Vertraagde overtocht naar Terschelling

In het noorden binden ze de schaatsen onder om door de straten te schaatsen. Dan is een laag ijzel op een koude ochtend in de winter een bijzondere belevenis. Maar als je naar Harlingen moet rijden om de boot van 10 uur naar Terschelling te nemen, wordt het een minder grappige toestand.

We verzetten de boot naar de middagdienst. We lummelen in de ochtend, onwennig door de vrijgevallen tijd, naast de ingepakte spullen.

De boot van 15.00 uur wordt naar 17.00 verschoven vanwege het al extra lage water dat door de stevige oostenwind zodanig meer uit de vaargeulen is geblazen dat de veerboot er niet meer door kan.

De haven van Harlingen
Doorkijkje langs een gebouw in de haven van Harlingen

De wind is niet alleen stevig maar ook ijzig. Een wandeling door de haven van Harlingen lijkt op de ervaring van de winter van 1978-1979.

In de tijd die we hebben weten we net het strand van Harlingen te bereiken voor we weer terug moeten. Dik ingepakte wandelaars laten hun de hond uit.

Op de boot worden we getrakteerd op een gratis warme maaltijd. Als goedmakertje voor de verschoven dienst. Ik vraag me af of zo’n rederij, net als een vliegtuigmaatschappij, een compensatieregeling heeft voor opgelopen vertragingen. Maar ik heb geen zin om op te zoeken of het zo is.

De dames aan het tafeltje naast ons klagen over de lange dag die ze hebben gehad. Ze zijn kennelijk naar het ziekenhuis geweest. Drie injecties heeft een van de dames gehad. Ze aaien onze hond terwijl ze doorkwebbelen. ‘Hij heeft twee verschillende kleuren ogen,’ en schakelen in dezelfde zin over naar kaascrackers, en de loaded fries, de hit op het menu van rederij Doeksen. Het is moeilijk te volgen hoe ze van het ene naar het andere gespreksonderwerp doorlussen. Een van de dames wordt er zelf een beetje moe van. ze laat zich languit achterover zakken en doet haar ogen dicht. ‘Even tukken.’ De andere dame gaat soep halen. Toch maar geen loaded fries.

Na anderhalf uur zie je Terschelling vlakbij liggen, op Google Maps dan, en denk je dat je er bijna bent, maar het laatste stukje duurt langer dan je denkt. Het is toch alweer een half uur later voordat je de boot af bent.

Om acht uur hebben we onze spullen naar binnen gesleept. Ik loop nog een rondje met een uitgelaten (ja ja) hond door de vrieskou. En met de camera.

doorkijkje in hotelkamer tussen badkamer en woonkamer
gallerij van hotel op terschelling
bos van west-terschelling in de avond
bos van west-terschelling in de ochtend
huis in west-terschelling in de avond
bos van west-terschelling in de ochtend

Wachtkamer, verhuizen, foodhallen

foto prints van niek de greef

1 februari 2026

Hoi,
Deze week begint in het ziekenhuis als A. in de badkamer valt. Dezelfde wachtkamer waarover ik vorige week toevallig schreef. Gelukkig laten de foto’s zien dat er niets gebroken is.

Leuk! Ik verkoop een paar prints via mijn Let’s Go Analogue winkeltje.

Vrijdag en zaterdag twee dagen fysiek bezig geweest: P. helpen verhuizen. Ouderwetse spierpijn in mijn bovenbenen door het geknutsel aan IKEA-meubelen. Maar het is dan ook een room met een view, in een gerestaureerd pakhuis op de Kop van Zuid in Rotterdam.

Zaterdagmiddag lunch in de Foodhallen. Vietnamees, Surinaams, Koreaans, Spaans, Japans – alles onder één dak. Erg leuke plek, op 2 minuten afstand van P.’s nieuwe huis. Net als het Fotomuseum in Rotterdam, overigens. Daar kijk ik naar uit, zodra ik geen IKEA-meubeltjes meer hoef in elkaar te zetten.

