Remarkable mathematical truths

Deductive systems are either incomplete or inconsistent. Meaning

  • Inconsistent: they contain contradictions. Statements can be true and false in the same deductive system.
  • Incomplete: Statements can be found that can not be proven to be true or false.

Gödel proved this for us.

Wittgenstein formulated something similar:

The truth is built of true facts and untrue facts: facts that are not based on a system of observation yet are true anyway. Nevertheless, Wittgenstein seems to disagree with Gödel’s incompleteness theorem. Food for a lasting scientific debate. Anyway, Wittgenstein was looking at language and philosophy, not at mathematics.

Final remarkable mathematical truth for now from Cantor.

Cantor proved that one infinity is not the same as the other infinity. He developed a way to compare infinite sets and describe how infinite sets with different characteristics exist.

As an example, Cantor proved that real numbers are more numerous than the set of natural numbers. While both are infinite. He also invented a way to operate on infinite sets.

Cantor ended up in a mental hospital, which seems to be viewed as as heroic achievement among mathematicians—an opinion I do not share.

I recall reading The Mystery of the Aleph by Amir D. Aczel about Cantor. Unfortunately, I have lost my notes and the book. This book was very accessible, I do recall that.

Norwegian Wood notes

On the plane back from Prague, I finished reading Norwegian Wood—re-reading, actually. I don’t often re-read books, but Murakami is a favorite of mine.

Watanabe is in love with Naoko. She is the girlfriend of their mutual friend, who died at a very young age. Naoko can not cope with life and commits suicide in the end, while Watanabe is torn between emotions he is not able to identify or is not even conscious of. The girl who falls in love with him must tell him he is in love with her. An old friend tells him he has to choose for himself. While perfectly capable of analyzing other people’s situations, he is unable to analyze his own issues. Let alone that he is able to come up with a choice for his own problems he is not even aware of.

Seth Godin – The Practice

Notes from The Practice by Seth Godin.

Change someone, ignore everyone. (Seth Godin / Hugh McLeod)

You don’t create a hit trying to please everyone.

Create work that matters to someone. Develop a genre. Be peculiar.

Commit to the journey (not to the engagement).

Great work is work that’s worth doing.

Sales is turning “never heard of” into “yes” or “no”.

If it fails, would you still do it?

Reassurance is futile. Instead of worrying, get to work.

There is no guarantee that the world gives a shit about your mission. Nobody cares; it should be your starting point.

Balance your own point of view and pleasing the audience. How? Through work. Ship creative work on a schedule, without attachment or reassurance.

Art for free creates deniability: what did you expect? It was free.

Being peculiar is natural. And beneficial.

Just because the outcome is uncertain doesn’t mean you shouldn’t try.

Consistency is the way forward. Work that thymes. Not repetition.

Flow is productive, but desirable difficulty brings us to a new level. The hard work.

Generic is a trap; genre is a lever.

Find your cohort.

A few or one superpowers. Commit to it. We must choose.

Do your homework. Read the essentials in your genre.

Constraints can be a creative source.

Dieren Eten van Jonathan Safran Foer

Dieren eten van Jonathan Safran Foer is een boek dat iedere vleeseter eens zou moeten lezen om zich te realiseren wat de vlees industrie voor gezondheidsrisico’s, milieuvervuiling en dierenleed veroorzaakt.

De invloed van de bio-industrie op beleidsbepaling is enorm. Misschien in de VS nog wel groter dan in Nederland, of Europa.

Gebrek aan hygiëne bij kippenslachterijen. Kippenvlees wordt volgespoten met vuil water.

Dierenleed. Doorgefokte kippenrassen die nog nauwelijks zelfstandig kunnen staan.

Massaal gebruik van medicijnen en antibiotica als normale toevoeging aan dagelijks voer.

Voorspelling van nieuwe epidemieën van virussen door vleesconsumptie. Het boek voorspelt ver voor COVID – het boek is van 2009 – al voor een COVID-achtige pandemie. En ook dat we er nog veel meer zullen krijgen als we zo doorgaan.

Stress van varkens is een zorg voor varkensfokkers. Maar niet ingegeven door dierenleed, maar omdat het de smaak van het vlees negatief beïnvloed.

Smithfield, de grootste varkensproducent van de VS produceert een zee aan stront die gewoon op de rivieren wordt geloosd. Stront is een chemisch, supergiftige soep. Massasterfte van vissen en andere dieren is het gevolg.

Waarom blijven mensen varkens eten?

Waarom is vlees zo goedkoop? De overheid onderneemt nauwelijks actie, de consument ook niet.

