Berichten en notities van Niek de Greef tijdens zijn reizen. Reflecties en observaties van wandeltochten, fotowalks, hikes in de stad en op het platteland en trip in het buitenland.
Een kalme dag. Slecht weer. Vooral in de ochtend regent het hard, zoals voorspeld. We gebruiken deze tijd voor het aan elkaar knopen van de open eindjes in de reisplanning van de komende week.
’s Middags klaart het wat op. We wandelen naar de geisha-wijk Higashi Chaya. Onderweg schieten we een sushi-restaurantje binnen om wat te eten. Er is plaats voor 15 tot 20 mensen, maar de zaak is bijna leeg. Er zit een Amerikaans stel aan de bar dat luid in gesprek is. We zijn wat laat voor een lunch, maar de kok achter de bar wil ons nog graag helpen. We weten niet wat we willen en kunnen bestellen, maar de kok stelt voor dat hij dan iets voor ons samenstelt. Dat blijkt een geweldige keuze te zijn.
Voor onze neus maakt hij met veel toewijding sushi voor ons klaar. Meticuleus. Vis en inktvis worden uit de koeling direct en met precisie gesneden en geserveerd. Deze man moet, voor zover wij kunnen beoordelen een absolute topkok zijn. Het gerecht is de overtreffende trap van de goede sushi die we gisteren aten. Deze man is een Kunstenaar met een hoofdletter K. We bedanken de kok uitbundig voor de geweldige maaltijd, die niet eens krankzinnig duur is.
Higashi Chaya
In Higashi Chaya zijn nauwelijks nog echte geisha’s te bekennen. Een enkele traditionele dame schrijdt door de straten. Japanse toeristen die zich voor de lol als geisha verkleden zijn er in overvloede, maar de kleding komt duidelijk uit de winkel waar je traditionele kimono’s kunt huren, en ze missen de waardige tred van de echte geisha.
Het is een erg toeristisch gebeuren. Er zijn veel winkeltjes waar de keramiek gekocht kan worden waar Kanazawa bekend om is. En het wemelt van de restaurantjes.
Moderne kunst in Kanazawa
In het station maken we weer de noodzakelijke reserveringen voor de Shinkansen voor de komende dagen. We lopen naar het museum voor modern kunst, het Kanazawa 21st Century Museum of Contemporary Art. We bekijken de tentoonstelling, maken een rondje door het nabijgelegen park.
Daarna slenteren we terug, passeren Ishikawamon Coffee. Tevreden met onszelf. Soms struikel je per ongeluk het beste restaurant binnen.
Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.
Op 3 januari liep ik een rondje bij Egmond-Binnen. Een paar blokjes voor het Noord-Holland Grid Project die ik nog niet had. Blokjes waar je alleen kunt komen via een doodlopend pad. Een verhard pad loopt achter de boerderijen langs, dwars door de weilanden.
Een jongen staat bovenop een berg te scheppen. Tegen de blauwe hemel steekt zijn gravende silhouet mooi af. Wat hij precies schept, is me niet duidelijk. Ook het nut van zo’n enorme berg met de hand te lijf gaan, ontgaat me. Een trekker waar voorop de schep van een shovel is gemonteerd, doet het grote werk. Het licht staat laag, trekt lange winterse schaduwen, zwak. Wolken dreigen een eind te maken aan deze frivole winterse helderheid.
Bij Ishikawamon Coffee, waar we gisteravond dineerden, ontbijten we bij de ontzettend aardige oude dame. Het ontbijt is eenvoudig, maar prima.
De Nagamachi wijk en de tuinen
We wandelen naar Nagamachi, de voormalige wijk van de samoerai van de Maeda-clan. Nu staan er nog oude houten woningen, sommige zo goed als origineel. De sfeer is rustig, misschien wel dankzij het zwaarbewolkte weer dat regen dreigt. We bekijken een paar traditionele huizen met mooie tuinen. Ik vergeet helaas de namen van de woningen op te schrijven.
We eten en drinken iets bij een gezellige gelegenheid met de grappige naam Moron Cafe. Ik probeer op te zoeken of dat iets speciaal betekent in het Japans, maar ik kom tot de conclusie dat het dezelfde betekenis heeft als in het Engels.
Het kasteel van Kanazawa, Gyikusen-inmaru en tuinen
We wandelen door naar het Kasteel van Kanazawa via Gyokusen-inmaru Garden, een historische tuin aan de voet van het kasteel. De tuin is heel fraai aangelegd, heel strak. Het doet een beetje surrealistisch aan. Ik probeer de toeristen buiten de foto te houden en dan lijkt het wel een landschap als in een model-treinbaan.
Op een enorme heuvel midden in de stad is een kasteel met tuinen gerestaureerd: Kanazawa Castle Park. We bezoeken een van de enorme houten gebouwen die volledig opnieuw zijn opgebouwd, op traditionele manier. Dat wil zeggen met enorme balken en houten wiggen en spieën, zonder gebruik van enig metaal.