De leeslijst van de afgelopen tijd wacht op mijn notities. Alleen die van Stephen Graham is klaar (handgeschreven manuscript), dus volgende week iets te doen.

Komende week: Reizen naar Terschelling, Ameland, Lauwersoog en Schiermonnikoog. Hou de mail in de gaten.

Tot volgende week, Niek

wachtkamer in ziekenhuis
stapeltje boeken
uitzicht uit kamer van appartement in rotterdam
foodhallen rotterdam

Nikko: kekkō, shimenawa en een ongeduldige gids

21 maart 2023 – Nikko

Het hotel biedt geen ontbijt, maar op de eerste verdieping is een klein zitje waar we zelf filterkoffie kunnen maken. Een bejaard echtpaar helpt ons. De vrouw is vriendelijk en behulpzaam, geduldig uitleggend hoe het koffiezetapparaat werkt. De man is nors en kortaf, knikkend als we iets vragen maar verder niets zeggend.

“My son,” zegt de oude vrouw. Ze knikt naar de norse jongeman achter de receptiebalie.

We drinken koffie bij het raam. De zon licht het laatste restje winterse sneeuw op de bergtoppen op. De lucht is helder en scherp, zoals alleen op hoogte mogelijk is.

tempel in het tempelcomplex van nikko

Nikko Kekkō

De Japanners hebben een gezegde: je kunt pas zeggen dat iets kekkō (prachtig) is, nadat je Nikko hebt gezien.

We wandelen opnieuw door het park. We zijn vroeg, het is nog rustig. We zien andere dingen nu. De echte omvang van het complex vooral. Hoeveel tempels, musea, mausolea en torii er werkelijk zijn, verstopt tussen de dikke bemoste bomen en oude stenen muurtjes.

een beeld in rood bij het tempelcomplex van nikko

Het mos op de stenen is dik als een tapijt. Bomen grijpen zich met kronkelende wortels vast aan de rotsen.

Tegen het middaguur begint het druk te worden. We eten een Anpan bij een kraampje. Dat is een broodje met een zoete rodebonenpasta. Dan verlaten we het complex. Een een stroom mensen beweegt langs ons, van het station naar het tempelcomplex. Voor het overgrote deel zijn het Japanners. Hier en daar horen we Amerikaans, Frans of Duits. Maar het zijn uitzonderingen.

Kanaya Hotel History House

We bezoeken het Kanaya Hotel History House, een stukje lopen vanaf de uitgang van het tempelcomplex. Ongeveer vierhonderd jaar geleden was dit een woning voor samoerai-krijgers. In 1873 werd het omgebouwd tot Kanaya Cottage Inn, een van de eerste plekken in Japan waar buitenlanders konden logeren.

Bij de ingang wordt het ticket uit het boekje gescheurd en krijgen we een muntje in onze hand gedrukt. Om het museum te bereiken moeten we door een zaal met deftig geklede mensen die zitten te lunchen. Vreemd om door iemands lunchruimte te moeten lopen om bij een museum te komen.

Het muntje is bedoeld voor de toegangspoort, een klein mechanisch poortje, ouderwets. Het klikt open en we gaan door.

De bejaarde gids met een schema

De entree van het museum is een kale ruimte. Hier kunnen we onze schoenen uitdoen en sloffen aantrekken. Bruine plastic sloffen, veel te groot, die klepperen bij elke stap.

We zijn de enige bezoekers.

Er hangen pijltjes aan de muur die de route aangeven. Ruimte na ruimte. Het huis is nagenoeg leeg. Geen meubels, geen decoraties. Alleen houten vloeren en die typische kamerschermen die ruimtes groter of kleiner kunnen maken.

Na een minuut of vijf verschijnt er plots een bejaarde Japanse vrouw. Ze spreekt ons aan op driftige toon, in moeilijk verstaanbaar Engels. Veel gebaren. Wijzend naar ons, naar de pijltjes, naar de volgende ruimte, terug naar waar we vandaan komen. De boodschap is desalniettemin duidelijk: we mogen niet op eigen houtje rondlopen. We moeten haar volgen.

