Ik lees Stephen Graham uit, Het geluk van de wandelaar. Ik kreeg het boek, en het is best goed. Geschreven rond 1925, maar nog steeds leuk. Verrassend genoeg gaat het niet over specifieke wandelingen. Het zijn aparte hoofdstukjes over verschillende onderwerpen die meer met filosofie en praktische zaken van wandelingen te maken hebben. Van wandelschoenen tot notities maken.
Inhaalslag met posts vandaag. Er stonden er een aantal klaar, maar deze week stond in het teken van editen van mijn mainframeboek. De laatste twee reviewers hadden hun commentaar ingeleverd en ik moest de volgorde van een aantal hoofdstukken omgooien en een hoofdstuk opsplitsen.
Schreef ook van de week nog een populair-wetenschappelijk stuk over quantum computing.
Mijn notitieboekjes zijn lange tijd een chaos geweest (en nog steeds wel een beetje). Ik wisselde van boekje, maakte onregelmatig aantekeningen, sloeg soms maanden over.
Het was even zoeken daarom om te vinden dat ik op deze dag in 2016 het volgende schreef. Ik was toen in de Verenigde Staten voor werk. (En was toen nog geen vegetariër.)
De kamer van het Hilton Double Tree is groot. Een soort keukentje, een zitje met een tv-toestel, en een slaapkamer met een tv-toestel, te bereiken via louvre-deurtjes. Standaard badkamer met uitzicht over een meer.
Gisteren gegeten in Champps, een typisch Amerikaans restaurant. Groot, hoog, vierkante ruimte met heel veel tv-toestellen aan de muur, ik denk wel 20.
Ik bestel de pulled pork, de regionale specialiteit. Ik las er voor het eerst over in Michael Pollan’s boek Een pleidooi voor echt koken. Het boek gaat o.a. over barbecue-specialiteiten in de Verenigde Staten. Varkens worden urenlang (dagenlang?) in de BBQ gegaard.
Ik kan geen foto’s van deze dag vinden, moet ik tot mijn schande bekennen. Wel een van de dag daarvoor. Voor we vertrokken moesten we op Schiphol ge-de-iced worden.
Ik stap uit en open het achterportier. Ik haal mijn camera uit mijn rugzak. Kinderen zwermen langs me heen. Ik schat ze tussen de tien en vijftien jaar oud. Ze doen een spel bij de stenen put op het midden van het pleintje. Hun spel werpt stofwolken op in het droge gravel van het pleintje.
Ik leg mijn camera op een statafel naast me. Ik draai me om en zoek in mijn rugzak naar batterijen. Iemand spreekt me aan en ik raak afgeleid. Als ik me weer omdraai is mijn camera verdwenen. Ik kijk om me heen, maar niemand heeft oog voor me. Ik sta daar een beetje verdwaasd te bedenken wat ik zal doen. Ik merk dat er nog iets weg is, maar kan niet bepalen wat het is.
Ik maak me niet druk over de verdwenen camera. Kennelijk heb ik nog een reserve camera, waarmee ik opgewekt op pad ga.
Opnieuw regen. Vandaag bezoeken we het Manga Museum in Takarazuka, ter nagedachtenis aan Osamu Tezuka, de grondlegger van de moderne manga. Een uurtje reizen met de trein vanuit Osaka.
Station Osaka is op zich al een avontuur: het staat op een ondergronds winkelcomplex van acht verdiepingen. Om van het ene naar het andere perron te lopen ben je zomaar vijftien minuten onderweg. De borden in het Engels zijn schaars en af en toe misleidend. Uiteraard is ook Google Maps onbruikbaar in dit driedimensionale doolhof.
Een oude man schiet ons aan als we weer staan te zoeken. Kan hij helpen? Wij zeggen waar we heen willen: perron 4 richting Takarazuka, met de Takarazuka Main Line. Hij bladert in een notitieboekje en laat een met de hand getekend kaartje zien van een deel van de stationsomgeving. In goed Engels legt hij uit hoe we moeten lopen. Opnieuw een behulpzame Japanner die uit het niets verschijnt.
Het Manga Museum is gevestigd in het huis waar Osamu Tezuka opgroeide. Manga, zo blijkt, heeft zijn wortels al in de jaren ’60. Dat is een verrassing voor ons. Wij groeiden op met Disney, Annie M.G. Schmidt, Lucky Luke, Asterix en Obelix. En later Mad en Robert Crumb. Voor liefhebbers van tekenfilms, strips en manga is dit museum een feest. Originele tekeningen, een film over Tezuka’s leven. Een mooie ervaring. We verlaten het museum, en lopen door de regen terug naar het station van Takarazuka.
