Berichten en notities van Niek de Greef tijdens zijn reizen. Reflecties en observaties van wandeltochten, fotowalks, hikes in de stad en op het platteland en trip in het buitenland.

Fotowandeling De Meer Amsterdam: doorweekt in de regen

Gisteren een heldhaftige poging gedaan om een fotowandeling te maken bij De Meer in Amsterdam. Het begon droog. Het eindigde doorweekt.

Ik parkeer bij het voetbalveld van Zeeburgia. De route: langs het Science Park van de UVA naar het Amsterdam-Rijnkanaal, dan zuidelijk richting Diemen. Onder de A10 door bij Oud-Diemen, en dan het pad onder de snelweg volgen.

De Meer is een vreemde plek. Industrieel Amsterdam. Datacenters, volkstuinen, sportvelden, snelwegen. Het grenst aan niets en alles tegelijk. Niet mooi, niet fotogeniek.

De aanhoudende motregen heeft me inmiddels doorweekt. Mijn camera is nat. Mijn kleding is doorweekt. Bij de eerste gelegenheid weer onder de A10 door, De Meer in, snel naar de auto.

Afgedropen dus.

Meer Amsterdam fotografie: Westhaven, Amsterdam of Amsterdam Oudejaaarsdag.

Over mijn Noord-Holland Grid Project.

Wormer

Gisteren rond Wormer gelopen. Het dorp, gebouwd in de Noord-Hollandse moerassen, is doordrenkt van het water. Het grasland ligt onder het niveau van het water in de sloten met hun opgehoogde wallenkanten. Alles is drassig. Maar iedereen heeft een bootje.

Het laatste stukje loop ik langs de oever van de Zaan bij de Veerdijk. De meeste pakhuizen zijn gerenoveerd. Aan de rest wordt gewerkt. Jaren geleden liep ik hier ook langs met mijn fototoestel. Toen was het nog een grimmige toestand aan deze kant van het water.

Na drieën verdwijnt de zon achter de laag hangende wolken en neemt het licht mee. Maar dan ben ik alweer bij de auto.

Drie foto’s uit 2015, genomen langs de Veerdijk.

Een avond op Detroit airport:

(Onder dit verhaal, stel je voor het continue commentaar bij de American Football wedstrijd die op de tv’s aan de muur wordt weergegeven).

Links van me zitten twee mannen van een stuk in de veertig, collega’s waarschijnlijk. Ze drinken cola achter hun laptop – de ene een dikke Sony, de ander een slanke MacBook Air. Van die jongen met sweaters, coltruien. Één zit de hele tijd met zijn been te trillen. Ze zijn een tekst aan het editen. Achter ze zit een ouder stel met hele foute blousejes aan, zij één met fijne roze bloemetjes, hij een soort golf patroon in blauw/paars/grijs. Beide dragen ze goedkope witte gympen. Ze drinken witte wijn, wat ik voor deze snacktent afwijkend vind. Ik denk aan goedkope zure sauvignon blanc. De man heeft flaporen en een bijbehorend schlemielig kapsel, de vrouw is misschien bij dezelfde kapper geweest.

Het meisje dat me bediend heeft een knap gezicht en kort geknipt, zwart geverfd haar. Ze is maar een beetje dik. Ze heeft zwarte ogen. Ik blijf nog even langer zitten om daar nog een paar keer in te kunnen kijken. Aan de overkant onder de televisies (American Football en een soort bingo) proberen zich te vermaken: een jong paartje – beide zitten naar hun smartphone te staren, een gezinnetje – die hebben het kennelijk wel gezellig met zijn drieën, een echtpaar van midden veertig die zich met de armen over elkaar de pest zitten te vervelen en elkaar verwacht ik opmerkingen toeschuiven over de afgrijselijke televisieprogramma’s die boven mijn hoofd worden vertoond.

Iedereen zit langs de rand van de ruimte, valt me nu op, en niemand zit aan de tafeltjes die meer in het midden staan.

Detroit airport interieur snacktent

Het is onduidelijk wat de foto’s van oude auto’s aan de muur ons moeten vertellen. Ik vermoed dat ze ons een soort jaren zestig gevoel moeten geven, wat ook met de mica tafeltjes en de bankjes langs de muur willen bereiken.

De collega’s hoor ik net, zijn Engelsen. Dat verklaart de kleding in ieder geval. My goodness die oudere vrouw van dat echtpaar, met haar beige broek met grijze sokken er onder, zet haar rugzak op haar schoot en gaat er liefhebbend met haar armen omheen geslagen zitten wiegen.

Er is een Chinees stel twee bankjes verderop voor me gaan zitten. Eén van de twee weet van gekkigheid niet hoe macho hij moet doen. Hij staat op, gaat weer zitten; praat te hard; trekt zijn poepbruine leren jas aan, gaat staan, neemt een hap, gaat weer zitten, neemt een hap van het bord van zijn partner, stelt een vraag met volle mond, gaat weer zitten, gaat weer staan gaat weer zitten, neemt een hap. Ondertussen werkt zijn collega op zijn netbookje lekker door.

Tot zo ver Online te Detroit DTW. Ik drink mijn Sam Adams op en ga plassen.

Beverwijk — Marktkooplui, vervallen straten en een haven vol zand

Van de week door Beverwijk gelopen. Mijn partner bij het ziekenhuis afgezet. Een dik wolkendek hangt over Noord-Holland. Het beperkte licht lijkt de kleuren te dempen.

In de hoofdstraat van Berverwijk is de markt nog in opbouw.

“Ik ben een marktkoopman, geen watje,” zegt de man die kleding aan het uitladen is tegen zijn buurman.

Ik kan er niet zoveel mee, met dit fletse Beverwijk. Dwars op de hoofdstraat is een straat waarin de huizen vrijwel allemaal in vervallen staat zijn, of al helemaal verlaten.

Ik rijd naar de haven. Bij een oranje silo die met kant is bekleed ligt een enorm schip met zand. Het wordt overgestort in de silo. Onder de silo staat een oude trekker met een aanhangwagen. Een heftruck laadt fietsbanden uit een vrachtwagen. Een man bij de viskraam hoor ik een broodje paling bestellen.

Dan is mijn tijd om.

Kijk meer van mijn Noord-Holland Grid project en meer posts hier.

Krommenie

Afgelopen zaterdag liep ik een rondje bij Krommenie. Via Busch en Dam liep ik het dorp in. Bij Busch en Dam even bij De Verloren Kapel gekeken.

Via een bruggetje waarvan ik het bestaan niet kende ging ik het dorp in via de Militaireweg. Het wemelde in de bomen van de halsbandparkieten.

Verderop liep ik een drumband achterop, die op weg was naar Sinterklaas. Het vervoer van de Sint was niet een schimmel maar een Mustang (merk Ford).