In hoog tempo worden we door de rest van het pand geleid. Ze loopt snel voor een oude vrouw. Ze wijst, zegt dingen die we niet verstaan, opent schuifdeuren en sluit ze weer. Soms blijft ze staan en wacht ongeduldig tot we hebben gekeken. Dan loopt ze alweer door.

De tuin achter het gebouw is fraai. Keurig verzorgd. Kleine boompjes, zorgvuldig gesnoeid. Een vijver met koi. Stenen paden. Het is stil hier, vredig, in schril contrast met het ongeduld van onze gids.

“Beautiful,” zeg ik.

Ze knikt. “Yes, yes. Now we go.”

En dan worden we weer op straat gezet. Ze begeleidt ons naar de uitgang, buigt kort, en verdwijnt weer het gebouw in.

Kijkje op het park bij Nikko Tamozawa Imperial Villa

Nikko Tamozawa Imperial Villa

We wandelen door naar Nikko Tomazawa Imperial Villa. Een traditionele woning uit het begin van de twintigste eeuw, gelegen in een mooi park. De villa diende als buitenverblijf voor de keizerlijke familie tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw.

We dwalen door de lege ruimtes en het stille park. We genieten van de rust na de afgelopen dagen van stads- en toerismedrukte. Het park en de woning zijn in strakke stijl neergezet en vormen een geheel dat gebalanceerd aanvoelt.

Shimenawa: een touw als grens

We leren dat in Japan een touw aan een steen gebonden en op het pad gelegd of opgehangen een teken is voor verboden toegang. Dit heet een shimenawa, een traditioneel symbool om grenzen aan te geven.

Nikko Tamozawa Imperial Villa - shimenawa

Zo. Het is mooi geweest.

We lopen terug richting het centrum. De zon staat lager nu, de schaduwen worden langer.

Nikko is inderdaad kekkō. Maar ook een beetje bizar.

Beelden met Jizo, de rode mutsjes op de beelden

Dit is de vijfde aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vierde aflevering.

912 uur Japan – De eerste dagen

16 maart 2023 – Tokyo

Op vliegveld Narita heersen de naweeën van Corona sterker dan wij nog gewend zijn. De vaccinatiecontrole is gedoe. We moeten een speciale app installeren. De aanwijzingen zijn niet erg duidelijk. Zelfs voor de meer tech-savvy gebruikers, onder wie ik mezelf reken, is het puzzelen.  In de gangen voor de paspoortcontrole vormt zich een mensenmassa. Gelukkig is er ruim voldoende Japans personeel aanwezig om de mensen te helpen. De opstopping lost redelijk snel weer op.

In de aankomsthal kopen we een simcard zodat we het internet kunnen gebruiken. (Later een e-sim gekocht – veel handiger en goedkoper). We zoeken naar de juiste trein en een loket om kaartjes te kopen. Het zal niet de laatste keer zijn dat we staan te puzzelen om uit te vinden hoe het plaatselijk openbaar vervoer werkt. Het is ook niet de laatste keer dat plotseling een vriendelijke Japanner naast ons staat die ons snel op weg helpt.

Het is een klein uurtje in de trein naar station Ueno, in het hartje van de stad. We stappen over naar de metro. Ook hier even kijken hoe de ticketautomaat werkt, maar dat wijst zichzelf. We hebben nog geen machine kunnen vinden waar we een Suica kaart kunnen vinden – een Japanse variant van de ov-chipkaart – dus we betalen onhandig met de nog onbekende muntjes.

Het is maar een paar haltes naar Akihabara. We vinden de juiste uitgang van dit grote station en wandelen naar ons hotel, een paar straten verderop.

In The Tourist Hotel & Cafe Akihabara helpt het personeel achter de balie ons in te checken met de ingewikkeld ogende machine, een check-in kiosk als op een vliegveld. De complexiteit van de machine valt uiteindelijk mee.

