Over boeken, literaire reflecties en het web van literatuur, door Niek de Greef. Werner Herzog, Paul Theroux, V.S. Naipaul en meer. Nederlandse en Engelstalige boeken.
Dat valt dan weer tegen: het boekje van Nooteboom over Japan dat ik cadeau kreeg, blijkt een bundeling van verhalen die ik al eerder las in andere boeken van hem.
Een hedendaags hoofdkussenboek, je draagt het bij je om erin te schrijven zodra je je even kunt terugtrekken. Of, zoals ik, een half uurtje in de ochtend, voordat de dagelijkse beslommeringen losbarsten. Ik heb een rij kussenboekjes. Ik schreef al eerder over mijn notitieboeken.
Austin Kleon schrijft grappig over zijn notebook-rituelen en gunt ons een kijkje in zijn notitieboeken.
Hier een kijkje in de mijne: eentje uit 2017 en eentje uit 2009.
Op mijn nachtkastje stapelen zich drie boeken, elk met een eigen tempo.
Confessions of a Bookseller uitgelezen. Misschien is deze opvolger van The Diary of a Bookseller nog wel beter dan de Diary. Shaun Bythell blijft scherp observeren, met die droge Schotse humor die zijn klanten en het boekenvak even liefdevol als meedogenloos portretteert.
Ik open een brief in een witte enveloppe aan de heer De Greef. De brief blijkt van DUO en gericht aan mijn zoon.
Geachte heer De Greef,
De bedragen voor volgend jaar zijn vastgesteld. Het gaat over het product: Aanvullende beurs
Welke gegevens van u zijn gebruikt voor de berekening van de aanvullende beurs van uw kind(eren), leest u in het bericht dat voor u klaarstaat in Mijn DUO. Meer informatie over de aanvullende beurs kunt u lezen op duo.nl/extrageld
DUO verkoopt dus tegenwoordig producten. Financiële producten. De studieschuld van onze kinderen is een product geworden.
Het woord irriteert me. Een product. Alsof het om een hypotheek gaat, een verzekering, iets wat je verkoopt met winstoogmerk. Wat het natuurlijk ook is geworden sinds de invoering van het leenstelsel. De toegankelijkheid van het onderwijs, zo hoog in het vaandel bij sommige partijen, is verworden tot een businessmodel. Studenten zijn geen studenten meer, ze zijn klanten. En hun schuld is een product.
Ik leg de brief weg.
18 september
Ik lees nog steeds Wasdom en de editie Aaah! van Hard//hoofd magazine. Een moeilijke mix want beide vereisen hun eigen mindset, maar laten zich ook moeilijk binge-lezen. Hard//hoofd is verfrissend en afwisselend, met essays en verhalen die je snel door de pagina’s trekken. Wasdom daarentegen vraagt om rust en herlezen.
22 september
Aaah! van Hard//hoofd uitgelezen.
26 september
Wasdom uit. Moet ik nog eens lezen. Gedichten die je leest als een liedje, een rap, met ritme en herhaling. Peeters schrijft over groei en verval, over wat groeit en wat wegslijt. Over wat wasdom is – dat oude Nederlandse woord voor groei.
Als je niet oplet, hoor je het niet. Zoals je bij een liedje de tekst pas echt hoort als je stopt met meezingen en echt luistert. Dan merk je pas wat er staat.
Thomas Piketty en Michael Sandel schreven Gelijkheid (Equality). Het boek verscheen dit jaar, maar het voelt als een boek out of time in onze door verrechtsing en populisme gedomineerde tijd, waarin een streven naar gelijkheid weinig prioriteit lijkt te hebben. Thomas Piketty is een Franse econoom en schrijver, Sandel een Amerikaanse filosoof. Samen schreven ze Gelijkheid, in losse dialoogvorm, over hoe de ongelijkheid op economisch en politiek vlak, maar ook op het vlak van waardigheid, is gegroeid in de afgelopen decennia, en hoe deze zou kunnen worden hersteld.
Twee belangrijke instrumenten die de auteurs bespreken voor het verminderen van ongelijkheid zijn herverdeling en decommodificatie. (Ze ‘bespreken’ het in bijna letterlijke zin: de vorm van het boekje is die van een tweegesprek.) Bij decommodificatie worden economische sectoren buiten het winststreven van de markten gehouden. Denk aan onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer. Hierdoor kan de overheid beter sturen zodat de diensten beschikbaar blijven voor het hele volk en niet alleen voor degenen die het kunnen betalen.
