Salt Lake krimpt

Antelope island bij salt lake - foto van niek de greef
Antelope Island, 2023, verkrijgbaar als fine-art print

In het hotel is een conferentie van een christelijke club gaande. Gereformeerde gezichten en lange kleurloze rokken. Dit is Salt Lake City.

We rijden naar Antelope Island. Een schiereiland in het Great Salt Lake. Een geweldig landschap, heuvelachtig, ruig; een moerasachtige watervlakte weggelopen uit een Pratchett fantasy. Ik kan me voorstellen dat de voorgangers van de Mormonen dachten dat ze in het beloofde land waren aangeland. Salt Lake hadden ze dan vast nog niet geroken. Op de Antelope Island Causeway hangt de zwavelachtige geur uit de onderwereld.

Bizons schurken zich tegen de rotsen, tot bloedens toe. Enorme beesten waar je liever toch iets verder bij uit de buurt.

Ook Salt Lake heeft te maken met verandering van het klimaat. Het Lake krimpt. De Salt Lake Marina ligt er triest bij. Aanlegsteigers op hoge poten in een drooggevallen haventje.

We rijden het eiland verder op, langs het water. Bizons steken de weg over. We maken foto’s van de kudde in het stof tegen de dalende zon. Op de terugweg wordt het al gewoon een enorme bizon even de ruimte te moeten geven om de weg over te steken.

We kopen water en wat spullen in Syracuse. Syracuse klinkt indrukwekkend, want bekend van de geschiedenislessen: een stad in Italië die onderdeel was van het oude Griekse rijk van zo’n 500 voor Christus. Dit Syracuse is een stuk minder indrukwekkend: een kleine stad, heel erg als veel andere kleine Amerikaanse steden.

We eten in Syracuse. We delen een gefrituurde ui en ik eet een salade van koolsalade en Prima Iha, wat ik moest opzoeken: Geelvintonijn. Ik las een recensie:

I had the Mac and Berry Chicken Sandwich, and the only thing I could think of while I was eating it was “what is this lovely slice of holiness that has touched me just right and how can I get more of it in me asap?” Kitchen staff seemed like the kind of guys I would love to hang out with too. How can I go about letting them know without sounding needy? Asking for a friend (that I hope to have one day).

steak house bij salt lake city - foto van niek de greef

Op zondag rijden we door de bergen achter Salt Lake City. Het weer werkt mee, het is een stralende dag.

Bij Brighton in de bergen lopen we een rondje langs een meer. Families maken foto’s van elkaar bij het meer. Kinderen in Halloween uitrusting. Per ongeluk wandelen we een privéterrein op. Een auto stopt om te vragen of ze ons kunnen helpen. Aardige manier om te zeggen dat we moeten opsodemieteren. Even verderop lopen we langs Twin Peaks Lodge, wat in meerdere opzichten doet denken aan de serie van David Lynch.

landschap in Utah in de bergen achter salt lake city - foto van niek de greef

We drinken ondrinkbare koffie bij de Brighton Store & Cafe.

Langs de rand van de stad terug de bergen weer in naar een hike bij Timpanogos. Het idee is naar de cave te lopen. Het gaat vrij steil omhoog en op een kwart van de trip blijkt de cave gesloten. Het uitzicht over de berghelling is indrukwekkend.

We volgen een wandelpad langs de rivier. Het is zondag en veel gezinnen picknicken hier. Mensen hangen in stoelen naast met eten volgestapelde tafels. Het ziet er gezellig, maar wat lamlendig uit.

We rijden terug naar het hotel, schrijven ons in voor de conferentie, wandelen naar een restaurant in de buurt. Up-class Italiaans restaurant. De porties zijn enorm. E. krijgt carpaccio in een bord van een meter doorsnee met krankzinnige hoeveelheid vlees in flinterdunne pakjes gesneden. R. krijgt een chowder in een enorme kom, als soepje vooraf.

