Filosofie, een duiker en de middenmacht

De boeken van de afgelopen week.

De troost van de filosofie

Alain de Botton, uit de ramsh van mijn zoon geplukt en herlezen.

We proberen ons aan te passen en aardig gevonden te worden, zegt De Botton, maar de wijsgeer zwicht niet voor impopulariteit en verkettering door de staat. In de wijsgeren vindt hij een tegenwicht tegen de slaafse neiging om maatschappelijk goedgekeurde gewoontes en denkbeelden te volgen. De gedachten van Socrates, Epicurus, Seneca, Montaigne, Schopenhauer en Nietzsche bieden hem inspiratie om onze eigen overtuigingen te vormen en vooral om ze kritisch te bekijken.

Ook al zijn mensen nog zo belangrijk, ze kunnen ongelijk hebben. En dat komt doordat ze nooit logisch hebben nagedacht over hun opvattingen. Socrates leert dat een stelling pas echt waar is als ze niet te weerleggen valt, en dat we onze denkbeelden dus kritisch moeten toetsen, met redenen én met tegenargumenten.

Epicurus leert ons onze vage gevoelens van angst en lust te onderzoeken. Een aangenaam leven heeft volgens hem een paar essentiële ingrediënten: vriendschappen die gaan om het innerlijk en niet om uiterlijke schijn, vrijheid en reflectie. Epicurus zegt ook dat geluk en vermogen maar heel beperkt met elkaar samenhangen. Boven een minimale vermogensdrempel betekent geld niet dat je gelukkiger bent. Of andersom: als je niet gelukkig bent met weinig geld, zal je het ook niet worden met meer.

Volgens Seneca worden we vooral geplaagd door frustraties die we niet hebben zien aankomen en die we niet kunnen bevatten. Als we anders omgaan met onze verwachtingen, kunnen we kalmer blijven bij tegenslagen. Als we geen zulke hooggespannen verwachtingen hadden, zouden we ons ook minder kwaad maken wanneer ze uitblijven. Het leven is niet rechtvaardig, en daar moeten we ons bij neerleggen. Als je je angsten inbeeldt als iets dat zeker gaat gebeuren, kun je jezelf er ook gemakkelijker aan conformeren: dan kan het hoogstens meevallen. En als iemand je krenkt, geloof niet dat die persoon dat opzettelijk deed. Geef gebeurtenissen niet steeds het slechtste mogelijke etiket. Leg niet alles verkeerd uit. Sommige dingen kunnen we niet veranderen, maar wel de manier waarop we ermee omgaan.

In Montaigne vindt De Botton verschillende opbeurende gedachten. We moeten onze zwakheden en dwaasheden toegeven. Er blijft dan genoeg over. Montaigne verbaast zich ook over de bekrompenheid van mensen die het onbekende als slecht beoordelen. Wat de ene samenleving vreemd vindt, is in een andere heel normaal. Voor Montaigne is vriendschap bovendien een essentieel onderdeel van een gelukkig leven. Hij maakt onderscheid tussen geleerdheid en wijsheid, heeft oog voor het nederige, het kleine, en ergert zich aan hoogdravendheid. Filosofie en wetenschap zouden net zo goed leesbaar moeten zijn als andere boeken. Filosofen die zich bedienen van woorden die je op straat niet hoort, ziet hij als mensen met schoolmeesterachtige eerzucht. Wees niet bang om je grote voorbeelden in twijfel te trekken; alleen zo bereik je originaliteit. Neem je tijdgenoten net zo serieus als de groten uit het verleden, want zij zijn net zo interessant. De klassieken konden net zo bekrompen en saai zijn. Papegaai niet na. IJdelheid en gebrek aan zelfvertrouwen maken dat je je vastklampt aan het bekende. Maar in ieder leven zijn interessante ideeën te vinden.

Volgens Schopenhauer wordt ons onbewuste geregeerd door de wil tot leven, terwijl ons bewuste daaraan ondergeschikt is—heel rudimentair. We worden verliefd en trouwen, omdat we met die persoon gezonde kinderen kunnen voortbrengen. Dus als een verliefdheid mislukt of we worden afgewezen, is dat volgens zijn logica minder erg: dan waren we niet geschikt om met die persoon een evenwichtig nageslacht te produceren. Een mooie zin van Schopenhauer over kunst luidt: “De essentie van de kunst is dat een geval representatief is voor duizend andere.”