Herverdeling is een ander mechanisme dat kan worden ingezet om vermogen eerlijker te verdelen, bijvoorbeeld door middel van een progressief belastingstelsel.
Problematisch in de politieke context is dat beide mechanismen door Westerse regeringen over de afgelopen decennia zijn afgebroken, vooral ook door partijen met een sociale inslag. Voorbeelden zijn Clinton, die vol inzette op het door Reagan gestarte marktdenken in overheidsdiensten, en Obama, die tijdens de financiële crisis van 2008/2009 commerciële ondernemingen moest uitkopen met grote sommen publiek geld. Ook in ons land zijn dergelijke voorbeelden eenvoudig te vinden waarbij marktwerking in publieke diensten door linkse partijen werd geaccordeerd of zelfs geïnitieerd: het openbaar vervoer, de energievoorziening, het zorgstelsel.
Sandel en Piketty voeren een discussie in het boek over de toegankelijkheid van universitair onderwijs voor mensen met lagere inkomens. Maar ook over het verbeteren van de waardering in de maatschappij voor mensen die lager zijn opgeleid.
Het verbeteren van de volksvertegenwoordiging van lager opgeleiden is ook een punt van aandacht in het boek. Hoe kunnen we deze groepen beter vertegenwoordigd krijgen in het parlement en vertegenwoordigende organen? Door een ander kiesstelsel?
Het populisme heeft de ongelijkheid aangegrepen om de politieke macht naar zich toe te trekken. Door de grieven van deze mensen aan te spreken hebben ze veel stemmen uit deze groepen weten te bemachtigen. Andere politieke partijen hebben vooralsnog grote moeite deze mensen aan te spreken. De partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum hebben de vrije markt omarmd zonder daarbij de gemeenschapszin in overweging te nemen, zonder oog voor de impact op lokale markten en industrieën.
Open grenzen, zo blijkt, leiden ook tot ander internationaal beleid. De scheefgroei die is ontstaan, is een gevolg van het ontbreken van een goed internationaal beleid. Het antwoord van Trump, terugkeren naar nationale belangen, is juist een beweging in de verkeerde richting. We zouden juist moeten kijken naar verder gaande internationale afspraken: over minimumlonen, over fatsoenlijke vennootschapsbelastingen voor internationaal opererende bedrijven, over milieumaatregelen, afspraken die ervoor zorgen dat lokale economieën worden beschermd. Zo ontstaat een beeld: identiteit en waardigheid van minder rijken moet op de agenda komen, het beteugelen van de kosten van de vrije markt op bijvoorbeeld het klimaat, het beschermen van nationale markten door internationale afspraken.
In het internationale politieke klimaat dat de afgelopen jaren is ontstaan, lijkt elke afspraak een loze belofte, als er überhaupt al een bereidheid is om tot afspraken te komen. Het overleven van politieke leiders lijkt belangrijker dan de belangen van de bevolking, en het opbouwende en praktische betoog van Piketty en Sandel lijkt helaas iets voor een verre toekomst.
Fifteen years ago, relatively little was known about Baker. This was partly due to the writer’s strategic development of his own mystery. In the winter of 1967, he was given an Arts Council award of £1,200. The Daily Telegraph reported on the award: “The most unusual of the [recipients] is John Baker, who lives in a council house in Essex and does not want to say which town in case the neighbours discover what he does. He has no telephone and never leaves his home.
Hetty Saunders kreeg toegang tot de archieven van J.A. Baker. Maar zelfs Saunders weet daarmee de biografie van deze teruggetrokken levende schrijver niet meer volume te geven dan zo’ 140 pagina’s. De rest van het boek deelt een selectie uit de gedichten die Baker schreef, en stukken uit de archieven.
Baker was een man die erg op zichzelf was. Hij had een paar vrienden, die hij trouw bleef. Zijn schrijven was uiterst precies, zijn observaties zijn precies en gedetailleerd, hij is gepassioneerd en schrijft poëtisch.
Voor de focus en eenzaamheid die Baker zocht is soms weinig begrip. In The New Yorker schrijft Cynthia Zarin bijvoorbeeld
The book was “The Peregrine,” by J. A. Baker. First published in London, in 1967, by HarperCollins, and reissued by New York Review Classics, in 2004, the book is a story of obsession.”