Via de tuinen van het kasteel lopen we naar de vismarkt van Kanazawa, Omicho. De markt is een grote overdekte ruimte met verschillende steegjes, waar veel viswinkels zijn samengebracht. De vis wordt meest ter plekke gegeten. We lunchen in een van de sushi-restaurants in de markt. Er is nog net een plekje voor twee personen aan de bar waar de koks ter plekke de gerechten staan klaar te maken. Met eerbiedig-spottende blikken volgen de Japanners ons gepriegel met de stokjes om de gladde rauwe vis in bedwang te krijgen.
Tenslotte bezoeken we een traditionele villa. Ook deze is omringd is door een onwaarschijnlijk mooie tuin waar we doorheen dwalen. Het begint te regenen en de belletjes langs de afvoer van de daken beginnen te tingelen.
We dwalen nog even door de stad, maar de regen wordt heviger en zoeken relatief vroeg ons appartementje weer op.
Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.
Vandaag liep ik een rondje blokjes van het Noord-Holland grid project bij Bergen. Een langetermijnproject waarin ik de provincie systematisch fotografeer. Bergen ligt vlakbij, maar toch ging ik grotendeels door een gebied waar ik nog nooit was geweest.
Ik parkeer bij de voetbalvelden van FC Bergen. Het is bewolkt en gelukkig staat er niet meer die ijskoude wind van gisteren. Ik loop naar het zuiden langs de Groeneweg tot bij Ecodorp Bergen. Het bestaan van van deze gemeenschap die zich richt op duurzaam leven kende ik nog niet.
Ik ga het terrein niet op maar sla linksaf en even verderop rechts, langs het terrein. Het is een bijzonder stuk grond. Er staat nog een zeer militair aandoend toegangshek en een bordje waarop staat dat dit een terrein van Defensie is.
Het terrein is een voormalig vliegveld, lees ik later op Defensiefotografie.nl. Dat is dan weer een club met de bijzondere missie “om de krijgsmacht en de defensiesector op een eerlijke en beeldende manier te tonen”. Defensie heeft een deel van het terrein verkocht aan Ecodorp Bergen. Het is “Verkocht wegens Vrede”, meldt de website.
Het hek herken ik. Ik kwam hier eerder vanaf de Hoeverweg tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef. Even verderop staat langs de weg een bord: ‘Verboden voor drones.’ Defensie zal hier dan dus nog wel iets doen, gezien dat het en het droneverbod. Ik neem aan dat de Ecodorpelingen niet zo’n toegangshek met een pasje nodig hebben, en zich tegen drones moeten beschermen.
Er ligt een dode reiger in de wei. Ik loop door langs de weg, bij de Bergerringsloot sla ik rechtsaf en volg het water. Een minuut of 10 later kom ik voor het eerst iemand tegen tijdens mijn wandeling, een man die zijn hond hier uitlaat. Onderaan de dijk van de ringsloot zijn betonnen verstevigingen aangelegd, vermoedelijk door Defensie.
Verderop rechtsaf, langs de Ringsloot van de Bergermeer. Ik loop langs een grote manege met pony’s. Een vrouw zit op een pony op een verhoging in het terrein langs het water. Ze kijkt geconcentreerd voor zich uit. Ik groet haar. Ze zegt niets terug. Als ik me 100 meter verderop omdraai, staat ze daar nog steeds, nog steeds bewegingloos.
Ik kom in het bunkergebied van Bergen. Betonnen koepels tussen de duinen, half verscholen onder zand en braamstruiken. Een bijzonder landschap.
Bij de Philisteinse molen steek ik het water weer over. Ik zoek waarom deze molen deze bijzondere naam heeft. Vanwege de naam van de polder die hij droogmaalt: de Philisteinse polder. Maar de zoektocht naar de oorsprong van de naam van de polder blijft onvruchtbaar, en ik stop er na een minuut of 10 mee. Je duikt het ene konijnenhol in na het andere.
De molen wordt verbouwd. Vers riet, de wieken liggen in het gras.
Een hele fijne mist zakt over het land. Mijn bril beslaat. Ik loop langs de rand van Bergen. In het weiland loopt een man met een metaaldetector. Hij detecteert iets, neemt een spade van zijn schouder en begint te graven. Ik kan door de wazige glazen niet zien wat hij opgraaft.
Een stukje door het bos terug naar de auto. Twee uur gelopen, bijna acht kilometer. Een stuk onverwacht Noord-Holland, vlakbij huis.
Na twee dagen in de bergen van Nikko is het tijd voor de westkust. We reizen 600 kilometer naar Kanazawa, van Nikko naar de westkust van Honshu. Voor de zekerheid controleren we onze reisplannen bij het JR station in Nikko, nog niet helemaal gewend aan het treinensysteem. Maar de trein rijdt als we dachten. We regelen hier ook gelijk de rest van de reserveringen voor de tot nu geplande Shinkansen ritten.
