Aantekeningen over wat mij opvalt.

Demis Hassabis en zijn AI-godcomplex

In de NRC van 8 augustus staat een stukje over The Infinity Machine van Sebastian Mallaby, de biografie van Demis Hassabis, hoofd research bij Alphabet, het moederbedrijf van Google. Het is een bijzonder stukje dat het gespleten karakter van Hassabis en zijn godcomplex goed weergeeft.

Net als de voormalige halfgod Ray Kurzweil denkt hij dat de singulariteit dichtbij is. Nog een paar jaar en dan is het zo ver. Ook kunnen binnen een decennium alle ziektes worden genezen. Zijn werk aan AI is hetzelfde als het scheppende werk van een god.

Bron: TIME Magazine, 2011

Deze fijne eigenschap combineert hij met een ziekelijke competitiedrang. Als hij een spelletje tafeltennis verliest van een van zijn medewerkers is hij dagenlang niet te genieten.

Het vreemde is dat hij wel pleit voor een AI waakhond. Dat moet een internationale toezichthouder zijn, geleid door de VS. Dat zal tegenwoordig geen geloofwaardig betrouwbaar instituut meer opleveren. Sinds Trump heeft de VS het beroep daarop wel helemaal verspeeld.

Tenslotte pleit hij voor een eerlijke verdeling van de gigantische opbrengsten van de AI. Welke opbrengsten? Vooralsnog is er een gat van honderden miljarden tussen de werkelijke omzet en de investeringen, en er is niet alleen geen enkel vooruitzicht dat dit gat gedicht gaat worden, er wordt zelfs voorspeld dat de investeringen doorgaan en het gat dus nog groter zal worden.

Ondertussen werkt Hassabis aan een technologie waarvan hij in het recente geciteerde essay op X schrijft dat die meer impact zal hebben dan de industriele revolutie – wel 10 keer zo groot en met 10 keer zo veel snelheid (wie horen we hier net zo brallen?). We kunnen zelf wel het punt bereiken dat hulpbronnen niet langer de beperkende factor vormen voor de vooruitgang van de mensheid, wat leidt tot een verbazingwekkend nieuw tijdperk van overvloed. En de VS zal veilig over dit nieuwe tijdperk waken. Zo blijkt Hassabis een typische slimme wetenschapper die in zijn AI-bubbel het contact met de realiteit is kwijtgeraakt.

Bergen aan Zee: Huize Glory en Museum Kranenburgh

Er staat nauwelijks wind. Alleen de steile heuveltjes in de duinen langs de Woudweg tussen Het Woud en Bergen aan Zee zijn een uitdaging. Langs de boulevard van Bergen aan Zee zoeken badgasten parkeerplekken op minimale afstand van de strandopgangen. Audi’s, Range Rovers en Porsches rijden hoopvolle rondjes op zoek naar parkeerverlaters.

We rijden de klinkerweg op die omhoog gaat naar Landgoed Huize Glory, op de heuvel die over Bergen aan Zee uitkijkt. Op het terras kijken we tussen de bomen door naar de Noordzee. Het gebouw van Landgoed Huize Glory heeft betere tijden gekend. Het is een mooi gebouw dat een oorsprong lijkt te hebben in de Amsterdamse School. Maar de voegen vallen tussen de stenen vandaan en de muren vertonen scheuren. De lunch is er desalniettemin uitstekend en uitbundig. Ik klaagde eerder over de miniburgers van NRC in Rotterdam, de Fatteh van Huize Glory is geweldig en overvloedig, en kost hetzelfde.

Uitzicht vanaf het terras van Huize Glory in Bergen aan Zee
Uitzicht vanaf het terras van Huize Glory

We rijden naar Museum Kranenburgh. Bernard Essers moet een uitermate productief graficus zijn geweest. Ik lees op tientallen werken dat ze in 1927 gemaakt zijn. Iris Le Rütte maakt beelden die, hoewel van brons, licht en vrolijk ogen. Ook haar tekeningen hebben door hun witruimte een minimalistische lichtheid. In de benedenzaal van het museum combineren modekunstenares Lisa Konno en fotograaf Paul Kooiker hun werk in een licht-absurdistische tentoonstelling van de meer dan manshoge modefoto’s van Kooiker en de speelse keramiek en sculpturen van stof van Konno.