De hotelkamer is in Japanse stijl: bedden op een verhoging bedekt met tatami, de Japanse matten. Schoenen uit bij de deur, vanaf nu.

De eerste kennismaking met het futuristische toilet is een sensatie. We spelen met de sproeistand, watertemperatuur en sproeisterktes, die je op paneel van knopjes kunt instellen.

Uitzicht uit hotelraam in Tokyo

17 maart 2023 – Tokyo

We laten het Westerse ontbijt links liggen en kiezen voor de Japanse optie: kommetjes rijst, stukje vis, misosoep, stukje opgerolde omelet, ingemaakte groente. Rommelen met de eetstokjes natuurlijk.

We lopen onder Akihabara station door, en slaan rechts af, langs de spoorlijn in de richting van Ueno. De wijk Akihabara heet ook wel Electric Town. In de omgeving van het station staan naast kleinere ook enorm grote elektronicawinkels gevestigd. En het is een centrum voor de anime-cultuur. De uitbundige kleuren en geluiden, de mensenmenigte, alles is nieuw en indrukwekkend.

Akihabara electric town
manga dieren in de straten van tokyo, manga

Bij een rood voetgangerslicht blijf je wachten, ook al is er geen auto te bekennen. Dat is voor Nederlanders die gewend zijn door rood te lopen wel even aanpassen.

We wandelen door Ameyayokocho, wat Snoepwinkelstraat betekent in een wat vrije vertaling, de bekende winkelstraat die parallel loopt aan de spoorlijn Akihabara en Ueno station. De hoeveelheid anime op de muren en in etalages is enorm.

Ameyayokocho straat Tokyo -Snoepwinkelstraat

We bezoeken de fraaie tempels Kanei-ji en Jomyoin in de buurt van Ueno park. We wandelen door de rustige straten buiten de toeristenhotspots naar de oude en indrukwekkende begraafplaats Yanaka Cemetery, op een heuvel met een mooi uitzicht over de stad. Daarna duiken we weer de drukte in bij Sensō-ji tempel, de oudste van Tokyo, uit 645. Het is een toeristische heksenketel. Onder de bloeiende Sakura bomen worden wereldrecords selfies maken verbroken.

stilleven van paraplu's in de straten van tokyo
stille straat in tokyo, japan
schoenen onderaan een trap van een tempel in Tokyo
Stille straat in het hartje van Tokyo
Tokyo, verkrijgbaar als fine-art print
Yanaka Cemetery in tokyo
Drukte bij Sensō-ji tempel, de oudste van Tokyo, uit 645

Voor de lunch mijden de populaire restaurants. We hebben geen zin in de tientallen meterslange rijen voor de ingang. Onder de verhoogde spoorlijn zijn winkels en restaurants. We kiezen een klein zaakje. Hier zijn geen toeristen, maar alleen locals. Met handen- en voetenwerk kunnen we duidelijk maken wat we willen. Ons Japans komt nog niet veel verder dan ‘ohayō’, ‘konnichi wa’ en ‘arigatō’.

stadslandschap bij ueno station in tokyo
Ueno station, Tokyo, 2023, verkrijgbaar als fine-art print
restaurantje onder de spoorlijn in tokyo

De indruk na een dag is wat iedereen al wist: Tokyo is overweldigend in omvang, maar verrassend toegankelijk. De mensen zijn enorm vriendelijk. Van de afstandelijkheid die we in de boekjes lazen is nauwelijks sprake. Het oppervlak van de stad is iets kleiner dan de provincie Noord-Holland, en er wonen 14 miljoen mensen. De knooppunten zijn erg druk. Maar als je een paar straten buiten de trekpleisters bent is het gelijk erg rustig. De mensen zijn prettig in de omgang. Wat uit de toon valt zijn luidruchtige Engelse toeristen, die met bierblikjes over het tempelterrein van Sensō-ji lopen alsof ze in Blackpool zijn.

Akihabara kleurrijke  elektronicawinkel

Eerste aflevering van de serie ‘912 uur Japan‘.