Tenslotte arriveert De Botton bij Nietzsche. Die zegt: een bevredigend leven bereik je niet door pijn te vermijden, maar door te aanvaarden dat pijn en wrijving natuurlijke onderdelen zijn van iets goeds tot stand brengen. Vreugde ligt dicht bij leed. De kunst van het leven bestaat er volgens Nietzsche uit voordeel te doen met je tegenslagen. Talent is overschat: de groten hebben zich door tegenslagen laten vormen. Ook hij pleit tegen verhevenheid en voor de degelijke ernst van de ambachtsman. Drank en christendom ontmoedigen ons om onze problemen te koesteren en ontnemen ons zo de kans op voldoening.

De Duiker – Mathijs Deen

De Duiker is het tweede deel in de Waddenthrillers-serie van Deen.

Bij een wrak dat al jaren in de Waddenzee ligt, wordt het lichaam gevonden van een duiker die recent is overleden. Het ziet er duidelijk naar uit dat hij is vermoord. Rechercheur Lieuwe Cupido, de hoofdpersoon in de Waddenthrillers, gaat op zoek naar de dader. Terwijl het onderzoek vordert, verweeft het verhaal zich met Cupido’s persoonlijke leven, dat wordt getekend door eerdere keren dat iemand bij een ongeluk op zee verdronk.

Goed geschreven. Ik lees zeker de rest ook.

De kracht van de middenmacht – Remco Breuker en Casper Wits

De kracht van de middenmacht laat zien hoe Zuid-Korea, Japan en Taiwan zich staande proberen te houden in het mondiale machtsverkeer tussen China, Rusland en de Verenigde Staten. Het betoog stelt dat Europa en Nederland lessen kunnen trekken uit de manier waarop deze landen hun regionale en geopolitieke problemen benaderen. De auteurs verbazen zich over het gebrek aan kennis over de Aziatische regio bij Nederlandse ambtenaren en diplomatieke functies. Ook binnen de EU is een afhankelijkheid van China ontstaan in infrastructuur en de productiesector, wat vraagt om een betere strategische aanpak.

Zuid-Korea kan daarbij een sleutelrol spelen in de omgang met China, omdat het de afgelopen zeventig jaar al eens zo’n proces heeft doorgemaakt. In Zuid-Korea is, ondanks alle spanningen, ruimte voor kritische stemmen: het opleggen van zwijgen wordt niet geaccepteerd. Dat zou immers het begin van onvrijheid zijn. Bovendien investeerde Zuid-Korea bewust in kennis van de Chinese cultuur, zodat het gericht kon kiezen welke aspecten het wilde overnemen en welke juist wilde afwijzen. Daardoor zijn Korea en, in vergelijkbare zin, Japan goed in staat hun eigen beleid op het gebied van wetenschap, innovatie en techniek te combineren met een evenwichtig buitenlands beleid.

Ook militair presenteren de auteurs Zuid-Korea als exemplarisch voor de EU. Zuid-Korea heeft sterk geïnvesteerd in een robuust leger en in een defensie-industrie. Een militaire samenwerking tussen Zuid-Korea, Japan en de EU kan daarom, zeker nu de VS mogelijk wegvallen onder Trump, wel eens een slimme strategie zijn.

Japan is na het afschudden van de Yoshida-doctrine die het land beperkte in het ontwikkelen van een eigen leger, in een vergelijkbare positie gekomen. Het land is een actieve speler geworden in het opbouwen van samenwerkingsverbanden met de middelgrote landen in Azië, en geldt daardoor als vergelijkbaar voorbeeld voor de EU naast Zuid-Korea.

Taiwan heeft, na een heel andere voorgeschiedenis rond de oorlog tussen de communisten en de Kuomintang (KMT), ook een vergelijkbare middenpositie weten te bereiken. Net als in Zuid-Korea heeft de bevolking ook in Taiwan autocratische ontwikkelingen weten te onderdrukken, wat een illustratie is van hoe een land met interne spanningen en buitenlandse druk toch sociale en economische vooruitgang kan boeken. Tegelijk benadrukken de auteurs dat Taiwan laat zien dat het toegeven aan de eisen van China de veiligheid in de regio juist verslechtert. Een stevigere opstelling zou volgens hen juist als tegenwicht kunnen dienen.

De auteurs vatten hun betoog in het boekje samen tot concrete beleidsaanbevelingen voor betere samenwerking. Die zou voor Nederland en de EU enerzijds en voor de drie betrokken landen anderzijds wederzijds gunstig zijn, op de terreinen economie, defensie en diplomatie.

