Manga, regen en doolhoven: een dag in Osaka en Takarazuka

Opnieuw regen. Vandaag bezoeken we het Manga Museum in Takarazuka, ter nagedachtenis aan Osamu Tezuka, de grondlegger van de moderne manga. Een uurtje reizen met de trein vanuit Osaka.

Station Osaka is op zich al een avontuur: het staat op een ondergronds winkelcomplex van acht verdiepingen. Om van het ene naar het andere perron te lopen ben je zomaar vijftien minuten onderweg. De borden in het Engels zijn schaars en af en toe misleidend. Uiteraard is ook Google Maps onbruikbaar in dit driedimensionale doolhof.

Een oude man schiet ons aan als we weer staan te zoeken. Kan hij helpen? Wij zeggen waar we heen willen: perron 4 richting Takarazuka, met de Takarazuka Main Line. Hij bladert in een notitieboekje en laat een met de hand getekend kaartje zien van een deel van de stationsomgeving. In goed Engels legt hij uit hoe we moeten lopen.  Opnieuw een behulpzame Japanner die uit het niets verschijnt.

hadgetekend kaartje van het station van Osaka

Het Manga Museum is gevestigd in het huis waar Osamu Tezuka opgroeide. Manga, zo blijkt, heeft zijn wortels al in de jaren ’60. Dat is een verrassing voor ons. Wij groeiden op met Disney, Annie M.G. Schmidt, Lucky Luke, Asterix en Obelix. En later Mad en Robert Crumb. Voor liefhebbers van tekenfilms, strips en manga is dit museum een feest. Originele tekeningen, een film over Tezuka’s leven. Een mooie ervaring. We verlaten het museum, en lopen door de regen terug naar het station van Takarazuka.

Manga Museum over Osamu Tezuka in Takarazuka
Takarazuka Revue poster
TakarazukaStraat in

Terug in Osaka is het nog steeds niet droog. We duiken het Osaka History Museum in, vlak bij het kasteel. Het museum beslaat de zevende tot tiende verdieping van een NHK-gebouw, met een ingang die bijna verborgen is: een klein Engels naambordje tussen het Japanse schrift weggewerkt, in een grijs betonnen gebouw. Binnen wordt de geschiedenis van Osaka verteld: een welvarende stad, maar ook kwetsbaar door houten gebouwen. Het moet een prachtige levendige stad geweest zijn, die volledig werd verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog. De presentatie is visueel indrukwekkend. Een aangename verrassing.

maquette in het osaka history museum

Nog steeds regen. We bezoeken een overdekte winkelcorridor, Tenjinbashi-suji Shopping Street. Deze is wel 2,5 kilometer lang. Alles is er: drogisterijen, eettentjes, kledingzaken, kappers, streetfood, groentewinkels, supermarkten, gereedschapswinkels, en talloze gokhallen. Wat je maar kunt bedenken, het is er.

Tenjinbashi-suji Shopping Street
Osaka straatbeeld
Osaka straatbeeld op een brug bij regen

Met een zak vol streetfood en bijna droge kleren keren we terug in ons appartementje. Een dag vol contrasten: van manga tot oorlogsgeschiedenis, van ondergrondse doolhoven tot eindeloze winkelcorridors, en altijd die regen.

Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vorige aflevering.

Osaka straatje bij regenachtig weer in de avond
Osaka straatje in de avond
Osaka rivier vroeg in de avond

Nikko: kekkō, shimenawa en een ongeduldige gids

21 maart 2023 – Nikko

Het hotel biedt geen ontbijt, maar op de eerste verdieping is een klein zitje waar we zelf filterkoffie kunnen maken. Een bejaard echtpaar helpt ons. De vrouw is vriendelijk en behulpzaam, geduldig uitleggend hoe het koffiezetapparaat werkt. De man is nors en kortaf, knikkend als we iets vragen maar verder niets zeggend.