Maar de handvol artikelen die bestaan over Baker bevestigen dat er zo weinig originele bronnen zijn en artikelen klinken als een echoput. De originele geest die bedacht heeft dat het boek een verhaal over obsessie is is niet te vinden. Obsessief is Baker toch niet; wel degelijk toegewijd.
Andere beschrijvingen gaan nog verder in hun conclusies over Baker. In datzelfde artikel in The New Yorker gaat een lezer van Baker nog verder.
T. H. White’s classic “The Goshawk,” published in 1951, and “H Is for Hawk,” by Helen MacDonald, which appeared in 2014, are contemporary additions. Both books are about the art of falconry, in which birds of prey, by means of deprivation and reward, are taught to hunt to please their owners. White was a self-confessed sadist (he told his friend, the writer David Garnett, that his sadistic tendencies had destroyed his love life because of his need to inflict punishment on those he loved); for White, falconry provided the opportunity for cruelty by proxy. MacDonald, who became fascinated with falconry as a child (at eight she asked for a leather hawk leash and hood for Christmas), trains a hawk to allay grief after the death of her father. White’s book is essential to MacDonald’s—she follows his darker story alongside her own more familiar how-to-get-over-it saga. She is dismissive of Baker’s book, finding it frightening: a desire for death and annihilation disguised as an elegy for nature.
Een verlangen naar dood en vernietiging? Het lijkt dat MacDonald haar eigen gewelddadige oorsprong voor haar liefde voor de valkerij projecteert op Baker. Baker was een gepassioneerd natuurliefhebber en schrijver. Maar hij trainde geen roofvogels en jaagde niet. Een mensenschuwe misantroop wellicht, maar ook iemand die van schoonheid hield en zichzelf diep kon identificeren met de slechtvalk, en er prachtig over kon schrijven.
Like the hawk, I heard and hated the sound of man, that faceless horror of the stony places. I stifled in the same filthy sack of fear. I shared the same hunter’s longing for the wild home none can know, alone with the sight and smell of the quarry, under the indifferent sky. I felt the pull of the north, the mystery and fascination of the migrating gulls. I shared the same strange yearning to be gone. I sank down and slept into the feather-light sleep of the hawk.
Dit is geen obsessie, maar identificatie. Geen verlangen naar vernietiging, maar naar begrip.
Waarschijnlijk heeft het boek van Hetty Saunders de bronnen uitgeput en zullen we nooit meer over J.A. Baker te weten komen. Met succes heeft hij de details van zijn leven privé weten te houden.
Pilgrimage
I will venture into the supreme evening When cool webs of sunlight are straying to the sea And calm sails are soothing the forelands and the speechless hill. This staff I carry is winter madness, I have stripped it of seasons Down to the livid bone The immemorial winter; With it I will cut the shapes of infinite dreams Or follow the fading of some glorious cloud.
The Sound of Waves by Tatsuo Suzuki is a raw and energetic Japanese photobook that captures street life, live bands in small bars, crashing waves, youth, and identity in Tokyo.
The book feels restless and intense, moving between moments of chaos and quiet observation. Suzuki’s photographs are not polished or distant; they are close, direct, and sometimes uncomfortable, as if the camera is breathing in the same space as the people he photographs.
Does it matter if you read a photobook from left to right, as we are accustomed to in the West, or from right to left? Like in Japan? Tatsuo Suzuki’s book The Sound of Waves made me wonder when I found the imprint page in the back of the book, contrary to my expectations. So I read the book in both directions (do you ‘read’ a photobook?) and found from left to right seemed the best way to experience the sequence of pictures.
The book’s title, ‘The Sound of Waves’, is so to the point. You hear the waves crashing on the beach, the sound of a band playing live in a bar, fireworks, protests in the streets, rain, the noise of a crowded city, and trains arriving at a station.
Tatsuo’s book follows a tradition of Japanese black and white photography with grainy, sometimes blurry pictures, close-ups, dense pages with little place to rest – the white space between the images is black, drawing the viewer into the book. I see Eyes everywhere, the sad eyes of the models, eyes in the crashing waves. Tatsuo Suzuki drags us through a rough night in a hectic rhythm, and we finally reach dawn (reading left to right). On the last crash of waves, the sun melts away the gloom, with care.
It’s a sensory experience Tatsuo creates. It is a coming and going of the sea, breaking waves, street smells, people marching, yelling, the sweat and sound of a fierce drummer, nearby, traffic, wailing wind, the noise of the sea, murmuring crowd, a highway, more noise.