Nano-zenders, bio-camera’s en NSA-agenten

Foto u wordt gecontroleerd - NSA van Niek de Greef

‘Zullen we het ergens anders over hebben?’ durfde hij uiteindelijk tegen haar te zeggen.

Eventjes ging het over haar zoon en haar dochter, of over een tv-programma of haar kleindochter. Maar op een of andere manier was het onderwerp opeens toch weer covid vaccinaties die chips inbrengen onder de huid, een virus dat verspreid wordt via 5G, de Apollo maanlanding die in scene is gezet, of big pharma die, geleid door de Illuminatie, ziektes creëren om medicijnen te kunnen verkopen. Het kon niet gek genoeg.

Tijdens de Covid pandemie wilde ze geen mondkapje dragen. Hij zei: zonder mondkapje kan ik je ook niet behandelen. Dan kan ik je zelfs helemaal niet binnen laten. Toen ging ze toch maar een mondkapje dragen.

‘Je zou een boek kunnen schrijven’, zei ik weinig origineel.

Het ging maar door.

‘Sssst,’ zei ik op een dag, ‘je weet toch dat tussen die klanten van mij ook lui van de NSA zitten?

Ze keek op.

‘Nee?’

‘Luister!’ zei ik. Ze was gelijk stil.

‘Hoor je die radiosignalen?’

Heel zachtjes was het geluid van de radio te horen die ik die ochtend onder de behandeltafel had bevestigd. Ze knikte. Ik boog me naar haar toe.

‘Ik heb dit nooit eerder aan iemand vertelt, maar ik kan het wel bij jou kwijt,’ fluisterde ik ik haar oor. ‘Ik word al jaren gebruikt door hun agenten. Ik zal je zo meer laten zien, maar gisteren heb ik gegeten bij die Griek op de hoek. Toen ik thuis kwam, hoorde ik opeens deze radiosignalen. Ze moeten in de Loukoumades met chocoladesaus een nano—zender hebben verstopt, zodat ze je overal kunnen afluisteren.’

‘Echt?’ zei ze, nauwelijks hoorbaar.

‘Dat is nog niet alles, zoals ik zei. Kijk hier eens…’

Ik liet haar het bultje op mijn schouder zien die ik had opgelopen toen ik op mijn achtste een keer van de crossfiets was gevallen.

‘Ik heb dit nooit aan eerder iemand vertelt. Deze heb ik al heel lang. Een repeater waarmee ze me al jarenlang volgen. Het kan ook geheime berichten doorsturen naar handlangers zodra die binnen het bereik van de repeater zijn. Zo hebben ze een heel netwerk van agenten die met elkaar kunnen communiceren zonder gebruik te hoeven maken van de reguliere infrastructuren.’

Grote ogen staarden me aan.

‘En hoelang ik deze heb weet ik niet zeker meer; ik lette er toen nog niet zo op.’

Ik wees op een moedervlek op mijn jukbeen.

‘Zat er een paar jaar geleden ook opeens. Een biologische-cel-camera. Blijf daar staan, anders kunnen ze je zien!’

Ik draaide mijn hoofd van haar af, maar ze schoof al naar de deur.

Paradiso, 1981

De eerste keer dat ik een band live zag was op 30 oktober 1981. U2 speelde in Paradiso. Mijn oom had kaarten en ik mocht mee. Ik was 14.

Ik herinner me een vol Paradiso, een indrukwekkende zaal, een vermoeiende avond en drummer Larry die op 12 uur ’s nachts jarig werd. Concerten begonnen in die tijd nog een stuk later dan tegenwoordig. Het album October was net uit. Ik kende de band nog nauwelijks (ik was 14!). Bono was al een charismatische zanger, maar had nog niet dat Jezus-complex. De bijzondere stem met de reverb-gitaar van The Edge zorgden voor een unieke sound.

Ik vond een verslag op u2songs.com. Ik zie hier ook dat tickets 10 gulden kostten en de zaal uitverkocht was.