Sisters in Yellow van Mieko Kawakami

De onzekere en onhandige tiener Hana vindt houvast bij haar mysterieuze vriendin Kimiko. Samen beginnen ze een bar, maar al snel verlangt Hana naar een heel andere vorm van vrijheid, zoals ze die ziet in Kiki, uit Miyazaki’s Kiki’s Delivery Service.

“I just thought how amazing it would be to leave home and work as much as I wanted, the way Kiki did.”

Terwijl de bar draait, het dagelijks leven zich ontwikkelt en de gebeurtenissen zich opstapelen nadat ze de deuren van de bar na een brand hebben moeten sluiten, blijkt Hana gaandeweg veranderd. Tot haar eigen verbazing groeit ze uit tot een taaie, zelfstandige jonge vrouw, die zowel haar eigen hoofd boven water weet te houden als dat van haar vriendinnen.

Geweldige, verrassende roman van Mieko Kawakami.

Virtual en reality in Rotterdam

Voor de “Virtual Reality experience lock-out game” staan we voor een gesloten deur bovenaan een betonnen trappetje van vier treden in een steeg in de Rotterdamse binnenstad. Via een geheim telefoonnummer krijgen we een wachtwoord doorgestuurd. Na het noemen van het wachtwoord door een klein raampje in de deur worden we naar binnen gelaten. Een man in een kostuum uit de jaren dertig van de vorige eeuw, met mouwophouders als meest in het oog springende detail, leidt ons een trap af naar een kleine donkere ruimte met een bar en tafeltjes. Hij vertelt dat hij conceptontwikkelaar is en dat deze bar ’s avonds een speakeasy is. Ik kende het concept niet.

Wij spelen hier overdag een VR-game waarbij we met een VR-bril op een adventure-achtige game moeten doorlopen. In cocktailrestaurant Heart Melt drinken we wat en eten we. Ik eet de wasabi in een uitgeholde schijf op; in het gedempte licht dacht ik een sushi met komkommer te zien. De tweede bestelling arriveert nooit bij ons tafeltje, dus we staan om half tien weer buiten met nog een lichte honger. Ik loop naar mijn logeeradres, terwijl de rest via een snackbar naar het station loopt.

Bij de Hef in Rotterdam

De volgende dag wandelen we over Zuid en via het Noordereiland naar de Stadsdriehoek, waar zelfs voor een vroege lunch nog niet veel open is. Dus we lopen door naar de Witte de Withstraat en bij NRC eet ik twee mini-vegaburgers voor 14 euro — zo’n twee euro meer dan ze waard zijn. Op weg naar het fotomuseum haal ik bij Bram Ladage Kop van Zuid een patatje.

Het Nederlands Fotomuseum is verhuisd en nu gevestigd in Pakhuis Santos, een enorm gebouw, en heeft daarmee zijn intimiteit verloren. Het lijkt wel of de mensen van het museum zelf ook geen raad hebben geweten met de overvloed aan ruimte. Voor de bezoeker, voor mij althans, zijn de zes of zeven etages te veel van het goede.

Lezen in de hitte

Zelfs lezen is lastig bij een temperatuur van tegen de 35 graden Celsius. Toch las ik afgelopen week een paar boeken uit.

GH Hardy Apologie van een wiskundige

G.H. Hardy – Apologie van een wiskundige

Ergens las ik dat Ionica Smeets het boek Apologie van een wiskundige aanraadde – ik denk in Het Exacte Verhaal. G.H. Hardy was een bekende Britse wiskundige en Nobelprijswinnaar. Hij richt zich in het boekje, een flink essay, met een relatief lang voorwoord van C.P. Snow, op de vraag of wiskunde nuttig is, en of hij als wiskundige een nuttig leven heeft geleid. Hij begint zelfrelativerende: verklaring en kritiek het werk is van tweederangs denkers. Wiskundigen hebben tot taak iets nieuws te doen. Toch zet Hardy door en analyseert zijn eigen leven.

