Over boeken, literaire reflecties en het web van literatuur, door Niek de Greef. Werner Herzog, Paul Theroux, V.S. Naipaul en meer. Nederlandse en Engelstalige boeken.

Nooteboom’s Venetië, kijken als kunst

Mooi boek, Nooteboom’s Venetië. Met geweldige kleurenfoto’s van Simone Sassen.

Mijn aantekeningen. Nooteboom bekijk kunst en ziet een variëteit aan engelen waarvan ik niet wist dat die zo uitgebreid was. Ik kende de putti van Nooteboom, van zijn geweldige beschrijving van Tiepolo in Würzburg, in Voorbije Passages.

Nooteboom reist met boeken. Ik maakte een lijstje op uit de tekst dat nog uitgebreider is dan die achterin het boek. Ik noem hier: Mann, Kafka, Mary Mccarthy, Henry James, Proust, Borges.

De geschiedenis van een plaats hangt in de lucht. Overal sporen van een verleden. Het verleden is een dimensie van het heden.

Zonder mensen geen geschiedenis? Maken de mensen het materiaal voor geschiedenis?

Tiepolo in Würzburg
Tiepolo in Würzburg

Nooteboom wil niet bij de (toeristen)massa horen, maar zich één voelen met de lokale bevolking. Hij komt er meerdere keren op terug. Maar hij is nergens thuis.

De steegjes van Venetië zijn als het labyrint van Borges.

Ruinenwert, een typisch Nooteboom ding.

Als ik lees hoe complex het kiezen van de doge van Venetië was, moet ik denk aan de complexiteit van het kiezen van de bondskanselier in Duitsland. Het werd met ooit uitgelegd maar ik kan het niet herhalen.

Kijken als kunst. De professie van Nooteboom.

The Hours van Michael Cunningham

Ik ben begonnen in The Hours van Michael Cunningham. Ik vond dit boek op het lijstje must-reads in Sebes en Bisseling’s Alweer een Bestseller. (Nog een paar boeken uitgehaald die ik nog niet kende zoals Nicole Kraus’ The History of Love en Laurent Binet’s HHhH).

Ik ben een stukje op weg en denk toch dat de beste boeken niet de boeken zijn die schrijvers over schrijvers schrijven. Het is een beetje de dood in de pot, ook bij Cunningham.

Wel een leuk boek trouwens, Alweer een Bestseller. Leest als een trein.

Bertien van Manen’s Archive herlezen/herbekeken

De foto’s van Bertien van Manen, ik bekijk nu Archive, zijn geweldig casual. Dat klinkt denigrerend maar het is absoluut een kwaliteit. De beelden lijken zonder moeite te zijn gemaakt. Het is net als een boek. Het lijkt zo gemakkelijk gemaakt als het goed leesbaar is, maar juist die kwaliteit kenmerkt de meester(es).

Ik hou van die foto’s met tekortkomingen. Weg van de gladgestreken en opgepoetste beelden die momenteel in de mode zijn, zelfs onder straatfotografen.

De week van 5 december

Gezien

Afgelopen zaterdag bezochten we de tentoonstelling The Roaring Twenties in museum Kranenburg in Bergen. Erg leuke tentoonstelling met mooi werk van Erik van Lieshout, Esiri Erheriene-Essi, Helen Verhoeven. Top voor zo’n relatief klein museum!

Gezien/gelezen

The Democratic Forest william aggleston

William Eggleston – The Democratic Forest. Geweldig boek dat het democratisch fotograferen van Eggleston geweldig samenvat.

Gelezen

Anansi Boys van Neil Gaiman. Fantastisch verhaal over twee broer, zonen van een god die verstrikt raken tussen de wereld van mensen en goden.

Hans Aarsman – Vroomm! Vroomm!. Fotoboek van Hans Aarsman over auto’s met mooie persoonlijke verhalen van Hans Aarsman.

Lezend

What Technology Wants van Kevin Kelly.

Hans van der Meer – Achterland. Al net zo’n Nederlands fotoboek als dat van Hans Aarsman.

Er is maar weinig over bekend… Bryson over Shakespeare

De Nederlandse titel van Bill Bryson’s boek over William Shakespeare is “Een biografie” is al misplaatst. De uitgever had dit kunnen weten, want Bryson geeft al vroeg in het boek aan dat er over Shakespeare ongelofelijk weinig bekend is, dat je eigenlijk niet veel meer kan verwachten van een boek over Shakespeare, dan een beschrijving van een handvol schamele feiten, aangevuld met aannames, fantasieën en voorlopige conclusies omtrent even en tijd van Shakespeare. Bryson geeft toe dat het boekje ook juist daarom zo bescheiden van omvang is gebleven.

De hoofdstukken staan dan ook vol met zinsneden die de waarschijnlijkheid van de gemaakte beweringen in twijfel trekken. “Mogelijk …”, “… veronderstellen …”, “… met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid …”, “… niet verhelderende …”, “we zouden nog minder weten als we niet…”, “over … is maar weinig bekend”, “… schijnt …”, “… we zijn er niet helemaal zeker van …”, “Niemand weet …”, en zo gaat het maar door.

Desalniettemin blijft het boek boeien, en het wordt duidelijk waarom Shakespeare al die aandacht blijft verdienen uit de berichten over wat we wel zeker weten over hem. En dat is niet alleen de omvang van zijn oeuvre en de eigenheid. De bijdrage van Shakespeare aan de vernieuwing van de Engelse taal blijkt onovertroffen. Meer dan 2000 Engelse woorden heeft Shakespeare verzonnen dan wel voor het eerst op schrift gesteld; Hamlet alleen al bevat meer dan 600 neologismen. Voor zegswijzen zijn vergelijkende overdonderde statistieken van toepassing: Shakespeare verzon of boekstaafde voor het eerst 10% van alle zegswijzen uit zijn tijd.

De genialiteit van Shakespeare was zo overweldigend, en de gegevens over hem zo minimaal, dat vele geschied- en letterkundigen in de eeuwen na hem in twijfel hebben getrokken of Shakespeare wel zou hebben bestaan. De laatste hoofdstukken van Bryson boekje geven een overzicht van deze veelal krankzinnige theorieën, die variëren van een virtuele Shakespeare wiens werk door meerdere auteurs zou zijn voortgebracht, tot volkomen confabulaties zoals het idee dat Queen Elisabeth eigenlijk Shakespeare zou zijn.

De originele ondertitel van het boek is “The World as a Stage”, en dat is wat het boek zeker wel is: een beeld van het toneelleven ten tijde van Shakespeare.