Bloederige korsten in mijn neus van de hele dag in de airco zitten.

Nano-zenders, bio-camera’s en NSA-agenten

Foto u wordt gecontroleerd - NSA van Niek de Greef

‘Zullen we het ergens anders over hebben?’ durfde hij uiteindelijk tegen haar te zeggen.

Eventjes ging het over haar zoon en haar dochter, of over een tv-programma of haar kleindochter. Maar op een of andere manier was het onderwerp opeens toch weer covid vaccinaties die chips inbrengen onder de huid, een virus dat verspreid wordt via 5G, de Apollo maanlanding die in scene is gezet, of big pharma die, geleid door de Illuminatie, ziektes creëren om medicijnen te kunnen verkopen. Het kon niet gek genoeg.

Tijdens de Covid pandemie wilde ze geen mondkapje dragen. Hij zei: zonder mondkapje kan ik je ook niet behandelen. Dan kan ik je zelfs helemaal niet binnen laten. Toen ging ze toch maar een mondkapje dragen.

‘Je zou een boek kunnen schrijven’, zei ik weinig origineel.

Het ging maar door.

‘Sssst,’ zei ik op een dag, ‘je weet toch dat tussen die klanten van mij ook lui van de NSA zitten?

Ze keek op.

‘Nee?’

‘Luister!’ zei ik. Ze was gelijk stil.

‘Hoor je die radiosignalen?’

Heel zachtjes was het geluid van de radio te horen die ik die ochtend onder de behandeltafel had bevestigd. Ze knikte. Ik boog me naar haar toe.

‘Ik heb dit nooit eerder aan iemand vertelt, maar ik kan het wel bij jou kwijt,’ fluisterde ik ik haar oor. ‘Ik word al jaren gebruikt door hun agenten. Ik zal je zo meer laten zien, maar gisteren heb ik gegeten bij die Griek op de hoek. Toen ik thuis kwam, hoorde ik opeens deze radiosignalen. Ze moeten in de Loukoumades met chocoladesaus een nano—zender hebben verstopt, zodat ze je overal kunnen afluisteren.’

‘Echt?’ zei ze, nauwelijks hoorbaar.

‘Dat is nog niet alles, zoals ik zei. Kijk hier eens…’

Ik liet haar het bultje op mijn schouder zien die ik had opgelopen toen ik op mijn achtste een keer van de crossfiets was gevallen.

‘Ik heb dit nooit aan eerder iemand vertelt. Deze heb ik al heel lang. Een repeater waarmee ze me al jarenlang volgen. Het kan ook geheime berichten doorsturen naar handlangers zodra die binnen het bereik van de repeater zijn. Zo hebben ze een heel netwerk van agenten die met elkaar kunnen communiceren zonder gebruik te hoeven maken van de reguliere infrastructuren.’

Grote ogen staarden me aan.

‘En hoelang ik deze heb weet ik niet zeker meer; ik lette er toen nog niet zo op.’

Ik wees op een moedervlek op mijn jukbeen.

‘Zat er een paar jaar geleden ook opeens. Een biologische-cel-camera. Blijf daar staan, anders kunnen ze je zien!’

Ik draaide mijn hoofd van haar af, maar ze schoof al naar de deur.

Paradiso, 1981

De eerste keer dat ik een band live zag was op 30 oktober 1981. U2 speelde in Paradiso. Mijn oom had kaarten en ik mocht mee. Ik was 14.

Ik herinner me een vol Paradiso, een indrukwekkende zaal, een vermoeiende avond en drummer Larry die op 12 uur ’s nachts jarig werd. Concerten begonnen in die tijd nog een stuk later dan tegenwoordig. Het album October was net uit. Ik kende de band nog nauwelijks (ik was 14!). Bono was al een charismatische zanger, maar had nog niet dat Jezus-complex. De bijzondere stem met de reverb-gitaar van The Edge zorgden voor een unieke sound.