Iemand die volgens Hardy zijn bestaan en bezigheden wil rechtvaardigen, moet weten of zijn werk de moeite waard is en waarom hij doet wat hij doet. Iemand kan voor dat laatste twee verklaringen hebben:

1. Omdat hij het goed kan.

2. Er is niets wat hij goed kan. Hij doet wat hij doet omdat het op zijn pad kwam.

Hardy identificeert drie drijfveren voor een onderzoeker:

1. Intellectuele nieuwsgierigheid.

2. Beroepseer. Tevreden willen zijn met je eigen prestaties.

3. Ambitie. Verlangen naar faam, positie, macht, geld.

Dan kijkt Hardy naar de relevantie van wiskunde. Sommige onderdelen van de wiskunde zijn irrelevant, zoals een schaakprobleem alleen binnen de context van het schaakspel relevant is. Significante wiskundeproblemen hebben een bredere verbinding binnen en mogelijk ook buiten de wiskunde.

Hardy maakt een onderscheid tussen ‘echte’ wiskunde en een beperkte wiskunde. De eerste combineert relevantie en schoonheid. Hij noemt een aantal voorbeelden van wiskundige schoonheid, zoals de stellingen van Pythagoras, Euclides, en recenter de overaftelbaarheid van de oneindigheid die Cantor ontdekte.

Soms wordt wiskunde pas relevant ver nadat deze is bedacht, dus relevantie blijft een lastig criterium. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van priemgetallen in de cryptografie, en de toepassing van principes van de quantummechanica in quantum computing. (Hardy schreef het boekje in 1940 en speculeerde er al over dat quantummechanica wellicht ooit een praktische toepassing zou kunnen krijgen. Dat is zelfs nog voordat Feynman had bedacht dat je quantumprincipes zou kunnen toepassen als basis voor berekeningen.)

Met behulp van zijn eigen criteria analyseert Hardy zijn eigen bijdrage aan het wiskundige bouwwerk. Die is waarschijnlijk het grootst tijdens zijn jonge jaren – de meeste wiskundigen vroeg pieken, sommigen sterven zelfs heel jong, zoals Galois en Abel. Maar dat het ook nuttiger had gekund.

Om af te sluiten met Hardys eigen relativisme: wat is het nut van deze zelfanalyse? Het blijft in de lucht hangen.

thijs hoekstra kuren omslag

Thijs Hoekstra – Kuren

Kuren koos ik om zijn omslag. Ik wilde iets lezen van een jonge Nederlandse auteur, iets dat ik helemaal niet kende.

Het verhaal is minder grappig: een adolescent wordt behandeld voor kanker op de ziekenhuisafdeling voor kinderen met kanker. Een thema dat contrasteert met Thijs Hoekstra luchtige, relativerende en humoristische vertelstijl.

De zieke jongeman, David, ondergaat gelaten de verplichte bezoekjes van klasgenoten en van ongewenste cliniclowns. Hij wil vooral met rust gelaten worden, en dat de mensen een beetje normaal blijven doen. Een mooie rode draad is de verliefdheid van David op zijn nuffige klasgenoot Hélène de Boer.

matthijs deen de hollander omslag

Mattijs Deen – De Hollander

Via De Wadden van Matthijs Deen, raakte ik ook met zijn thrillers bekend die op de Wadden spelen. De Hollander is een goed geschreven detective met als hoofdpersoon een Duits-Nederlandse rechercheur die de dood van een wadloper onderzoekt. Leuk boek, gelijk het tweede deel, De Duiker, gekocht.

Haruki Murakami – Jazzportretten

haruki murakami jazzportretten

Niet omdat ik zo van jazz houdt, maar omdat ik gewoon alles van Murakami gelezen wil hebben. Jazzportretten bevat interessante beschrijvingen van bekende en (voor mij in ieder geval) minder bekende jazzmuzikanten. De stukjes maken je nieuwsgierig naar de muziek die deze mensen maakten. En dan luister ik toch opeens naar Thelonious Monk, Charles Mingus, Sonny Rollins, Charlie Parker en Miles Davis, en vind ik dat donkere gevoel in veel jazz toch erg leuk. Vooral ‘s avonds. Met gedimd licht. Of in een slecht verlichte kroeg.

Fushimi Inari vroeg in de ochtend — Kyoto dag 2

9 april 2023. Vandaag gaan we relatief vroeg op pad om op tijd te zijn bij het bekende Fushimi Inari-tempelcomplex.

Het is er zoals we hoopten nog rustig. De wandeling door de duizenden oranje torii heuvelopwaarts is zwoegen. Onze benen branden. Anderen passeren ons met gemak. De klim is een stuk langer dan we verwachtten. Hoe hoger we komen, hoe minder collega-toeristen er poseren voor fotomomenten.
De beloning op de top is een fabuleus uitzicht over de stad en even verderop een prachtige plek vol kleine schrijnen.