“My son,” zegt de oude vrouw. Ze knikt naar de norse jongeman achter de receptiebalie.

We drinken koffie bij het raam. De zon licht het laatste restje winterse sneeuw op de bergtoppen op. De lucht is helder en scherp, zoals alleen op hoogte mogelijk is.

tempel in het tempelcomplex van nikko

Nikko Kekkō

De Japanners hebben een gezegde: je kunt pas zeggen dat iets kekkō (prachtig) is, nadat je Nikko hebt gezien.

We wandelen opnieuw door het park. We zijn vroeg, het is nog rustig. We zien andere dingen nu. De echte omvang van het complex vooral. Hoeveel tempels, musea, mausolea en torii er werkelijk zijn, verstopt tussen de dikke bemoste bomen en oude stenen muurtjes.

een beeld in rood bij het tempelcomplex van nikko

Het mos op de stenen is dik als een tapijt. Bomen grijpen zich met kronkelende wortels vast aan de rotsen.

Tegen het middaguur begint het druk te worden. We eten een Anpan bij een kraampje. Dat is een broodje met een zoete rodebonenpasta. Dan verlaten we het complex. Een een stroom mensen beweegt langs ons, van het station naar het tempelcomplex. Voor het overgrote deel zijn het Japanners. Hier en daar horen we Amerikaans, Frans of Duits. Maar het zijn uitzonderingen.

Kanaya Hotel History House

We bezoeken het Kanaya Hotel History House, een stukje lopen vanaf de uitgang van het tempelcomplex. Ongeveer vierhonderd jaar geleden was dit een woning voor samoerai-krijgers. In 1873 werd het omgebouwd tot Kanaya Cottage Inn, een van de eerste plekken in Japan waar buitenlanders konden logeren.

Bij de ingang wordt het ticket uit het boekje gescheurd en krijgen we een muntje in onze hand gedrukt. Om het museum te bereiken moeten we door een zaal met deftig geklede mensen die zitten te lunchen. Vreemd om door iemands lunchruimte te moeten lopen om bij een museum te komen.

Het muntje is bedoeld voor de toegangspoort, een klein mechanisch poortje, ouderwets. Het klikt open en we gaan door.

De bejaarde gids met een schema

De entree van het museum is een kale ruimte. Hier kunnen we onze schoenen uitdoen en sloffen aantrekken. Bruine plastic sloffen, veel te groot, die klepperen bij elke stap.

We zijn de enige bezoekers.

Er hangen pijltjes aan de muur die de route aangeven. Ruimte na ruimte. Het huis is nagenoeg leeg. Geen meubels, geen decoraties. Alleen houten vloeren en die typische kamerschermen die ruimtes groter of kleiner kunnen maken.

Na een minuut of vijf verschijnt er plots een bejaarde Japanse vrouw. Ze spreekt ons aan op driftige toon, in moeilijk verstaanbaar Engels. Veel gebaren. Wijzend naar ons, naar de pijltjes, naar de volgende ruimte, terug naar waar we vandaan komen. De boodschap is desalniettemin duidelijk: we mogen niet op eigen houtje rondlopen. We moeten haar volgen.

In hoog tempo worden we door de rest van het pand geleid. Ze loopt snel voor een oude vrouw. Ze wijst, zegt dingen die we niet verstaan, opent schuifdeuren en sluit ze weer. Soms blijft ze staan en wacht ongeduldig tot we hebben gekeken. Dan loopt ze alweer door.

De tuin achter het gebouw is fraai. Keurig verzorgd. Kleine boompjes, zorgvuldig gesnoeid. Een vijver met koi. Stenen paden. Het is stil hier, vredig, in schril contrast met het ongeduld van onze gids.

“Beautiful,” zeg ik.

Ze knikt. “Yes, yes. Now we go.”

En dan worden we weer op straat gezet. Ze begeleidt ons naar de uitgang, buigt kort, en verdwijnt weer het gebouw in.

