Fotografie in Den Haag: Battaglia, Van Wyk, Lundgren en Vanfleteren

In het Fotomuseum Den Haag is een expositie van het werk van de Italiaanse straat/documentair fotografe Letizia Battaglia te zien. Rauwe beelden van de strijd met de maffia in Italie maar ook empatische beelden van de mensen in de straten van Palermo. De vormgeving van een ‘bos’ van foto’s in lichtbakken nodigt uit tot dwalen: je loopt door het bos en blijft nieuwe dingen ontdekken. Battaglia was een veelzijdig en actief mens: ze werkte als journalist, fotograaf, uitgever, activiste, regisseur, politica. Ze raakte bevriend met Josef Koudelka, met wie ze reisde en fotoreportages maakte.

Josef Koudelka en letizia battaglia
Aidone (EN), 1987 © Franco Zecchin
fotomuseum den haag - letizia battaglia

In de benedenverdieping een expo van Farren van Wyk. De innemende portretten van haar familie zijn bijzonder: een familie uit Zuid-Afrika gemixt uit een donkere moeder en een witte boer, op een Nederlandse boerderij. Beetje bozig, wat ook wel werkt. De expo heet Mixedness is my mythology.

farren van wyk
© Farren van Wyk

De beelden van Ruben Lundgren van alledaags China geven een geheel eigen, heerlijk absurdistische kijk op het hedendaagse China. Lundgren werkt breder dan foto’s en maakt collaga-achtige beelden en boeken. Hij verzamelt ook parafernalia over China, die hij verwerkt tot een werk zoals ‘MeNu’, een boekje over Chinees eten. zoals “MeNu” een boekje over Chinees eten. Zo heeft Lundgren een verzameling van verzamelingen gecreerd. Het is de meest verrassende van de drie exposities. Lundgren is soort Martin Parr in het kwadraat; hij werkt ook Parr samen aan het boek The Chinese Photobook.

ruben lundgren china menu
© Ruben Lundgren

Van het Mauritshuis kreeg Stefan Vanfleteren de opdracht om aan elke ruimte van de staande expositie aan elke ruimte van de staande expositie van de 17e eeuwse meesters een foto toe te voegen onder de naam Pentimenti (vergissingen). Dat levert een nieuwe kijk op de oude meesters in de collectie van het Mauritshuis. Vanfleteren voegt beelden in die meest minimalistische en monochrome of kleurarm zijn en daarmee contrasteren met de gedetailleerde schilderijen.

White horse, 2024, ©Stephan Vanfleteren
White horse, 2024, ©Stephan Vanfleteren

Twee edities verder

Vorige week begon ik een Engelstalige newsletter. Twee edities inmiddels: Not Dead Yet — elke paar jaar wordt iets dood verklaard. Fysieke boeken, schrijven, Europa, mainframes. Vrijwel altijd prematuur. Over Gerrit Krols De man achter het raam, en 912 uur Japan dat eindelijk af is. En On Butter, Websites as Art, and Old Notebooks, over websites als kunstwerk, een cloud-platform gebouwd op een gerecyclede laptop, en notebooks die ik nog steeds niet heb uitgetypt.

  1. Not Dead Yet
  2. On Butter, Websites as Art, and Old Notebooks

Volledig hier.

Twee films over ruggengraat

Ok, het weer. Eindelijk regen. Eerst niet eens verfrissend: het blijft klef, het wordt misschien wel kleffer – maar wel verlossend. Het is nog benauwd in huis. Deuren en ramen staan open. De regen ruist op de parasol op het terras. Druppels vallen op het dak. Water gorgelt in de dakgoot. Het rommelt zelfs hoog in de wolken. In de loop van de week zwaardere buien en van mij mag het wel alweer wat minder.

Ik begon een nieuwsbrief op Substack, in het Engels. Had ik zin in.

Not Dead Yet - Substack post niek de greef

Zondagmiddag kijken De Gaulle in Filmhuis Alkmaar. Van de week las ik over De Gaulle en Odysse in een artikel van Bas Heijne in NRC. In tegenstelling tot onze Nederlandse leiders, die elke moraal laten varen en buigen als vazallen bij conflicten, was De Gaulle iemand die wel de eer aan zichzelf hield, ook al werd hij voor gek verklaard en een Don Quichot beschouwd. Na het artikel verwachtte ik een heldenepos waarin De Gaulle voor begin tot eind een semigoddelijke status wordt toebedicht. Dat valt gelukkig nogal mee. De film brengt mooi de momenten in beeld waarin de kijker denkt: als De Gaulle nu vasthoudt aan zijn doelen, is hij ook wel een redelijk getikt. Zouden wij op dezelfde manier de rug recht zou hebben gehouden zoals De Gaulle dat deed, tegen beter weten in, en met weinig tot geen steun? Waarschijnlijk niet. Dat niet alleen, De Gaulle aanvaardt de consequenties als hij op een zijspoor gezet wordt. Hij gaat niet alsnog door de knieën. Inderdaad een voorbeeld voor onze ruggengraatloze leiders.

Het verhaal sluit net iets te veel in Hollywood-stijl af. Een beetje ingetogener einde was meer in lijn geweest met de rest van de film.

Met een mooie rol van Youp van het Hek als Churchill, die uitstekend engels en frans blijkt te spreken. Of is het toch Simon Russell Beale?

Churchill (Simon Russell Beale)
Churchill (Simon Russell Beale). ©Pathé Films / TF1 films production

Maandag loop ik naar Egmond-Binnen om een pakketje af te geven. Een wandeltraining en fotografierondje.

