In de nieuwjaarspolder heerst nat, koud en wind. De dunne vochtige wind kruipt door de kieren van mijn jas in mijn nek. Na tien minuten klemt mijn spijkerbroek zich klam tegen mijn bovenbenen aan.
Op deze vlakte van niets komt iemand me tegemoet. Een vreemde driehoekige vorm steekt boven de vlakte uit. Als de persoon dichterbij is gekomen zie ik dat het een vrouw is die een enorme sjaal om haar hoofd en bovenlichaam heeft geslagen. Ik groet haar, ze knikt. In haar hand een witte rozenkrans. Misschien is ze op weg naar het huis verderop. Maar als ik omkijk, loopt ze er voorbij. Waarheen? Het putje?
Een hardloopster passeert me. Ze draagt een kort jasje dat bij het rennen opwipt. Blote rug. Koud. Langs de straat liggen stapels zwartgeblakerde dozen. Als kadavers van het vannacht afgestoken recordvuurwerk. In de berm ligt een bloederig karkas van een meerkoet. Onsmakelijk. Zelfs de hond loopt er met een bocht omheen.
Ik maak foto’s onderweg, die ik thuis onbesuist kwijtraak. Bij het importeren ruk ik ongeduldig de SD kaart te vroeg uit het slotje. Ik formatteer de kaart. Te laat zie ik dat de import nog bezig was. Geen onvergetelijk beelden kwijtgeraakt, maar wel suf.
Vandaag liep ik een rondje blokjes van het Noord-Holland grid project bij Bergen. Een langetermijnproject waarin ik de provincie systematisch fotografeer. Bergen ligt vlakbij, maar toch ging ik grotendeels door een gebied waar ik nog nooit was geweest.
Ik parkeer bij de voetbalvelden van FC Bergen. Het is bewolkt en gelukkig staat er niet meer die ijskoude wind van gisteren. Ik loop naar het zuiden langs de Groeneweg tot bij Ecodorp Bergen. Het bestaan van van deze gemeenschap die zich richt op duurzaam leven kende ik nog niet.
Ik ga het terrein niet op maar sla linksaf en even verderop rechts, langs het terrein. Het is een bijzonder stuk grond. Er staat nog een zeer militair aandoend toegangshek en een bordje waarop staat dat dit een terrein van Defensie is.
Het terrein is een voormalig vliegveld, lees ik later op Defensiefotografie.nl. Dat is dan weer een club met de bijzondere missie “om de krijgsmacht en de defensiesector op een eerlijke en beeldende manier te tonen”. Defensie heeft een deel van het terrein verkocht aan Ecodorp Bergen. Het is “Verkocht wegens Vrede”, meldt de website.
Het hek herken ik. Ik kwam hier eerder vanaf de Hoeverweg tussen Alkmaar en Egmond aan den Hoef. Even verderop staat langs de weg een bord: ‘Verboden voor drones.’ Defensie zal hier dan dus nog wel iets doen, gezien dat het en het droneverbod. Ik neem aan dat de Ecodorpelingen niet zo’n toegangshek met een pasje nodig hebben, en zich tegen drones moeten beschermen.
Er ligt een dode reiger in de wei. Ik loop door langs de weg, bij de Bergerringsloot sla ik rechtsaf en volg het water. Een minuut of 10 later kom ik voor het eerst iemand tegen tijdens mijn wandeling, een man die zijn hond hier uitlaat. Onderaan de dijk van de ringsloot zijn betonnen verstevigingen aangelegd, vermoedelijk door Defensie.
Verderop rechtsaf, langs de Ringsloot van de Bergermeer. Ik loop langs een grote manege met pony’s. Een vrouw zit op een pony op een verhoging in het terrein langs het water. Ze kijkt geconcentreerd voor zich uit. Ik groet haar. Ze zegt niets terug. Als ik me 100 meter verderop omdraai, staat ze daar nog steeds, nog steeds bewegingloos.
Ik kom in het bunkergebied van Bergen. Betonnen koepels tussen de duinen, half verscholen onder zand en braamstruiken. Een bijzonder landschap.
Bij de Philisteinse molen steek ik het water weer over. Ik zoek waarom deze molen deze bijzondere naam heeft. Vanwege de naam van de polder die hij droogmaalt: de Philisteinse polder. Maar de zoektocht naar de oorsprong van de naam van de polder blijft onvruchtbaar, en ik stop er na een minuut of 10 mee. Je duikt het ene konijnenhol in na het andere.
De molen wordt verbouwd. Vers riet, de wieken liggen in het gras.