Onwaarschijnlijk sadisme bij veefokkers. In alle mogelijke (on)denkbare vormen.

De bio-industrie koopt fokkers op en slachterijen die wel diervriendelijk willen werken.

Nog levende dieren worden geslacht en aan stukken gesneden. Dit is allesbehalve een uitzonderlijke situatie.

Uiteindelijk is het de consument die kiest voor het eten van vlees en het onbeschrijfelijke dierenleed en de ecologische ramp die de bio-industrie veroorzaakt.

Make Your Art No Matter What – some notes

Notes from Make Your Art No Matter What by Beth Pickens.

Artists need

  • To make art
  • To have a community of likeminded artists caring for each other
  • To consume art and information in any form

Time is always a scarce resource. This is at least as true for artists who need to manage their time carefully. Tool: keep a time diary.

How to make time for the right things:

  • Have a sabbat: do nothing productive, including not making art, 1 day a week. Slowing down will reorganize your thinking and priorities.
  • Have a personal maintenance day once a month. During this day, create a list of goals for everything: what to try, where to be, with whom, what is important, etc.
  • Warm-up exercises: a ritual start to get your mind into a productive state
  • Ask help. If someone can help free up hours of your day.

Making 100% of your income from your art will not make you happier.

Create an inventory of your skills, both technical and general. This will help you understand the jobs you are qualified for.

Do not let your employer dominate your life. Employment is a contract. That is all.

Investigate how your peeroes (peer heroes) are making money.

On Looking

In ‘On Looking’ (‘Met andere ogen’ in het Nederlands) van Alexandra Horowitz, lees ik, parafraserend: als je goed kijkt is er altijd wel iets interessants te zien.

Omdat ik (straat)fotograaf ben, was ik daar al van overtuigd. Eigenlijk moet je overal neergezet kunnen worden en goede foto’s kunnen maken. Dit principe is ook een van de uitgangspunten van mijn Noord-Holland grid project: elk blok kan een interessante foto opleveren.

Aan het tegenovergestelde lijden veel beginnende fotografen: op zoek naar het meest geweldige beeld. Het beslissende moment van Cartier-Bresson. BS. Het herkennen van het goede beeld is dan gebaseerd op de beelden in je hoofd. En daarmee, rakend aan Horowitz, kijk je over de andere interessante zaken in je omgeving heen.

Een derde manier van fotograferen is: fantaseer een beeld, en ga het maken. Zo werkt Jeff Wall min of meer. Hij rijdt de stad rond, herkent een beeld, onthoudt het en reconstrueert het later om er een foto van te maken. Of Viviane Sassen, Andreas Gursky, Gregory Crewdson. De vrijheid van de geest is je enige beperking.

Jeff Wall - The Thinker

Vandaag in de post

Waanzinnige verzameling cadeautjes in de analoge post.

Van links naar rechts:

Punk zines Terror Management en How To Photograph Punk Musicians In 5 Easy STEPS van Terror Management. Zie ook zijn blog.

The Many Lives of Erik Kessels, door Aperture en zie ook de site van Erik Kessels zelf. Super inspirerende vent.

Twee foto’s voor het zine MADNES van Bouwe Brouwer in een verdacht plastic zakje.

Het boek Black Diamonds van Rich-Joseph Facun. Ik kende hem niet, maar hij werd me aangeraden door mijn vriend Raymond. Ik zal later verslag uitbrengen.

Een handvol stof – Evelyn Waugh

een handvol stof

Nooit Waugh gelezen, met het idee dat het nogal saai zou zijn. Ik vond dit boek, Een handvol stof van Evelyn Waugh, in de nalatenschap van mijn vader die een betere smaak had. Dit moois heb ik dan dus bijna moeten missen.

Een jong Engels upper class gezin met een kind leidt een gezapig leven. Gepamperd door butlers, tuinmannen en ander huishoudelijk personeel slepen de dagen voorbij. Men gaat vroegtijdig aan de drank, gebruikt lunches en diners buiten de deur bij clubs waar je gezien moet worden.

Als zijn vrouw Brenda vreemd gaat, en van hem wil scheiden en hem kaal wil plukken, lijkt Tony pas wakker te worden. Hij weigert verdere medewerking aan de echtscheiding en vertrekt op ontdekkingsreis naar Midden-Amerika.

In Londen wordt het diner om 2100 opgediend, zit Tony middenin het oerwoud van Brazilië. eerst drinkt hij nog chocolademelk voor het slapengaan, maar langzaamaan voltrekt zich een catastrofe. Hij en dr. Messinger, zijn compagnon tijdens de reis, worden verlaten door de lokale begeleiders.