In de middag bekijken we La vita va cosi. Een Italiaanse film over een herder die zich verzet tegen de verkoop van zijn boerderij door een projectontwikkelaar. Ook een film over een man met ruggengraat, die niet buigt voor geld en dreigementen. Hebben we nodig, kennelijk.

Onderdeel van de mediacampagne bij de film is de achtergrond van de acteur Giuseppe Ignazio Loi, de man die rol van de oude herder Efisio Mulas speelt. Loi was een herder uit Sardinie en werd gecast omdat de regisseur een authentieke herder voor deze rol wilde. Wat gelukt is.

Rugzakwandeltraining

In september ga ik een week wandelen met mijn dochter. We moeten een beetje trainen dus wandelden we vorig weekend een stuk. Met een gevulde rugzak om het een echte training te maken.

Ik vul de rugzak thuis met een kilo of zes aan kleding, nog wat losse spullen zoals batterijen, regencape en water. Ik haal mijn dochter op. In de auto appt ze me.

‘WTF is dat? Anderhalve maand fucking droog en dan dit!’

Met een screenshot van Buienradar met blauwe heuveltjes die regen voorspellen.

We rijden naar Bergen aan Zee. Hier hebben we een aardige route gevonden.

Op de parkeerplaats begint het inderdaad te spetteren.

‘Kan nooit lang duren,’ zeg ik optimistisch.

We doen een jasje aan tegen de regen, tillen de rugzakken op onze rug en lopen het bos in. Een minuut of tien later stopt het gespatter. Het blijft bewolkt maar de temperatuur loopt op. Een kwartier verder hebben we het alweer zo warm dat we stoppen om onze jassen op te bergen.

Het Heidepad is een wandeling die vooral door het bos tussen Bergen en Bergen aan Zee loopt, en die hier en daar een pluk heide aandoet.

Tegen een uur of tien eten we wat op een bankje. De eerste mede-wandelaars komen voorbij. Een handjevol, het is nog vroeg. Een stel van rond de 65 in hardlooptenue komt het bos achter ons uit. We horen ze aankomen: zij zijn druk in gesprek met elkaar. De vrouw dribbelt een stukje voor de man uit, gaat dan weer over in wandelpas. De man haalt haar in en het gesprek gaat verder. Dan dribbelt de man een stukje vooruit, en gaat weer wandelen. De vrouw haalt hem weer in. Het gesprek wordt hervat. Zo gaat dat een paar keer door terwijl het stel over het heideveld voor ons oversteekt. Dan verdwijnen ze over een heuvel in het bos.

We doen onze rugzakken weer op onze rug en lopen het veld op. Het begint weer te spetteren. In de bomen waarin het stel zojuist verdween begint het bladerdak te ruisen door de regen. De regen wordt dikker. Aan de overkant stopt het even, maar later, als we tussen de bomen lopen begint het weer te regenen, nog harder dan net.

We lopen nog even door maar proberen toch even te schuilen en we staan een minuut of vijf onder een boom. Het ziet er echter niet naar uit dat het snel droog wordt, dus we wandelen maar verder.

De rest van de wandeling lopen we in de regen. Door echte plassen. De wandelaars die we nog tegenkomen hebben een kleurige paraplu boven hun hoofd, beter voorbereid op neerslag dan wij.

Zeiknat komen we bij de auto. Verwarming en airco aan en opdrogen.

Demis Hassabis en zijn AI-godcomplex

In de NRC van 8 augustus staat een stukje over The Infinity Machine van Sebastian Mallaby, de biografie van Demis Hassabis, hoofd research bij Alphabet, het moederbedrijf van Google. Het is een bijzonder stukje dat het gespleten karakter van Hassabis en zijn godcomplex goed weergeeft.

Net als de voormalige halfgod Ray Kurzweil denkt hij dat de singulariteit dichtbij is. Nog een paar jaar en dan is het zo ver. Ook kunnen binnen een decennium alle ziektes worden genezen. Zijn werk aan AI is hetzelfde als het scheppende werk van een god.

Bron: TIME Magazine, 2011

Deze fijne eigenschap combineert hij met een ziekelijke competitiedrang. Als hij een spelletje tafeltennis verliest van een van zijn medewerkers is hij dagenlang niet te genieten.

Het vreemde is dat hij wel pleit voor een AI waakhond. Dat moet een internationale toezichthouder zijn, geleid door de VS. Dat zal tegenwoordig geen geloofwaardig betrouwbaar instituut meer opleveren. Sinds Trump heeft de VS het beroep daarop wel helemaal verspeeld.

Tenslotte pleit hij voor een eerlijke verdeling van de gigantische opbrengsten van de AI. Welke opbrengsten? Vooralsnog is er een gat van honderden miljarden tussen de werkelijke omzet en de investeringen, en er is niet alleen geen enkel vooruitzicht dat dit gat gedicht gaat worden, er wordt zelfs voorspeld dat de investeringen doorgaan en het gat dus nog groter zal worden.

Ondertussen werkt Hassabis aan een technologie waarvan hij in het recente geciteerde essay op X schrijft dat die meer impact zal hebben dan de industriele revolutie – wel 10 keer zo groot en met 10 keer zo veel snelheid (wie horen we hier net zo brallen?). We kunnen zelf wel het punt bereiken dat hulpbronnen niet langer de beperkende factor vormen voor de vooruitgang van de mensheid, wat leidt tot een verbazingwekkend nieuw tijdperk van overvloed. En de VS zal veilig over dit nieuwe tijdperk waken. Zo blijkt Hassabis een typische slimme wetenschapper die in zijn AI-bubbel het contact met de realiteit is kwijtgeraakt.