Toeristen kunnen een Japan Rail Pass kopen, waarmee je een, twee of drie weken aansluitend met de meeste treinen en bussen kunt reizen, inclusief de Shinkansen lijnen. De ingangsdatum van de pass regel in Japan zelf op een JR Station.
Op het perron proberen we een flesje warme koffie uit een automaat. Automaten met diverse producten kom je overal in Japan tegen. In de meest afgelegen plekken kan je opeens tegen een automaat aanlopen met thee, koffie, en frisdranken. De koffie is niet goed en niet slecht; drinkbaar, wat ons eigenlijk meevalt.
We zijn nog niet zo lang in Japan dus de strakke lijnen op het perron waarmee wordt aangegeven hoe je moet voorsorteren voor het instappen zijn nog indrukwekkend. Zoals we in Nederland chaotisch samendrommen voor de treindeuren is in Japan ondenkbaar. Niemand dringt voor.
Japanners zijn echt heel erg behulpzaam. Vanochtend staan we even bij een automaat te prutsen met de Google app om te vertalen wat de automaat verkoopt. Van de andere kant van het perron komt een man naar ons toe om te vragen of hij ons kan helpen. Dat is al de vijfde of zesde keer dat dit ons gebeurt in de korte tijd dat we in Japan zijn. Dit lijkt te contrasteren met de schuwheid die je soms ook ervaart. Misschien dat de Japanners die Engels spreken zich ogenblikkelijk geroepen voelen om buitenlanders in hun land te helpen.
De trein naar Utsonomia blijkt een metro. De overstap op de Shinkansen naar Omiya en dan naar Kanazawa is vanzelfsprekend.
Jammer genoeg kan je niet veel van het landschap zien waar we doorheen reizen. De Shinkansen rijdt de meeste tijd in een halfhoge betonnen bak waar je vanuit de trein net niet overheen kunt kijken. Maar waar we het landschap kunnen zien, is het fantastisch. Een landschap dat voor ons nieuw is. De heuvels, dalen en rivieren lijken niet op iets dat we al kennen. Overal is de inrichting van het landschap verzorgd. Japan is natuurlijk dicht bevolkt, zeker vergeleken met Nieuw-Zeeland waar we net vandaan komen. Toch is het nergens chaotisch. Alles lijkt onder controle.
De snelheid van de trein is indrukwekkend. We moeten twee keer overstappen en een stuk met de bus in de stad, en toch staan we 5 uur later en 600 km verderop voor ons nieuwe onderkomen in Kanazawa.
Omdat het weer zo prachtig is, gaan we direct de Kenroku-en tuin bezoeken; naar zeggen een van de mooiste tuinen van Japan. Met het middaglicht dat eind van de dag langzaam steeds lager zakt en langere schaduwen trekt, krijgen de oude bemoste bomen en de vroegbloeiende bloesembomen een aparte sfeer. Jongeren lopen in traditionele kleding, we kwamen dit ook in Tokyo tegen.
Tegen 7 uur gaan we op zoek naar een restaurant. Hoewel we aan de rand van het centrum van de stad zitten, blijken veel restaurants al gesloten. We vinden een klein restaurantje onderin een onaanzienlijk grijs betonnen gebouw, waar een op een bord te lezen is dat ze koffie en breakfast verkopen. Ishikawamon Coffee is inmiddels gesloten. Op het internet vond ik een teleurgesteld bericht dat ik helemaal begrijp: https://kanazawa-drifter.net/entry/cafe/closed/ishikawa-mon
Als we naar binnen lopen, zien we drie zachtjes-kletsende tienermeisjes zitten aan een tafeltje; de ruimte is verder leeg. We twijfelen of dit wel is wat we zoeken, de meisjes zitten aan de thee. Net als we denken verderop ons geluk te proberen, komt er een heel kleine, gebogen, magere oude dame naar ons toe. Ze viel niet meteen op; de vloer achter de bar is verlaagd waardoor ze net aan met haar neus boven de bar uit komt. Ze schuifelt naar ons toe en wijst ons een tafeltje. Ik kijk om mij heen maar ik zie geen keuken. ‘Misschien ergens achter?’, denk ik nog. Met gebaren en wat Japanse woorden maken we duidelijk dat we wat willen eten en verdomd; ze komt met een kleine menukaart aan, in het Japans.
Onze vriendelijke gastvrouw blijkt een paar woorden Engels te spreken, waardoor we er samen uitkomen. We kunnen kiezen uit huisgemaakte curry, pasta of pilav. Geen Japans? We kiezen beide voor de curry. De dame verdwijnt achter de bar, rommelt wat in een vriezer en als ze weer tevoorschijn komt, heeft ze twee Tupperware-bakjes in haar handen waarmee ze achter een gordijntje verdwijnt. We horen een deurtje open en weer dichtklappen en daarna het bekende geluid van knoppen die ingedrukt worden, gevolgd door het zoemende geluid van een magnetron. De curry met rijst is dan opgewarmd, maar desalniettemin zeer smakelijk. Morgen maar eens proeven wat voor breakfast ze voor ons kan toveren.