Kijkje op het park bij Nikko Tamozawa Imperial Villa

Nikko Tamozawa Imperial Villa

We wandelen door naar Nikko Tomazawa Imperial Villa. Een traditionele woning uit het begin van de twintigste eeuw, gelegen in een mooi park. De villa diende als buitenverblijf voor de keizerlijke familie tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw.

We dwalen door de lege ruimtes en het stille park. We genieten van de rust na de afgelopen dagen van stads- en toerismedrukte. Het park en de woning zijn in strakke stijl neergezet en vormen een geheel dat gebalanceerd aanvoelt.

Shimenawa: een touw als grens

We leren dat in Japan een touw aan een steen gebonden en op het pad gelegd of opgehangen een teken is voor verboden toegang. Dit heet een shimenawa, een traditioneel symbool om grenzen aan te geven.

Nikko Tamozawa Imperial Villa - shimenawa

Zo. Het is mooi geweest.

We lopen terug richting het centrum. De zon staat lager nu, de schaduwen worden langer.

Nikko is inderdaad kekkō. Maar ook een beetje bizar.

Beelden met Jizo, de rode mutsjes op de beelden

Dit is de vijfde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vierde aflevering.

912 uur Japan – Tokyo: Hassha merodi een huwelijk in Meiji

Onder een strakblauwe hemel bezoeken we Shinjuku en Shibuya in West-Tokyo. De voorjaarshitte heeft zich aangekondigd. Overal lopen mensen in korte mouwen, hoewel het voor Nederlandse begrippen nog fris is.

Kleine straatjes van tokyo - fto Niek de Greef

Hassha merodi

De deuren van de metro gaan open. Een geluid als kerstklokken klinkt op—hoog, helder, melodieus. We stromen naar binnen tussen salarymen in identieke donkere pakken en scholieren in matrozenpakjes.

Ik zeg stromen omdat het druk is, maar dit is niet de beruchte als-harinkjes-in-een-ton drukte waarmee de metro van Tokyo altijd wordt geassocieerd. Niemand duwt. Niemand staat ongemakkelijk tegen een ander aan geperst. Er is ruimte genoeg om te ademen, om je krant te lezen, om op je telefoon te kijken zonder iemands gezicht te raken met je elleboog.

Zodra de deuren dicht zijn, stopt het geluid.

Bij elke halte klinkt een andere melodie. Hassha merodi, de vertrekmelodieen. Sommige stations hebben hun eigen compositie, geschreven door lokale musici of schoolkinderen. Andere gebruiken fragmenten van klassieke muziek. Het is in elk geval aangenamer dan de doordringende pieptonen in Nederlandse treinen.

Een huwelijk in de Meiji tempel

We wandelen door het Yoyogi park richting de Meiji tempel. In het park is een hardloopwedstrijd aan de gang. Langs de hekken staan groepjes mensen te juichen. Sommigen hebben borden met tekst die ik niet kan lezen. Anderen roepen aanmoedigingen. De hardlopers lijken het niet te horen. Ze kijken strak voor zich uit, geconcentreerd, zwetend in de vroege voorjaarszon.

Met een omweg bereiken we de Meiji tempel. Dit is een recente Shinto tempel, gebouwd in 1920, ter ere van keizer Meiji en zijn vrouw. We lopen het complex door. Een groot open plein met grind. Gebouwen met donkere houten pilaren en koperen daken. Alles is groter, leger en stiller dan ik had verwacht. Toeristen fluisteren. Japanners buigen bij het altaar en klappen twee keer in hun handen voordat ze bidden.

traditionele trouwstoet bij de meiji tempel, met rode parasol en bruid met tsunokakushi - foto Niek de Greef

Net als we besluiten weer verder te gaan, komt uit een van de gebouwen een trouwstoet het plein op.