Door de polder rijden we terug. De rij ijssmachters op de stoep bij Di Fiorentina heeft een recordlengte.

modekunstenares Lisa Konno en fotograaf Paul Kooiker in Museum Kranenburgh

Virtual en reality in Rotterdam

Voor de “Virtual Reality experience lock-out game” staan we voor een gesloten deur bovenaan een betonnen trappetje van vier treden in een steeg in de Rotterdamse binnenstad. Via een geheim telefoonnummer krijgen we een wachtwoord doorgestuurd. Na het noemen van het wachtwoord door een klein raampje in de deur worden we naar binnen gelaten. Een man in een kostuum uit de jaren dertig van de vorige eeuw, met mouwophouders als meest in het oog springende detail, leidt ons een trap af naar een kleine donkere ruimte met een bar en tafeltjes. Hij vertelt dat hij conceptontwikkelaar is en dat deze bar ’s avonds een speakeasy is. Ik kende het concept niet.

Wij spelen hier overdag een VR-game waarbij we met een VR-bril op een adventure-achtige game moeten doorlopen. In cocktailrestaurant Heart Melt drinken we wat en eten we. Ik eet de wasabi in een uitgeholde schijf op; in het gedempte licht dacht ik een sushi met komkommer te zien. De tweede bestelling arriveert nooit bij ons tafeltje, dus we staan om half tien weer buiten met nog een lichte honger. Ik loop naar mijn logeeradres, terwijl de rest via een snackbar naar het station loopt.

Bij de Hef in Rotterdam

De volgende dag wandelen we over Zuid en via het Noordereiland naar de Stadsdriehoek, waar zelfs voor een vroege lunch nog niet veel open is. Dus we lopen door naar de Witte de Withstraat en bij NRC eet ik twee mini-vegaburgers voor 14 euro — zo’n twee euro meer dan ze waard zijn. Op weg naar het fotomuseum haal ik bij Bram Ladage Kop van Zuid een patatje.

Het Nederlands Fotomuseum is verhuisd en nu gevestigd in Pakhuis Santos, een enorm gebouw, en heeft daarmee zijn intimiteit verloren. Het lijkt wel of de mensen van het museum zelf ook geen raad hebben geweten met de overvloed aan ruimte. Voor de bezoeker, voor mij althans, zijn de zes of zeven etages te veel van het goede.

Tweeënveertig snoepjes

Gisteravond. In de heivlakte voor ons huisje hupt een golden retriever voorbij. De halftamme fazant schrikt op en schreeuwt schor. Het baasje van de hond, een gebogen oude man schuifelt onzeker op zijn benen achter de hond aan. Hij roept de hond. De hond kijkt om maar loopt door. De man roept nog eens. De hond draait zich om. De man wankelt naar de hond. De hond springt naar hem toe en blijft kwispelend voor hem staan.

De man gebaart dat de hond moet gaan zitten en valt bijna om. Hij doet de hond een halsband om. Geeft de hond een snoepje. En dan nog een. En nog een. Hij weet van geen stoppen. Tweeënveertig snoepjes.

Dan draait de man zich om, wil terug lopen, maar valt opzij. Hij zit op zijn knieën in de heide. Hij probeert overeind te komen. Met een hand op zijn gebogen rechterknie duwt hij zich omhoog, staat en valt bijna weer om. De hond springt weg, trekt de oude man bijna omver, maar de man laat net op tijd de riem los.

De man strompelt zwalkend een meter of tien door de hei en valt weer. Hij zit op zijn knieën in de hei.

‘Ik doe mijn schoenen aan, want dit gaat helemaal niet goed’ zeg ik.

Als ik naar buiten wil lopen zie ik dat hij zijn gulp opent en begint te plassen, op zijn knieën gezeten, met een stevig straal. Als hij klaar is rust hij even uit, en staat dan weer met uiterste inspanning op. Hij staat even rechtop uit te rusten. Dan wankelt hij verder langzaam het pad af. Bij zijn huisje zakt hij op een tuinstoel in de voortuin en blijft daar een kwartier zitten bijkomen.

912 uur Japan — het boek begint vorm te krijgen

Het reisverslag van onze reis door Japan krijgt langzaam de vorm van een boek. 163 pagina’s tot nu toe in Affinity Publisher. Palatino als lettertype, 6×9 inch, foto’s afgewisseld met tekst.

Met die opmaak gaan ook de details waar je niet eerder bij stilstaat. Waar komt de copyrightpagina. Wat staat er op de titelpagina. Hoe ziet de inhoudsopgave eruit — alleen plaatsnamen, of ook de datums. Of helemaal geen puntjes tussen titel en paginanummer, want ziet dat er gedateerd uit?

De kaart voorin is met de hand getekend in Affinity Designer — de rode lijn is de route. Zuid-Honshu en Shikoku, van Tokyo tot Kamakura.

Het duurt nog even voor het klaar is.

Kaart en inhoudsopgave Japan reisboek Affinity Publisher
Lay-out Japan reisboek in Affinity Publisher met foto's Nikko