Een hele fijne mist zakt over het land. Mijn bril beslaat. Ik loop langs de rand van Bergen. In het weiland loopt een man met een metaaldetector. Hij detecteert iets, neemt een spade van zijn schouder en begint te graven. Ik kan door de wazige glazen niet zien wat hij opgraaft.
Een stukje door het bos terug naar de auto. Twee uur gelopen, bijna acht kilometer. Een stuk onverwacht Noord-Holland, vlakbij huis.
Hoi, Het jaar loopt op z’n eind. De laatste weken van december zijn een goede tijd om foto’s en notities te ordenen, goede voornemens alvast in daden om te zetten. En er is tijd om met de camera door het Noord-Hollandse landschap te struinen en een slag te slaan met het uitschrijven van reisherinneringen.
Wat ik las/lees: De roman Sneeuw van Orhan Pamuk. Een bijzondere roman. Over symmetrie en dingen die pas gebeuren nadat ze eerst zijn opgeschreven. Wat ik zag: Vlak bij waar ik woon: onbekend polderlandschap, een ecodorp, en een molen met een bijzondere naam.
Na twee dagen in de bergen van Nikko is het tijd voor de westkust. We reizen 600 kilometer naar Kanazawa, van Nikko naar de westkust van Honshu. Voor de zekerheid controleren we onze reisplannen bij het JR station in Nikko, nog niet helemaal gewend aan het treinensysteem. Maar de trein rijdt als we dachten. We regelen hier ook gelijk de rest van de reserveringen voor de tot nu geplande Shinkansen ritten.
Toeristen kunnen een Japan Rail Pass kopen, waarmee je een, twee of drie weken aansluitend met de meeste treinen en bussen kunt reizen, inclusief de Shinkansen lijnen. De ingangsdatum van de pass regel in Japan zelf op een JR Station.
Op het perron proberen we een flesje warme koffie uit een automaat. Automaten met diverse producten kom je overal in Japan tegen. In de meest afgelegen plekken kan je opeens tegen een automaat aanlopen met thee, koffie, en frisdranken. De koffie is niet goed en niet slecht; drinkbaar, wat ons eigenlijk meevalt.
We zijn nog niet zo lang in Japan dus de strakke lijnen op het perron waarmee wordt aangegeven hoe je moet voorsorteren voor het instappen zijn nog indrukwekkend. Zoals we in Nederland chaotisch samendrommen voor de treindeuren is in Japan ondenkbaar. Niemand dringt voor.
Japanners zijn echt heel erg behulpzaam. Vanochtend staan we even bij een automaat te prutsen met de Google app om te vertalen wat de automaat verkoopt. Van de andere kant van het perron komt een man naar ons toe om te vragen of hij ons kan helpen. Dat is al de vijfde of zesde keer dat dit ons gebeurt in de korte tijd dat we in Japan zijn. Dit lijkt te contrasteren met de schuwheid die je soms ook ervaart. Misschien dat de Japanners die Engels spreken zich ogenblikkelijk geroepen voelen om buitenlanders in hun land te helpen.
De trein naar Utsonomia blijkt een metro. De overstap op de Shinkansen naar Omiya en dan naar Kanazawa is vanzelfsprekend.
Jammer genoeg kan je niet veel van het landschap zien waar we doorheen reizen. De Shinkansen rijdt de meeste tijd in een halfhoge betonnen bak waar je vanuit de trein net niet overheen kunt kijken. Maar waar we het landschap kunnen zien, is het fantastisch. Een landschap dat voor ons nieuw is. De heuvels, dalen en rivieren lijken niet op iets dat we al kennen. Overal is de inrichting van het landschap verzorgd. Japan is natuurlijk dicht bevolkt, zeker vergeleken met Nieuw-Zeeland waar we net vandaan komen. Toch is het nergens chaotisch. Alles lijkt onder controle.
De snelheid van de trein is indrukwekkend. We moeten twee keer overstappen en een stuk met de bus in de stad, en toch staan we 5 uur later en 600 km verderop voor ons nieuwe onderkomen in Kanazawa.
Omdat het weer zo prachtig is, gaan we direct de Kenroku-en tuin bezoeken; naar zeggen een van de mooiste tuinen van Japan. Met het middaglicht dat eind van de dag langzaam steeds lager zakt en langere schaduwen trekt, krijgen de oude bemoste bomen en de vroegbloeiende bloesembomen een aparte sfeer. Jongeren lopen in traditionele kleding, we kwamen dit ook in Tokyo tegen.