De bruid draagt een witte kimono, een ingewikkeld kapsel, bedekt met een witte hoofddoek, de tsunokakushi, de ‘hoornbedekker’, lees ik later, die haar jaloerse impulsen moet verbergen. De bruidegom draagt een zwarte kimono met brede schouders. Ze lopen langzaam, bijna plechtig, begeleid door familieleden in traditionele kleding.

Een priester in witte gewaden met een hoge hoed loopt voorop. Hij draagt een staf met belletjes die rinkelen bij elke stap.

Een bediende houdt een rode parasol boven het hoofd van de bruid. Het rood steekt fel af tegen het wit van haar kimono.

De stoet loopt over het plein. Houdt stil in het midden. Vormt een halve cirkel. De priester begint te zingen of te bidden, het is moeilijk te zeggen. Het klinkt als een monotone cantilatie, oud en vreemd. Niemand in de stoet beweegt. De bruid houdt haar ogen neergeslagen. De bruidegom staat recht, met zijn handen voor zich gevouwen.

traditionele japanse trouwstoet op het plein van de meiji tempel

Toeristen staan langs de randen van het plein en maken foto’s. Ik ook. Het voelt ongemakkelijk, als binnendringen in een privémoment, maar niemand lijkt er bezwaar tegen te hebben. Misschien is een huwelijk in de Meiji tempel altijd half-privé, half-publiek.

Na een paar minuten loopt de stoet verder, het gebouw weer in. De priester voorop, de belletjes rinkelend, de rode parasol wiegend boven het hoofd van de bruid.

En dan is het voorbij. Het plein is weer leeg.

Manga-stijl in Shibuya

We wandelen naar het centrum van Shibuya. Dit is een van de plekken waar manga- en anime-liefhebbers elkaar ontmoeten, vaak verkleed als een van hun favoriete karakters. De winkels verkopen hier veel manga-spullen.

De drukte op de bekende shibuya crossing - foto niek de greef

Bij Yoyogi National Stadium is een grote groep jongeren in manga-stijl samengekomen. Grote pruiken in felle kleuren. Uitbundige kostuums met capes, vleugels, gevechtsharnas van karton. Ze poseren voor elkaars camera’s. Ze zijn serieus bezig. Dit is geen grap. Dit is kunst, toewijding, identiteit.

de drukte van takeshita street

Op een groot scherm zien we dat hier later op de middag een cosplay-evenement plaatsvindt. We blijven niet lang. Het is druk, luid, te veel.

Het zakmes-incident in Wakaba East Park

Later zijn we in Shinjuku Gyoen, een groot park in het centrum. De sakura bomen staan in volle bloei en het is ook hier krankzinnig druk. Het lijkt alsof heel Tokyo dit park in wil om de bloesem te bewonderen. Overal zitten mensen onder de bomen. Ze maken foto’s van de bloesem, van elkaar, van zichzelf met de bloesem op de achtergrond.

We lopen verder. De drukte wordt minder. We bereiken Wakaba East Park, een kleinere tuin.

Vriendelijke maar resolute Japanners in uniform wijzen ons naar de ingang. Deze is niet waar je zou verwachten. Er is een lange rij. We wachten.

Om het park in te kunnen, moet je door een veiligheidscontrole die niet onderdoet voor die op een internationale luchthaven. Rugzakken moeten door een scanner. Jassen moeten uit. Een beveiligingsbeambte meet onze lichaamstemperatuur met een infraroodpistool. Waterflessen worden opengemaakt en geroken.

Dan gaat een pieper af. Een drietal beveiligingsbeambten verzamelt zich rond onze rugzakken. Ze kijken naar het scherm van de scanner. Ze wijzen. Ze overleggen. Een van hen opent mijn rugzak en haalt er voorzichtig, met twee vingers, mijn Zwitserse zakmes uit.

