4 april 2023. In Japan voelen langeafstandstreinen aan als een upgrade. Ze zijn comfortabel en ruim, zonder gedoe met eerste of tweede klas. Iedereen heeft een zitplaats. Het doet me denken aan onze Nederlandse intercity’s, die eigenlijk meer lijken op de Japanse forensentreinen rond de steden: vaak vol, vaak staan. Maar wel minder schoon.



De rit naar Kochi duurt ruim vier uur. De reis zelf is een beleving. Eerst volgen we de kust, daarna snijden we door het schitterende binnenland — een aaneenschakeling van steile, dichtbegroeide groene bergen en diepe dalen. Het landschap vliegt voorbij, maar het voelt alsof je door een schilderij reist.
Kochi verwelkomt ons begin van de middag met warmte en zon. Na onze spullen bij het hotel te hebben gedropt, lopen we meteen door de stad naar het kasteel. Het kasteel van Kochi is nog in originele staat. We lopen bijna als enigen door de ruimtes. Hier op Shikoku merk je pas hoe toeristisch de grote steden zijn, en hoe fijn het is om even niet met een mensenmassa iets te bekijken. Weliswaar mist hier Engels op de borden, en spreekt bijna niemand het goed, maar wij ervaren het als een verademing. Geen gedrang, geen selfiesticks — gewoon een kasteel, een briesje, en de tijd om alles rustig te bekijken.
Tegen de avond eten we bij Hirome Market, een overdekte markt met heel veel restaurantjes. Er is vis in alle soorten, vers en heerlijk. Walvis staat niet meer op het menu, maar de walvis duikt nog overal op: in tekeningen op straat, in souvenirwinkels, zelfs op een putdeksel. Kochi was een van de havens van Japan van waaruit in het verleden de walvisvangst werd bedreven. Het voelt als een spook uit het verleden, een herinnering die nog steeds zichtbaar is, maar langzaam vervaagt.

Voor de komende dagen wordt regen voorspeld. Geen probleem, Kochi heeft meer dan genoeg musea. En regen hoort bij Japan, net als de walvissen, de kastelen en de treinen die altijd op tijd zijn.
Dit is de dertiende aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.
Lees hier de vorige aflevering.