Mijn oom maakte opnames met twee kleine microfoons die hij aan een dunne haarband had bevestigd. Ik had ooit een kopietje op cassette dat ik in het jaar daarna veel beluisterde.
Ik vond de opname op YouTube – die zou best eens van hem kunnen zijn.

Later zag ik ze in ’t Heem in Hattem. Veronica maakte opnames, waarvan I Will Follow op de B-side van de single Gloria werd uitgebracht. Het volume bij dit concert was krankzinnig. Rond een meter of vijf rond de staande speakers bij het podium vormde zich een lege ruimte.

Het optreden in Paradiso was beter.

Ik kocht de albums van U2 tot en met The Joshua Tree. Een liveoptreden van ze bezocht ik niet meer. Ik denk dat we uit elkaar gegroeid waren. Mijn smaak was meer naar de extremen afgebogen, de muziek van de band meer naar het midden.

u2 paradiso amsterdam 1981

Tussen de boeken door

Confession of a bookseller - omslag

Tussen de boeken door

Op mijn nachtkastje stapelen zich drie boeken, elk met een eigen tempo.

Confessions of a Bookseller uitgelezen. Misschien is deze opvolger van The Diary of a Bookseller nog wel beter dan de Diary. Shaun Bythell blijft scherp observeren, met die droge Schotse humor die zijn klanten en het boekenvak even liefdevol als meedogenloos portretteert.

Het volgende boek op het stapeltje is Hagar Peeters’ Wasdom. Gedichten. Die lees je niet back-to-back dus ik open Pieter Steinz’ Het Web van de Wereldliteratuur ernaast. Dat is mijn leesplan.

Ik open een brief in een witte enveloppe aan de heer De Greef. De brief blijkt van DUO en gericht aan mijn zoon.

Geachte heer De Greef,

De bedragen voor volgend jaar zijn vastgesteld. Het gaat over het product: Aanvullende beurs

Welke gegevens van u zijn gebruikt voor de berekening van de aanvullende beurs van uw kind(eren), leest u in het bericht dat voor u klaarstaat in Mijn DUO. Meer informatie over de aanvullende beurs kunt u lezen op duo.nl/extrageld

DUO verkoopt dus tegenwoordig producten. Financiële producten. De studieschuld van onze kinderen is een product geworden.

Het woord irriteert me. Een product. Alsof het om een hypotheek gaat, een verzekering, iets wat je verkoopt met winstoogmerk. Wat het natuurlijk ook is geworden sinds de invoering van het leenstelsel. De toegankelijkheid van het onderwijs, zo hoog in het vaandel bij sommige partijen, is verworden tot een businessmodel. Studenten zijn geen studenten meer, ze zijn klanten. En hun schuld is een product.

Ik leg de brief weg.

18 september

Hagar Peeters - Wasdom omslag

Ik lees nog steeds Wasdom en de editie Aaah! van Hard//hoofd magazine. Een moeilijke mix want beide vereisen hun eigen mindset, maar laten zich ook moeilijk binge-lezen. Hard//hoofd is verfrissend en afwisselend, met essays en verhalen die je snel door de pagina’s trekken. Wasdom daarentegen vraagt om rust en herlezen.

22 september

Aaah! van Hard//hoofd uitgelezen.

26 september

Wasdom uit. Moet ik nog eens lezen. Gedichten die je leest als een liedje, een rap, met ritme en herhaling. Peeters schrijft over groei en verval, over wat groeit en wat wegslijt. Over wat wasdom is – dat oude Nederlandse woord voor groei.

Als je niet oplet, hoor je het niet. Zoals je bij een liedje de tekst pas echt hoort als je stopt met meezingen en echt luistert. Dan merk je pas wat er staat.