Lees hier de volgende aflevering.

Salt Lake krimpt

Antelope island bij salt lake - foto van niek de greef
Antelope Island, 2023, verkrijgbaar als fine-art print

In het hotel is een conferentie van een christelijke club gaande. Gereformeerde gezichten en lange kleurloze rokken. Dit is Salt Lake City.

We rijden naar Antelope Island. Een schiereiland in het Great Salt Lake. Een geweldig landschap, heuvelachtig, ruig; een moerasachtige watervlakte weggelopen uit een Pratchett fantasy. Ik kan me voorstellen dat de voorgangers van de Mormonen dachten dat ze in het beloofde land waren aangeland. Salt Lake hadden ze dan vast nog niet geroken. Op de Antelope Island Causeway hangt de zwavelachtige geur uit de onderwereld.

Bizons schurken zich tegen de rotsen, tot bloedens toe. Enorme beesten waar je liever toch iets verder bij uit de buurt.

Ook Salt Lake heeft te maken met verandering van het klimaat. Het Lake krimpt. De Salt Lake Marina ligt er triest bij. Aanlegsteigers op hoge poten in een drooggevallen haventje.

We rijden het eiland verder op, langs het water. Bizons steken de weg over. We maken foto’s van de kudde in het stof tegen de dalende zon. Op de terugweg wordt het al gewoon een enorme bizon even de ruimte te moeten geven om de weg over te steken.

We kopen water en wat spullen in Syracuse. Syracuse klinkt indrukwekkend, want bekend van de geschiedenislessen: een stad in Italië die onderdeel was van het oude Griekse rijk van zo’n 500 voor Christus. Dit Syracuse is een stuk minder indrukwekkend: een kleine stad, heel erg als veel andere kleine Amerikaanse steden.

We eten in Syracuse. We delen een gefrituurde ui en ik eet een salade van koolsalade en Prima Iha, wat ik moest opzoeken: Geelvintonijn. Ik las een recensie:

I had the Mac and Berry Chicken Sandwich, and the only thing I could think of while I was eating it was “what is this lovely slice of holiness that has touched me just right and how can I get more of it in me asap?” Kitchen staff seemed like the kind of guys I would love to hang out with too. How can I go about letting them know without sounding needy? Asking for a friend (that I hope to have one day).

steak house bij salt lake city - foto van niek de greef

Op zondag rijden we door de bergen achter Salt Lake City. Het weer werkt mee, het is een stralende dag.

Bij Brighton in de bergen lopen we een rondje langs een meer. Families maken foto’s van elkaar bij het meer. Kinderen in Halloween uitrusting. Per ongeluk wandelen we een privéterrein op. Een auto stopt om te vragen of ze ons kunnen helpen. Aardige manier om te zeggen dat we moeten opsodemieteren. Even verderop lopen we langs Twin Peaks Lodge, wat in meerdere opzichten doet denken aan de serie van David Lynch.

landschap in Utah in de bergen achter salt lake city - foto van niek de greef

We drinken ondrinkbare koffie bij de Brighton Store & Cafe.

Langs de rand van de stad terug de bergen weer in naar een hike bij Timpanogos. Het idee is naar de cave te lopen. Het gaat vrij steil omhoog en op een kwart van de trip blijkt de cave gesloten. Het uitzicht over de berghelling is indrukwekkend.

We volgen een wandelpad langs de rivier. Het is zondag en veel gezinnen picknicken hier. Mensen hangen in stoelen naast met eten volgestapelde tafels. Het ziet er gezellig, maar wat lamlendig uit.

We rijden terug naar het hotel, schrijven ons in voor de conferentie, wandelen naar een restaurant in de buurt. Up-class Italiaans restaurant. De porties zijn enorm. E. krijgt carpaccio in een bord van een meter doorsnee met krankzinnige hoeveelheid vlees in flinterdunne pakjes gesneden. R. krijgt een chowder in een enorme kom, als soepje vooraf.

Bloederige korsten in mijn neus van de hele dag in de airco zitten.