Ook de affaire van Brenda loopt niet goed af.

Tony wordt ziek en hallucineert een stroom trivialiteiten uit zijn vroegere gezapige leventje. Al hallucinerend bereikt hij de stad die het doel was van de tocht door de jungle. Maar ook de stad blijkt een hallucinatie. Hij wordt opgepikt door een in de jungle achtergebleven blanke man. Deze man gijzelt hem en wil dat Tony hem voor altijd blijft voorlezen uit de boeken van Dickens die hij zelf niet kan

Evelyn Waugh

lezen.

In Engeland heeft de neef van Tony zijn grote huis Hetton geërfd hij zet het gezapige leventje van Tony door.

Portret van een jongeman – J.M. Coetzee

Portret van een jongeman - J.M. Coetzee

In Portret van een jongeman (Youth) vertelt Coetzee het verhaal van een Zuid-Afrikaanse jongeman die schrijver wil worden, maar gevangen zit in zijn angsten.

John is een zorgelijke student die zichzelf veel vragen stelt en niet veel antwoorden heeft. Hij komt niet voor zichzelf op, mensen walsen over hem heen, en als hij ze zat is heeft hij niet het lef om er iets aan te doen. Zelfs zijn studie getuigt van een halfslachtige aanpak: hij studeert wiskunde, maar wil eigenlijk literatuur studeren.

Hij leest veel en kent veel schrijvers. Hij denkt na over de schrijvers die hij bewondert en in het verhaal zijn korte essayistische innerlijke monologen over het werk van deze schrijvers en dichters verweven.

John wil zelf schrijver, kunstenaar worden, maar hij blijft uitstellen en excuses verzinnen.

De kunstenaar hoeft niet moreel bewonderenswaardig te zijn. Die koorts van de kunstenaar maakt de kunst. Dezelfde koorts die hen slecht en immoreel maakt. Het wordt niet duidelijk wat hij precies bedoelt met slecht. Soms spreek hij zichzelf tegen.

Om de dienstplicht in Zuid-Afrika te ontlopen verlaat John Zuid-Afrika en gaat naar Londen. (Hij bezoekt er de boekhandel Foyle’s aan de Thames. Dezelfde Foyle’s uit mijn artikel over What Is The What? Mooi webje.)

Hij vindt zichzelf niet goed genoeg, zijn kijk is niet uniek, daarom ziet hij af van publicatie, en geeft zijn drang om kunst te maken op.

Hij is initiatiefloos. De wereld overkomt hem. Ook in Londen vallen relaties met vrouwen hem in de schoot, maar hij beleeft ze zonder passie, zonder zelf iets te willen van een relatie. Hij laat met zich sollen en is nog steeds niet in staat de relaties maar niet beëindigen als hij er geen heil meer in ziet. Hij is kruiperig en laf.

Hij verandert steeds meer in iemand die zijn ambities heeft verloren.

Zich hechten aan iemand vind hij vernederend.

Zolang zijn moeder leeft behoort zijn leven hemzelf niet toe.

Hij krijgt een baan bij IBM maar laat die na enige tijd achter zich om dichter te worden. Tegen zijn baas bij IBM zegt hij dat hij weg gaat omdat hij geen vriendschappen bij IBM kan maken. Hoewel hij nu de gewenste vrije tijd maakt hij geen gedichten. Hij houdt zichzelf en anderen voor de gek. Ook hier weer spreekt John’s angst voor een mogelijke vernedering.

Na een tijd te hebben gelanterfant gaat hij weer bij een computerbedrijf werken om te programmeren. Hij smacht er niet meer naar om dichter te worden. Maar ook zijn programmeerwerk vind hij betekenisloos. Hij vergelijkt zich met de wetenschappers die volgens hem echt werk doen. De wetenschappers zijn aardig tegen hem, omdat, zo denkt hij, ze hem geen gezichtverlies willen laten lijden.

Hij weet dat hij niet doet wat hij zou moeten doen om dichter te worden. Hij maakt zichzelf wijs dat hij saai zou moeten zijn, maar hij is nu gewoon slecht. Hij zou moeten schrijven maar kan zich er niet toe brengen. Hij heeft niet de wilskracht. Hij accepteert zijn mislukking als schrijver. Bang voor schrijven, bang voor vrouwen. Bang om vernederd te worden. Hij weet dat hij niet de koppigheid heeft om mislukking te incasseren. Daarmee wordt zijn leven voor zichzelf ook betekenisloos. Waarmee de roman eindigt. Hij heeft zichzelf niet kunnen overwinnen. Hij

… speelt zich met iedere zet verder de hoek en de nederlaag in.