Piketty en Sandel tegen de tijdgeest in

Thomas Piketty en Michael Sandel schreven Gelijkheid (Equality). Het boek verscheen dit jaar, maar het voelt als een boek out of time in onze door verrechtsing en populisme gedomineerde tijd, waarin een streven naar gelijkheid weinig prioriteit lijkt te hebben. Thomas Piketty is een Franse econoom en schrijver, Sandel een Amerikaanse filosoof. Samen schreven ze Gelijkheid, in losse dialoogvorm, over hoe de ongelijkheid op economisch en politiek vlak, maar ook op het vlak van waardigheid, is gegroeid in de afgelopen decennia, en hoe deze zou kunnen worden hersteld.

piketty en sandel - gelijkheid

Twee belangrijke instrumenten die de auteurs bespreken voor het verminderen van ongelijkheid zijn herverdeling en decommodificatie. (Ze ‘bespreken’ het in bijna letterlijke zin: de vorm van het boekje is die van een tweegesprek.) Bij decommodificatie worden economische sectoren buiten het winststreven van de markten gehouden. Denk aan onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer. Hierdoor kan de overheid beter sturen zodat de diensten beschikbaar blijven voor het hele volk en niet alleen voor degenen die het kunnen betalen.

Herverdeling is een ander mechanisme dat kan worden ingezet om vermogen eerlijker te verdelen, bijvoorbeeld door middel van een progressief belastingstelsel.

Problematisch in de politieke context is dat beide mechanismen door Westerse regeringen over de afgelopen decennia zijn afgebroken, vooral ook door partijen met een sociale inslag. Voorbeelden zijn Clinton, die vol inzette op het door Reagan gestarte marktdenken in overheidsdiensten, en Obama, die tijdens de financiële crisis van 2008/2009 commerciële ondernemingen moest uitkopen met grote sommen publiek geld. Ook in ons land zijn dergelijke voorbeelden eenvoudig te vinden waarbij marktwerking in publieke diensten door linkse partijen werd geaccordeerd of zelfs geïnitieerd: het openbaar vervoer, de energievoorziening, het zorgstelsel.

Sandel en Piketty voeren een discussie in het boek over de toegankelijkheid van universitair onderwijs voor mensen met lagere inkomens. Maar ook over het verbeteren van de waardering in de maatschappij voor mensen die lager zijn opgeleid.

Het verbeteren van de volksvertegenwoordiging van lager opgeleiden is ook een punt van aandacht in het boek. Hoe kunnen we deze groepen beter vertegenwoordigd krijgen in het parlement en vertegenwoordigende organen? Door een ander kiesstelsel?

Het populisme heeft de ongelijkheid aangegrepen om de politieke macht naar zich toe te trekken. Door de grieven van deze mensen aan te spreken hebben ze veel stemmen uit deze groepen weten te bemachtigen. Andere politieke partijen hebben vooralsnog grote moeite deze mensen aan te spreken.
De partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum hebben de vrije markt omarmd zonder daarbij de gemeenschapszin in overweging te nemen, zonder oog voor de impact op lokale markten en industrieën.

Open grenzen, zo blijkt, leiden ook tot ander internationaal beleid. De scheefgroei die is ontstaan, is een gevolg van het ontbreken van een goed internationaal beleid. Het antwoord van Trump, terugkeren naar nationale belangen, is juist een beweging in de verkeerde richting. We zouden juist moeten kijken naar verder gaande internationale afspraken: over minimumlonen, over fatsoenlijke vennootschapsbelastingen voor internationaal opererende bedrijven, over milieumaatregelen, afspraken die ervoor zorgen dat lokale economieën worden beschermd.
Zo ontstaat een beeld: identiteit en waardigheid van minder rijken moet op de agenda komen, het beteugelen van de kosten van de vrije markt op bijvoorbeeld het klimaat, het beschermen van nationale markten door internationale afspraken.

In het internationale politieke klimaat dat de afgelopen jaren is ontstaan, lijkt elke afspraak een loze belofte, als er überhaupt al een bereidheid is om tot afspraken te komen. Het overleven van politieke leiders lijkt belangrijker dan de belangen van de bevolking, en het opbouwende en praktische betoog van Piketty en Sandel lijkt helaas iets voor een verre toekomst.