Fushimi Inari torii poorten Kyoto Japan april 2023

Op de kaart zien we een alternatief pad voor de terugweg. Het pad leidt door de bossen naar beneden, maar is supersteil. We dalen behoedzaam af en lopen een buitenwijk in. We bezoeken hier de Tofuku-ji-tempel.

Uitzicht over Kyoto vanaf Fushimi Inari

Zo hebben we een lange ochtend en een hele wandeling achter de rug. En dus een gezonde trek gekregen. In de buurt van het station eten we lunch bij een heel oud stel dat een traditioneel restaurant runt langs de kant van de weg, tussen een autoweg en de spoorlijn ingeklemd.

We reizen een stukje terug met de trein van Tofukuji naar Jingu-Marutamachi Station en lopen dan naar de Ginkaku-ji tempel. Onderweg komen we toevallig de Hyakumanben Chion-ji tempel tegen. We gaan naar binnen. Een schitterende poort geeft toegang tot het complex.

We lopen terug naar ons hotel. We volgen het Pad van de Filosoof dat langs een klein stroompje loopt. Het pad is genoemd naar Nishida Kitaro, die hier volgens het verhaal met zijn wandelingen geest en lichaam in gezondheid hield. We passeren zijn gedenksteen.

Onderweg zien we een oudere vrouw in een winkel, stoïcijns gezeten onder een roze zonnescherm. Het licht zet haar grijze haar in een waas van roze. Ze kijkt niet op als we passeren.

We kopen ninjasokken voor de baby van onze nicht, en eten honingsoftijs – een lokale specialiteit die ons wordt aangeraden door een meisje in honkbalkleding. Het is een uitzonderlijke zonnige middag.

Dit is de achttiende aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vorige aflevering.

Alle reizen.

Fushimi Inari heiligdommen
 Kyoto Japan april 2023
Fushimi Inari heiligdommen
 Kyoto Japan april 2023

Fushimi Inari en de plastic maaltijden van Kyoto

8 april 2023. Gisteren zagen we een bakkerij tegenover ons hotel. Sinds we in Japan zijn, hebben we geen knapperig brood meer gegeten, en we verheugen ons op een vers pistoletje of een ander fris broodje. Maar de tafeltjes in de bakkerij blijken vol te liggen met zacht, zoet brood: currybroodjes, chocoladebroodjes, tonijnsaladebroodjes. Een wirwar aan smaken. Een beetje teleurgesteld kopen we broodjes met tonijnsalade — die gelukkig erg lekker blijken te zijn.

We wandelen door de stad en nu valt ons iets op: de maaltijdexemplaren in de vitrines voor de restaurants. Wat we in Tokio en Osaka al vaker zagen, maar waar we toen weinig aandacht aan schonken, is dat elke maaltijd die een restaurant serveert, trots wordt geëxposeerd in de etalage. Glimmende paling op rijst, van glanzend geglazuurd plastic, in een doosje van dun hout, met een plastic schijfje ingemaakte gember en een toefje groen plastic sla. Het ziet er bijna echt uit.

We bezoeken een kleine tempel op weg naar het keizerlijk paleis in de Kyotogyoen, een groot park. Onderweg komen we langs velden waar jongens en meisjes honkbal spelen. Bij het paleis blijkt dat we alleen de buitenkant mogen bewonderen. We kijken uit over een binnenplaats met strak aangeharkt grind. Mijn recalcitrante karakter wil me hierdoorheen laten rennen en deze autistisch aandoende regelmaat doen verstoren.

Via het immense station van Kyoto lopen we naar de To-ji-tempel. Overal staan emmers water klaar — voor het geval er brand uitbreekt. Veel historische gebouwen zijn een of meerdere keren door brand verwoest. We dwalen over het terrein en bekijken de tempels in de warmte. Hier is de hoogste pagode van Japan: 5 verdiepingen die de toren tot 55 meter doen oprijzen. Het lijkt een kwetsbare constructie.

We wandelen in de richting van Fushimi Inari, het beroemde tempelcomplex van Kyoto. Een stukje met de trein. We volgen de toeristenstroom een stuk de heuvel op. Het late middaglicht is mooi maar de drukte overweldigend. We besluiten morgen vroeg terug te komen en het complex dan echt te beklimmen.

’s Avonds eten we in een sushi-bar in een overdekt winkelcentrum.

Dit is de zeventiende aflevering van de serie ‘912 uur Japan’.

Lees hier de vorige aflevering.

Alle reizen.