Er ontstaat opwinding. Niet paniekerig, maar wel serieus. Een meetlint wordt tevoorschijn gehaald. Het lemmet wordt gemeten, precies, met aandacht. Ze meten twee keer. Een van de beambten noteert iets op een klembord.

Dan pakken ze ook X’s zakmes uit haar rugzak. Ook dat wordt gemeten. Er volgt een discussie in snel Japans. Ik versta er niets van, maar het is duidelijk dat de lengte van het lemmet belangrijk is. Er is een grens. We zitten daar blijkbaar net overheen of net onder.

Uiteindelijk moeten we beide messen inleveren. We krijgen een plastic plaatje met een nummer. Bij de uitgang kunnen we de messen weer ophalen, verzekert een van de beambten ons in gebroken Engels.

We lopen het park in. Het is prachtig. We bekijken de prachtige tuin en de vijvers in het fantastische licht van de laag hangende zon. Tot een bewaker ons heel voorzichtig vraagt naar de uitgang te gaan. Het park zou tien minuten geleden al gesloten moeten zijn.

Fontein bij State Guest House Akasaka Palace in Wakaba East Park

Bij de uitgang halen we onze zakmessen weer op. De beambte controleert het nummer, geeft een korte buiging, overhandigt de messen. Alles verloopt zoals beloofd.

Bewakerbij State Guest House Akasaka Palace in  Wakaba East Park
straten van tokyo bij het vallen van de avond

Dit is de derde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de tweede aflevering.

Japanse waarnemingen

Vier weken in Japan. In een notitieboekje krabbel ik observaties, kleine dingen die me opvallen. Dingen die afwijken van wat ik gewend ben, of juist bevestigen wat ik al vermoedde. Hier een selectie.

In ons appartement voor vier personen staan twee eenpersoonsbedden en twee opklapbedden tegen de muur. De opklapbedden zijn de moderne versie van de futon, de Japanse opvouwbare slaapmat. ’s Ochtends klap je ze op, ’s avonds klap je ze uit. Het went snel.

De Japanse jeugd lijkt minder strikt met mondkapjes dan de ouderen. In de treinen zie je steeds meer onbedekte gezichten, en dat zijn voornamelijk de jonge mensen. De ouderen blijven trouw aan hun masker, zelfs buiten.

Je kunt een fiets huren met een handige smartphone-app. Het probleem: de interface is alleen beschikbaar in het Japans. Voor toeristen onbruikbaar, tenzij je bereid bent wat te gokken met knoppen en pictogrammen.

Als het in Japan regent, lijkt het goed te regenen en de hele dag. Iedereen buiten is uitgerust met een robuuste, transparante plastic paraplu. Het plastic is dik, stevig. Deze dingen overleven een storm. In Nederland zouden ze binnen een week kapot zijn.

De Japanse kust is vaak lelijk gemaakt. Ranken van beton, netten, zandzakken en roestige hekken ontsieren stranden en boulevards. Ik vraag me af of dit te maken heeft met tyfoons, met het beschermen van de kustlijn. Het werkt in ieder geval niet esthetisch. Maar misschien is functie hier belangrijker dan schoonheid.

De Japanse surfer doet uitgebreide rekoefeningen voordat hij het water ingaat. Ze lijken zich ook een beetje schuldig te voelen als je langsloopt. Ik snap niet goed waarom. Misschien omdat publiek stretchen in Japan niet helemaal past bij de terughoudendheid die je overal ziet.

Er zijn vrijwel nergens buitencafés in Japan. Een biertje drinken of iets anders op een terras is een concept dat niet lijkt te bestaan. Ook een bar, een gelegenheid waar je even een drankje gaat doen, is ongebruikelijk. Je gaat naar een izakaya, een restaurant waar je eet en drinkt, of je drinkt thuis. De tussenruimte, die plek waar we op een terrasje de wereld voorbij zien komen, ontbreekt hier.

In drie weken tijd spot ik precies één terras. Het staat er een beetje verloren bij.