Tegen 7 uur gaan we op zoek naar een restaurant. Hoewel we aan de rand van het centrum van de stad zitten, blijken veel restaurants al gesloten. We vinden een klein restaurantje onderin een onaanzienlijk grijs betonnen gebouw, waar een op een bord te lezen is dat ze koffie en breakfast verkopen. Ishikawamon Coffee is inmiddels gesloten. Op het internet vond ik een teleurgesteld bericht dat ik helemaal begrijp: https://kanazawa-drifter.net/entry/cafe/closed/ishikawa-mon
Als we naar binnen lopen, zien we drie zachtjes-kletsende tienermeisjes zitten aan een tafeltje; de ruimte is verder leeg. We twijfelen of dit wel is wat we zoeken, de meisjes zitten aan de thee. Net als we denken verderop ons geluk te proberen, komt er een heel kleine, gebogen, magere oude dame naar ons toe. Ze viel niet meteen op; de vloer achter de bar is verlaagd waardoor ze net aan met haar neus boven de bar uit komt. Ze schuifelt naar ons toe en wijst ons een tafeltje. Ik kijk om mij heen maar ik zie geen keuken. ‘Misschien ergens achter?’, denk ik nog. Met gebaren en wat Japanse woorden maken we duidelijk dat we wat willen eten en verdomd; ze komt met een kleine menukaart aan, in het Japans.
Onze vriendelijke gastvrouw blijkt een paar woorden Engels te spreken, waardoor we er samen uitkomen. We kunnen kiezen uit huisgemaakte curry, pasta of pilav. Geen Japans? We kiezen beide voor de curry. De dame verdwijnt achter de bar, rommelt wat in een vriezer en als ze weer tevoorschijn komt, heeft ze twee Tupperware-bakjes in haar handen waarmee ze achter een gordijntje verdwijnt. We horen een deurtje open en weer dichtklappen en daarna het bekende geluid van knoppen die ingedrukt worden, gevolgd door het zoemende geluid van een magnetron. De curry met rijst is dan opgewarmd, maar desalniettemin zeer smakelijk. Morgen maar eens proeven wat voor breakfast ze voor ons kan toveren.
Ik maakte deze week een nieuwe mixtape. Geïnspireerd door het herlezen van Greil Marcus’ Stranded – Rock and Roll for a Desert Island – waarin verschillende mensen gevraagd worden welke platen ze mee zouden nemen als ze naar een eenzaam verblijf op een eiland zouden worden verbannen. Het is een interessante verzameling essays over deze albums, aangevuld met Marcus’ eigen lijst van platen die hij als essentieel beschouwt voor de rock-‘n-roll-ervaring.
Een tijdcapsule
Het is een momentopname, toch zijn er een paar nummers bij die hoog in mijn all-time favorites scoren: Dylan’s I Want You en de weirdness van Captain BeefHeart’s Frownland.
(Door mij toegevoegd om de cassette te vullen: PJ Harvey, nog een BeefHeart: Lick My Decals Off, Baby en Kingdom Come van Pere Ubu.)
De volledige Desert Island mixtape playlist:
These Dreams of You (Live) – Van Morrison
Street Fighting Man – The Rolling Stones
Rosalita (Come Out Tonight) – Bruce Springsteen
Frownland – Captain Beefheart
Who Loves the Sun – The Velvet Underground
Doolin-Dalton – Eagles
Fever – Little Willie John
Tin Soldier Man – The Kinks
Sheena Is a Punk Rocker -Ramones
The Fuse – Jackson Browne
Looking For A Kiss – New York Dolls
Don’t You Just Know It – Huey ‘Piano’ Smith
The Lord Will Make A Way Somehow – Thomas A. Dorsey with Marion Williams
Tired Eyes – Neil Young
Ballerina – Van Morrison
White Rhythm & Blues – Linda Ronstadt
I Want You – Bob Dylan
You Know I Know – The Rockin’ 5 Royales
Sure ‘Nuff ‘n’ Yes, I Do – Captain Beefheart
Running on Empty – Jackson Browne
When Will I Be Loved – Linda Ronstadt
How Kind Of You – Paul McCartney
Unknown Legend – Neil Young
Hello, There – John Cale
Bitter Branches – PJ Harvey
Lick My Decals Off, Baby – Captain Beefheart
Kingdom Come – Pere Ubu
Make Your Own?
Hoe zou Desert Island mixtape klinken? Het mooie aan Marcus’ vraag is dat er geen verkeerd antwoord is.
→ 🎵Luister naar de afspeellijst op Qobuz → Heel lang geleden verschenen maar nog steeds in herdruk verkrijgaar: Greil Marcus’ Stranded → Lees hier mijn originele post uit 2015 over dit boek