Terug in Osaka is het nog steeds niet droog. We duiken het Osaka History Museum in, vlak bij het kasteel. Het museum beslaat de zevende tot tiende verdieping van een NHK-gebouw, met een ingang die bijna verborgen is: een klein Engels naambordje tussen het Japanse schrift weggewerkt, in een grijs betonnen gebouw. Binnen wordt de geschiedenis van Osaka verteld: een welvarende stad, maar ook kwetsbaar door houten gebouwen. Het moet een prachtige levendige stad geweest zijn, die volledig werd verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog. De presentatie is visueel indrukwekkend. Een aangename verrassing.
Nog steeds regen. We bezoeken een overdekte winkelcorridor, Tenjinbashi-suji Shopping Street. Deze is wel 2,5 kilometer lang. Alles is er: drogisterijen, eettentjes, kledingzaken, kappers, streetfood, groentewinkels, supermarkten, gereedschapswinkels, en talloze gokhallen. Wat je maar kunt bedenken, het is er.
Met een zak vol streetfood en bijna droge kleren keren we terug in ons appartementje. Een dag vol contrasten: van manga tot oorlogsgeschiedenis, van ondergrondse doolhoven tot eindeloze winkelcorridors, en altijd die regen.
Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.
We reizen verder met de Limited Express Thunderbird naar Osaka.
Een week Japan
We zijn nu al meer dan een week in Japan. Tokyo is een overzichtelijke heksenketel. Soms moet je je door flessenhalzen wurmen, zoals op stations of markten. En natuurlijk op de toeristische trekpleisters. Aan de andere kant, als je je even buiten de overvolle paden begeeft, is het plotseling enorm rustig, zelfs sereen.
Over het algemeen zijn de Japanners zeer behulpzaam, helemaal niet zo gesloten als je in de boekjes leest. Op het vliegveld verscheen er uit het niets een behulpzame man die ons hielp toen we stonden te schutteren bij de trein. En in deze week is dan nu al zeker vijf keer gebeurd: we staan een beetje te kijken hoe iets werkt, en plotseling staat er een iemand naast ons die vraagt of hij of zij kan helpen. Gisteren stopte de buschauffeur de bus, en kwam naar ons toe om te vragen waar we precies de bus uit wilden. Kom daar maar eens om in Nederland. Het is ondenkbaar dat een Japanse buschauffeur zou worden bespuugd door een passagier.
Over de treinen schreef ik eerder. Het blijft wennen de juiste trein te vinden uit de planningen van de verschillende vervoermaatschappijen. Google maps is redelijk accuraat, maar geeft niet altijd helder weer om welke maatschappij het gaat. Jorudan en Navitime zijn goede sites die hier beide bij assisteren. En dat went.
Toeristische trekpleisters worden overspoeld door toeristen. Je hoeft niet heel ver buiten deze gebaande paden te gaan en het is gelijk stukken prettiger toeven. Wat dat betreft is het niet anders dan in Amsterdam of New York. Heel erg druk waren de Meiji tempel in Tokyo, de Kanda Myoujin Shrine, het geisha district in Kanazawa. Nikko viel ons mee, maar schijnt ook heel erg druk te kunnen zijn.
De toiletten blijven een bijzondere ervaring. Je weet nooit wat je aantreft. De ene keer zit je op een eenvoudig toilet, de volgende keer tref je een complex apparaat met een verwarmde toiletbril. Het ingewikkeldste is het bedieningspaneel waarbij ‘de keuze is reuze’ als motto is gehanteerd. Knopjes te over, in het Japans. Het is een opluchting als het toilet bij opstaan zichzelf doortrekt, maar die mazzel hebben we niet altijd en dan is het puzzelen.
Naar Osaka
We reizen verder. Met de Thunderbird treinen we naar Osaka. Op het station wel netjes tussen de lijnen wachten, ook bij de bus! In de Thunderbird schieten we langs bebouwde gebieden met af en toe kleine rijstveldjes. Grote delen natuur zien we niet; het hele gebied van midden Japan is behoorlijk vol gebouwd.
Na Nikkō en Kanazawa, zitten we nu duidelijk weer in een meer mondaine stad; de meisjes in klederdracht zijn verdwenen. In Osaka lopen de dames er kinky bij, met rokjes die net op de billen vallen, felgekleurde haren, en suikerzoete shirtjes. Of juist in het zwart, gothic. Een andere groep kiest juist voor truttige kleding, uitbundig afgezet met kant: in het haar, op de mouwen, aan de jurken, als kraag op een shirt. Mooi hoe de tieners die bewust iets delen over wie en wat zij willen zijn.
Osaka is in de tweede wereldoorlog volledig platgebombardeerd. Het resultaat is een hypermoderne stad met veel wolkenkrabbers en een zeer levendig nachtleven. We dwalen een halve dag door de stad en als afsluiter bezoeken we het kasteel van Osaka.
Dit is de zesde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.