Ik vond een verslag op u2songs.com. Ik zie hier ook dat tickets 10 gulden kostten en de zaal uitverkocht was.

Mijn oom maakte opnames met twee kleine microfoons die hij aan een dunne haarband had bevestigd. Ik had ooit een kopietje op cassette dat ik in het jaar daarna veel beluisterde.
Ik vond de opname op YouTube – die zou best eens van hem kunnen zijn.

Later zag ik ze in ’t Heem in Hattem. Veronica maakte opnames, waarvan I Will Follow op de B-side van de single Gloria werd uitgebracht. Het volume bij dit concert was krankzinnig. Rond een meter of vijf rond de staande speakers bij het podium vormde zich een lege ruimte.

Het optreden in Paradiso was beter.

Ik kocht de albums van U2 tot en met The Joshua Tree. Een liveoptreden van ze bezocht ik niet meer. Ik denk dat we uit elkaar gegroeid waren. Mijn smaak was meer naar de extremen afgebogen, de muziek van de band meer naar het midden.

u2 paradiso amsterdam 1981

Tussen de boeken door

Confession of a bookseller - omslag

Tussen de boeken door

Op mijn nachtkastje stapelen zich drie boeken, elk met een eigen tempo.

Confessions of a Bookseller uitgelezen. Misschien is deze opvolger van The Diary of a Bookseller nog wel beter dan de Diary. Shaun Bythell blijft scherp observeren, met die droge Schotse humor die zijn klanten en het boekenvak even liefdevol als meedogenloos portretteert.

Het volgende boek op het stapeltje is Hagar Peeters’ Wasdom. Gedichten. Die lees je niet back-to-back dus ik open Pieter Steinz’ Het Web van de Wereldliteratuur ernaast. Dat is mijn leesplan.

Ik open een brief in een witte enveloppe aan de heer De Greef. De brief blijkt van DUO en gericht aan mijn zoon.

Geachte heer De Greef,

De bedragen voor volgend jaar zijn vastgesteld. Het gaat over het product: Aanvullende beurs

Welke gegevens van u zijn gebruikt voor de berekening van de aanvullende beurs van uw kind(eren), leest u in het bericht dat voor u klaarstaat in Mijn DUO. Meer informatie over de aanvullende beurs kunt u lezen op duo.nl/extrageld

DUO verkoopt dus tegenwoordig producten. Financiële producten. De studieschuld van onze kinderen is een product geworden.

Het woord irriteert me. Een product. Alsof het om een hypotheek gaat, een verzekering, iets wat je verkoopt met winstoogmerk. Wat het natuurlijk ook is geworden sinds de invoering van het leenstelsel. De toegankelijkheid van het onderwijs, zo hoog in het vaandel bij sommige partijen, is verworden tot een businessmodel. Studenten zijn geen studenten meer, ze zijn klanten. En hun schuld is een product.

Ik leg de brief weg.

18 september

Hagar Peeters - Wasdom omslag

Ik lees nog steeds Wasdom en de editie Aaah! van Hard//hoofd magazine. Een moeilijke mix want beide vereisen hun eigen mindset, maar laten zich ook moeilijk binge-lezen. Hard//hoofd is verfrissend en afwisselend, met essays en verhalen die je snel door de pagina’s trekken. Wasdom daarentegen vraagt om rust en herlezen.

22 september

Aaah! van Hard//hoofd uitgelezen.

26 september

Wasdom uit. Moet ik nog eens lezen. Gedichten die je leest als een liedje, een rap, met ritme en herhaling. Peeters schrijft over groei en verval, over wat groeit en wat wegslijt. Over wat wasdom is – dat oude Nederlandse woord voor groei.

Als je niet oplet, hoor je het niet. Zoals je bij een liedje de tekst pas echt hoort als je stopt met meezingen en echt luistert. Dan merk je pas wat er staat.