Berichten en notities van Niek de Greef tijdens zijn reizen. Reflecties en observaties van wandeltochten, fotowalks, hikes in de stad en op het platteland en trip in het buitenland.
Op een zondag in juni sprak ik af met een vriend voor een fotowandeling bij Wijk aan Zee. In het binnenland was het zonnig, maar over de kustrand hing zo’n typische strook mist. De zon kon er geen vat op krijgen. Op zich leverde dit moeilijke licht wel aparte beelden op, maar je moet er van houden. Na langs het strand bij Wijk aan Zee te hebben geslenterd, verplaatsten we ons naar de pier verder zuidelijk, het wordt daar Velsen-Noord. Dezelfde mistige beelden van strandgasten in de mist.
Gisteravond bij IJmuiden foto’s gemaakt. Geparkeerd aan de Harlingenstraat, aan de noordkant van het jachthaventje van IJmuiden aan Zee (als het zo heet). Tussen de Harlingenstraat en de zeekant is een hoge betonnen muur opgetrokken. Aan de andere kant is een duin gemaakt waartegen twee lange rijen strandhuisjes zijn neergezet, met een klein strandje als voortuin. Het strandje, zo lees ik later op Google maps, heet dan ook het Kleine Strand. Rechts, voor de bewoners, uitzicht op de Hoogovens/Tata/Corus.
Ik loop over de pier langs het strandje, met de bedoeling bij het grote strand van IJmuiden uit te komen. Helaas heb ik geen rekening gehouden met de haveningang, die het onmogelijk maakt via deze weg het strand te bereiken. Ik herinner me nu dat ik er al eens eerder in was getuind. Om het strand te bereiken vanaf hier moet je helemaal om het jachthaventje heen lopen, of rijden. Ik besluit het laatste te doen, en slenter terug naar de auto.
Aan de andere kant is een enorme parkeerplaats. Ik parkeer bij het hotel vooraan de Kennemerboulevard, en slenter over de boulevard naar het strand. Halverwege zit een Chinese familie te dineren.”Een oorlel zo groot als een biefstuk, door die wespensteek,” vang ik op.
Het strand is behoorlijk leeg. De laatste dagjestoeristen verlaten het strand en de strandtenten zijn aan het opruimen. Alleen bij de strandhuisjes is nog leven. Hier een nog langere rij van drie etages strandhuisjes.
Beachvolleybal in de ondergaande zon. Twee vrienden zitten op een blok beton naar de horizon te kijken, een fles aan hun voeten.
Jersey – a day ending with a disgusting fish meal with brown sauce – or something awkward like that. We were really tired and just wanted to have a meal and get to sleep. Pretty sure we would have walked out otherwise.
In mijn jeugd was sneeuw in de winter niet zo ongewoon. Deze winter nadert een week van sneeuw en vorst, en dat leidt tot nogal hysterische voorzorgsmaatregelen. Treinen en bussen rijden niet meer. Mensen slaan voorraden in. De regering waarschuwt ons met een code rood alarm.
Voor veel andere plaatsen, zoals Scandinavische landen, Rusland, staten in Noord-Amerika en Canada, zou de sneeuw die wij krijgen een babywinter zijn. Als zij op zo’n klein beetje sneeuw zouden reageren als wij, zouden hun plaatsen het grootste deel van het jaar onbewoonbaar zijn.
Ik haalde mijn oude sneeuwlaarzen uit de kast en ging een (foto)wandeling maken. Halverwege de wandeling merkte ik dat mijn laarzen begonnen te lekken. Een beetje onderzoek leerde me dat dat niet zo vreemd was. De rubberen zool van mijn laarzen moet in de loop der jaren in de kast helemaal zijn uitgedroogd. Grote scheuren in de onderkant van de ene laars, een groot gat in de andere.