers, mijn Zwitserse zakmes uit.

Er ontstaat opwinding. Niet paniekerig, maar wel serieus. Een meetlint wordt tevoorschijn gehaald. Het lemmet wordt gemeten, precies, met aandacht. Ze meten twee keer. Een van de beambten noteert iets op een klembord.

Dan pakken ze ook X’s zakmes uit haar rugzak. Ook dat wordt gemeten. Er volgt een discussie in snel Japans. Ik versta er niets van, maar het is duidelijk dat de lengte van het lemmet belangrijk is. Er is een grens. We zitten daar blijkbaar net overheen of net onder.

Uiteindelijk moeten we beide messen inleveren. We krijgen een plastic plaatje met een nummer. Bij de uitgang kunnen we de messen weer ophalen, verzekert een van de beambten ons in gebroken Engels.

We lopen het park in. Het is prachtig. We bekijken de prachtige tuin en de vijvers in het fantastische licht van de laag hangende zon. Tot een bewaker ons heel voorzichtig vraagt naar de uitgang te gaan. Het park zou tien minuten geleden al gesloten moeten zijn.

Fontein bij State Guest House Akasaka Palace in Wakaba East Park

Bij de uitgang halen we onze zakmessen weer op. De beambte controleert het nummer, geeft een korte buiging, overhandigt de messen. Alles verloopt zoals beloofd.

Bewakerbij State Guest House Akasaka Palace in  Wakaba East Park
straten van tokyo bij het vallen van de avond

Dit is de derde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de tweede aflevering.

Over de Cairngorms, via Balmoral Castle, naar Aviemore – Schotland

Over de Cairngorms, via Balmoral Castle, naar Aviemore.

Strakblauwe luchten in Aberfeldy, terwijl Nederland onderloopt.

Pitlochry: zalmen en toeristen

We rijden naar Pitlochry. We wandelen naar de stuwdam, langs een zalmladder. Vliegvissers staan in waadpakken in het water. De springende zalmen op weg naar de dam laten zich niet vangen. Bij de zalmladder hangt een display met teller: 569 zalmen zijn dit jaar al de ladder opgeklommen.

Zalmvisser in de rivier bij Pitlochry
Machinerie in de stuwdam bij Pitlochry
Overzicht over het meer bij de Pitlochry stuwdam

We lopen naar het centrum. Pitlochry blijkt een toeristendorp met een luxe markt te zijn. Lunchwaren gehaald bij de Coop.

Balmoral: regen en waterverven

Op weg naar Balmoral passeren we het Schotse kasteel van de Koningin (nu de koning – update 2026). De route door de Cairngorms is prachtig. We eten broodjes bij Devil’s Elbow, een mooie naam en een mooi uitzicht over het dal.

Het begint te regenen, nee te gieten, nee – het stroomt uit de lucht. Op de parkeerplaats bij Balmoral zitten we in de auto naar het weerbericht te kijken. Doorweekte toeristen lopen voorbij. We besluiten het niet te doen en rijden weg.

We rijden de heuvels in. Links van de weg dendert een kleine rivier met enorme snelheid de helling af. Verderop spoelt het water over de weg. Het water wordt hoger. Tegemoetkomende reizigers zeggen dat het beter is om om te keren. Het water staat nog hoger waar zij vandaan komen.

We passeren Balmoral opnieuw. Het is nu droger geworden, dus besluiten we het
kasteel een tweede kans te geven.

We maken een mooie wandeling over het terrein en bekijken waterverfschilderijen van Prins C (Charles’ handtekening: “C”; wat zegt dat?). Review: aardige kleine werkjes, afstandelijk.

waterverfschilderij van prince charles - uitzicht op balmoral

Terug door de Cairngorms

Met een omweg rijden we terug de Cairngorms in over een nog mooiere weg. Bij het Corgarff Viewpoint staat een camper op de verlaten heuvels. Een man hangt op zijn bed, de deuren van de camper wijd open, aan het facetimen met thuis, en laat ze het magnifieke uitzicht zien.

Uitzicht over Cairngorms bij Devils Elbow, schotland

Meer reisverhalen uit Schotland en andere avonturen.

Laatste dag in Ayutthaya, Thailand

Bus boeken naar Sukhothai

Naar busstation van Ayutthaya gefietst en bus geboekt naar Sukhothai.

Opties waren een privébusje (minibus) voor 4800 baht. Bij het grote busstation een stukje buiten het centrum van Ayutthaya gekeken voor een grote bus. Hier een “vip” bus met airco en maaltijd voor 300 Baht per persoon.

We fietsen terug over de “snelweg”. Onzeker, gevaarlijk, op die vrij gammele fietsjes.

Onderweg terug winkelen we bij de 7-Eleven (de Appie van Thailand / zuidoost Azië). En bij de straatkok halen we geroosterde kip en varkensvlees met saus als lunch.

Regen en overstromingen

’s Middag regent het.

De dame bij het hotel heeft gehoord op het nieuws dat Sukhothai is overstroomd als gevolg van een tropische regen. We google en er blijkt inderdaad een dijk door te zijn gebroken en een deel van de stad staat onder water. De dame belt naar ons hotel in Sukhothai en die vertellen dat e.e.a. onder controle is en het gat is gedicht.

Streetfood en dakterras

’s Avonds wandelen we naar een restaurantje in de buurt en vinden een gelegenheid met een dakterras met uitzicht over de rivier. Goed gegeten.

Verkoper van streetfood in de straten van Ayutthaya Thailand in de avond

Meer reisverhalen uit Thailand en verder.