Persoonlijke aantekeningen door Niek de Greef over cultuur, politiek, media en maatschappij. Doorleefde essays over het hedendaagse leven.

Licht hoofd van Twitter

Ik Twitter bijna nooit. Van Twitter krijg ik van zo’n raar licht gevoel ik mijn hoofd als ik al die berichtjes voorbij zie komen. Allemaal zo serieus, op Sylvia Witteman na dan. Maar misschien volg ik de verkeerde influencers.

Af en toe een lichtpuntje. Zoals dit verhaal van Murakami in The New Yorker.

Ik post een foto.

https://twitter.com/ndegreef/status/1469628923013120002?s=20

Ik zal volgende maand nog eens kijken.

Virus info … en UI design

Ik ging vanochtend op zoek naar wat meer achtergrond over de werking van COVID vaccins. Dat ik niet leuk. Aan de ene kant is de informatie van veel officiële sites vrij oppervlakkig en rommelig. Maar erger is het afgrijselijk aantal sites van complot-COVID-denkers dat het beeld vertroebelt.

Uiteindelijk vond ik deze site van de Europeese overheid vooralsnog het beste: https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/coronavirus/covid-19-research-and-vaccines/

Een voorbeeld van hoe het ook kan is dit artikel in de NY Times. Zowel de informatie als de leesvriendelijkheid is voorbeeldig.

Het helpt ook niet erg dat sites zoals Coronavaccinatie.nl van de overheid een chaotische look and feel hebben. Huur eens een UI specialist in, Hugo, om deze potpourri site leesbaar te maken.

Ook dit: lekker kort.

Het Schip

Van de week Het Schip bezocht, het toonbeeld van de Amsterdamse School, ontworpen door Michel de Klerk. Een geweldig gebouw langs het spoor tussen de stations Amsterdam Centraal en Amsterdam Sloterdijk.

We bekijken de tentoonstelling over Fré Cohen, vormgever, feministe, socialiste. Ze wist in haar korte leven een indrukwekkende productie van toonaangevend werk te creëren, beïnvloed door Art Deco en De Stijl. De tentoonstelling is erg goed.

Fre Cohen - Jewish Virtual Museum

[Fré Cohen] giroboekje, gemeentegiro Amsterdam, 1931 ...
[Fré Cohen] verpakking Inventum broodrooster | Objets

Peter van Straaten in Allard Pierson

Gisteren bezochten we de tentoonstelling “Misschien valt er wat te lachen“, een overzichtstentoonstelling over het werk van Peter van Straaten in het Allard Pierson museum. Grappig te zien, die gniffelende mensen in een te kleine ruimte. Niet te klein wat betreft Covid, maar wat betreft de tentoonstelling. Die had van mij wel wat meer ruimte en materiaal mogen hebben. Toch heel leuk gedaan.

Verder gelopen door de verwarrende tentoonstelling “Amsterdam, Creatieve Stad”. De rest van het museum hebben we laten liggen voor een andere keer.

Een avond op Detroit airport:

(Onder dit verhaal, stel je voor het continue commentaar bij de American Football wedstrijd die op de tv’s aan de muur wordt weergegeven).

Links van me zitten twee mannen van een stuk in de veertig, collega’s waarschijnlijk. Ze drinken cola achter hun laptop – de ene een dikke Sony, de ander een slanke MacBook Air. Van die jongen met sweaters, coltruien. Één zit de hele tijd met zijn been te trillen. Ze zijn een tekst aan het editen. Achter ze zit een ouder stel met hele foute blousejes aan, zij één met fijne roze bloemetjes, hij een soort golf patroon in blauw/paars/grijs. Beide dragen ze goedkope witte gympen. Ze drinken witte wijn, wat ik voor deze snacktent afwijkend vind. Ik denk aan goedkope zure sauvignon blanc. De man heeft flaporen en een bijbehorend schlemielig kapsel, de vrouw is misschien bij dezelfde kapper geweest.

Het meisje dat me bediend heeft een knap gezicht en kort geknipt, zwart geverfd haar. Ze is maar een beetje dik. Ze heeft zwarte ogen. Ik blijf nog even langer zitten om daar nog een paar keer in te kunnen kijken. Aan de overkant onder de televisies (American Football en een soort bingo) proberen zich te vermaken: een jong paartje – beide zitten naar hun smartphone te staren, een gezinnetje – die hebben het kennelijk wel gezellig met zijn drieën, een echtpaar van midden veertig die zich met de armen over elkaar de pest zitten te vervelen en elkaar verwacht ik opmerkingen toeschuiven over de afgrijselijke televisieprogramma’s die boven mijn hoofd worden vertoond.

Iedereen zit langs de rand van de ruimte, valt me nu op, en niemand zit aan de tafeltjes die meer in het midden staan.

Detroit airport interieur snacktent

Het is onduidelijk wat de foto’s van oude auto’s aan de muur ons moeten vertellen. Ik vermoed dat ze ons een soort jaren zestig gevoel moeten geven, wat ook met de mica tafeltjes en de bankjes langs de muur willen bereiken.

De collega’s hoor ik net, zijn Engelsen. Dat verklaart de kleding in ieder geval. My goodness die oudere vrouw van dat echtpaar, met haar beige broek met grijze sokken er onder, zet haar rugzak op haar schoot en gaat er liefhebbend met haar armen omheen geslagen zitten wiegen.

Er is een Chinees stel twee bankjes verderop voor me gaan zitten. Eén van de twee weet van gekkigheid niet hoe macho hij moet doen. Hij staat op, gaat weer zitten; praat te hard; trekt zijn poepbruine leren jas aan, gaat staan, neemt een hap, gaat weer zitten, neemt een hap van het bord van zijn partner, stelt een vraag met volle mond, gaat weer zitten, gaat weer staan gaat weer zitten, neemt een hap. Ondertussen werkt zijn collega op zijn netbookje lekker door.

Tot zo ver Online te Detroit DTW. Ik drink mijn Sam Adams op en ga plassen.